zaterdag 29 april 2017

Van de veertig, de levensles en de poffertjes


Voor de Zonen was het feest deze week. Woensdag gingen we naar de kermis. Dat wisten ze al een week van te voren. In het kader van voorpret is dat leuk, als je een van de Zonen was tenminste, afgelopen week.
Het Zuske ging mee. Dat is traditie en bovendien een vereiste. Aangezien zij tenminste in dingen durft. Attracties en dergelijke. Zoon2 en ik zijn van de minder dappere tak van onze familie, maar Zoon1 en zijn tante gaan bij voorkeur tot brakens aan toe in apparaten die hen de lucht in slingeren en de magen omkeren en die maken dat ik zelfs vanaf de zijlijn het niet helemaal aan kan zien zonder misselijk te worden.
Maar toch is het leuk, ook voor mij. Het heeft iets nostalgisch, de kermis. Ook al omdat er weinig veranderd is sinds ik kind was en het toen echt leuk vond. Er is misschien een nieuw soort achtbaan bij en de knuffels die je kunt winnen zijn niet slechts roze beren, er zijn er nu veel meer. En groter, bovendien. De hoeveelheid vreselijke mensen is onveranderd en het geschreeuw en gejoel is net als in 1995. Ook heb ik in mijn hoofd dat ik vroeger met het tientje dat ik van mijn oma kreeg, de ganse middag zoet was, en nu was ik, en mijn Zuske bovendien, binnen een uur of drie ongeveer het zevenvoudige kwijt. Niet dat dat erg is hoor. Alles he, voor de bloedjes. En daarbij houd ik gewoon ook heus veel van boterhammen met kaas als diner.

Oh en misschien heb ik een deel daarvan ook wel enorm in van die grijpmachines gegooid. Ik ben namelijk echt DOL op de grijpmachines. De Zonen weten dat en stonden dan ook bepaald aanmoedigend te schreeuwen, toen ik steeds maar weer een euro erin gooide en net niet de Pokémon wist te pakken.
'Nondenju' brulde ik heel subtiel, terwijl de jongens vergenoegd toekeken hoe hun moedertje haar geld vergokte.
Maar toen ze beiden dan toch uiteindelijk met de armen vol knuffels en voetballen, omgekeerde magen, verstuikte enkels en een verschrikt hart van het spookhuis weer op de fiets terug zaten, was het het waard geweest.

Voorts was er Koningsdag! Hoezee! Nadat we geslapen hadden tot het moment dat er niks meer ook maar leek op 'lekker vroeg de vrijmarkt op', ik ze onder lichte dwang een vlag op de wangen had getekend en we Wilhelmus-zingend op de fiets zaten, begon onze feestdag.
Normaal vier ik deze heugelijke dag door het drinken van grote hoeveelheden bier, zonder het nageslacht onder mijn rokken. Maar dit jaar was die eer aan Echtgenoot1.
Evenwel was het een meer dan leuke dag. De Zonen, Zuske en ik togen naar Haarlem en daar namen wij plaats op een leuke plek in een park. Er was rommelmarkt, er waren dinges en spullen en bekenden en Zoon2 ging los. Er was een Ajax lamp. En een gare knuffel. En een paar boekjes. En ik kocht een kleertje voor twee euro. En toen de zon doorkwam en het middaguur aanbrak, namen Zuske en ik een bier of wat, want, leve de Koning, en wij gaven de Zonen een paar euro.
'Veel plezier, doe ermee wat je wilt' deden wij heel leuk.
'Proost!' Deden wij ook.

En toen was het lunchtijd.
En zat er niks anders op dan maar wat te halen bij het rijdende etablissement dat 'Biologische poffertjes' verkocht.
'Hebben ze potdikke niet iets normaals?' Was Zoon1 een kind naar mijn hart.
'Is er niet gewoon iets met kleurstoffen en suiker?' Wilde Zuske weten.
'Wat is dát nou weer??' Wilde Zoon2 weten.
'HAHAHAHAHAAAA' Was ik verrukt over mijn familie.

Wat in godesnaam biologisch aan de poffers was, ik weet het niet. Er was suiker en boter en ze leken op de dingen die je in de supermarkt koopt en in de magnetron doet. Alleen kostten ze twaalf keer zoveel. Maar de Zonen vonden het lekker.
Toen daarna Zuske en ik ook opeens best wel trek kregen, lieten we Zoon1 in de rij staan voor het patat-tentje dat patat verkocht van waarschijnlijk door gouden geitjes opgegraven aardappels uit de krochten van Peru of iets dergelijks, met een lekkere klodder Zaanse Mayonaise erop. Voor dat bedrag had ik zéker vier knuffels uit de grijpmachine kunnen halen, maar hee, wie let daar op.

Dat we verder de hele dag grappen hebben gemaakt over wel-of-niet biologisch, glutenvrij, en mensen die muntthee drinken, dat was een bonus.

Toen we na wat verdere omzwervingen thuis kwamen, waren we kapot. En ik ging tegelijk met de jongens naar bed.

De Zonen zijn inmiddels weer bij hun vader en ik heb er weer een nacht werken op zitten. Wat niet bijster bijzonder was, want heel rustig, behalve een paar heel leuke mensen aan de bar. Ach, je hebt er maar een paar nodig he, zo dacht ik heel berustend.

En zo kwam ik te denken, want tijd zat had ik immers.
Vandaag zijn mijn ouders veertig jaar getrouwd. Nah.
Ik heb de tien niet eens gehaald. Zij de veertig. Das toch mooi he.

'Gefeliciteerd! Op naar de volgende veertig!' Zo appte ik heel liefdevol in onze familie app vanmorgen.

'Zeg. Vind je het nodig?' Was mijn vader heel lieflijk.
'Nog veertig jaar?? Das de goden verzoeken' was ook mijn moeder heel romantisch.

Zo gaat dat dus he, na veertig jaar. Maar mooi dat ze tesaam nu een weekendje weg zijn. En ze gingen eten en naar de film en alles.
En ze zullen ongetwijfeld een borreltje drinken op hullie huwelijk en alle veertig jaren. Ik heb t niet van een vreemde immers.

Maar omdat ik zo aan t denken was over de liehiefde en dinges, had ik gisteren aan mijn barretje een verhelderend gesprek met MeneerJ, die mij zo tussen alle ouwe borrels door wat advies en tips gaf. (MeneerJ is een echte Amsterdammert van 77)
'Kind' zo zei hij. 'Laat ze maar moeite voor je doen'
'Als ik een lekker mokkeltje zie, dan ga ik op mijn knieeen voor haar, al moet ik door de modder.'
'Als een man een lekker wijf ziet, en dat ben jij, Blondie, dan moet ie door de regen naar je toe komen als hij je wil zien. En anders is het een lul. Onthoud dat kind.' Zo orakelde hij.

En op een of andere manier vond ik het heel ontroerend. En waar bovendien.

Dus ik ben nu bijna begin 30 38, en dat was een mooie levensles als je het mij vraagt. Veertig, acht en dertig, ik drink er maar een kommetje op. Feestelijk is het sowieso.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen