vrijdag 15 april 2022

Hoe gaat het? Goooooooeed! In De Polder.

'Hoe iiiiis het? Hoe bevaaaalt het? Hoe gaaaat het daar? ' Vliegt mij om de oren deze weken. Sinds we in De Polder wonen.
De antwoorden daarop, mijnerzijds, zijn tot dusver ongeveer hetzelfde, de afgelopen zes weken. 'Het is leuk, het huis is fijn, ik weet een beetje de weg, nee ik ken de buren nog niet echt, ja ik mis mijn vriendinnen, ja ik mis mijn werk, ja ik mis heel erg de kinderen, nee ik mis niet eens echt mijn oude lieve boshuisje, geen idee wat mijn nieuwe postcode is en ja, we zijn redelijk uitgepakt en ingeburgerd.'

We zitten hier dus nu. De verhuizing was er een uit de boekjes. Niet de meeste boekjes hoor, en ik kan het weten, maar eentje zoals in de boekjes staat van normale mensen die met een verhuiswagen van het ene dorp naar de andere stad gaan en dan zonder al teveel gedoe gewoon overgaan. Een bijzonder soepele verhuizing was het. Met sterke mannen en helemaal geen schade en alles binnen 1 dag. Natuurlijk schonk ik koffie voor de mannen, serveerde broodjes kroket en deed in overmoedige en misschien overvriendelijke bui uitspraken als: neeeee, er hoeft bijna niks naar de zolder qua kasten of zo... Terwijl natuurlijk bleek dat er best wel wat veel zware dingen twee trappen op moesten, toen we eenmaal ter plekke waren. Maar daar deed niemand zichtbaar moeilijk over. Heel professioneel allemaal. (Terwijl ik in hoekje van de tuin staande, De Man die kwestie liet oplossen.)

Ergens in de middag stond eigenlijk alles waar het moest staan, qua grote dingen. Daarna begon het Grote Uitpakken. Wat aanzienlijk sneller ging dan gedacht, en toen de volgende dag Zoon1 op de stoep stond, Zoon2 had al een nachtje in zijn nieuwe kamer doorgebracht, kwam het kind in een bijkans gespreid bedje terecht, tot ieders verbazing en anders wel de mijne.

Inmiddels zijn we een paar weken verder en is er bijna sprake van een geregeld bestaan in onze Zonnige Tussenwoning.
Sinds ik de eerste keer 48 minuten deed over het fietsafstandje van 5 minuten naar de buurtsuper, fiets ik er dagelijks heen, wel steeds via een andere route, maar volgens de Man is dat alleen maar goed voor mijn niet bestaande richtingsgevoel. Dat daar om de haverklap mijn lievelingswijn in de aanbieding is, vanaf de eerste dag al, wat ik als een teken van boven zag natuurlijk (als ex-Non-Huis-Bewoner) is een redelijke vergoeding voor het feit dat ze daar niet aan zelf-scannen doen. Wat betekent dat ik alle flessen op de band moet kletteren, ten overstaan van iedereen, dat men voor, achter- en zijwaarts van mij ziet wat ik ga eten vanavond en dat je ook nog eens snel je tas moet inpakken. Ik moet er nog steeds aan wennen.
Wat ook gek is, is dat ik niemand in de buurt ken en dus elke keer na een kwartier alweer thuis ben. In Het Dorp zei ik tegen mijn gezin en aanverwanten: Daaag, even naar de supermarkt! En zagen ze me de eerste veertien uur niet terug, want ik kwam de halve school, de buurt, oude bekenden, elke cassiere die ik kende en alle hondjes uit de omgeving tegen. Nu ben ik zo snel terug dat niemand eigenlijk doorhad dat ik weg was.

Qua uitpakken zijn we in het begin een heel eind gekomen, maar er staan natuurlijk her en der nog wel dozen, want na een week of twee excessief uitpakken, was ik er ongelooflijk klaar mee. Langzamerhand begin ik dingen te missen. Hela, waar is eigenlijk dat ene dingetje van die ene pan? Waar is de reserve oplader van de dinges en waar in godsnaam is mijn krultang die ik zelden gebruik maar die ik NU wil hebben en die altijd onderin de kast van de badkamer lag? En ik wil PERSE morgen tomaten uithollen met dat superhandige dingetje dat ik drie jaar geleden kocht en die ik nooit heb gebruikt! Om maar niet te spreken van het kistje dat vol zit met sleutels van alle huizen waar ik ooit heb gewoond (nooit ingeleverd, dus ik kan half Haarlem binnenkomen, zeg dat maar tegen niemand), want daar zat volgens mij ook dat grappige briefje in van iemand van vroeger en ik kan niet meer leven zonder dat ik dat briefje heb. WAAR IS DAT?
Zulks vraag ik dan op dringende toon aan de Man, terwijl hij thuis probeert te werken ook al hebben we nog geen wifi. Terwijl hij natuurlijk ook geen idee heeft.
Ja, het is leuk met mij samenleven.

In praktische zin ben ik serieus de helft van mijn toiletspullen kwijt. Wat een aantal dingen kan betekenen:
Ik ben prachtig van nature.
Hier in de polder ligt mijn lat lager.
Misschien had ik idioot veel spullen.

Ik stel voor dat we dat in het midden laten en dat ik vertel over mijn ándere kwalijke zaken: Mijn gescheurde enkelbanden, die daarna opeens een breuk in de middenvoet leken, die daarna toch gescheurd waren maar toen kwam er artrose bij. Mijn buitengewoon hinderlijke huisarts die me een paracetamol voorschreef na 6 weken malheureus gehink, die me toen een orthopeed voorschreef maar niet over de brug kwam en nu weer op vakantie is.... Ik heb besloten me per ommegaande uit te schrijven en gewoon weer aan het werk te gaan. Zodra ik weer normale schoenen aan kan. Kennelijk is dit een vanaf nu permanente staat van zijn in mijn linkervoet. Daar kan ik mee leven. En bier tappen ook.
Net toen ik tot dit verhelderende inzicht kwam, voelde ik me een beetje niet lekker zeg.
CORONA.
Godnondenju, appte ik de hele wereld en z'n moeder.
Bijna als laatste der mohicanen zeg. Ik was er bijna blij mee, eeeeeiiindelijk zeg!
Tot ik als de wederopstanding van de Dood (Pasen...toeval)? in de Zonnige Tussenwoning rondscharrelde, de ene voet nauwelijks voor de ander kreeg en kwijnend tegen de Man verkondigde dat ik wel even moest gaan liggen, om de volgende 36 uur niet meer op te staan.

