dinsdag 29 juni 2021

Dierenvriend die ik ben.

We hadden wat dingen gaande.
Het was vooral dier-gerelateerd, als ik er zo over nadenk.

Vorige week hoorden wij een BONK tegen de ramen, maar keken daar niet echt van op, want dat gebeurt wel vaker. Ik hou er namelijk hier een weelderige plantentoestand op na. Ik ben een plantenmoeder, en ik neem het erg serieus. Het is hier een groene toestand van heb ik jou daar. En ik hou ervan, ik zorg voor ze met hart en ziel, ik verwijder oude blaadjes, ik geef water en sproei alsof het een lieve lust is. Tussendoor geef ik ook de Zonen te eten hoor, dus geen zorgen, maar die zijn minder delicaat. Omdat al mijn mooie groene planten door de ramen te zien zijn, in ons huisje in het bos, zijn de vogels hier soms in de war, kennelijk, en vliegen van de boom zó mijn weelde in. Denken ze.

Meestal is er niks aan de hand en vliegen ze, met wellicht een klein hoofdpijntje, gewoon weer verder. Maar deze keer ging de Man toevallig vlak daarna onze buitenplanten bekijken. Heel mannelijk, op zijn slippers, handen op de rug, gieter in het vizier, een rondje lopen. Ik kijk daar altijd vergenoegd naar, want ik vind het schattig.
(De buitenkant is zijn ding, de binnenkant die van mij. Het kan maar duidelijk zijn).

'Aiiiii' hoorde ik hem zeggen. Hij had daar meteen spijt van, want hij kan dingen op een heel verontrustende toon zeggen en weet dat ik dat meteen door heb, of hij nou wil of niet. En dan kom ik aanrennen. Hysterisch misschien.
Er bleek een baby-specht tussen onze bloemen te liggen. Nog ademend, maar duidelijk niet in zijn beste doen.

'Ach Dennis' zei ik. Want ik geef dieren altijd direct een naam.
Hij werd binnengebracht en ik legde het kindeke in een doos van Nike, aangezien Zoon2 net nieuwe schoenen had gekregen. Dennis was aan het ademen maar het was een beklagenswaardige aanblik, dus ik aaide hem over zijn hoofdje en negeerde alles wat ik vroeger geleerd heb. Raak Nooit Een Zieke Vogel Aan.
Ten eerste was Dennis niet ziek, zover ik wist, en daarbij sprak mijn moederhart tot mij. Aai altijd een pips aandoend kindje. Knappen ze van op. Of je nou vogelgriep krijgt of niet.

Dennis was niet echt gewond, zover ik kon zien, maar hij was ook niet bepaald blijgeestig, en aangezien ik van sommige dingen best verstand heb, maar niet van spechten in malaise, belde ik het vogelhospitaal en aan de hand daarvan, de dierenambulance.

Een uur of vier later kwamen ze. In de tussentijd nam ik een kalmerend kommetje wijn, aaide ik veelvuldig over het pluizige hoofdje van Dennis in de doos en gaf hem water met een rietje. Heel zorgzaam vond ik zelf.
Dennis gaf niet perse blijk van dankbaarheid, hij rommelde wel steeds rond in zijn doos en schrok na een aantal keer helemaal niet meer zo erg als ik er met mijn bakkes boven kwam hangen.
De ambulance mensen waren lief en aardig en beloofden goed voor het spechtenkind te zorgen.
Dat ik de volgende dag wilde bellen om te vragen hoe het met Dennis ging. Was ik de volgende dag vergeten.

Verder in de week waren er de gewone zaken. Zoon1 zat midden in zijn toetsweek, wat gepaard ging met wat geschreeuw her en der, gescheld op de Griekse taal en op het leven in het algemeen en zijn moeder in het bijzonder, de Man zit in de afrondende fase van het schooljaar en Zoon2 vond een egel op de straat voor zijn schooltje.

'MAMMA!! We hebben een egel gevonden!!' Kwam het kind binnen, met zeven vrienden in zijn kielzog.

De Man wilde net boodschappen gaan doen, maar ik had natuurlijk meteen andere plannen. Hop, naar de Egel. Evert had duidelijk hulp nodig. Ik hou erg van dieren, dus ik rende ons Landgoed af, stapte op een stuk of zeven slakken onderweg en kwam buiten adem bij Evert aan. Ik ren normaal niet namelijk. Nu weet ik niet veel van egels, maar wel dat ze niet bij daglicht enorm rondom mensen gaan lopen en dat ze sowieso niet een grote bult in hun nekje moeten hebben, wat Evert wel had, zo bleek toen we bij hem kwamen. Alle vriendjes van Zoon2 stonden erom heen, en ik kweelde dat ik hem wel ging redden. Er werd een doos gehaald, er werd gras geplukt en ik toog met doos en Evert naar ons huis, met alle kinderen achter me aan. Eenmaal thuis haalden we kattenvoer bij de buren, want daar houden egeltjes van en ik was getuige van een zwerm kinderen die met hun telefoon filmpjes en foto's maakten van Evert,die rondscharrelde, het kattenvoer at, dat weer uitbraakte en daar vervolgens in ging liggen.
Van 'Oooohh wat schattig!!' ging het naar 'Gaaaaaadver wat gooooor' en ik belde maar weer eens de dierenambulance.

De mevrouw aan de lijn kende mij nog. Van Dennis.
En ze vond mij een heel lief iemand, die zich zo bekommert om allerhande levende wezens.

Ondertussen gooide ik wat ijsjes naar alle kinderen, mepte zes muggen dood en appte de Man die intussen bij de supermarkt was, dat ik wel zin had in een lekker biefstukje. Of een stukje Zalm, net wat in de aanbieding was.

Evert werd opgehaald en werd liefdevol meegenomen. De doos met daarin de egelkots zette ik buiten neer, waar de buurkat meteen in ging liggen. Hopelijk is er niet zoiets als een besmettelijke Egel-Covid.

