donderdag 20 juli 2023

Het is afscheid en er is vlees.

Kipnuggets met zijn vrinden. Lekker een mexicano pindasaus bij de patat en misschien ook toch maar lekker een hamlapje tijdens t diner...werd er, ogenschijnlijk achteloos, door Zoon2 eten besteld toen wij een boodschappenlijstje maakten.
Eerst keek hij nog wat schichtig om zich heen terwijl hij deze diner wensen deelde. Daarna keek hij alleen nog met een scheef oog naar mij. Tot hij zich overal overheen zette en schaamteloos pasta met spekjes naar binnen schrokte, zoals een dertienjarige in een groeispurt betaamt.

De vegetarische Zoon2 is ineens weer een carnivoor. Jarenlang at ik stukjes vis met het kind, terwijl Zoon1 en mijn geliefde zich tegoed deden aan hammetjes uit de oven en zulks. Schnitzels met erwten en kaas bakten wij, er werden twee soorten saus voor de pasta gemaakt en ik fietste dorp en stad af voor supermarkten met lékkere nep-worst voor op brood.
Allemaal geen probleem natuurlijk, want het was te prijzen dat het dier-liefhebbende kind zo barmhartig was met de viervoeters in ons bestaan. En tweevoeters natuurlijk, in het kader van de gevleugelden.
De ommekeer van het vegetarische leven naar een vleesetend bestaan is onduidelijk in zijn oorsprong. Het maakt mij ook niet uit, en eerlijk gezegd vind ik het wel zo gezond. Afwisseling is het beste, want alleen maar spliterwtenen soja is voor niemand goed, laten we wel zijn.

Daarom wissel ik ook graag af tussen wijn en bier. Granen, hop, water, druiven, sulfiet. Zeg maar de Schijf Van Vijf. Ik heb heus wel opgelet vroeger op school.

Over school gesproken, slaagde Zoon1 voor Het Gymnasium en was er dientengevolge de diploma uitreiking. Urenlang luisterden wij naar tranentrekkend goede cijfers, er werd gestrooid met Cum Laude en de komende studies van de kinders zijn allemaal schrikbarend knap en slim en soms in verre oorden ook nog. Zoon1 gaat naar Amsterdam, wat nog soort van te doen is, voor het moederhart.
Als ik even vergeet dat ik ook zeventien ben geweest. Hij werkt er ook tegenwoordig. Heb ik ook gedaan. Ook in de horeca.
Ook dat verdrink verdring ik maar even.

Filosofie gaat het kind studeren.
Levensbeschouwing. Wijsbegeerte.
En dat voor iemand die volledig in paniek raakt als hij ziet dat er een vogel op het dak zit. Of die al sinds hij kan lopen struikelt over elke grasspriet die uit het gareel staat. Maar dat is ook een levenshouding natuurlijk.

Ik heb er natuurlijk alle vertrouwen in.

Net als in Zoon2 die na de vakantie reeds naar de tweede gaat. Een sloot nieuwe vrienden gemaakt heeft, zijn voetbalteam naar het kampioenschap heeft geholpen, misschien niet geheel eigenhandig, maar in mijn ogen wel. Vleesetend en wel. Ik kan hem wel opeten.

Zelf had ik een familie reünie. Helaas verpakt in een uitvaart, maar het goede daaraan was, dat ik een groot deel van mijn familie weer eens zag. Ik dronk een geruime hoeveelheid wijn met mijn nichten en hun aanhang, ik geraakte daardoor bijna niet meer thuis van Utrecht naar de huidige woonplaats en ging de volgende dag gewoon weer aan het werk. Ook een soort kampioenschap als je het mij vraagt.

In het kader van afscheid, van rechtsdraaiende tofuburgers, van de middelbare school, van de brugklas en van dierbaren... volgt over een paar dagen het afscheid van ons brakke, oude, wiebelige, krakende maar ontzettend geliefde vakantiehuisje op de Veluwe.

Al een jaar of acht komen wij elk jaar op het vakantiepark waar mijn ouders een vakantiehuisje hebben en waar wij dan honderd meter verderop een eigen huisje hebben. We doen samen leuke dingen, we borrelen en slingeren de barbecue aan, maar we hebben ook onze eigen plek en vullen de avonden met wijn spelletjes en chips. Voor iemand die niet perse van spelletjes houdt, ben ik behoorlijk fanatiek op de verkansie.

Het huisje kraakt aan alle kanten. De badkamer is het woord bijna niet waard, Zuske moet haar leven daags wagen om in- en uit bed te komen en wat voor een keuken door moet gaan is een slap aftreksel van een waterput in Ethopië en een vorm van koken uit de Middeleeuwen. Desalniettemin worden we gevoed, vooral omdat De Man een onuitputtelijk geduld heeft met betrekking tot eieren bakken en pasta saus maken met twee pannen die uit ongeveer 1500 komen.

We nemen lichtjes mee om het terras te verfraaien, kaarsjes, koffie, wijn, boeken en zwembroeken. Het is bij voorbaat al een geweldige week.

We lunchen bij de zaak waar Mensen Met Een Beperking werken en het is altijd supergoed. Zoon1 maakt wat ongepaste grappen, Oma kijkt schichtig omn zich heen, Opa lacht in zijn vuistje. We gaan de Action in en kopen tassen vol onzin, we lachen onzettend hard om alles en Tante2 (Van vaderskant) buigt in alles mee en lacht nog harder.

Maar ze gaan het verkopen, het huisje. Onze familiebasis.
De Zonen vinden het NIET leuk, want ondanks vakantieplannen naar Griekenland of Frankrijk, is de Veluwe altijd favoriet. Zuske en ik vinden het niet leuk. De omgeving vindt het niet leuk want wij zijn grootverbruikers in de horeca en retail.

Het is het afscheidsjaar. We gaan morgen weg en ondanks jaren ervaring nemen we pas dit jaar het tosti apparaat en de koffiemachine mee. Al doende leert men, immers.

Morgen geef ik Zoon2 een broodje ham mee voor onderweg.

donderdag 15 juni 2023

Van 2005 tot 2023. En daartussen.

14 juni 2023. Zoon1 is geslaagd. Voor het Gymnasium. Dat zet ik erbij, want het is zooo knap.

Achtentwintig april 2005. Kwam ik erachter dat ik zwanger was van Zoon1. Twee dagen voor (toen nog) Koninginnedag.
Balen jonge.
Geen bier drinken.
Maar wel blij hoor. Het was gepland, daags voor mijn 26e verjaardag. Ik had het alleen niet zo snel verwacht. 'Heeeee, laten we een baby maken' zei Echtgenoot1 een paar weken daarvoor.
Ik: 'Hahahaaa ok!!!'

(...) Flats. Zwanger.

Geen wijn meer, stoppen met roken en DIK dat ik werd! Niet normaal. Ik at ongeveer vijf mars-repen per dag en kwam zo'n 35 kilo aan. Op Sinterklaasavond braken mijn vliezen en na een kleine baring was daar het kind. Mijn Zuske huilde aan de telefoon en ik heb vooral veel gelachen in het kraambed. Schijnt iets te maken te hebben met adrenaline.

Eenmaal thuis had ik geen idee. En dat is eigenlijk zo gebleven. Hij at en dronk en groeide. En dat leek mij een solide situatie. En hij was lekker dik en lachtte veel. Meer wenste ik niet van een baby.

Ik werd erg slank, want ik wandelde nogal veel, anders sliep hij niet. Ergens onderweg trouwde ik met zijn vader. Dat liep jammerlijk af een paar jaar later, maar dat doet niks af aan de goede jaren die we gehad hebben en de Zonen die we kregen.

De zoon ging naar de kinderopvang, maar een jaartje, want daarvoor was ik thuis met hem. Daar blonk hij uit in schattigheid, wat logisch was. Toen hij vier werd, was het tijd voor school.

Vijf januari 2010. De eerste schooldag van Zoon1.
Zes januari 2010. Zoon2 werd geboren.
Zes januari 2010, iets na 07.00 in de ochtend: Complete hysterie van Zoon1,(vlak daarvoor nog gewoon Zoon) zijn vader en ik. En misschien de kraamzorg die iets van de spanning meekreeg.
Het arme kind, had net zijn eerste schooldag meegemaakt en kreeg in de nacht daarna zijn broertje. Hoogzwanger had ik hem die dag nog naar school gebracht met zijn eerste broodtrommeltje en ging daarna uitgeput naar huis, nog onwetend van het feit dat de gezinsuitbreiding niet nog twee, drie of vier weken zou duren, maar nog maar een paar uur. (Ik had het kunnen weten, prima op tijd, want had zin in een kommetje wijn.)

Naar school gebracht moest hij, beschuit met muisjes moest hij mee, want zo is dat nou eenmaal. Echtgenoot1 was er maar druk mee, terwijl ik met Zoon2 aan de tiet zat en er nog van moest bijkomen dat hij er was.

Zoon1 had hier ogenschijnlijk niks van. Blij met het broertje en blij met de schoolsituatie. Mamma steeds in bed vond hij ook wel prima en al het bezoek gezellig. Opa, oma, tante, leuke vriendinnen, hij vond het allemaal wel leuk hoor.

Hij was binnen 1 dag zindelijk, dag en nacht. Zomaar opeens. Toen het net bijzonder goed uitkwam.

Dat hij in de avond om zes uur al in bed lag, zodat ik meer tijd had voor de nieuwe baby, had hij toch niet in de gaten dacht ik. Naar later inzicht denk ik daar anders over, maar hij klaagde niet.

De kleuterklassen liep hij vloeiend door. Niks aan te merken op t vingerverven en macaroni plakken. Dat hij de blokken op grootte legde en de klei op kleur, en misschien de boekjes op alfabetische volgorde....dat had niemand door.

Tot op een dag Juf F haar intrede deed. Zij had meteen door dat het kind anders was dan de rest van haar kleuterkes. Hij kon namelijk al lezen. In de kring aan het begin van de ochtend zaten alle ouders hun kind voor te lezen. Mijn kind las mij voor. Ik vond t wel gezellig, vond er aanvankelijk niks bijzonders van. Totdat Juf F het opmerkte.

Dankzij haar kon hij Groep3 overslaan en meteen beginnen in groep4.

De foto komt nog af en toe voorbij. Een lief jongetje met een geruit blousje en een voorzichtig lachje, aan het schooltafeltje.

Hij had wel vrienden, werd uitgenodigd op feestjes en deed het allemaal prima zoals het hoort. Schoolreisjes, avondvierdaagse, trakteren, op voetbal, tralala. Maar écht een klein kind was hij nooit. Elke week gingen we naar de bibliotheek en haalde hij letterlijk 7 boeken. En las ze allemaal. Op een gegeven moment had hij alles wat hij wilde lezen uit en moesten we naar andere kasten, voor oudere kinderen. Terwijl hij weer een mandje boeken vulde, las ik Donald Ducks en probeerde Zoon2 ervan te weerhouden om een en ander te slopen en/of op te eten.

Hij speelde nooit. Ongeacht welk speelgoed er het huis in werd gesleept. Het enige dat hij leuk vond waren fantasie spelletjes met zijn vader (of zijn moeder, maar die had er geen geduld voor). Mikado hebben we een tijd gespeeld, dat vond ik nog wel grappig. Hij ging op Schaken. Hij deed mee met Wiskunde wedstrijden op school en won elke keer.
Een korte periode hield hij van films kijken en waren we gedoemd om Bob de Bouwer te kijken. Die ene in Oostenrijk en die ene in het Wilde Westen. GEK werden we ervan, maar dat kon hem bekoren.

Hij heeft altijd van musea gehouden. Dus dat waren leuke uitstapjes. Naar Amsterdam, in Haarlem, of waar we op vakantie waren. "Mamma en Zoon's dagje uit" werd een heel ding. Dan gingen we samen lunchen en naar een museum. Tegenwoordig gaan we bier drinken.

Zijn hele jeugd had hij een knuffelkonijn die hij niet losliet. Nana.
Op een kwade dag was het kwijt. Hele huis en omringende buurten overhoop gehaald zonder resultaat. Ik kocht een nieuwe met het verhaal dat Nana uit logeren was geweest en in de wasserette had geslapen. Hij keek me wantrouwig aan, maar nam haar toch voorzichtig in zijn armen. Een heel aantal weken later vond ik de oude terug. En het gezicht dat hij toen trok, vergeet ik nooit meer. Een mix van ongeloof, geluk en opluchting. Hij had al die tijd geweten dat het niet klopte. Hij trok Nana tegen zich aan en ik ging stiekem huilen in de tuin.
Nana ligt nog steeds op zijn nachtkastje. Heb ik daar neerlegd hoor, maar hij heeft haar wel laten liggen.

Zijn vader en ik gingen een kleine tien jaar geleden uit elkaar. En zonder de Zonen had ik nu in de goot gelegen. Of er misschien net uit geweest, je weet het nooit immers. Misschien was ik een godsvrezend lid van de scouting geworden, in het ergste geval. Zoon1 en 2 maakten dat ik mijn bed uit kwam, dat ik een ander huis zocht en vond en dat ik iets anders dan pizza at. Ze klaagden niet dat er weer macaroni op het menu stond of dat er in ons huishouden niet op wintersport werd gegaan. Zoals in de rest van Het Dorp waar we woonden. Zoon1 vooral, en dat weet ik zeker, had haarfijn door hoe de situatie was en was de eerste die naast mij zat op ons Terraske, als ik met een kommetje wijn zat, het huilen nader dan het lachen.
Hij vertelde mij grappen, maakte mij aan het lachen, waardoor ik ook weer grappen kon maken, waar we samen dan om lachten. Hetzelfde gevoel voor humor maakt dat wij lachen om de meest gruwelijke dingen die we zeggen.

Toen het leven mij weer vrolijk gestemd was en ik De Man ontmoette, 14 september 2017, waren de Zonen de eersten die hem omarmden. Misschien nog wel eerder dan dat ik wist dat dit het was. Na een klein reeksje aan mannen-gedoe, wist ik heus wel dat ik nu een goede te pakken had, maar als de Zonen dat dan ook meteen zien...dat is wel een teken aan de wand. Ik had nooit kunnen verzinnen hoe goed dat gaat. Het grootste geluk in mijn leven.

Zoon1 heeft een vriendengroep waar ik ook erg van hou. Ze komen regelmatig hier en ik voel me een groots bevoorrechte moeder, dat ze hier graag komen, dat ik erbij mag zitten en dat het onzettend gezellig is. De jongens zijn ook allemaal geslaagd gisteren en ik was op allemaal even trots.
Ik mis het ex-vriendinnetje enorm, maar ook daar mag ik gelukkig nog mee appen. Hulde aan de tegenwoordige tijd.

We hebben ook heus wel eens onmin, Zoon1 en ik. We lijken enorm op elkaar en dan heb je dat soms. Maar we maken het altijd meteen weer goed en dat heb ik ze ook geleerd. Ruzie maken is niet leuk, maar het kan soms en het geeft niet, als je het maar weer goed maakt. De laatste keer lag het vooral aan mij. Dat wist de Zoon mij ook wel te vertellen. Maar ik ben in de overgang weet je. En het is bloedverziekend heet. Dan zijn dingen verantwoord. Als je sorry zegt daarna.