Nu vind ik mijzelf niet perse heel aanstellerig (behalve als het mijn haar of een gebroken nagel aangaat), maar ik voelde me niet goed hoor hee. Twee nachten lag ik zwetend in de echtelijke sponde, mij voor te stellen hoe ik afgevoerd zou worden met zuurstoftanken, de Zonen jammerend aan mijn zijde, de Vriendinnen ballonnen voor mij oplatend en iedereen en elke toevallige voorbijganger wringend in hun handjes. Ik had namelijk best wel een pijntje in mijn rug door al het liggen en ook had ik een snotneus en koorts hoor. De Man lag Netflix kijkend naast mij, Zoon2 zat op zijn XBox en Zoon1 zat ergens op een feestje. Dus ik denk dat de ernst een beetje beperkt was naar mijn kant. Ondanks mijn gerichte gezucht en gesteun.
Evenwel, gaat het alweer. Na mijn zieltogende paar dagen lustte ik best wel weer een kommetje wijn en nadat ik precies 1 ochtend geen koffie wilde (OH NEE, NOOIT MEER GEUR EN SMAAK), is ook dat gevaar geweken.

Een hoop van mijn allerliefste beminden hebben inmiddels de tocht naar De Polder aangevangen en hebben hier ons nieuwe bestaan bewonderd en ingeluid, ik hoop dat er nog vele volgen. Want ik ontvang altijd graag iedereen, maar ik zit niet meer om de hoek. En ik heb al een aantal keer de trein genomen naar mijn geliefde Dorp, ik ga ook weer terug natuurlijk, want hier is nu eenmaal nu waar mijn huis woont. Gelukkig hebben we een logeerkamer en zijn de Zonen groot genoeg om ook met de trein te kunnen komen. Om de week voor nu, wat een aanslag is op het moederhart hoor. Ik snap opeens helemaal niks van leerplicht en toetsweken, maar dat zal wel aan de plattelandslucht liggen.

Het goede nieuws is, is dat ik een verhuisdoos vond met een schaar en een pak verf. Ik was het bijna verleerd.
Dus hoe gaat het?

Goooooooooeeeeed!

zaterdag 5 februari 2022

De stoelen, de toekomst en het bier.

'Nah, ik voel me wonderlijk goed' kwam Zoon1 vanmorgen monter naar me toe terwijl ik nog heerlijk in de echtelijke sponde lag. Het was vroeg, want het kind ging werken, ik niet, dus ik lag er nog in. Nou, dat vond ik fijn om te horen, zeker op dat tijdstip, waarop er doorgaans met deuren wordt geslagen.
'Ja, want ik heb toch best veel biertjes gedronken gisteren.' Sprak het minderjarige nageslacht.
Nou, dat vond ik reuze gezellig voor het kind, zo deelde ik hem mede. En gaf hem wat moederlijk advies over een colaatje en een lekker goed broodje. Ja, voor opvoedkundig advies kunt u gerust uw kind naar mij sturen.
Met een mengeling van trots (kind van zijn moeder, bovendien eerlijk naar zijn moeder) en twijfel (minderjarige hersenen nog in ontwikkeling, bovendien erg eerlijk naar zijn moeder) wentelde ik mij nog maar even in mijn nieuwe donzen dekbed. En bedacht mij dat ik inderdaad midden in de nacht wakker was geworden door een prikkende vinger en een flitslicht van de telefoon in mijn ogen. Het was Zoon1 die vrolijk op mijn bedrand zat, en meldde dat hij thuis was. Ik vind dat een fijne gang van zaken. Ik ben niet zo'n moeder die handenwringend in de huiskamer zit te wachten tot een Zoon veilig thuis is, maar weten dat het wel het geval is, dat kan ik zeker waarderen.

Vervolgens probeerde ik uiteindelijk maar het bed te verlaten. De Man was ook al reeds de deur uit en Zoon2 wenste wel een ontbijt. Met een hoop gedonder en misschien een beetje gevloek stapte ik de woonkamer binnen.
Dat komt namelijk zo... Ik heb een nogal suffe klapper gemaakt van de week. Uit het niks en nergens om, sloeg ik al struikelend tegen de vlakte, daarbij mijn voet zó verkeerd neerzettend, dat ik de volgende dag naar het ziekenhuis moest. Eerst dacht ik dat het nog wel meeviel, maar toen het allemaal zo erg dik en pijnlijk werd, moest ik toch maar foto's laten maken en zulks. Lang verhaal kort, gescheurde enkelbanden, krukken, een interessant schouwspel van zwellingen en kleuringen en zelfs uit bed stappen is een gedoe.
Ja, lekkere timing. Wekenlang zat ik thuis vanwege lockdowns en quarantaine, in blakende gezondheid van lijf en leden. En hét moment dat ik fijn weer achter de bar kon, voor gezelligheid en salaris en zo, zit ik met het been omhoog. En moet er verhuisd worden.

Maar dat was heus niet alles hoor.
Namelijk een dag na mijn noodlottige neergang, togen de Man en ik naar NoordHollandNoord om bij de Notaris eens even een duchtige handtekening te zetten. Ik verheugde mij al op de champagne die wij zouden drinken na dit volwassen uitstapje.
Niks van dat al hoor. Vlak voor het tekenen verbleekte de Notarismevrouw, mompelde dat ze wat moest uitzoeken en verdween voor een kwartier. Bij terugkomst bleek er een behoorlijke kink in de kabel. Ons nieuwe huis stond onder beslag. De oude eigenaar had her en der kennelijk wat rekeningen niet betaald en een boze schuldeiser had beslag gelegd.
Dat was niet het feestelijke moment waar ik een foto van wilde maken. De Man en ik keken elkaar paniekerig aan boven onze mondkapjes en na wat verdere uitleg en geruststelling (Alleskomtgoedheuswaar) van de Notaris, konden wij huiswaarts keren. Zonder huis, maar met een zwaar gemoed. Nu zijn wij geen sombere types, dus we schoten niet direct in een depressie, maar we schonken ons een kalmerend kommetje in en wisten niet zo goed wat te zeggen.

Alles is goed gekomen, dankzij goed werk van slimme mensen en twee dagen later reden we wederom die kant op, om ditmaal thuis te komen met sleutels en een contract dat vele tonnen heeft gekost. Een mens zou voor minder een gat in de lucht springen. Die eer was voor nu aan de Man besteed, omdat ik anders misschien ook wel mijn nek zou breken. Ik reken overal op tegenwoordig.

Daarna hield het feest aan, want Zoon2 moest nog trakteren op school sinds hij een maand geleden jarig was geweest. Hij had er specifieke wensen over die ik maar respecteerde, want, zo bedacht ik mij huilerig; het zou de laatste keer zijn.
Zestien jaar lang ben ik minimaal twee keer per jaar bezig geweest met traktaties. En dat waren nog maar de verjaardagen. Op het kinderdagverblijf, de peuterschool, de basisschool, de zwemles en de voetbal. En dan waren er nog het afscheid van de diverse educatieve instellingen. De verhuizingen die gepaard gingen met een kartonnen huisje met een doosje rozijntjes erin. De viering van nieuwe broertjes en zusjes en zelfs een keer dat Zoon2 er op stond om te vieren dat er weer eens een tand uit zijn bakkesje was. Ik heb me gek gevouwen, gesneden, gekleurd, gebakken en gesmeerd, krulletjes om briefjes gehangen en gezichtjes op druiven getekend. Deze laatste keer bleef het bij een vrolijk bakje, gevuld met glutenvrije -en vegan snoepjes. Dit schreef ik niet met droge ogen.
Ik ben dankbaar voor het feit dat het grootste deel van hun trakteer-bestaan, de Zonen nog met roze koeken konden aankomen waar ik een olijk snuitje op had gesmeerd met chocola.
Evenzogoed was het de laatste keer. En daar dacht ik lang over na.