Kortom, het was allemaal weer fraai. In het weekend was er een familiefeestje, dat is mijn lievelings. Er is altijd wijn en lekker eten, ontzettend leuke mensen en ik hoorde dat Zoon1 gespot was met een krat bier achterop zijn fiets.
Ik prikte bij mijn nichtje een gaatje in haar oor, gewoon met een naald. Ik regende nat tot op mijn ondergoed en ik bestelde een broek in een maat, die ik dacht nooit te hebben. Een kommetje wijn is wel het minste in deze tijden. En ik ga nu vragen of de Man die afschuwelijke spin in de badkamer wil vermoorden.

woensdag 16 juni 2021

Een sukkel ben ik. En het groeit maar door.

Het is een tijd geleden. En er gebeurde nogal weinig in veel tijd, misschien ook juist wel veel in korte tijd, het is maar net hoe je het bekijkt. Mensen, het lijkt wel poëzie. Of toch niet.

De week begon met Zoon1. Die, inmiddels anderhalve kop groter dan ik, zijn hoofd stootte en, terwijl hij afgrijselijke taal rondschreeuwde, ook liet weten dat zijn leven geen zin meer had. Alles en iedereen zal uiteindelijk tóch sterven en hij kon netzogoed meteen gaan, wat hem betreft. Ik, wel wat gewend inmiddels, smeerde het kind een lekker bammetje en waagde het niet te vragen wat er precies aan de hand was. En bood al helemáál geen kusje aan, op het beschadigde hoofd. Ik weet wel beter natuurlijk ondertussen. Ach, de tijd dat een gewonde Zoon om zijn mamma riep, getroost werd met een kusje en een beetje smiksmak op de gehavende plek of ziel... Dat deed niet alleen het kind goed, maar vooral ook zijn moeder. Alles wat een moeder wil, is dat het goed gaat met het gebroed. Hoe vervelend en stinkend en brutaal ze ook zijn. En ook als ze lief en zacht en wat meer gezeglijk zijn.

Toen daarna Zoon1 naar school ging en ik tegen beter weten in probeerde een kusje af te troggelen en hem wilde uitzwaaien terwijl hij met volle tas, diverse hippe mondkapjes en zonder lunch vertrok, ik in de einder keek naar mijn mooie tuin, bloeiende hortensia's en broedende koolmeesjes, viel mij een gescheld ten deel, wat denk ik gehoord is door het aangrenzende dorp. De ketting was weer eens van de fiets van het jong af. In alle tumult (mijn koffie zat tegen de ramen van schrik), moest ik op zoek naar de sleutel van onze reserve fiets. Die bleek in de winterjas te zitten van de Zoon, die in het huis van Echtgenoot1 lag. De Man werd wakker gemaakt, om de sleutel van zijn fiets te vinden, die ligt in het kastje waarvan ik het laatje niet kan openen vanwege groots ongeduldige genen, Zoon1 was een toeval nabij, Zoon2 riep luidkeels vanuit zijn kamer of hij ontbijt mocht en de buren liepen in totale verbijstering voorbij. Toen was het kwart voor acht. In de ochtend.

Heel soms mag ik Zoon1 wel nog kussen. Dat is meestal als hij het even niet in de gaten heeft en ik mijn kans schoon zie. Dan voel ik ineens prikkerige wangen en een netelige mond. Geschoren.

Was het nog gisteren dat ik handmatig zijn eerste melktandje uit de kleine bakkes trok, staan er nu diverse haarproducten in de badkamer, koop ik zijn kleding op de mannenafdeling in plaats van bij het kinderrekje en onderhandelen we in het weekend niet over een half uurtje later naar bed, maar komt hij thuis wanneer ik er al lang in lig.

Zoon2 laat het groot worden er ook niet bij zitten. Hele dagen is het kind weg en heb ik geen idee waar hij is. En mensen die het niet nodig vinden dat een kind van elf een telefoon heeft... Die hebben niet het soort kind dat ik heb. Godzijgedanke stuurt hij af en toe een appje naar mij, zodat ik weet dat hij leeft, en hij weet wat we eten. Zodat hij daar zijn verdere plannen op kan afstemmen. Hij komt thuis om wat eten te halen, een zwembroek of zijn pinpas, slingert net als zijn grote broer wat schoenen en tassen in de rondte en informeert naar het diner. Heel vaak komt er een sloot vrinden mee naar huis, die hun fietsen neergooien en precies weten waar hier in huis de glazen staan en de snoepjes en de ijsjes liggen. Zolang zij mij begroeten en (ongevraagd) hun schoentjes uit doen bij de deur, klaag ik nergens over.

Laatst ging ik Zoon2 weer eens meten, ouderwets met een streepje op de muur. Het streepje van een jaar geleden was ver te zoeken.

Het gebeurt letterlijk onder je handen. De Zonen worden langer, en ik ben tien kilo aangekomen. De stijgende lijn is zorgwekkend, als je het mij vraagt. Het mondkapje heeft mij niet tegen gehouden om lekker te eten en kommetjes wijn te drinken. Het heeft de jongens niet tegengehouden om te groeien. En het houdt mij niet tegen om voor altijd de sukkel te zijn die ik nooit heb geweten te zijn. Of zoals De Man zegt: Aaahhh, je bent lief naief. Ik blijk gewoon een sukkel.

Zoon2 komt mij, compleet uit het niks, een dikke knuffel geven en zegt: Ik hou van jou mamma. Ik bezwijk van liefde en verklaar mijn oneindige toewijding aan mijn nageslacht. Kind blijkt voetbal te willen kijken.

Ik ga akkoord. Man rolt met ogen. Kind wil er ook graag chips bij.

Zoon1 meldt dat hij niet mee gaat met de familie vakantie, omdat hij met zijn vrienden een weekje weg wil. Ik vind dat eeeeenig en haal herinneringen op van mijn eerste vriendinnenvakantie. Kind gaat, door mijn goede zoek-actie, naar jongerencamping op Terschelling.

Ik krijg paniek aanval. Man lacht hard. Ik zoek Netflix serie over alcohol en soa's om subtiel aan Zoon1 te laten zien.

En ondertussen gaan de dingen door. Vriendin2 leeft opeens veganistisch, maar ik gaf haar een heerlijke cappuccino met gewone melk, want ik heb nou eenmaal geen havermelk in huis. Het moet nog gekker worden zeg.

Morgen gaan Zuske, Vriendin2 en ik weer voor het eerst echt uit, met bier en alles, en de wereld is weer goed.