Komende tijd heeft hij welverdiende vakantie en daarna gaat hij Geschiedenis of Filosofie studeren. Van het laatste heb ik wat gelezen en was na de eerste alinea volledig de draad kwijt. Hij zoekt woonruimte in Amsterdam. Ik heb alle huisbazen al gemaild dat ze hem van alles mogen verhuren als hij 34 is. Want mijn god, wat moet ik zonder hem.
15 juni 2023. Gelukkigste moeder op aarde.

woensdag 7 juni 2023

Ik ben er weer. En dat heeft ie van mij.

Het is een tijdje geleden, dat ik u allen mede deelde wat er gebeurde in mijn leven. Maar ik ben er weer hoor. Zoon1 niet, die zit namelijk op Kreta met zijn vrinden. En wat ik van hem krijg zijn foto's van een zonovergoten terras vol flessen wodka. Het is, vrees ik, een kind van zijn moeder. Hoewel ik na een niet nader te beschouwen avond, zo'n twintig jaar geleden, nooit meer wodka heb aangeraakt. Achter die genen komt hij vanzelf. Duidelijker opvoeden kan niet.

Hij heeft eindexamen gedaan, wat voor iedereen in het gezin hier, het gezin bij zijn vader, omwonenden en omringende gemeentes wel duidelijk was. Misschien was het de walmende oven vol met saucijzenbroodjes, het gesla met de deuren of her en der een verheffing van de stemmen, maar het was onmiskenbaar. Het is ook een dingetje natuurlijk, het einde van de middelbare school. Eergisteren bracht ik hem notabene nog naar groep 4 en trok ik eigenhandig zijn eerste losse tandje uit de kleine bakkes. Nu fluisterde ik hem vorige week toe dat ik hoop dat hij het heel erg leuk zou gaan hebben, maar dat ik liever niet heb dat hij een jongedame zwanger maakt of gereanimeerd moet worden vanwege akelig verkeerde pilletjes die hij op de kop kon tikken. Zou ik toch een hinderlijke start van het studentenleven vinden voor de zoon, laat ik wel zijn. Morgen komt hij thuis.

Zoon2 vroeg ineens hoeveel een bruiloft kost. Ik als ervaringsdeskundige gaf daar een antwoord op, waarop hij wat pips werd en meldde dat hij nog even zou nadenken. Waarover, weet geen mens. Een moeder kan slechts hopen. Of vrezen. Ook verloor hij een kies, hij is nogal laat met zulken zaken en ik ben een beetje klaar met zulke zaken, dus voerde niet meer de show op die we vroeger deden met tandenfee nonsens etcetera. Hij gelooft nergens meer in behalve als het om geld gaat en dus gaf ik er niet al teveel aandacht aan. Hij vroeg zich hardop af of er iemand in ons gezelschap misschien nog wat briefgeld had. Hij is inmiddels oud genoeg om te weten dat je met vijftig cent niet ver komt, dus hij liet de inflatie van de tandenfee alvast weten. Voor de zekerheid legde hij zijn tand onder zijn kussen wat ik vergat negeerde en die we waarschijnlijk terug gaan vinden als de wasmachine monteur moet komen. Verder is er geen woord meer aan vuilgemaakt.

De Verkering reist gestaag naar Amsterdam om zijn studenten wijsheden bij te brengen, en als hij dat niet doet vertoeft hij in zijn schuur, of in de bouwmarkt. Het is echt wonderlijk hoeveel zagen en schroefjes en hout een man nodig heeft als hij een schuur heeft. In ons vorige Dorp was de man tevreden met een schep en een boormachine voor alles wat ik opeens bedacht aan werkzaamheden. Hier is het opeens noodzakelijk om een diversiteit aan materieel te bezitten. Ratels, tangen, priemen en zagen komen hier de deur door. Hij brengt uren door met zaken waar ik geen idee van heb, terwijl ik met een kommetje wijn in de tuin zit. Soms hoor ik verontrustend veel gezaag en geboor, maar na verloop van tijd komt de man altijd weer tevoorschijn. Ogenschijnlijk gelukkig met het zaagsel in de haren, en wat mij betreft is het dan goed. Ik stuur dan wel een foto naar Zoon1, want wij lachen daarom. In liefde natuurlijk.

Zoon2 heeft volledig zijn weg gevonden in onze nieuwe Stad. Heeft vrienden en sportmaatjes en sinds kort een heuse bijbaan. Eet ontzettend veel, is groter dan zijn oma, is kampioen geworden met voetbal, heeft een schoenmaat groter dan elke andere man in mijn leven en is sinds vanavond officieel sterker dan ik, net als zijn broer. Daar kwam ik achter doordat ik hem een klein kusje wilde geven.
Dat heeft hij liever niet meer.
Een hoop gegil, mijnerzijds, gekrijs, mijnerzijds, getrek, mijnerzijds, en een flinke duw van de bank (van hem) lag ik op de grond en kon ik afdruipen, het hoongelach van mijn ooit zo lieve kleine Zoon2 in mijn oren nagalmend.

Zoon1 en 2 belden met elkaar. Ik mocht niet weten waarover, want: Broeder tot Broeder. Allemaal hartstikke leuk natuurlijk,tot ze elkander weer de hersens in slaan. En dan mag ik ook niet zeuren.
Het is, kortom, volop genieten.

Ondertussen heb ik een nieuwe baan in de buurt en is mijn treinleven voorbij. Ik kon een tijdlang geen afscheid nemen van mijn geliefde Dorp en Werk en Collega's en, vooral, Vriendinnen... maar het moest wel want ik werd er compleet gek van. Teveel reistijd en te weinig tijd voor andere dingen dan werk. Nu werk ik ongeveer om de hoek en heb superleuke nieuwe collega's en ik kan zowaar mensen gedag zeggen, als ik rondloop. Ik ben niet meer een vreemde, soort van op vakantie. Ik ken nu mensen. Vanmiddag zat ik op een terras en kwam bekenden tegen. Gisteren in de supermarkt kon ik tegen twee mensen hallo zeggen omdat ik ze van gezicht kende. En natuurlijk zit ik in nieuwe appgroepen. Anders telt het niet.

De buren moeten geloof ik wel een beetje aan ons wennen. Ze zeggen niet veel. Maar ik denk niet dat dat komt door de lange avonden in de tuin, want als ik een kommetje wijn op heb, dan fluister ik altijd alles. Dat Zoon1 daar dan hard om lacht... dat heeft ie van zijn vader.

vrijdag 15 april 2022

Hoe gaat het? Goooooooeed! In De Polder.

'Hoe iiiiis het? Hoe bevaaaalt het? Hoe gaaaat het daar? ' Vliegt mij om de oren deze weken. Sinds we in De Polder wonen.
De antwoorden daarop, mijnerzijds, zijn tot dusver ongeveer hetzelfde, de afgelopen zes weken. 'Het is leuk, het huis is fijn, ik weet een beetje de weg, nee ik ken de buren nog niet echt, ja ik mis mijn vriendinnen, ja ik mis mijn werk, ja ik mis heel erg de kinderen, nee ik mis niet eens echt mijn oude lieve boshuisje, geen idee wat mijn nieuwe postcode is en ja, we zijn redelijk uitgepakt en ingeburgerd.'

We zitten hier dus nu. De verhuizing was er een uit de boekjes. Niet de meeste boekjes hoor, en ik kan het weten, maar eentje zoals in de boekjes staat van normale mensen die met een verhuiswagen van het ene dorp naar de andere stad gaan en dan zonder al teveel gedoe gewoon overgaan. Een bijzonder soepele verhuizing was het. Met sterke mannen en helemaal geen schade en alles binnen 1 dag. Natuurlijk schonk ik koffie voor de mannen, serveerde broodjes kroket en deed in overmoedige en misschien overvriendelijke bui uitspraken als: neeeee, er hoeft bijna niks naar de zolder qua kasten of zo... Terwijl natuurlijk bleek dat er best wel wat veel zware dingen twee trappen op moesten, toen we eenmaal ter plekke waren. Maar daar deed niemand zichtbaar moeilijk over. Heel professioneel allemaal. (Terwijl ik in hoekje van de tuin staande, De Man die kwestie liet oplossen.)

Ergens in de middag stond eigenlijk alles waar het moest staan, qua grote dingen. Daarna begon het Grote Uitpakken. Wat aanzienlijk sneller ging dan gedacht, en toen de volgende dag Zoon1 op de stoep stond, Zoon2 had al een nachtje in zijn nieuwe kamer doorgebracht, kwam het kind in een bijkans gespreid bedje terecht, tot ieders verbazing en anders wel de mijne.

Inmiddels zijn we een paar weken verder en is er bijna sprake van een geregeld bestaan in onze Zonnige Tussenwoning.
Sinds ik de eerste keer 48 minuten deed over het fietsafstandje van 5 minuten naar de buurtsuper, fiets ik er dagelijks heen, wel steeds via een andere route, maar volgens de Man is dat alleen maar goed voor mijn niet bestaande richtingsgevoel. Dat daar om de haverklap mijn lievelingswijn in de aanbieding is, vanaf de eerste dag al, wat ik als een teken van boven zag natuurlijk (als ex-Non-Huis-Bewoner) is een redelijke vergoeding voor het feit dat ze daar niet aan zelf-scannen doen. Wat betekent dat ik alle flessen op de band moet kletteren, ten overstaan van iedereen, dat men voor, achter- en zijwaarts van mij ziet wat ik ga eten vanavond en dat je ook nog eens snel je tas moet inpakken. Ik moet er nog steeds aan wennen.
Wat ook gek is, is dat ik niemand in de buurt ken en dus elke keer na een kwartier alweer thuis ben. In Het Dorp zei ik tegen mijn gezin en aanverwanten: Daaag, even naar de supermarkt! En zagen ze me de eerste veertien uur niet terug, want ik kwam de halve school, de buurt, oude bekenden, elke cassiere die ik kende en alle hondjes uit de omgeving tegen. Nu ben ik zo snel terug dat niemand eigenlijk doorhad dat ik weg was.

Qua uitpakken zijn we in het begin een heel eind gekomen, maar er staan natuurlijk her en der nog wel dozen, want na een week of twee excessief uitpakken, was ik er ongelooflijk klaar mee. Langzamerhand begin ik dingen te missen. Hela, waar is eigenlijk dat ene dingetje van die ene pan? Waar is de reserve oplader van de dinges en waar in godsnaam is mijn krultang die ik zelden gebruik maar die ik NU wil hebben en die altijd onderin de kast van de badkamer lag? En ik wil PERSE morgen tomaten uithollen met dat superhandige dingetje dat ik drie jaar geleden kocht en die ik nooit heb gebruikt! Om maar niet te spreken van het kistje dat vol zit met sleutels van alle huizen waar ik ooit heb gewoond (nooit ingeleverd, dus ik kan half Haarlem binnenkomen, zeg dat maar tegen niemand), want daar zat volgens mij ook dat grappige briefje in van iemand van vroeger en ik kan niet meer leven zonder dat ik dat briefje heb. WAAR IS DAT?
Zulks vraag ik dan op dringende toon aan de Man, terwijl hij thuis probeert te werken ook al hebben we nog geen wifi. Terwijl hij natuurlijk ook geen idee heeft.
Ja, het is leuk met mij samenleven.

In praktische zin ben ik serieus de helft van mijn toiletspullen kwijt. Wat een aantal dingen kan betekenen:
Ik ben prachtig van nature.
Hier in de polder ligt mijn lat lager.
Misschien had ik idioot veel spullen.

Ik stel voor dat we dat in het midden laten en dat ik vertel over mijn ándere kwalijke zaken: Mijn gescheurde enkelbanden, die daarna opeens een breuk in de middenvoet leken, die daarna toch gescheurd waren maar toen kwam er artrose bij. Mijn buitengewoon hinderlijke huisarts die me een paracetamol voorschreef na 6 weken malheureus gehink, die me toen een orthopeed voorschreef maar niet over de brug kwam en nu weer op vakantie is.... Ik heb besloten me per ommegaande uit te schrijven en gewoon weer aan het werk te gaan. Zodra ik weer normale schoenen aan kan. Kennelijk is dit een vanaf nu permanente staat van zijn in mijn linkervoet. Daar kan ik mee leven. En bier tappen ook.
Net toen ik tot dit verhelderende inzicht kwam, voelde ik me een beetje niet lekker zeg.
CORONA.
Godnondenju, appte ik de hele wereld en z'n moeder.
Bijna als laatste der mohicanen zeg. Ik was er bijna blij mee, eeeeeiiindelijk zeg!
Tot ik als de wederopstanding van de Dood (Pasen...toeval)? in de Zonnige Tussenwoning rondscharrelde, de ene voet nauwelijks voor de ander kreeg en kwijnend tegen de Man verkondigde dat ik wel even moest gaan liggen, om de volgende 36 uur niet meer op te staan.

Nu vind ik mijzelf niet perse heel aanstellerig (behalve als het mijn haar of een gebroken nagel aangaat), maar ik voelde me niet goed hoor hee. Twee nachten lag ik zwetend in de echtelijke sponde, mij voor te stellen hoe ik afgevoerd zou worden met zuurstoftanken, de Zonen jammerend aan mijn zijde, de Vriendinnen ballonnen voor mij oplatend en iedereen en elke toevallige voorbijganger wringend in hun handjes. Ik had namelijk best wel een pijntje in mijn rug door al het liggen en ook had ik een snotneus en koorts hoor. De Man lag Netflix kijkend naast mij, Zoon2 zat op zijn XBox en Zoon1 zat ergens op een feestje. Dus ik denk dat de ernst een beetje beperkt was naar mijn kant. Ondanks mijn gerichte gezucht en gesteun.
Evenwel, gaat het alweer. Na mijn zieltogende paar dagen lustte ik best wel weer een kommetje wijn en nadat ik precies 1 ochtend geen koffie wilde (OH NEE, NOOIT MEER GEUR EN SMAAK), is ook dat gevaar geweken.

Een hoop van mijn allerliefste beminden hebben inmiddels de tocht naar De Polder aangevangen en hebben hier ons nieuwe bestaan bewonderd en ingeluid, ik hoop dat er nog vele volgen. Want ik ontvang altijd graag iedereen, maar ik zit niet meer om de hoek. En ik heb al een aantal keer de trein genomen naar mijn geliefde Dorp, ik ga ook weer terug natuurlijk, want hier is nu eenmaal nu waar mijn huis woont. Gelukkig hebben we een logeerkamer en zijn de Zonen groot genoeg om ook met de trein te kunnen komen. Om de week voor nu, wat een aanslag is op het moederhart hoor. Ik snap opeens helemaal niks van leerplicht en toetsweken, maar dat zal wel aan de plattelandslucht liggen.

Het goede nieuws is, is dat ik een verhuisdoos vond met een schaar en een pak verf. Ik was het bijna verleerd.
Dus hoe gaat het?

Goooooooooeeeeed!

zaterdag 5 februari 2022

De stoelen, de toekomst en het bier.