Om het tranentrekken nog even door te voeren, nam ik afscheid van mijn lievelingsstoelen. Zeven jaar geleden, op het dieptepunt van mijn bestaan (jaja) kreeg ik van lieve vrienden van mijn ouders, een paar stoelen, zodat ik mijn arme billekes niet op de koude grond hoefde te vleien. (Ik schreef nog net niet, dat ik in lompen was gehuld en zwavelstokjes verkocht, dus geen postume zorgen.) Het waren twee fraaie, vintage stoelen in een groene stof. Waarschijnlijk best geld waard, maar ik wilde liever zitten dan eten in die tijd. En dun dat ik was. Jarenlang zat ik daarop aan tafel, at ik met de Zonen, met daarna terecht vervlogen semi-liefdes, keek ik Netflix, dronk ik kommetjes en lachte ik heel hard met de Vriendinnen. Ik verhuisde ze mee naar het Boshuisje en daar zat ik erop met De Man en moest vaak zo hard lachen dat ik er misschien wel eens op geplast heb zelfs. Er viel eten op en uiteindelijk waren ze niet meer zo mooi. En toen kwam Het nieuwe Huis. En was het tijd voor nieuwe stoelen. We kochten zes oude kerkstoelen en die werden van de week bezorgd. Heel erg leuke en ze zitten goed en staan mooi. Maar ik zat nog steeds op mijn groene. Gisteren draaide de Man een treurig muziekje en vond het tijd dat ik afscheid nam. Hard huilend viel ik in zijn armen, daar schrok hij wel een beetje van hoor, dat merkte ik wel. Hij schonk rap een kommetje wijn voor mij in en vermeed het onderwerp 'stoel' angstvallig.
Maar vandaag was ik sterk en volgens de norm normaal, en ik verruilde de twee. Ik ging zitten en dit stukske schrijven.

En net als alles weer een beetje volgens het conventionele ging, kreeg ik een appje van Zoon1, die een beroepskeuzetest had gedaan. Hij moet immers komend jaar examen doen en een studie gaan kiezen. Met veel capslock en uitroeptekens kreeg ik het bericht: PAARDENFLUISTERAAR!!!! Dat was uit de, serieuze, online test gekomen. (Zoon1 heeft denk ik nog nooit een paard vriendelijk aangekeken.)
Nadat ik mijzelf weer van de grond had geraapt, waar ik op was gevallen van het lachen (en dat met mijn blessure), appte ik het kind terug dat ik ook wel graag het linkje van de test zou willen. Met een goed gemoed deed ik de test, wie weet wat de toekomst voor mij in petto had immers.
SPORTINSTRUCTRICE!!! Kwam eruit.

Zoon1 en ik moesten bijkans aan de beademing. (Het behoeft geen uitleg, als iemand mij ook maar een beetje kent.)

Tot zover zijn academische toekomstplannen en mijn eventuele carriere wijziging, waar ik toch al niet op zat te wachten. Geef mij maar lekker tien bier op de tap en zeker geen sport.
Wat dat betreft lijkt Zoon1 nog meer op mij dan ik al dacht.

dinsdag 25 januari 2022

Over een week krijgen we de sleutel. En wat er verder gebeurde.

Ach, er gebeurde weer zoveel. Een tijdje geleden begon ik een stukske waarin ik wilde schrijven over het piano optreden van Zoon1, wat tranentrekkend was. Letterlijk, ik zat naast Echtgenoot1 heel onopvallend mijn uitgelekte mascara weg te smeren. Wat hij als rechtgeaard Ex natuurlijk volledig negeerde. Ik denk dat hij, samen met een heleboel anderen al blij was dat ik niet wenend het podium oprende, maar voor de zekerheid werd ik genegeerd in mijn emotie. Terecht wel.

Zoon2 had vervolgens een scala aan schattigheden, want hij was toen nog maar elf en heeft nog een zacht gezichtje. Sinds kort is hij twaalf en vooralsnog merk ik weinig verschil. Ik weet dat dat ijdele hoop is, maar ik wentel me er nog even in. Het kan immers altijd erger dan geschreeuw en gescheld tegen de Xbox.

Dat stukske is verloren gegaan wegens mijn verregaande slechte omgang met mijn laptop, maar het geeft niet. Want er kwam zoveel meer nog.

Zoon1 heeft verkering. Van het serieuze soort op die leeftijd. Ik weet het zelf nog goed, want het is immers pas 26 jaar geleden dat ik dat ook had. En ook al herken ik het een en ander, die twee zijn toch anders. Ze zitten samen op de bank als een getrouwd stel, maar dan die van het leuke soort. Het soort dat ik ook ben. Het is vooral allemaal leuk voor mij, want ik heb eindelijk eens een meisje in huis. Ik praat met haar over kapsels en oorbellen en zo. En dat doe ik met de Vriendinnen ook, maar het is anders met een zestien-jarige. Ik hang natuurlijk met verve de leuke schoonmoeder uit en dat gaat me heel natuurlijk af. Vind ik zelf.

Wat betreft de Corona, wat een onvermijdelijk onderwerp is, ontsprongen wij de afgelopen twee jaar redelijk de dans. Buiten wat afgelaste bruiloften, saaie Koningsdagen en gemiste kroegbezoeken om, waren wij gezond en kwam ik maar tien kilo aan. Wat nog meevalt, gezien het aantal Thuisbezorgd-maaltijden en kommetjes wijn. Maar toch had het ons te pakken zeg. Wat betreft positieve testen is eigenlijk alleen Zoon1 de gedupeerde. Die testte deze week positief. Maar daar ging een lange tijd van toestanden aan vooraf. Dan weer waren zijn vrienden positief, dan weer de Schone Dochter, dan weer de halve school. Zoon2 test gestaag negatief, maar zit om de haverklap thuis vanwege zijn klasgenootjes of nu dan zijn broer. Zelf merkte ik het vooral aan mijn werk, aangezien dat achter de bar is. Behoeft geen uitleg. De Verkering werkt thuis, want werkt in het onderwijs en het is een wonder dat wij elkaar nog zo leuk vinden. Precies de helft van onze relatie hebben we ongeveer 24/7 samen doorgebracht in ons huisje in het bos. Dat kan niet anders dan goed zitten dunkt mij.