Vrijdag krijgt Zoon2 zijn rapport met zijn Voorlopig Advies erbij. Wat een heel ding is. En het kan mij werkelijk niks schelen. Of hij nou Loodgieter of Astronaut wordt of iets er tussenin. Zolang hij mij maar af en toe zijn wangetje laat kussen... en gelukkig is. En daarbij, mijn kraan lekt én ik heb altijd al een keer naar de Maan gewild.

Zoon1 begint met zijn toetsweek en is gespannen over Wiskunde en Latijn en dingen waar ik sowieso niks van snap. Maar ik snap wel lekkere broodjes en koffie en sapjes en af en toe een kusje op de wang, als hij even niet oplet.

Want daar gaat het uiteindelijk om. Een kusje, als al het andere tegenzit. En een kommetje wijn natuurlijk.

woensdag 13 januari 2021

Van toen alles dubbel ging

Dit jaar begon redelijk rustig hier eigenlijk. We hadden karige kerst- en oud en nieuw plannen, maar uiteindelijk was alles reuze gezellig, met natuurlijk een minimaal gezelschap, maar toch veel gezelliger dan het oorspronkelijk leek te gaan worden. En zo gingen wij heel relaxed het nieuwe jaar in. Met niet eens een heel erge kater, dus wat dat betreft begon alles goed. Tot wij bedachten dat het misschien eens tijd was om eens de afwas te gaan doen. Als de Zonen hier zijn houd ik er altijd wel een redelijk huishouden op na, met op gezette tijden de was en de stofzuiger en de afwas in de machine en zulks.. Maar als ze er niet zijn, zoals in de week na oud en nieuw... Dan gaat dat meer op de manier die ik handhaafde toen ik een jaar of twintig jonger was. Niet. Of tot het de spuigaten uitloopt. En omdat wij een bijkeuken hebben, en ik wél houd van een netjes huis... stapelde ik gewoon een paar dagen lang alles op in dat extra kamertje en zag ik het gewoon niet.

Toen ik uiteindelijk de afwasmachine aanzette en na een tijdje eens ging kijken of er al schone wijnglazen waren, overzag ik van alles, maar geen schone afwas. Ik deed de boel nog een keertje aan. En dat herhaalde zich nog twee keer, tot ik er zat van was en de man riep. Hij keek, zag en overwon helaas niet, en na duchtige inspectie en wat goed gemompelde technische termen, kwamen wij tot de conclusie dat het ding het begeven had. Niet zo gek, voor een machine die ik een jaar of vijf geleden tweedehands van iemand kreeg in mijn andere huisje,toen het ding op dat moment al jaren oud was. Hij heeft z'n werk goed gedaan. Wel jammer dat hij het begaf met afwas van vier dagen opgestapeld erbovenop.

'Jongens! Hierkomen! We hebben een situatie gaande en we gaan dat gezellig oplossen!!' Riep ik olijk tegen de Man en Zonen, en deelde theedoeken uit.

'Wat gezellig.' Zei de lieve Zoon2.
'JEZUS wat belachelijk!' Schreeuwde Zoon1
'He getver, het lijkt wel kamperen!' Mopperde de Man.
En ik keek vergenoegd in het rond, deelde steeds droge theedoeken uit en ruimde mijn handgewassen servies in de kastjes.

Een half uur en maar liefst negen theedoeken later, was niemand meer in een goed humeur, was wel de afwas gedaan, waren er ongeveer twee hersenpannen ingeslagen en was er één nieuwe afwasmachine besteld.

De volgende morgen werd ik wakker, gaf de poes eten en zette de koffiemachine aan.
Die een raar geluid maakte, in een plas water stond en een half kopje koffie maakte.
Dat van die plas water had ik al eens eerder opgemerkt, misschien zelfs wel al een paar weken, maar dat was steeds best snel opgelost met wat keukenpapier en het had tot nu toe niet in de weg gestaan van mijn zeer geliefde koffie in de ochtend, het liefst voordat de rest van het gezin wakker wordt, of opstaat.
Nu had ik er direct last van, want gare lauwe koffie en dat halve kopje bovendien.

NONDENJU! Dacht ik, en zat direct op de Nespresso site, want ik besloot dit niet af te wachten, tot ik de Zonen zelf bonen moest laten plukken of iets dergelijks, met alle gevolgen van dien.

En zo waren er in twee dagen, twee essentiële dingen stuk.

'Haha' zei mijn moeder. 'De meeste dingen gebeuren in drieën.' Heel opbeurend.

De volgende dag zaten we in de kou. Letterlijk, het was dertien graden binnen.
'Wat is het hier raar koud.' Zei mijn Zuske.
'Jaja' dacht ik. 'Jij met je vaatwasser en je koffiemachine in je huis', niet zo zeuren.

In de middag was het echter nog steeds dertien graden en moesten wij de treurige conclusie trekken dat de verwarming stuk was. Dit nadat wij eerst het protocol volgden van ontluchten, bijvullen en anderszins technische zaken alvorens je een huisbaas kunt bellen.

Een hoop gedoe volgde, met verwarmingsmeneren over de vloer, en buren die kacheltjes brachten en heel veel vesten en truien. Het bleek opeens een hele toestand om de wasmachine of de waterkoker aan te zetten, met al die kacheltjes in huis, want de stoppen sloegen steeds door. En we kregen misschien wel een nieuwe ketel, maar ja, het was vrijdagmiddag, dus even wachten hoor, tot maandag. Wij laten ons niet zomaar uit het veld slaan natuurlijk, dus ik stak veel kaarsjes aan, legde een extra dekentje op bed en wij droegen gezellig warme sokken.

Toen kon de Man zich bijkans niet meer bewegen. Een zere rug. Een heel zere rug, wat eigenlijk ook al een hele tijd aan de gang was, maar zoals dat gaat, negeer je soms wat dingen, omdat er andere dingen aan de hand zijn. Zoals werk, en Zonen en de kotsende poes en de Corona en dinges.

Maar het viel niet meer te ontkennen en wij besloten een heel volwassen beslissing te nemen en dan eindelijk maar eens een nieuw matras uit te zoeken, vanwege verregaande rugpijn van de Man en trouwens ook van mij, zei ik scheeflopend.