'Nah, ik voel me wonderlijk goed' kwam Zoon1 vanmorgen monter naar me toe terwijl ik nog heerlijk in de echtelijke sponde lag. Het was vroeg, want het kind ging werken, ik niet, dus ik lag er nog in. Nou, dat vond ik fijn om te horen, zeker op dat tijdstip, waarop er doorgaans met deuren wordt geslagen.
'Ja, want ik heb toch best veel biertjes gedronken gisteren.' Sprak het minderjarige nageslacht.
Nou, dat vond ik reuze gezellig voor het kind, zo deelde ik hem mede. En gaf hem wat moederlijk advies over een colaatje en een lekker goed broodje. Ja, voor opvoedkundig advies kunt u gerust uw kind naar mij sturen.
Met een mengeling van trots (kind van zijn moeder, bovendien eerlijk naar zijn moeder) en twijfel (minderjarige hersenen nog in ontwikkeling, bovendien erg eerlijk naar zijn moeder) wentelde ik mij nog maar even in mijn nieuwe donzen dekbed. En bedacht mij dat ik inderdaad midden in de nacht wakker was geworden door een prikkende vinger en een flitslicht van de telefoon in mijn ogen. Het was Zoon1 die vrolijk op mijn bedrand zat, en meldde dat hij thuis was. Ik vind dat een fijne gang van zaken. Ik ben niet zo'n moeder die handenwringend in de huiskamer zit te wachten tot een Zoon veilig thuis is, maar weten dat het wel het geval is, dat kan ik zeker waarderen.

Vervolgens probeerde ik uiteindelijk maar het bed te verlaten. De Man was ook al reeds de deur uit en Zoon2 wenste wel een ontbijt. Met een hoop gedonder en misschien een beetje gevloek stapte ik de woonkamer binnen.
Dat komt namelijk zo... Ik heb een nogal suffe klapper gemaakt van de week. Uit het niks en nergens om, sloeg ik al struikelend tegen de vlakte, daarbij mijn voet zó verkeerd neerzettend, dat ik de volgende dag naar het ziekenhuis moest. Eerst dacht ik dat het nog wel meeviel, maar toen het allemaal zo erg dik en pijnlijk werd, moest ik toch maar foto's laten maken en zulks. Lang verhaal kort, gescheurde enkelbanden, krukken, een interessant schouwspel van zwellingen en kleuringen en zelfs uit bed stappen is een gedoe.
Ja, lekkere timing. Wekenlang zat ik thuis vanwege lockdowns en quarantaine, in blakende gezondheid van lijf en leden. En hét moment dat ik fijn weer achter de bar kon, voor gezelligheid en salaris en zo, zit ik met het been omhoog. En moet er verhuisd worden.

Maar dat was heus niet alles hoor.
Namelijk een dag na mijn noodlottige neergang, togen de Man en ik naar NoordHollandNoord om bij de Notaris eens even een duchtige handtekening te zetten. Ik verheugde mij al op de champagne die wij zouden drinken na dit volwassen uitstapje.
Niks van dat al hoor. Vlak voor het tekenen verbleekte de Notarismevrouw, mompelde dat ze wat moest uitzoeken en verdween voor een kwartier. Bij terugkomst bleek er een behoorlijke kink in de kabel. Ons nieuwe huis stond onder beslag. De oude eigenaar had her en der kennelijk wat rekeningen niet betaald en een boze schuldeiser had beslag gelegd.
Dat was niet het feestelijke moment waar ik een foto van wilde maken. De Man en ik keken elkaar paniekerig aan boven onze mondkapjes en na wat verdere uitleg en geruststelling (Alleskomtgoedheuswaar) van de Notaris, konden wij huiswaarts keren. Zonder huis, maar met een zwaar gemoed. Nu zijn wij geen sombere types, dus we schoten niet direct in een depressie, maar we schonken ons een kalmerend kommetje in en wisten niet zo goed wat te zeggen.

Alles is goed gekomen, dankzij goed werk van slimme mensen en twee dagen later reden we wederom die kant op, om ditmaal thuis te komen met sleutels en een contract dat vele tonnen heeft gekost. Een mens zou voor minder een gat in de lucht springen. Die eer was voor nu aan de Man besteed, omdat ik anders misschien ook wel mijn nek zou breken. Ik reken overal op tegenwoordig.

Daarna hield het feest aan, want Zoon2 moest nog trakteren op school sinds hij een maand geleden jarig was geweest. Hij had er specifieke wensen over die ik maar respecteerde, want, zo bedacht ik mij huilerig; het zou de laatste keer zijn.
Zestien jaar lang ben ik minimaal twee keer per jaar bezig geweest met traktaties. En dat waren nog maar de verjaardagen. Op het kinderdagverblijf, de peuterschool, de basisschool, de zwemles en de voetbal. En dan waren er nog het afscheid van de diverse educatieve instellingen. De verhuizingen die gepaard gingen met een kartonnen huisje met een doosje rozijntjes erin. De viering van nieuwe broertjes en zusjes en zelfs een keer dat Zoon2 er op stond om te vieren dat er weer eens een tand uit zijn bakkesje was. Ik heb me gek gevouwen, gesneden, gekleurd, gebakken en gesmeerd, krulletjes om briefjes gehangen en gezichtjes op druiven getekend. Deze laatste keer bleef het bij een vrolijk bakje, gevuld met glutenvrije -en vegan snoepjes. Dit schreef ik niet met droge ogen.
Ik ben dankbaar voor het feit dat het grootste deel van hun trakteer-bestaan, de Zonen nog met roze koeken konden aankomen waar ik een olijk snuitje op had gesmeerd met chocola.
Evenzogoed was het de laatste keer. En daar dacht ik lang over na.

Om het tranentrekken nog even door te voeren, nam ik afscheid van mijn lievelingsstoelen. Zeven jaar geleden, op het dieptepunt van mijn bestaan (jaja) kreeg ik van lieve vrienden van mijn ouders, een paar stoelen, zodat ik mijn arme billekes niet op de koude grond hoefde te vleien. (Ik schreef nog net niet, dat ik in lompen was gehuld en zwavelstokjes verkocht, dus geen postume zorgen.) Het waren twee fraaie, vintage stoelen in een groene stof. Waarschijnlijk best geld waard, maar ik wilde liever zitten dan eten in die tijd. En dun dat ik was. Jarenlang zat ik daarop aan tafel, at ik met de Zonen, met daarna terecht vervlogen semi-liefdes, keek ik Netflix, dronk ik kommetjes en lachte ik heel hard met de Vriendinnen. Ik verhuisde ze mee naar het Boshuisje en daar zat ik erop met De Man en moest vaak zo hard lachen dat ik er misschien wel eens op geplast heb zelfs. Er viel eten op en uiteindelijk waren ze niet meer zo mooi. En toen kwam Het nieuwe Huis. En was het tijd voor nieuwe stoelen. We kochten zes oude kerkstoelen en die werden van de week bezorgd. Heel erg leuke en ze zitten goed en staan mooi. Maar ik zat nog steeds op mijn groene. Gisteren draaide de Man een treurig muziekje en vond het tijd dat ik afscheid nam. Hard huilend viel ik in zijn armen, daar schrok hij wel een beetje van hoor, dat merkte ik wel. Hij schonk rap een kommetje wijn voor mij in en vermeed het onderwerp 'stoel' angstvallig.
Maar vandaag was ik sterk en volgens de norm normaal, en ik verruilde de twee. Ik ging zitten en dit stukske schrijven.

En net als alles weer een beetje volgens het conventionele ging, kreeg ik een appje van Zoon1, die een beroepskeuzetest had gedaan. Hij moet immers komend jaar examen doen en een studie gaan kiezen. Met veel capslock en uitroeptekens kreeg ik het bericht: PAARDENFLUISTERAAR!!!! Dat was uit de, serieuze, online test gekomen. (Zoon1 heeft denk ik nog nooit een paard vriendelijk aangekeken.)
Nadat ik mijzelf weer van de grond had geraapt, waar ik op was gevallen van het lachen (en dat met mijn blessure), appte ik het kind terug dat ik ook wel graag het linkje van de test zou willen. Met een goed gemoed deed ik de test, wie weet wat de toekomst voor mij in petto had immers.
SPORTINSTRUCTRICE!!! Kwam eruit.

Zoon1 en ik moesten bijkans aan de beademing. (Het behoeft geen uitleg, als iemand mij ook maar een beetje kent.)