De Zonen kregen ook nog een broertje, aangezien Echtgenoot1 samen met zijn Vriendin twee pubers en een peuter nog niet genoeg vonden, en dat is een waarlijk snoezige baby. Toen hij uitgebreid naar mij lachte, was ik verrukt zeg, maar Zoon2 zei, na mijn loftuiging, dat hij dat naar iedereen doet. Dus dat was weer een illusie armer, maar ik ben blij dat het een opgewekte baby is, want dat lijkt me wel onontbeerlijk in zo'n gezin. Verder bedoel ik dit niet odieus. Alleen zeg ik het wat snaaks. Dat zijn mooie woorden voor mijn gevoel van jolijt voor hen, met een klein sprankje leedvermaak, wat je alleen kunt hebben als moeder van twee grote zelfstandige Zonen die kijkt naar een jong gezin dat tobberig bezig is met tandjes, de peuter-nee-fase en nul vrije tijd. Verder niks dan liefde hoor.

Voorts kwam het lang gevreesde, maar altijd verwachte bericht, dat ons Boshuisje tegen de vlakte gaat. Toen ik hier kwam wonen, bijna vijf jaar geleden, zou het maar een kleine twee jaar duren, dit woongenot. Dat we hier nu al zo lang zitten is een vloek, maar vooral een zegen geweest. Een zegen omdat het hier geweldig is. Met de hertjes in de tuin, het uitzicht op het bos, nauwelijks buren, naast de school van Zoon2, vijf minuten van mijn werk, Vriendin1 op twintig meter afstand, een vooroorlogs lage huur, Zuske en de Ouders op fietsafstand en het is de plek. De plek waar ik oprecht weer gelukkig werd. Mezelf werd, met een baan, een inkomen, een fijne plek voor de Zonen, de plek waar ik De Verkering uitnodigde op onze eerste date en waar we samen gingen wonen. Wat ik nooit gedacht had weer te gaan doen. Iedereen die hier komt vindt het fijn. Er komen ook heel veel mensen, want het is zo heerlijk hier. En we hebben altijd een volle koelkast. En het is een vloek, want waar gaan we ooit weer zoiets vinden. Niks zal vergelijkbaar zijn met dit huisje. Het huisje zonder trappen, het huisje zonder kosten, het huisje waar je niet je voeten hoeft te vegen, want de vloerbedekking was in 2003 al afgeschreven volgens de normen van het normale. Het huisje zonder voordeur, de zijdeur staat altijd open, het huisje waar iedereen gewoon binnenloopt. Het huisje in het bos.

Nou, dan moet je net De Verkering hebben. Die komt namelijk uit Noord-Holland Noord, en is daarbij de rationele persoon in onze relatie, en kocht voor ons een huis. Want waar ik altijd gewoon graag doe of er niks aan de hand is, en het lot zo'n beetje mijn leven laat bepalen, (met wisselend resultaat) zag hij zijn geest al dwalen en bedacht dat er waarschijnlijk niét een elfje zou komen aanvliegen die ons een nieuw boshuisje zou aanbieden voor weinig. (Ik bladerde in mijn sprookjesboek en achtte die kans nog best aanwezig).

En dus gaan we verhuizen. Wonen in De Stad alhier, is onmogelijk, want veel te duur, zelfs in de wijken waar ik nooit zou willen wonen. Het Dorp is al helemaal niet te doen, Het Naburige Dorp ook niet, want alles hier is gewoon groot, duur, en anders groter en duurder. Dus we gaan naar Het Noorden. Schagen. De Verkering heeft dit plan al ongeveer een jaar in mijn oren gefluisterd. Zachtjes laten inweken, ingemasseerd en opgebouwd. Tot ik niet anders kon dan toegeven dat het het enige juiste plan was. Het is waar hij vandaan komt. Er zijn huizen te vinden voor prijzen waar we hier ongeveer een schuurtje kunnen pachten voor een jaar.

En we zijn gaan kijken. Naar de stad er dichtbij, naar de dorpen eromheen. Ik vond overal wat van, maar ik wende ook aan het idee. We bekeken een hoop huizen, deden een heel aantal biedingen, maar werden voortdurend overboden, met bedragen waar we rustig een klein stalletje in Bloemendaal van hadden kunnen kopen.

En toen was er toch eentje. Een huis waarvan ik oprecht dacht, dat het goed voelde. Ik zag al mijn krukjes en kastjes daar wel staan en het is een zoete straat in een nette buurt, vlakbij een station, vlakbij het centrum, en er is een Hema. De Verkering maakte de hypotheek rond, ik begon zo zoetjesaan na te denken over behangetjes en een nieuwe bank. Zoon1 is enthousiast, Zoon2 moet nog erg wennen, maar dat komt wel goed.

Over een week krijgen we de sleutel.

Ik denk dat er nog wel wat uitgesmeerde mascara zal volgen. Als het maar niet in mijn kommetje lekt.

dinsdag 29 juni 2021

Dierenvriend die ik ben.

We hadden wat dingen gaande.
Het was vooral dier-gerelateerd, als ik er zo over nadenk.

Vorige week hoorden wij een BONK tegen de ramen, maar keken daar niet echt van op, want dat gebeurt wel vaker. Ik hou er namelijk hier een weelderige plantentoestand op na. Ik ben een plantenmoeder, en ik neem het erg serieus. Het is hier een groene toestand van heb ik jou daar. En ik hou ervan, ik zorg voor ze met hart en ziel, ik verwijder oude blaadjes, ik geef water en sproei alsof het een lieve lust is. Tussendoor geef ik ook de Zonen te eten hoor, dus geen zorgen, maar die zijn minder delicaat. Omdat al mijn mooie groene planten door de ramen te zien zijn, in ons huisje in het bos, zijn de vogels hier soms in de war, kennelijk, en vliegen van de boom zó mijn weelde in. Denken ze.

Meestal is er niks aan de hand en vliegen ze, met wellicht een klein hoofdpijntje, gewoon weer verder. Maar deze keer ging de Man toevallig vlak daarna onze buitenplanten bekijken. Heel mannelijk, op zijn slippers, handen op de rug, gieter in het vizier, een rondje lopen. Ik kijk daar altijd vergenoegd naar, want ik vind het schattig.
(De buitenkant is zijn ding, de binnenkant die van mij. Het kan maar duidelijk zijn).

'Aiiiii' hoorde ik hem zeggen. Hij had daar meteen spijt van, want hij kan dingen op een heel verontrustende toon zeggen en weet dat ik dat meteen door heb, of hij nou wil of niet. En dan kom ik aanrennen. Hysterisch misschien.
Er bleek een baby-specht tussen onze bloemen te liggen. Nog ademend, maar duidelijk niet in zijn beste doen.

'Ach Dennis' zei ik. Want ik geef dieren altijd direct een naam.
Hij werd binnengebracht en ik legde het kindeke in een doos van Nike, aangezien Zoon2 net nieuwe schoenen had gekregen. Dennis was aan het ademen maar het was een beklagenswaardige aanblik, dus ik aaide hem over zijn hoofdje en negeerde alles wat ik vroeger geleerd heb. Raak Nooit Een Zieke Vogel Aan.
Ten eerste was Dennis niet ziek, zover ik wist, en daarbij sprak mijn moederhart tot mij. Aai altijd een pips aandoend kindje. Knappen ze van op. Of je nou vogelgriep krijgt of niet.