Een grondig marktonderzoek volgde, wij deden online testen en lazen referenties en de Man kocht ons een nieuw, duur, maar fraai nieuw matras. Helemaal ingevuld met alle maten en ons gewicht en nog meer wiskundigheid.

Ondertussen werd de nieuwe vaatwasser bezorgd en geïnstalleerd en met een blij gemoed vulde ik het splinternieuwe ding met onze vuilige vaat.
Drie kwartier later stond de bijkeuken blank en was nog net niet de slaapkamer van Zoon2 ondergelopen. Stuk.

Er volgde een telefoongesprek met de verkoper, die het allemaal héél vervelend vond en hij zou de volgende dag eens komen kijken.

De volgende dag, terwijl wij de ijspegels uit onze ogen wreven, werd de nieuwe koffie machine bezorgd. Een fijn lichtpunt in deze koude dagen.
Niet lang daarna werd de nieuwe vaatwasser weer weggehaald en stapelde zich wederom de afwas op, waar de Zonen met lede ogen naar keken en de theedoeken van de waslijn plukten. Ze konden niet in de droger, want dan zouden de stoppen weer doorslaan.

De dag dáárna werd de nieuwe vaatwasser bezorgd en ik begon weer een beetje hoop te krijgen voor de toekomst, terwijl ik ondertussen een afspraak maakte met de dierenarts, omdat Poes toch wel heel ziekjes leek.

Gisteren werd ons nieuwe matras bezorgd én de nieuwe ketel werd geïnstalleerd. Een mooie dag!

Wij pakten het matras uit, terwijl de mannen bezig waren en met emmertjes en slangen in de weer waren. Ik gaf ze groene limonade, want dat helpt altijd wel, en ondertussen sleepten we het oude matras van het bed en maakten een complete chaos van de slaapkamer. Maar, met een goed doel. Hopsa, werd het nieuwe matras op bed gelegd.
Ik zag het eigenlijk meteen.
De Man zag het ook.

Verkeerde maat.

Ik keek er niet eens van op zeg. De Man ging koortsachtig in de weer met een meetlint, en ik twijfelde tussen een inzinking of onbeheerst lachen. Ik koos voor het tweede.
En ondertussen werd het bloedheet in huis, want opeens deed alles het weer en ik had in de tijden van kou, alle radiatoren wijd open gezet.

Een van ons moest weer aan het echte werk, dus ik zette mij achter de laptop en begon een zoektocht naar een nieuw bed. Want dat had ik meteen bedacht. Echt niet dat we het nieuwe, reeds uitgepakte, matras gingen terug sturen. Dan maar een ander bed, in de maat van het matras, in plaats van andersom. Ik appte Vriendin2 erover, die er hard om moest lachen. Ik appte Zuske, die er hard om moest lachen en ik stuurde her en der wat mailtjes naar Marktplaatsverkopers. Bijna kocht ik voor veel te veel geld een bed en lattenbodems van een online winkel, gewoon omdat ik er helemaal klaar mee was, totdat ik zag dat de bezorgdatum pas 23 januari was. Net op tijd redde ik ons van een totaal faillisement en had uiteindelijk een geanimeerd gesprek met een meneer die voor een luttel bedrag zijn bijna nieuwe bed én lattenbodems aan mij wilde verkopen en hij wilde het nog brengen ook, naar Het Dorp.

En zo stonden wij gisterenavond een bed in elkaar te zetten, ons oude bed naar de kamer van Zoon1 te slepen, zijn oude bed uit elkaar te halen en lagen wij uitgeput op ons nieuwe matras. Vanmorgen werd ik om zes uur wakker. Zonder rugpijn.

Maar met een zwaar gemoed.
Want tussen alles door was Poes zo ziek geworden dat ik met de dierendokter had overlegd, dat ik haar vandaag zou laten inslapen.

Naast alles, ging dus ook Poes stuk. En ook al had ik haar pas drie maanden, in tegenstelling tot al het andere, wat ik al jaren in mijn slordige bezit had, was ik daar het meest van onder de indruk.

Inmiddels is alles weer hersteld en in orde, behalve Poes. Gezien de dingen die de laatste weken gebeurd zijn, is haar misschien een erger lot bespaard gebleven, zo probeerde ik nog een beetje lollig te doen tegen Zoon2. Maar er viel niet om te lachen.
En ik faalde in het stoer zijn.

Alles komt in drieën, bij ons kwam het in zessen.
Dan neem ik nu een dubbel aantal kommetjes wijn.

vrijdag 18 december 2020

Voorlezen van asielkatten en een klimbos

Het was een sombere maandag, van de week, weersgewijs, en ik zat zo'n beetje mijn bestaan te overdenken. Daar heb ik veel tijd voor tegenwoordig, vanwege mijn werkeloze bestaan. Het bevalt me vooralsnog helemaal niet slecht trouwens. Daar vinden ongetwijfeld mensen wat van, maar ik ervaar het niet-werken tot nu toe elke dag als een vrije dag. Zo eentje waar je je op verheugd als je steeds heel veel hebt gewerkt. Ik las laatst: De avond voor een vrije dag, is nog fijner dan de dag zelf. En dat klopt.

Evenzogoed dacht ik dat het misschien aardig was om wat núttigs te gaan doen met al mijn tijd. Op een gegeven moment zijn de bedden wel verschoond en de vaatwasser is uitgeruimd en het aanrecht schoon en begint de Man zich te ergeren aan het feit dat ik alles opruim. Ook de dingen die hij net even op tafel legde om een minuut later weer te gebruiken. Oh, dat lag alweer in de kast. WAAR HET HOORT. Ja, ik ben een nette huisgenoot.

(Behalve wanneer het gaat om mijn nagellak bijvoorbeeld. Die liggen in alle kleuren denkbaar, overal door het huis.)

Ik appte met mijn Zuske en deelde mee dat ik dacht aan vrijwilligerswerk. Wat dachten wij ervan als ik eens fijn bij de Voedselbank ging werken, bijvoorbeeld? Ik zag me al helemaal zeg. Gul zou ik alles uitdelen, vriendelijk zou ik lachen, een schouder zou ik aabieden, bij ongetwijfeld veel leed, en ik dacht aan alle lieve kindjes die ik zou ontmoeten, die ik dan bij wijze van verrassing een bellenblaas of zo zou geven. Wie houdt er niet van bellenblaas?