Tot zover zijn academische toekomstplannen en mijn eventuele carriere wijziging, waar ik toch al niet op zat te wachten. Geef mij maar lekker tien bier op de tap en zeker geen sport.
Wat dat betreft lijkt Zoon1 nog meer op mij dan ik al dacht.

dinsdag 25 januari 2022

Over een week krijgen we de sleutel. En wat er verder gebeurde.

Ach, er gebeurde weer zoveel. Een tijdje geleden begon ik een stukske waarin ik wilde schrijven over het piano optreden van Zoon1, wat tranentrekkend was. Letterlijk, ik zat naast Echtgenoot1 heel onopvallend mijn uitgelekte mascara weg te smeren. Wat hij als rechtgeaard Ex natuurlijk volledig negeerde. Ik denk dat hij, samen met een heleboel anderen al blij was dat ik niet wenend het podium oprende, maar voor de zekerheid werd ik genegeerd in mijn emotie. Terecht wel.

Zoon2 had vervolgens een scala aan schattigheden, want hij was toen nog maar elf en heeft nog een zacht gezichtje. Sinds kort is hij twaalf en vooralsnog merk ik weinig verschil. Ik weet dat dat ijdele hoop is, maar ik wentel me er nog even in. Het kan immers altijd erger dan geschreeuw en gescheld tegen de Xbox.

Dat stukske is verloren gegaan wegens mijn verregaande slechte omgang met mijn laptop, maar het geeft niet. Want er kwam zoveel meer nog.

Zoon1 heeft verkering. Van het serieuze soort op die leeftijd. Ik weet het zelf nog goed, want het is immers pas 26 jaar geleden dat ik dat ook had. En ook al herken ik het een en ander, die twee zijn toch anders. Ze zitten samen op de bank als een getrouwd stel, maar dan die van het leuke soort. Het soort dat ik ook ben. Het is vooral allemaal leuk voor mij, want ik heb eindelijk eens een meisje in huis. Ik praat met haar over kapsels en oorbellen en zo. En dat doe ik met de Vriendinnen ook, maar het is anders met een zestien-jarige. Ik hang natuurlijk met verve de leuke schoonmoeder uit en dat gaat me heel natuurlijk af. Vind ik zelf.

Wat betreft de Corona, wat een onvermijdelijk onderwerp is, ontsprongen wij de afgelopen twee jaar redelijk de dans. Buiten wat afgelaste bruiloften, saaie Koningsdagen en gemiste kroegbezoeken om, waren wij gezond en kwam ik maar tien kilo aan. Wat nog meevalt, gezien het aantal Thuisbezorgd-maaltijden en kommetjes wijn. Maar toch had het ons te pakken zeg. Wat betreft positieve testen is eigenlijk alleen Zoon1 de gedupeerde. Die testte deze week positief. Maar daar ging een lange tijd van toestanden aan vooraf. Dan weer waren zijn vrienden positief, dan weer de Schone Dochter, dan weer de halve school. Zoon2 test gestaag negatief, maar zit om de haverklap thuis vanwege zijn klasgenootjes of nu dan zijn broer. Zelf merkte ik het vooral aan mijn werk, aangezien dat achter de bar is. Behoeft geen uitleg. De Verkering werkt thuis, want werkt in het onderwijs en het is een wonder dat wij elkaar nog zo leuk vinden. Precies de helft van onze relatie hebben we ongeveer 24/7 samen doorgebracht in ons huisje in het bos. Dat kan niet anders dan goed zitten dunkt mij.

De Zonen kregen ook nog een broertje, aangezien Echtgenoot1 samen met zijn Vriendin twee pubers en een peuter nog niet genoeg vonden, en dat is een waarlijk snoezige baby. Toen hij uitgebreid naar mij lachte, was ik verrukt zeg, maar Zoon2 zei, na mijn loftuiging, dat hij dat naar iedereen doet. Dus dat was weer een illusie armer, maar ik ben blij dat het een opgewekte baby is, want dat lijkt me wel onontbeerlijk in zo'n gezin. Verder bedoel ik dit niet odieus. Alleen zeg ik het wat snaaks. Dat zijn mooie woorden voor mijn gevoel van jolijt voor hen, met een klein sprankje leedvermaak, wat je alleen kunt hebben als moeder van twee grote zelfstandige Zonen die kijkt naar een jong gezin dat tobberig bezig is met tandjes, de peuter-nee-fase en nul vrije tijd. Verder niks dan liefde hoor.

Voorts kwam het lang gevreesde, maar altijd verwachte bericht, dat ons Boshuisje tegen de vlakte gaat. Toen ik hier kwam wonen, bijna vijf jaar geleden, zou het maar een kleine twee jaar duren, dit woongenot. Dat we hier nu al zo lang zitten is een vloek, maar vooral een zegen geweest. Een zegen omdat het hier geweldig is. Met de hertjes in de tuin, het uitzicht op het bos, nauwelijks buren, naast de school van Zoon2, vijf minuten van mijn werk, Vriendin1 op twintig meter afstand, een vooroorlogs lage huur, Zuske en de Ouders op fietsafstand en het is de plek. De plek waar ik oprecht weer gelukkig werd. Mezelf werd, met een baan, een inkomen, een fijne plek voor de Zonen, de plek waar ik De Verkering uitnodigde op onze eerste date en waar we samen gingen wonen. Wat ik nooit gedacht had weer te gaan doen. Iedereen die hier komt vindt het fijn. Er komen ook heel veel mensen, want het is zo heerlijk hier. En we hebben altijd een volle koelkast. En het is een vloek, want waar gaan we ooit weer zoiets vinden. Niks zal vergelijkbaar zijn met dit huisje. Het huisje zonder trappen, het huisje zonder kosten, het huisje waar je niet je voeten hoeft te vegen, want de vloerbedekking was in 2003 al afgeschreven volgens de normen van het normale. Het huisje zonder voordeur, de zijdeur staat altijd open, het huisje waar iedereen gewoon binnenloopt. Het huisje in het bos.

Nou, dan moet je net De Verkering hebben. Die komt namelijk uit Noord-Holland Noord, en is daarbij de rationele persoon in onze relatie, en kocht voor ons een huis. Want waar ik altijd gewoon graag doe of er niks aan de hand is, en het lot zo'n beetje mijn leven laat bepalen, (met wisselend resultaat) zag hij zijn geest al dwalen en bedacht dat er waarschijnlijk niét een elfje zou komen aanvliegen die ons een nieuw boshuisje zou aanbieden voor weinig. (Ik bladerde in mijn sprookjesboek en achtte die kans nog best aanwezig).

En dus gaan we verhuizen. Wonen in De Stad alhier, is onmogelijk, want veel te duur, zelfs in de wijken waar ik nooit zou willen wonen. Het Dorp is al helemaal niet te doen, Het Naburige Dorp ook niet, want alles hier is gewoon groot, duur, en anders groter en duurder. Dus we gaan naar Het Noorden. Schagen. De Verkering heeft dit plan al ongeveer een jaar in mijn oren gefluisterd. Zachtjes laten inweken, ingemasseerd en opgebouwd. Tot ik niet anders kon dan toegeven dat het het enige juiste plan was. Het is waar hij vandaan komt. Er zijn huizen te vinden voor prijzen waar we hier ongeveer een schuurtje kunnen pachten voor een jaar.

En we zijn gaan kijken. Naar de stad er dichtbij, naar de dorpen eromheen. Ik vond overal wat van, maar ik wende ook aan het idee. We bekeken een hoop huizen, deden een heel aantal biedingen, maar werden voortdurend overboden, met bedragen waar we rustig een klein stalletje in Bloemendaal van hadden kunnen kopen.