Dennis was niet echt gewond, zover ik kon zien, maar hij was ook niet bepaald blijgeestig, en aangezien ik van sommige dingen best verstand heb, maar niet van spechten in malaise, belde ik het vogelhospitaal en aan de hand daarvan, de dierenambulance.

Een uur of vier later kwamen ze. In de tussentijd nam ik een kalmerend kommetje wijn, aaide ik veelvuldig over het pluizige hoofdje van Dennis in de doos en gaf hem water met een rietje. Heel zorgzaam vond ik zelf.
Dennis gaf niet perse blijk van dankbaarheid, hij rommelde wel steeds rond in zijn doos en schrok na een aantal keer helemaal niet meer zo erg als ik er met mijn bakkes boven kwam hangen.
De ambulance mensen waren lief en aardig en beloofden goed voor het spechtenkind te zorgen.
Dat ik de volgende dag wilde bellen om te vragen hoe het met Dennis ging. Was ik de volgende dag vergeten.

Verder in de week waren er de gewone zaken. Zoon1 zat midden in zijn toetsweek, wat gepaard ging met wat geschreeuw her en der, gescheld op de Griekse taal en op het leven in het algemeen en zijn moeder in het bijzonder, de Man zit in de afrondende fase van het schooljaar en Zoon2 vond een egel op de straat voor zijn schooltje.

'MAMMA!! We hebben een egel gevonden!!' Kwam het kind binnen, met zeven vrienden in zijn kielzog.

De Man wilde net boodschappen gaan doen, maar ik had natuurlijk meteen andere plannen. Hop, naar de Egel. Evert had duidelijk hulp nodig. Ik hou erg van dieren, dus ik rende ons Landgoed af, stapte op een stuk of zeven slakken onderweg en kwam buiten adem bij Evert aan. Ik ren normaal niet namelijk. Nu weet ik niet veel van egels, maar wel dat ze niet bij daglicht enorm rondom mensen gaan lopen en dat ze sowieso niet een grote bult in hun nekje moeten hebben, wat Evert wel had, zo bleek toen we bij hem kwamen. Alle vriendjes van Zoon2 stonden erom heen, en ik kweelde dat ik hem wel ging redden. Er werd een doos gehaald, er werd gras geplukt en ik toog met doos en Evert naar ons huis, met alle kinderen achter me aan. Eenmaal thuis haalden we kattenvoer bij de buren, want daar houden egeltjes van en ik was getuige van een zwerm kinderen die met hun telefoon filmpjes en foto's maakten van Evert,die rondscharrelde, het kattenvoer at, dat weer uitbraakte en daar vervolgens in ging liggen.
Van 'Oooohh wat schattig!!' ging het naar 'Gaaaaaadver wat gooooor' en ik belde maar weer eens de dierenambulance.

De mevrouw aan de lijn kende mij nog. Van Dennis.
En ze vond mij een heel lief iemand, die zich zo bekommert om allerhande levende wezens.

Ondertussen gooide ik wat ijsjes naar alle kinderen, mepte zes muggen dood en appte de Man die intussen bij de supermarkt was, dat ik wel zin had in een lekker biefstukje. Of een stukje Zalm, net wat in de aanbieding was.

Evert werd opgehaald en werd liefdevol meegenomen. De doos met daarin de egelkots zette ik buiten neer, waar de buurkat meteen in ging liggen. Hopelijk is er niet zoiets als een besmettelijke Egel-Covid.

Kortom, het was allemaal weer fraai. In het weekend was er een familiefeestje, dat is mijn lievelings. Er is altijd wijn en lekker eten, ontzettend leuke mensen en ik hoorde dat Zoon1 gespot was met een krat bier achterop zijn fiets.
Ik prikte bij mijn nichtje een gaatje in haar oor, gewoon met een naald. Ik regende nat tot op mijn ondergoed en ik bestelde een broek in een maat, die ik dacht nooit te hebben. Een kommetje wijn is wel het minste in deze tijden. En ik ga nu vragen of de Man die afschuwelijke spin in de badkamer wil vermoorden.

woensdag 16 juni 2021

Een sukkel ben ik. En het groeit maar door.

Het is een tijd geleden. En er gebeurde nogal weinig in veel tijd, misschien ook juist wel veel in korte tijd, het is maar net hoe je het bekijkt. Mensen, het lijkt wel poëzie. Of toch niet.

De week begon met Zoon1. Die, inmiddels anderhalve kop groter dan ik, zijn hoofd stootte en, terwijl hij afgrijselijke taal rondschreeuwde, ook liet weten dat zijn leven geen zin meer had. Alles en iedereen zal uiteindelijk tóch sterven en hij kon netzogoed meteen gaan, wat hem betreft. Ik, wel wat gewend inmiddels, smeerde het kind een lekker bammetje en waagde het niet te vragen wat er precies aan de hand was. En bood al helemáál geen kusje aan, op het beschadigde hoofd. Ik weet wel beter natuurlijk ondertussen. Ach, de tijd dat een gewonde Zoon om zijn mamma riep, getroost werd met een kusje en een beetje smiksmak op de gehavende plek of ziel... Dat deed niet alleen het kind goed, maar vooral ook zijn moeder. Alles wat een moeder wil, is dat het goed gaat met het gebroed. Hoe vervelend en stinkend en brutaal ze ook zijn. En ook als ze lief en zacht en wat meer gezeglijk zijn.

Toen daarna Zoon1 naar school ging en ik tegen beter weten in probeerde een kusje af te troggelen en hem wilde uitzwaaien terwijl hij met volle tas, diverse hippe mondkapjes en zonder lunch vertrok, ik in de einder keek naar mijn mooie tuin, bloeiende hortensia's en broedende koolmeesjes, viel mij een gescheld ten deel, wat denk ik gehoord is door het aangrenzende dorp. De ketting was weer eens van de fiets van het jong af. In alle tumult (mijn koffie zat tegen de ramen van schrik), moest ik op zoek naar de sleutel van onze reserve fiets. Die bleek in de winterjas te zitten van de Zoon, die in het huis van Echtgenoot1 lag. De Man werd wakker gemaakt, om de sleutel van zijn fiets te vinden, die ligt in het kastje waarvan ik het laatje niet kan openen vanwege groots ongeduldige genen, Zoon1 was een toeval nabij, Zoon2 riep luidkeels vanuit zijn kamer of hij ontbijt mocht en de buren liepen in totale verbijstering voorbij. Toen was het kwart voor acht. In de ochtend.

Heel soms mag ik Zoon1 wel nog kussen. Dat is meestal als hij het even niet in de gaten heeft en ik mijn kans schoon zie. Dan voel ik ineens prikkerige wangen en een netelige mond. Geschoren.