Na wat onderzoek bleek dat alle voedselbanken in mijn omgeving, omkomen in de vrijwilligers. Er zijn kennelijk heel veel mensen die veel eerder dan ik, het goede in zichzelf wilden beproeven. Ik ben altijd al een laatbloeier geweest. Maar wat nu?

Zuske was, in tegenstelling tot mijzelve, hard aan het werk, maar vond toch tijd om mij wat websites te sturen die op zoek waren naar mensen voor een grote diversiteit aan weldoenigheid. Zo kon ik kaarten gaan sturen naar eenzame mensen, al dan niet asielzoekers of mensen boven de tachtig jaar. Een eenvoudige taak, leek het mij en Zuske. Ik zag mij zélfs al zelf kaarten maken, met uitgeknipte mandjes bloemen, en egeltjes in een bakje met wol, en glitter natuurlijk. Een bijkans andere persoonlijkheid leek ik bijna, zo erg leefde ik me in zeg. Het bleek een kwestie van een mailtje te zijn, om adressen te verkrijgen van landgenoten die zouden opfleuren van een ansicht van een wildvreemde. Gretig stuurde ik mijn contactgegevens aan een voor mij eveneens wildvreemde meneer Hans, waar sommige mensen dan ook weer wat van zouden kunnen vinden, maar ik was geheel in de ban van de compassie mijnerzijds, dus ik wuifde alles weg wat ergens in mijn achterhoofd aan de alarmbel rinkelde. Ik was blij dat Zoon1 hier niet bij was. De kritische secretaris van mijn levenswandel.

Eenmaal op zo'n site is er moeilijk mee stoppen. Er bleek een oude dame te zijn, die graag wat aanspraak had, iemand die met haar een kopje koffie ging drinken en soms eens nieuwe schoenen kopen. In de app conversatie die daarna volgde, hadden Zuske en ik haar reeds in drie grappen bestempeld tot een lieve suikertante die niet alleen voor zichzelf nieuwe schoenen kocht. Ook had ze een lief babyhondje die ik in huis zou moeten nemen, mocht zij tragisch komen te overlijden, én stond ik in haar testament, omdat ik haar laatste maanden zo mooi had laten zijn. Geen familie had zij. Stond in de advertentie. HEEL hard lachten wij om onze grappen. Zo hard, dat ik misschien een beetje de online les van de Man verstoorde, die aan onze tafel probeerde om wat studenten deugdelijk Engels bij te brengen. Vervolgens bedachten Zuske en ik dat ik de Man toch wel te vriend moest houden, om voor de hand liggende redenen, (ik hou erg van hem) maar ook omdat hij, als het zou regenen, mij naar de oude dame zou moeten brengen. Het geeft immers geen pas om met natte haren haar vintage bontjas aan te nemen. Bovendien zou hij het babyhondje moeten uitlaten 's avonds, als het ook alweer regende.

Kortom, ik was er maar druk mee. Er was ook een advertentie van een jonge vrouw van 31, waar ik oprecht een beetje verdrietig van werd. Ze zocht vriendinnen, of in elk geval iemand om af en toe eens mee te wandelen, en als het écht klikte, mee naar een klimbos te gaan. Een klimbos? Als ik toch érgens verdrietig van word... dan is het dat wel. Ik zie me al gaan zeg. Het is beter voor iedereen dat zij en ik geen vriendinnen worden. Desalniettemin hoop ik dat ze iemand vindt. Oprecht.

Er was ook een bericht, op een vergelijkbare site, die zoeken mensen om asielkatten voor te lezen. Nou ben ik op zich enorm fan van katten, van asielkatten al helemaal, zo heerlijk zielig en alles, maar voorlezen? Ik zag mezelf al met een boek van Dikkie Dik op de vloer zitten, met een kring van plukkerige ongelukkige poeskes om me heen, die met tranende oogjes luisteren naar 's lands dikste dommige rode poes' verhalen.

In de app-gesprekken die daarna volgden, moesten Zuske en ik ZO HARD lachen, dat ik niet alleen de geloofwaardigheid van de Man als Docent Aan De Hogeschool bijkans eigenhandig om zeep hielp, maar ook bijdroeg aan een geluidswal tussen De Stad waar Zuske woont en Het Dorp waar ik woon. Ik weet bijna zeker dat er een petitie van deur tot deur is gegaan om iets dergelijks te realiseren.

Vooralsnog ben ik in afwachting van mail. Met adressen van eenzame bejaarden, treurende alleenstaanden of mensen uit den vreemde die het leuk vinden om met mij te wandelen en stroopwafels te kopen of zo. Ik ben serieus reuze benieuwd. Tot die tijd zou ik het heel prima vinden om toch iets voor die voedselbank te doen, ik vind dat een pracht van een goed doel. Nu woon ik toevallig in de rijkste gemeente van Nederland (in een van de vier kleinste huisjes van die hele gemeente), dus hier is doorgaans niet heel veel armoede te bekennen, maar misschien vind ik er nog wat op. Tot die tijd lees ik onze adoptiepoes dan maar voor. Ze braakt bijna elke nacht over ons meubilair, misschien houdt ze niet van Dikkie Dik.

maandag 14 december 2020

Heel erg stomme dingen

Er zijn zo vreselijk veel stomme dingen. Ik schreef er al eens eerder over, maar dat is jaren geleden, in een tijd dat ik natuurlijk ook dingen stom vond, maar weer ándere dingen. Ongetwijfeld zaten daar zaken bij waar ik nog steeds overheen wil braken, maar sommige aangelegenheden vind ik misschien nu minder erg, of zelfs acceptabel. Ik kan ze nu even niet noemen, maar dat komt omdat ik in alle staten ben.

De Man zei zelfs: 'Ja, schrijf er maar over.' Hij zag waarschijnlijk al voor zich hoe ik de ganse avond schuimbekkend zou gaan oreren over mijn ongerief, en hij wilde gewoon lekker 'Ik Vertrek' kijken. Waar ik het helemaal mee eens ben, maar soms neemt de toorn en verbolgenheid het van mij over en word ik woedend en misschien een beetje onredelijk, als ik het over bepaalde dingen heb, waar ik op dat moment bepaald mindere sympathie voor heb.