En toen was er toch eentje. Een huis waarvan ik oprecht dacht, dat het goed voelde. Ik zag al mijn krukjes en kastjes daar wel staan en het is een zoete straat in een nette buurt, vlakbij een station, vlakbij het centrum, en er is een Hema. De Verkering maakte de hypotheek rond, ik begon zo zoetjesaan na te denken over behangetjes en een nieuwe bank. Zoon1 is enthousiast, Zoon2 moet nog erg wennen, maar dat komt wel goed.

Over een week krijgen we de sleutel.

Ik denk dat er nog wel wat uitgesmeerde mascara zal volgen. Als het maar niet in mijn kommetje lekt.

dinsdag 29 juni 2021

Dierenvriend die ik ben.

We hadden wat dingen gaande.
Het was vooral dier-gerelateerd, als ik er zo over nadenk.

Vorige week hoorden wij een BONK tegen de ramen, maar keken daar niet echt van op, want dat gebeurt wel vaker. Ik hou er namelijk hier een weelderige plantentoestand op na. Ik ben een plantenmoeder, en ik neem het erg serieus. Het is hier een groene toestand van heb ik jou daar. En ik hou ervan, ik zorg voor ze met hart en ziel, ik verwijder oude blaadjes, ik geef water en sproei alsof het een lieve lust is. Tussendoor geef ik ook de Zonen te eten hoor, dus geen zorgen, maar die zijn minder delicaat. Omdat al mijn mooie groene planten door de ramen te zien zijn, in ons huisje in het bos, zijn de vogels hier soms in de war, kennelijk, en vliegen van de boom zó mijn weelde in. Denken ze.

Meestal is er niks aan de hand en vliegen ze, met wellicht een klein hoofdpijntje, gewoon weer verder. Maar deze keer ging de Man toevallig vlak daarna onze buitenplanten bekijken. Heel mannelijk, op zijn slippers, handen op de rug, gieter in het vizier, een rondje lopen. Ik kijk daar altijd vergenoegd naar, want ik vind het schattig.
(De buitenkant is zijn ding, de binnenkant die van mij. Het kan maar duidelijk zijn).

'Aiiiii' hoorde ik hem zeggen. Hij had daar meteen spijt van, want hij kan dingen op een heel verontrustende toon zeggen en weet dat ik dat meteen door heb, of hij nou wil of niet. En dan kom ik aanrennen. Hysterisch misschien.
Er bleek een baby-specht tussen onze bloemen te liggen. Nog ademend, maar duidelijk niet in zijn beste doen.

'Ach Dennis' zei ik. Want ik geef dieren altijd direct een naam.
Hij werd binnengebracht en ik legde het kindeke in een doos van Nike, aangezien Zoon2 net nieuwe schoenen had gekregen. Dennis was aan het ademen maar het was een beklagenswaardige aanblik, dus ik aaide hem over zijn hoofdje en negeerde alles wat ik vroeger geleerd heb. Raak Nooit Een Zieke Vogel Aan.
Ten eerste was Dennis niet ziek, zover ik wist, en daarbij sprak mijn moederhart tot mij. Aai altijd een pips aandoend kindje. Knappen ze van op. Of je nou vogelgriep krijgt of niet.

Dennis was niet echt gewond, zover ik kon zien, maar hij was ook niet bepaald blijgeestig, en aangezien ik van sommige dingen best verstand heb, maar niet van spechten in malaise, belde ik het vogelhospitaal en aan de hand daarvan, de dierenambulance.

Een uur of vier later kwamen ze. In de tussentijd nam ik een kalmerend kommetje wijn, aaide ik veelvuldig over het pluizige hoofdje van Dennis in de doos en gaf hem water met een rietje. Heel zorgzaam vond ik zelf.
Dennis gaf niet perse blijk van dankbaarheid, hij rommelde wel steeds rond in zijn doos en schrok na een aantal keer helemaal niet meer zo erg als ik er met mijn bakkes boven kwam hangen.
De ambulance mensen waren lief en aardig en beloofden goed voor het spechtenkind te zorgen.
Dat ik de volgende dag wilde bellen om te vragen hoe het met Dennis ging. Was ik de volgende dag vergeten.

Verder in de week waren er de gewone zaken. Zoon1 zat midden in zijn toetsweek, wat gepaard ging met wat geschreeuw her en der, gescheld op de Griekse taal en op het leven in het algemeen en zijn moeder in het bijzonder, de Man zit in de afrondende fase van het schooljaar en Zoon2 vond een egel op de straat voor zijn schooltje.

'MAMMA!! We hebben een egel gevonden!!' Kwam het kind binnen, met zeven vrienden in zijn kielzog.

De Man wilde net boodschappen gaan doen, maar ik had natuurlijk meteen andere plannen. Hop, naar de Egel. Evert had duidelijk hulp nodig. Ik hou erg van dieren, dus ik rende ons Landgoed af, stapte op een stuk of zeven slakken onderweg en kwam buiten adem bij Evert aan. Ik ren normaal niet namelijk. Nu weet ik niet veel van egels, maar wel dat ze niet bij daglicht enorm rondom mensen gaan lopen en dat ze sowieso niet een grote bult in hun nekje moeten hebben, wat Evert wel had, zo bleek toen we bij hem kwamen. Alle vriendjes van Zoon2 stonden erom heen, en ik kweelde dat ik hem wel ging redden. Er werd een doos gehaald, er werd gras geplukt en ik toog met doos en Evert naar ons huis, met alle kinderen achter me aan. Eenmaal thuis haalden we kattenvoer bij de buren, want daar houden egeltjes van en ik was getuige van een zwerm kinderen die met hun telefoon filmpjes en foto's maakten van Evert,die rondscharrelde, het kattenvoer at, dat weer uitbraakte en daar vervolgens in ging liggen.
Van 'Oooohh wat schattig!!' ging het naar 'Gaaaaaadver wat gooooor' en ik belde maar weer eens de dierenambulance.

De mevrouw aan de lijn kende mij nog. Van Dennis.
En ze vond mij een heel lief iemand, die zich zo bekommert om allerhande levende wezens.

Ondertussen gooide ik wat ijsjes naar alle kinderen, mepte zes muggen dood en appte de Man die intussen bij de supermarkt was, dat ik wel zin had in een lekker biefstukje. Of een stukje Zalm, net wat in de aanbieding was.

Evert werd opgehaald en werd liefdevol meegenomen. De doos met daarin de egelkots zette ik buiten neer, waar de buurkat meteen in ging liggen. Hopelijk is er niet zoiets als een besmettelijke Egel-Covid.

Kortom, het was allemaal weer fraai. In het weekend was er een familiefeestje, dat is mijn lievelings. Er is altijd wijn en lekker eten, ontzettend leuke mensen en ik hoorde dat Zoon1 gespot was met een krat bier achterop zijn fiets.
Ik prikte bij mijn nichtje een gaatje in haar oor, gewoon met een naald. Ik regende nat tot op mijn ondergoed en ik bestelde een broek in een maat, die ik dacht nooit te hebben. Een kommetje wijn is wel het minste in deze tijden. En ik ga nu vragen of de Man die afschuwelijke spin in de badkamer wil vermoorden.

woensdag 16 juni 2021

Een sukkel ben ik. En het groeit maar door.

Het is een tijd geleden. En er gebeurde nogal weinig in veel tijd, misschien ook juist wel veel in korte tijd, het is maar net hoe je het bekijkt. Mensen, het lijkt wel poëzie. Of toch niet.