Was het nog gisteren dat ik handmatig zijn eerste melktandje uit de kleine bakkes trok, staan er nu diverse haarproducten in de badkamer, koop ik zijn kleding op de mannenafdeling in plaats van bij het kinderrekje en onderhandelen we in het weekend niet over een half uurtje later naar bed, maar komt hij thuis wanneer ik er al lang in lig.

Zoon2 laat het groot worden er ook niet bij zitten. Hele dagen is het kind weg en heb ik geen idee waar hij is. En mensen die het niet nodig vinden dat een kind van elf een telefoon heeft... Die hebben niet het soort kind dat ik heb. Godzijgedanke stuurt hij af en toe een appje naar mij, zodat ik weet dat hij leeft, en hij weet wat we eten. Zodat hij daar zijn verdere plannen op kan afstemmen. Hij komt thuis om wat eten te halen, een zwembroek of zijn pinpas, slingert net als zijn grote broer wat schoenen en tassen in de rondte en informeert naar het diner. Heel vaak komt er een sloot vrinden mee naar huis, die hun fietsen neergooien en precies weten waar hier in huis de glazen staan en de snoepjes en de ijsjes liggen. Zolang zij mij begroeten en (ongevraagd) hun schoentjes uit doen bij de deur, klaag ik nergens over.

Laatst ging ik Zoon2 weer eens meten, ouderwets met een streepje op de muur. Het streepje van een jaar geleden was ver te zoeken.

Het gebeurt letterlijk onder je handen. De Zonen worden langer, en ik ben tien kilo aangekomen. De stijgende lijn is zorgwekkend, als je het mij vraagt. Het mondkapje heeft mij niet tegen gehouden om lekker te eten en kommetjes wijn te drinken. Het heeft de jongens niet tegengehouden om te groeien. En het houdt mij niet tegen om voor altijd de sukkel te zijn die ik nooit heb geweten te zijn. Of zoals De Man zegt: Aaahhh, je bent lief naief. Ik blijk gewoon een sukkel.

Zoon2 komt mij, compleet uit het niks, een dikke knuffel geven en zegt: Ik hou van jou mamma. Ik bezwijk van liefde en verklaar mijn oneindige toewijding aan mijn nageslacht. Kind blijkt voetbal te willen kijken.

Ik ga akkoord. Man rolt met ogen. Kind wil er ook graag chips bij.

Zoon1 meldt dat hij niet mee gaat met de familie vakantie, omdat hij met zijn vrienden een weekje weg wil. Ik vind dat eeeeenig en haal herinneringen op van mijn eerste vriendinnenvakantie. Kind gaat, door mijn goede zoek-actie, naar jongerencamping op Terschelling.

Ik krijg paniek aanval. Man lacht hard. Ik zoek Netflix serie over alcohol en soa's om subtiel aan Zoon1 te laten zien.

En ondertussen gaan de dingen door. Vriendin2 leeft opeens veganistisch, maar ik gaf haar een heerlijke cappuccino met gewone melk, want ik heb nou eenmaal geen havermelk in huis. Het moet nog gekker worden zeg.

Morgen gaan Zuske, Vriendin2 en ik weer voor het eerst echt uit, met bier en alles, en de wereld is weer goed.

Vrijdag krijgt Zoon2 zijn rapport met zijn Voorlopig Advies erbij. Wat een heel ding is. En het kan mij werkelijk niks schelen. Of hij nou Loodgieter of Astronaut wordt of iets er tussenin. Zolang hij mij maar af en toe zijn wangetje laat kussen... en gelukkig is. En daarbij, mijn kraan lekt én ik heb altijd al een keer naar de Maan gewild.

Zoon1 begint met zijn toetsweek en is gespannen over Wiskunde en Latijn en dingen waar ik sowieso niks van snap. Maar ik snap wel lekkere broodjes en koffie en sapjes en af en toe een kusje op de wang, als hij even niet oplet.

Want daar gaat het uiteindelijk om. Een kusje, als al het andere tegenzit. En een kommetje wijn natuurlijk.

woensdag 13 januari 2021

Van toen alles dubbel ging

Dit jaar begon redelijk rustig hier eigenlijk. We hadden karige kerst- en oud en nieuw plannen, maar uiteindelijk was alles reuze gezellig, met natuurlijk een minimaal gezelschap, maar toch veel gezelliger dan het oorspronkelijk leek te gaan worden. En zo gingen wij heel relaxed het nieuwe jaar in. Met niet eens een heel erge kater, dus wat dat betreft begon alles goed. Tot wij bedachten dat het misschien eens tijd was om eens de afwas te gaan doen. Als de Zonen hier zijn houd ik er altijd wel een redelijk huishouden op na, met op gezette tijden de was en de stofzuiger en de afwas in de machine en zulks.. Maar als ze er niet zijn, zoals in de week na oud en nieuw... Dan gaat dat meer op de manier die ik handhaafde toen ik een jaar of twintig jonger was. Niet. Of tot het de spuigaten uitloopt. En omdat wij een bijkeuken hebben, en ik wél houd van een netjes huis... stapelde ik gewoon een paar dagen lang alles op in dat extra kamertje en zag ik het gewoon niet.

Toen ik uiteindelijk de afwasmachine aanzette en na een tijdje eens ging kijken of er al schone wijnglazen waren, overzag ik van alles, maar geen schone afwas. Ik deed de boel nog een keertje aan. En dat herhaalde zich nog twee keer, tot ik er zat van was en de man riep. Hij keek, zag en overwon helaas niet, en na duchtige inspectie en wat goed gemompelde technische termen, kwamen wij tot de conclusie dat het ding het begeven had. Niet zo gek, voor een machine die ik een jaar of vijf geleden tweedehands van iemand kreeg in mijn andere huisje,toen het ding op dat moment al jaren oud was. Hij heeft z'n werk goed gedaan. Wel jammer dat hij het begaf met afwas van vier dagen opgestapeld erbovenop.

'Jongens! Hierkomen! We hebben een situatie gaande en we gaan dat gezellig oplossen!!' Riep ik olijk tegen de Man en Zonen, en deelde theedoeken uit.

'Wat gezellig.' Zei de lieve Zoon2.
'JEZUS wat belachelijk!' Schreeuwde Zoon1
'He getver, het lijkt wel kamperen!' Mopperde de Man.
En ik keek vergenoegd in het rond, deelde steeds droge theedoeken uit en ruimde mijn handgewassen servies in de kastjes.

Een half uur en maar liefst negen theedoeken later, was niemand meer in een goed humeur, was wel de afwas gedaan, waren er ongeveer twee hersenpannen ingeslagen en was er één nieuwe afwasmachine besteld.

De volgende morgen werd ik wakker, gaf de poes eten en zette de koffiemachine aan.
Die een raar geluid maakte, in een plas water stond en een half kopje koffie maakte.
Dat van die plas water had ik al eens eerder opgemerkt, misschien zelfs wel al een paar weken, maar dat was steeds best snel opgelost met wat keukenpapier en het had tot nu toe niet in de weg gestaan van mijn zeer geliefde koffie in de ochtend, het liefst voordat de rest van het gezin wakker wordt, of opstaat.
Nu had ik er direct last van, want gare lauwe koffie en dat halve kopje bovendien.