Ik heb dat vaak.

Het kan gaan over iemand met een heel vervelend kapsel. Daar kan ik werkelijk boos om worden, vanachter mijn laptop. Dat fledderige haar, wat dan zo sliertig en dun naast iemands gezicht hangt. Doe daar wat aan! Dat brul ik dan snerpend door de woonkamer, waar de Man dan van schrikt en mij daarna geruststellend over de rug aait. Het is een goed man.

Mensen die veinzen een ziekte te hebben waar ik niet in geloof. Dat klinkt niet aardig, maar geloof mij, het is erger voor mij dan voor die mensen. Zij zwelgen namelijk prettig in hun verzinsel, ik moet het allemaal aanzien in een televisie programma wat ik ook al liever niet zou zien.

Ik kan in woede ontsteken om mensen die heden ten dagen geen mondkapje wensen te dragen, omdat ze dat onzin vinden. Werkelijk, ook al vind je dat, omdat er essentiele hersencellen ontbreken in je te kleine brein, dan doe je het gewoon alsnog, omdat dat nou eenmaal nu moet. En het is geen enkele moeite. De wegwerpdingesen kosten geen drol, je kunt ze zelf maken, je kunt ze overal kopen voor nog geen vijf euro, en dan zit er nog een printje op ook. Ikzelf heb er eentje die ik in Duitsland heb gekocht afgelopen zomer. hij is zwart met bloemetjes. Wat kan mij het nou toch werkelijk schelen om er eentje op te doen in de supermarkt? Wat heb je er nu echt voor last van? Mijn bril beslaat een beetje, maar ik heb daardoor een excuus gevonden om mijn lenzen weer wat vaker in te doen, en een ander make-upje te proberen. Win-Win lijkt me dan toch.

Razernij maakt van mij meester, als ik denk aan mensen die 'kids' zeggen. Volwassenen die 'gaaf' zeggen, mensen in een elektrisch karretje die eigenlijk gewoon kunnen lopen, een avocado die niet rijp is, alle keren dat ik het programma Steenrijk Straatarm kijk. (Waarom zien de arme mensen er ook altijd arm uit? Ik ben een tijdje arm geweest, maar had niet ineens fledderhaar hoor). Mensen die metalen vlinders aan hun schutting hangen. Mensen die niet 'goedemorgen' zeggen als ze door mijn tuin lopen terwijl ik op één meter afstand met mijn kopje koffie zit. Mensen die een KerstKabouter kopen, in een woonboulevardwinkel. Zo eentje met een gezicht zonder ogen, omdat daar een olijke kerstmuts overheen hangt.

Gek genoeg word ik vaak niet boos om dingen waar andere mensen boos over worden. Mijn Zoon1 die gruwelijke dingen tegen mij zegt, omdat hij dat grappig vindt. Ik kus zijn vlassige bovenlip en bak nog maar eens een ei voor het kind. Zoon2 die zijn bureaulaatjes vol heeft met snoep, maar hier de kastjes leegtrekt op zoek naar een koekje. Die aai ik over zijn heerlijke onbevlasde snuitje. Mensen die voordringen in de rij, die laat ik gewoon. Ik heb meestal geen haast.

Een contradictie is: ik erger me wild aan de buurvrouw die, letterlijk, ongeveer negen keer per week een pakje laat bezorgen, maar nooit thuis is. Maar, ik heb grote sympathie voor de Turkse pakjesbezorger die ze allemaal bij mij aflevert, omdat er nooit iemand thuis is op andere adressen. (Ik neem elke week een groot aatal pakketten aan van andere mensen.) Hoewel deze meneer inmiddels weet dat hij bij mij een sigaret kan bietsen voor op zijn route, hij zeer slecht Nederlands spreekt en inmiddels niet eens meer zoekt naar huisnummers, maar alles hier op het tuinbankje kiept, heeft hij mij voor zich gewonnen en is er van irritatie, aan beide zijden, geen sprake.

Vanavond echter, was van mijn doorgaans vriendelijke aard, niks over. Begon de avond nog met wat jolige berichten in de familie app-groep, heel rap was ik van humeur gewisseld.

Die mensen. Die buiten het raam van het Torentje stonden te schreeuwen, terwijl Mark Rutte ons de tragische lockdown boodschap gaf.... Was ik al teleurgesteld omdat de Man niet naar de kapper kan, aanstaande zaterdag (hij is een kapsel-man), omdat de Zonen wederom fulltime thuis gaan zijn (in de zomer hadden we nog de buurmeisjes en de trampoline, nu in de regen zie ik het somber in met de activiteiten buitenshuis), kunnen Zuske en ik niet onze Gourmet-Karaoke-Kerstplannen doorzetten en ook al is het allemaal nog niet zo erg, in het grote oog der dingen, jammer is het wel weer allemaal. Maar ja, voor een goed doel he.

En dan gaan er mensen dus vanavond uit huis. Met een pan en een pollepel, met fluitjes, met trommels, helemaal met de fiets, of de auto of de tram en de bus, om naar Het Binnenhof te gaan en daar dan te gaan staan schreeuwen. Heb je nou wérkelijk niks anders te doen? Ben je zó treurig dat dat je uitje is? Je kiest ervoor om dat te doen, in plaats van thuis een kommetje wijn in te schenken, of desnoods muntthee? En lekker warm en droog naar de televisie te kijken, of met je vrienden te kletsen, of je akelige reptiel-huisdier te voeren, of je diamond-painting hobby uit te oefenen, of een stick te draaien of een lijntje te leggen, wat dan ook. Maar om buiten in de miezerregen te gaan staan fulmineren over zaken waar je geen idee over hebt... Mijn god. Dat is zo dom, daar kan je nauwelijks boos over worden. Dat is gewoon zielig. En heel erg stom.

dinsdag 8 december 2020

Piepschuim, de kerstboom en de stofzuiger

Na Sinterklaas, wat dit jaar een ontspannen avond was geworden, met mooie suprises, grappige gedichten en voor de Zoons nieuwe mutsen en handschoenen, zoals dat hoort, dronken de Man, het Zuske en ik nog een paar kommetjes wijn en besloten dat het toch fijn is dat de kinderen ouder worden. Om voor de hand liggende redenen, maar ook omdat het de feestdagen een stúk makkelijker maakt allemaal, zonder de stress, oververmoeidheid, hysterie en geloofswaanzin.