NONDENJU! Dacht ik, en zat direct op de Nespresso site, want ik besloot dit niet af te wachten, tot ik de Zonen zelf bonen moest laten plukken of iets dergelijks, met alle gevolgen van dien.

En zo waren er in twee dagen, twee essentiële dingen stuk.

'Haha' zei mijn moeder. 'De meeste dingen gebeuren in drieën.' Heel opbeurend.

De volgende dag zaten we in de kou. Letterlijk, het was dertien graden binnen.
'Wat is het hier raar koud.' Zei mijn Zuske.
'Jaja' dacht ik. 'Jij met je vaatwasser en je koffiemachine in je huis', niet zo zeuren.

In de middag was het echter nog steeds dertien graden en moesten wij de treurige conclusie trekken dat de verwarming stuk was. Dit nadat wij eerst het protocol volgden van ontluchten, bijvullen en anderszins technische zaken alvorens je een huisbaas kunt bellen.

Een hoop gedoe volgde, met verwarmingsmeneren over de vloer, en buren die kacheltjes brachten en heel veel vesten en truien. Het bleek opeens een hele toestand om de wasmachine of de waterkoker aan te zetten, met al die kacheltjes in huis, want de stoppen sloegen steeds door. En we kregen misschien wel een nieuwe ketel, maar ja, het was vrijdagmiddag, dus even wachten hoor, tot maandag. Wij laten ons niet zomaar uit het veld slaan natuurlijk, dus ik stak veel kaarsjes aan, legde een extra dekentje op bed en wij droegen gezellig warme sokken.

Toen kon de Man zich bijkans niet meer bewegen. Een zere rug. Een heel zere rug, wat eigenlijk ook al een hele tijd aan de gang was, maar zoals dat gaat, negeer je soms wat dingen, omdat er andere dingen aan de hand zijn. Zoals werk, en Zonen en de kotsende poes en de Corona en dinges.

Maar het viel niet meer te ontkennen en wij besloten een heel volwassen beslissing te nemen en dan eindelijk maar eens een nieuw matras uit te zoeken, vanwege verregaande rugpijn van de Man en trouwens ook van mij, zei ik scheeflopend.

Een grondig marktonderzoek volgde, wij deden online testen en lazen referenties en de Man kocht ons een nieuw, duur, maar fraai nieuw matras. Helemaal ingevuld met alle maten en ons gewicht en nog meer wiskundigheid.

Ondertussen werd de nieuwe vaatwasser bezorgd en geïnstalleerd en met een blij gemoed vulde ik het splinternieuwe ding met onze vuilige vaat.
Drie kwartier later stond de bijkeuken blank en was nog net niet de slaapkamer van Zoon2 ondergelopen. Stuk.

Er volgde een telefoongesprek met de verkoper, die het allemaal héél vervelend vond en hij zou de volgende dag eens komen kijken.

De volgende dag, terwijl wij de ijspegels uit onze ogen wreven, werd de nieuwe koffie machine bezorgd. Een fijn lichtpunt in deze koude dagen.
Niet lang daarna werd de nieuwe vaatwasser weer weggehaald en stapelde zich wederom de afwas op, waar de Zonen met lede ogen naar keken en de theedoeken van de waslijn plukten. Ze konden niet in de droger, want dan zouden de stoppen weer doorslaan.

De dag dáárna werd de nieuwe vaatwasser bezorgd en ik begon weer een beetje hoop te krijgen voor de toekomst, terwijl ik ondertussen een afspraak maakte met de dierenarts, omdat Poes toch wel heel ziekjes leek.

Gisteren werd ons nieuwe matras bezorgd én de nieuwe ketel werd geïnstalleerd. Een mooie dag!

Wij pakten het matras uit, terwijl de mannen bezig waren en met emmertjes en slangen in de weer waren. Ik gaf ze groene limonade, want dat helpt altijd wel, en ondertussen sleepten we het oude matras van het bed en maakten een complete chaos van de slaapkamer. Maar, met een goed doel. Hopsa, werd het nieuwe matras op bed gelegd.
Ik zag het eigenlijk meteen.
De Man zag het ook.

Verkeerde maat.

Ik keek er niet eens van op zeg. De Man ging koortsachtig in de weer met een meetlint, en ik twijfelde tussen een inzinking of onbeheerst lachen. Ik koos voor het tweede.
En ondertussen werd het bloedheet in huis, want opeens deed alles het weer en ik had in de tijden van kou, alle radiatoren wijd open gezet.

Een van ons moest weer aan het echte werk, dus ik zette mij achter de laptop en begon een zoektocht naar een nieuw bed. Want dat had ik meteen bedacht. Echt niet dat we het nieuwe, reeds uitgepakte, matras gingen terug sturen. Dan maar een ander bed, in de maat van het matras, in plaats van andersom. Ik appte Vriendin2 erover, die er hard om moest lachen. Ik appte Zuske, die er hard om moest lachen en ik stuurde her en der wat mailtjes naar Marktplaatsverkopers. Bijna kocht ik voor veel te veel geld een bed en lattenbodems van een online winkel, gewoon omdat ik er helemaal klaar mee was, totdat ik zag dat de bezorgdatum pas 23 januari was. Net op tijd redde ik ons van een totaal faillisement en had uiteindelijk een geanimeerd gesprek met een meneer die voor een luttel bedrag zijn bijna nieuwe bed én lattenbodems aan mij wilde verkopen en hij wilde het nog brengen ook, naar Het Dorp.

En zo stonden wij gisterenavond een bed in elkaar te zetten, ons oude bed naar de kamer van Zoon1 te slepen, zijn oude bed uit elkaar te halen en lagen wij uitgeput op ons nieuwe matras. Vanmorgen werd ik om zes uur wakker. Zonder rugpijn.

Maar met een zwaar gemoed.
Want tussen alles door was Poes zo ziek geworden dat ik met de dierendokter had overlegd, dat ik haar vandaag zou laten inslapen.

Naast alles, ging dus ook Poes stuk. En ook al had ik haar pas drie maanden, in tegenstelling tot al het andere, wat ik al jaren in mijn slordige bezit had, was ik daar het meest van onder de indruk.

Inmiddels is alles weer hersteld en in orde, behalve Poes. Gezien de dingen die de laatste weken gebeurd zijn, is haar misschien een erger lot bespaard gebleven, zo probeerde ik nog een beetje lollig te doen tegen Zoon2. Maar er viel niet om te lachen.
En ik faalde in het stoer zijn.