Ook bespraken wij de nazorg van een feestelijke avond. Het hele huis van Zuske lag vol met piepschuim, aangezien zij had getracht met een aardappelschilmesje een hond te beeldhouwen, van een groot stuk schuim dat ooit om een televisie zat. Nadat het geheel steeds minder op een hond was gaan lijken, besloot ze er een kerstbal van te maken, met zestien rollen zilverfolie. Die lukte uiteindelijk zeer goed. Er zat zelfs een balhaak aan. En mijn hele huis onder de zilveren snippers na het uitpakken door mijn vader. Als je ziet hoe die man een pinda pelt, en wat er dan tot grote treurnis van mijn moeder op de grond ligt..kun je je een voorstelling maken van hoe een levensgrote ontmantelde kerstbal eruit ziet. Maar het was een groot succes geweest.

Wij zelf verzamelden al een paar maanden karton in de bijkeuken, 'alvast voor de surprises, dat is handig'. Uiteindelijk gebruikte de Man vooral hout, deed ik iets met een computerscherm van de kringloopwinkel en moesten we voor Zoon1 en 2 alsnog naar de kantoorboekhandel voor allerhande karton en kon ik ze inderdaad voorzien van een deel van een oude doos, maar niet in verhouding tot wat we opgespaard hadden.

Aangezien we inmiddels niet meer bij de vaatwasser konden en al helemaal niet meer bij de droger en de stofzuiger, zonder dat er de hele tijd schoenendozen en verontrustend veel pizzaverpakkingen door de lucht vlogen, besloot de Man dat er opgeruimd ging worden. Vlijtig ging hij aan de slag met een mes, veel tape en was er veel gesnij, gevouw en bij elkaar geplak. Het is maar goed dat hij zulke dingen doet, want nu staat alles keurig in een vierkante stapel om naar de vullisbelt milieustraat te worden gebracht. Als ik het had gedaan, had ik vloekend alles in elkaar gestampt en waren er hoogstwaarschijnlijk meer dingen stuk gegaan dan alleen wat verpakkingen.

Voorts reden wij dit weekend naar een tuincentrum voor een kerstboom. Normaal ben ik niet zo snel met een boom, in het kader van gedoe en zooi en een ambivalent gevoel over kerst in het algemeen. Maar dit jaar is het anders, want ik had mij nieuwe kerstballen aangeschaft. Uit de boedelscheiding met Echtgenoot1 heb ik een paar jaar geleden van de afdeling Versieringen nagenoeg niks meegenomen, dus toen de eerste kerst alleen zich aandiende en ik droef vaststelde dat ik zélfs niks had om mijn bloedjes een mooie kerstboom te geven, (In die tijd was er weinig nodig om mijzelf tobberig ter aarde te doen storten.) kwam mijn moeder aanzetten met een doos vol kerstballen in elke kleur denkbaar, die zij, zoals ze opgetogen meedeelde, op een rommelmarkt had gevonden. Of aan de kant van de weg, dat kan ook.

Sindsdien tuig ik jaarlijks mijn boom op met die afdanksels van iemand anders. Wat heus niet erg is, en ik vond het ook wel wat fijn desolaats hebben en bovendien goed voor het milieu en duurzaam en alles. Die betamelijke houding liet ik compleet los, toen ik een paar weken geleden een grote nieuwe doos tegenkwam, vol met glanzende gouden ballen, en sommigen met glitters en met mooie lintjes eraan. Ha! Ik zou mijzelf eens even mooi nieuwe kerstversiering cadeau doen. Dat had ik namelijk verdiend, en nodig bovendien. En dus had ik opeens ook haast om daags na Sinterklaas een boom in huis te halen. De Man bestuurde de auto, had een mening over een boom, koos uiteindelijk voor degene die ik mooi vond en zeulde het ding omslachtig naar de achterbak, waarnaast ik kweelde dat hij toch zo stérk is en toen bleek dat we misschien een iets te kleine auto hebben voor een vrij grote dennenboom, kon ik ook al niet echt helpen want ik had steeds scherpe naalden in mijn vingers. Doet zeer hoor. Het is een goed man. We kwamen heelhuids thuis en inmiddels staat het ding prachtig. Met een combinatie van de nieuwe gouden versiering en de oude meuk.

Ik moest er wel het huis een beetje voor verbouwen, want zo groot is het hier niet, en er is eigenlijk maar één plek waar hij kon staan, en daar stonden al dingen. Maar het is prachtig nu, en heel sfeervol. Poes1 heeft zich er vooralsnog verre van gehouden en dat is maar goed ook. Hoewel ik nu wel weer bij de stofzuiger kan.

dinsdag 1 december 2020

Wij hebben een poes tegenwoordig

Wij hebben een poes tegenwoordig. Ze is wit, veertien jaar en heet Josefien. Zoon1 noemt haar Jacobien, waar ik geheel tegen mijn zin in, elke keer weer om moet lachen.

Ze is eigenlijk van de goede vrind van mijn Zuske, maar hij is op een wereldreis en kon haar niet meenemen. Het schijnt dat dat nogal een gedoe is, als je bijvoorbeeld van Egypte naar Costa Rica gaat. Ik weet dat soort dingen niet, want ik kom doorgaans niet veel verder dan Nunspeet.

Ze had een pleeggezin gevonden, maar daar waren katten waar ze ruzie mee maakte, dus moest ze daar weg. Nu is De Man hier in huis niet onwijs fan van katten. Dat weet ik omdat ik al een paar jaar elke paar maanden toespelingen maak op zulks een huisdier, maar hij was niet te vermurwen, hoeveel plaatjes van schattige baby poezen ik ook stuurde. Maar nu bleek dat Josefien niet bij haar pleegmoeder kon blijven en dat kwam mijn Zuske met een desolate blik vertellen, terwijl zij een paar biertjes koud legde voor De Man. Zij zou naar het asiel moeten. Op veertienjarige leeftijd. En ze is al zo mager. Ja, een bedroevend beeld.