Alles komt in drieën, bij ons kwam het in zessen.
Dan neem ik nu een dubbel aantal kommetjes wijn.

vrijdag 18 december 2020

Voorlezen van asielkatten en een klimbos

Het was een sombere maandag, van de week, weersgewijs, en ik zat zo'n beetje mijn bestaan te overdenken. Daar heb ik veel tijd voor tegenwoordig, vanwege mijn werkeloze bestaan. Het bevalt me vooralsnog helemaal niet slecht trouwens. Daar vinden ongetwijfeld mensen wat van, maar ik ervaar het niet-werken tot nu toe elke dag als een vrije dag. Zo eentje waar je je op verheugd als je steeds heel veel hebt gewerkt. Ik las laatst: De avond voor een vrije dag, is nog fijner dan de dag zelf. En dat klopt.

Evenzogoed dacht ik dat het misschien aardig was om wat núttigs te gaan doen met al mijn tijd. Op een gegeven moment zijn de bedden wel verschoond en de vaatwasser is uitgeruimd en het aanrecht schoon en begint de Man zich te ergeren aan het feit dat ik alles opruim. Ook de dingen die hij net even op tafel legde om een minuut later weer te gebruiken. Oh, dat lag alweer in de kast. WAAR HET HOORT. Ja, ik ben een nette huisgenoot.

(Behalve wanneer het gaat om mijn nagellak bijvoorbeeld. Die liggen in alle kleuren denkbaar, overal door het huis.)

Ik appte met mijn Zuske en deelde mee dat ik dacht aan vrijwilligerswerk. Wat dachten wij ervan als ik eens fijn bij de Voedselbank ging werken, bijvoorbeeld? Ik zag me al helemaal zeg. Gul zou ik alles uitdelen, vriendelijk zou ik lachen, een schouder zou ik aabieden, bij ongetwijfeld veel leed, en ik dacht aan alle lieve kindjes die ik zou ontmoeten, die ik dan bij wijze van verrassing een bellenblaas of zo zou geven. Wie houdt er niet van bellenblaas?

Na wat onderzoek bleek dat alle voedselbanken in mijn omgeving, omkomen in de vrijwilligers. Er zijn kennelijk heel veel mensen die veel eerder dan ik, het goede in zichzelf wilden beproeven. Ik ben altijd al een laatbloeier geweest. Maar wat nu?

Zuske was, in tegenstelling tot mijzelve, hard aan het werk, maar vond toch tijd om mij wat websites te sturen die op zoek waren naar mensen voor een grote diversiteit aan weldoenigheid. Zo kon ik kaarten gaan sturen naar eenzame mensen, al dan niet asielzoekers of mensen boven de tachtig jaar. Een eenvoudige taak, leek het mij en Zuske. Ik zag mij zélfs al zelf kaarten maken, met uitgeknipte mandjes bloemen, en egeltjes in een bakje met wol, en glitter natuurlijk. Een bijkans andere persoonlijkheid leek ik bijna, zo erg leefde ik me in zeg. Het bleek een kwestie van een mailtje te zijn, om adressen te verkrijgen van landgenoten die zouden opfleuren van een ansicht van een wildvreemde. Gretig stuurde ik mijn contactgegevens aan een voor mij eveneens wildvreemde meneer Hans, waar sommige mensen dan ook weer wat van zouden kunnen vinden, maar ik was geheel in de ban van de compassie mijnerzijds, dus ik wuifde alles weg wat ergens in mijn achterhoofd aan de alarmbel rinkelde. Ik was blij dat Zoon1 hier niet bij was. De kritische secretaris van mijn levenswandel.

Eenmaal op zo'n site is er moeilijk mee stoppen. Er bleek een oude dame te zijn, die graag wat aanspraak had, iemand die met haar een kopje koffie ging drinken en soms eens nieuwe schoenen kopen. In de app conversatie die daarna volgde, hadden Zuske en ik haar reeds in drie grappen bestempeld tot een lieve suikertante die niet alleen voor zichzelf nieuwe schoenen kocht. Ook had ze een lief babyhondje die ik in huis zou moeten nemen, mocht zij tragisch komen te overlijden, én stond ik in haar testament, omdat ik haar laatste maanden zo mooi had laten zijn. Geen familie had zij. Stond in de advertentie. HEEL hard lachten wij om onze grappen. Zo hard, dat ik misschien een beetje de online les van de Man verstoorde, die aan onze tafel probeerde om wat studenten deugdelijk Engels bij te brengen. Vervolgens bedachten Zuske en ik dat ik de Man toch wel te vriend moest houden, om voor de hand liggende redenen, (ik hou erg van hem) maar ook omdat hij, als het zou regenen, mij naar de oude dame zou moeten brengen. Het geeft immers geen pas om met natte haren haar vintage bontjas aan te nemen. Bovendien zou hij het babyhondje moeten uitlaten 's avonds, als het ook alweer regende.

Kortom, ik was er maar druk mee. Er was ook een advertentie van een jonge vrouw van 31, waar ik oprecht een beetje verdrietig van werd. Ze zocht vriendinnen, of in elk geval iemand om af en toe eens mee te wandelen, en als het écht klikte, mee naar een klimbos te gaan. Een klimbos? Als ik toch érgens verdrietig van word... dan is het dat wel. Ik zie me al gaan zeg. Het is beter voor iedereen dat zij en ik geen vriendinnen worden. Desalniettemin hoop ik dat ze iemand vindt. Oprecht.

Er was ook een bericht, op een vergelijkbare site, die zoeken mensen om asielkatten voor te lezen. Nou ben ik op zich enorm fan van katten, van asielkatten al helemaal, zo heerlijk zielig en alles, maar voorlezen? Ik zag mezelf al met een boek van Dikkie Dik op de vloer zitten, met een kring van plukkerige ongelukkige poeskes om me heen, die met tranende oogjes luisteren naar 's lands dikste dommige rode poes' verhalen.

In de app-gesprekken die daarna volgden, moesten Zuske en ik ZO HARD lachen, dat ik niet alleen de geloofwaardigheid van de Man als Docent Aan De Hogeschool bijkans eigenhandig om zeep hielp, maar ook bijdroeg aan een geluidswal tussen De Stad waar Zuske woont en Het Dorp waar ik woon. Ik weet bijna zeker dat er een petitie van deur tot deur is gegaan om iets dergelijks te realiseren.

Vooralsnog ben ik in afwachting van mail. Met adressen van eenzame bejaarden, treurende alleenstaanden of mensen uit den vreemde die het leuk vinden om met mij te wandelen en stroopwafels te kopen of zo. Ik ben serieus reuze benieuwd. Tot die tijd zou ik het heel prima vinden om toch iets voor die voedselbank te doen, ik vind dat een pracht van een goed doel. Nu woon ik toevallig in de rijkste gemeente van Nederland (in een van de vier kleinste huisjes van die hele gemeente), dus hier is doorgaans niet heel veel armoede te bekennen, maar misschien vind ik er nog wat op. Tot die tijd lees ik onze adoptiepoes dan maar voor. Ze braakt bijna elke nacht over ons meubilair, misschien houdt ze niet van Dikkie Dik.