De Man is een lieverd en had bovendien helegaar geen zin in eindeloos gezeur van mij (en Zoon2, de grootste dierenvriend hier in huis) dus ging akkoord met de adoptie van Josefien. Zoon2 en ik togen opgewekt naar de winkel voor vlees en brokjes en snoepjes en de moeder van de vrind kwam het poezenkind brengen. Verheugd kweelde ik tegen haar dat ze reuze welkom was en dat ze een fijne oude dag zou hebben hier in het bos, met als bijkomend voordeel voor iedereen, dat ze muisjes kon vangen.

Ze heeft zes dagen achter de bank gezeten.

Daarna kwam ze tevoorschijn en tot mijn grote plezier werd ze met de dag vriendelijker. Er was een kopje, er waren wat spingeluiden en soms liep ze, overdag, zelfs dwars door de kamer.

Wij lieten in de nacht de deur naar de slaapkamer open, want mocht ze eenzaam, alleen, ellendig of verdrietig zijn, dan zou ze op bed kunnen springen voor de broodnodige fysieke aanraking. Dit geheel tegen de wens in van de helft van mijn huishouden.

Na verloop van tijd ging ze daadwerkelijk eten, en hoé. Inmiddels zitten we op tweemaal daags een zalm-gerecht, van het duurste merk. Iets anders blieft ze niet. Dat weet ik, omdat dan het meurende prakje blijft staan, nadat ze er een paar keer aan gelikt heeft,en met een blik, die in het midden hangt tussen teleurgesteld en hooghartig, in de plantenpot gaat zitten, waardoor er de hele tijd overal aarde ligt.

Inmiddels krijgt zij de spijzen die haar voorkeur hebben, maar de plantenpot is kennelijk nog steeds favoriet.

Ik kreeg de verzekering dat zij een buitenpoes was. Ze houdt erg van buiten, wat goed uitkomt hier op het landgoed, en zou verder, zoals een bejaard dametje betaamt, lekker op een warm plekje liggen en blij zijn met wat aandacht en peuzelarij.

Nou. Ze houdt inderdaad van elke drie minuten van binnen naar buiten lopen en andersom. Ze houdt inderdaad van warme plekjes. Bijvoorbeeld op de laptop als je net iets aan het schrijven bent. Of zoals vorige week, toen De Man een online les gaf en ze op het toetsenbord liep en er dertig Hoge School studenten opeens een zwart scherm hadden.

Ze zou niet heel erg knuffelig zijn, maar daar zou ik wel even verandering in brengen. Ik pak haar de hele tijd op, want ik geloof erin dat dat gewoon gewenning is. Dat heb ik bij de Zonen ook gedaan vanaf dat ze baby zijn. En ik heb hártstikke knuffelkinderen. Als ik dat wil.

Van de week had ze de kattenbak heel vies gemaakt. Ik ging een beetje over mijn nek, dat doe ik nogal snel, dus daar kijkt niemand van op, maar ik had wel het ding even buiten gezet om even te luchten. Was ik vergeten.

En toen stond er iemand hier in huis met zijn sokken in de poep die opeens bij de bank op het kleed lag. Ik wil niet zeggen wie het was, maar hij was niet blij. Ik ging het opruimen. Want dat had ik beloofd. 'Ja, we krijgen een poes in huis, maar IK ZAL ALLES DOEN, ECHT, NEE ECHT! BELOOFD!!!' Tot dusver was dat goed gegaan.

Maar poep uit een hoogpolig tapijt halen..... Twee keukenpapiertjes verder hing ik brakend boven de gootsteen. En werd het werk mij uit handen genomen. Ik kon er heus niks aan doen.

De volgende dag ging ik grondig stofzuigen. Omdat ik gewoon best wel huishoudelijk ben. En ik het vermoeden had dat er vlooien in huis waren, ook dat. Ik kwam bij onze voordeur en het matje dat daar ligt, vanwege omdat vooral Zoon2 nogal eens voetbalt in een modderpoel en hij daar zijn voeten kan vegen. En ik zag iets onwijs goors. Poep. Wederom. Ik walgde, zei niks, braakte niet, en rolde het ding op en kiepte het naar buiten. Vervolgens vroeg ik Zoon1 of hij misschien zo vriendelijk wilde zijn om de vuilniszak en 'oh ja dat oude matje' even naar de container te brengen. Opgelost. Niemand hoefde dat te weten.

Bij de dierenwinkel in Het Dorp vroeg ik naar anti-vlooienspul, waar nog wat verwarring ontstond omtrent mijn doel. Wilde ik gif op mijn huisdier spuiten, of alleen in mijn huis? Nou, beiden niet perse, maar aangezien ik niet moordlustig ben, ging ik toch voor het huis-gif. Het bleek een heel ingewikkelde spuitbus te zijn, dus voordat ik het vermeende veiligheidskapje eraf had, had ik mezelf al duchtig bespoten en bijna om zeep geholpen, als ik de winkelmeneer zou geloven. Ik waste maar gewoon goed mijn handen, zoals tegenwoorig sowieso, en sprayde daarna royaal in het rond, waar ik de verdere huisgenoten maar karig van op de hoogte bracht. Geen paniek zaaien denk ik altijd maar.

De deur zette ik open, waardoor de hele middag ons huis op een vrieskast leek, en ik maar raaskalde over een koude herfst.

Maar verder gaat het Josefien goed. Ze schreeuwt luidkeels om haar ontbijt, wat nu de taak is van Zoon2, als hij hier is. Dat vond ik opvoedkundig en zelfzuchtig een goed besluit. Vanaf klokslag drie uur in de middag begint zij om haar diner te schetteren, wat ze, naar gelang mijn humeur, ongeveer om vier uur krijgt en de rest van de dag ligt zij in de plant, op de vensterbank of draalt zij rond haar etensbak, hopend op een late dis.

Het geeft zoveel plezier he, een huisdier. Van de week was ze drie uur niet in huis. Ik maakte me grote zorgen. En daarna kwam ze gewoon aangewandeld en riep om eten. Wat dat betreft is het gewoon Zoon1, maar dan wat kleiner en met heel scherpe nageltjes.