De week begon met Zoon1. Die, inmiddels anderhalve kop groter dan ik, zijn hoofd stootte en, terwijl hij afgrijselijke taal rondschreeuwde, ook liet weten dat zijn leven geen zin meer had. Alles en iedereen zal uiteindelijk tóch sterven en hij kon netzogoed meteen gaan, wat hem betreft. Ik, wel wat gewend inmiddels, smeerde het kind een lekker bammetje en waagde het niet te vragen wat er precies aan de hand was. En bood al helemáál geen kusje aan, op het beschadigde hoofd. Ik weet wel beter natuurlijk ondertussen. Ach, de tijd dat een gewonde Zoon om zijn mamma riep, getroost werd met een kusje en een beetje smiksmak op de gehavende plek of ziel... Dat deed niet alleen het kind goed, maar vooral ook zijn moeder. Alles wat een moeder wil, is dat het goed gaat met het gebroed. Hoe vervelend en stinkend en brutaal ze ook zijn. En ook als ze lief en zacht en wat meer gezeglijk zijn.

Toen daarna Zoon1 naar school ging en ik tegen beter weten in probeerde een kusje af te troggelen en hem wilde uitzwaaien terwijl hij met volle tas, diverse hippe mondkapjes en zonder lunch vertrok, ik in de einder keek naar mijn mooie tuin, bloeiende hortensia's en broedende koolmeesjes, viel mij een gescheld ten deel, wat denk ik gehoord is door het aangrenzende dorp. De ketting was weer eens van de fiets van het jong af. In alle tumult (mijn koffie zat tegen de ramen van schrik), moest ik op zoek naar de sleutel van onze reserve fiets. Die bleek in de winterjas te zitten van de Zoon, die in het huis van Echtgenoot1 lag. De Man werd wakker gemaakt, om de sleutel van zijn fiets te vinden, die ligt in het kastje waarvan ik het laatje niet kan openen vanwege groots ongeduldige genen, Zoon1 was een toeval nabij, Zoon2 riep luidkeels vanuit zijn kamer of hij ontbijt mocht en de buren liepen in totale verbijstering voorbij. Toen was het kwart voor acht. In de ochtend.

Heel soms mag ik Zoon1 wel nog kussen. Dat is meestal als hij het even niet in de gaten heeft en ik mijn kans schoon zie. Dan voel ik ineens prikkerige wangen en een netelige mond. Geschoren.

Was het nog gisteren dat ik handmatig zijn eerste melktandje uit de kleine bakkes trok, staan er nu diverse haarproducten in de badkamer, koop ik zijn kleding op de mannenafdeling in plaats van bij het kinderrekje en onderhandelen we in het weekend niet over een half uurtje later naar bed, maar komt hij thuis wanneer ik er al lang in lig.

Zoon2 laat het groot worden er ook niet bij zitten. Hele dagen is het kind weg en heb ik geen idee waar hij is. En mensen die het niet nodig vinden dat een kind van elf een telefoon heeft... Die hebben niet het soort kind dat ik heb. Godzijgedanke stuurt hij af en toe een appje naar mij, zodat ik weet dat hij leeft, en hij weet wat we eten. Zodat hij daar zijn verdere plannen op kan afstemmen. Hij komt thuis om wat eten te halen, een zwembroek of zijn pinpas, slingert net als zijn grote broer wat schoenen en tassen in de rondte en informeert naar het diner. Heel vaak komt er een sloot vrinden mee naar huis, die hun fietsen neergooien en precies weten waar hier in huis de glazen staan en de snoepjes en de ijsjes liggen. Zolang zij mij begroeten en (ongevraagd) hun schoentjes uit doen bij de deur, klaag ik nergens over.

Laatst ging ik Zoon2 weer eens meten, ouderwets met een streepje op de muur. Het streepje van een jaar geleden was ver te zoeken.

Het gebeurt letterlijk onder je handen. De Zonen worden langer, en ik ben tien kilo aangekomen. De stijgende lijn is zorgwekkend, als je het mij vraagt. Het mondkapje heeft mij niet tegen gehouden om lekker te eten en kommetjes wijn te drinken. Het heeft de jongens niet tegengehouden om te groeien. En het houdt mij niet tegen om voor altijd de sukkel te zijn die ik nooit heb geweten te zijn. Of zoals De Man zegt: Aaahhh, je bent lief naief. Ik blijk gewoon een sukkel.

Zoon2 komt mij, compleet uit het niks, een dikke knuffel geven en zegt: Ik hou van jou mamma. Ik bezwijk van liefde en verklaar mijn oneindige toewijding aan mijn nageslacht. Kind blijkt voetbal te willen kijken.

Ik ga akkoord. Man rolt met ogen. Kind wil er ook graag chips bij.

Zoon1 meldt dat hij niet mee gaat met de familie vakantie, omdat hij met zijn vrienden een weekje weg wil. Ik vind dat eeeeenig en haal herinneringen op van mijn eerste vriendinnenvakantie. Kind gaat, door mijn goede zoek-actie, naar jongerencamping op Terschelling.

Ik krijg paniek aanval. Man lacht hard. Ik zoek Netflix serie over alcohol en soa's om subtiel aan Zoon1 te laten zien.

En ondertussen gaan de dingen door. Vriendin2 leeft opeens veganistisch, maar ik gaf haar een heerlijke cappuccino met gewone melk, want ik heb nou eenmaal geen havermelk in huis. Het moet nog gekker worden zeg.

Morgen gaan Zuske, Vriendin2 en ik weer voor het eerst echt uit, met bier en alles, en de wereld is weer goed.

Vrijdag krijgt Zoon2 zijn rapport met zijn Voorlopig Advies erbij. Wat een heel ding is. En het kan mij werkelijk niks schelen. Of hij nou Loodgieter of Astronaut wordt of iets er tussenin. Zolang hij mij maar af en toe zijn wangetje laat kussen... en gelukkig is. En daarbij, mijn kraan lekt én ik heb altijd al een keer naar de Maan gewild.

Zoon1 begint met zijn toetsweek en is gespannen over Wiskunde en Latijn en dingen waar ik sowieso niks van snap. Maar ik snap wel lekkere broodjes en koffie en sapjes en af en toe een kusje op de wang, als hij even niet oplet.

Want daar gaat het uiteindelijk om. Een kusje, als al het andere tegenzit. En een kommetje wijn natuurlijk.

woensdag 13 januari 2021

Van toen alles dubbel ging

Dit jaar begon redelijk rustig hier eigenlijk. We hadden karige kerst- en oud en nieuw plannen, maar uiteindelijk was alles reuze gezellig, met natuurlijk een minimaal gezelschap, maar toch veel gezelliger dan het oorspronkelijk leek te gaan worden. En zo gingen wij heel relaxed het nieuwe jaar in. Met niet eens een heel erge kater, dus wat dat betreft begon alles goed. Tot wij bedachten dat het misschien eens tijd was om eens de afwas te gaan doen. Als de Zonen hier zijn houd ik er altijd wel een redelijk huishouden op na, met op gezette tijden de was en de stofzuiger en de afwas in de machine en zulks.. Maar als ze er niet zijn, zoals in de week na oud en nieuw... Dan gaat dat meer op de manier die ik handhaafde toen ik een jaar of twintig jonger was. Niet. Of tot het de spuigaten uitloopt. En omdat wij een bijkeuken hebben, en ik wél houd van een netjes huis... stapelde ik gewoon een paar dagen lang alles op in dat extra kamertje en zag ik het gewoon niet.

Toen ik uiteindelijk de afwasmachine aanzette en na een tijdje eens ging kijken of er al schone wijnglazen waren, overzag ik van alles, maar geen schone afwas. Ik deed de boel nog een keertje aan. En dat herhaalde zich nog twee keer, tot ik er zat van was en de man riep. Hij keek, zag en overwon helaas niet, en na duchtige inspectie en wat goed gemompelde technische termen, kwamen wij tot de conclusie dat het ding het begeven had. Niet zo gek, voor een machine die ik een jaar of vijf geleden tweedehands van iemand kreeg in mijn andere huisje,toen het ding op dat moment al jaren oud was. Hij heeft z'n werk goed gedaan. Wel jammer dat hij het begaf met afwas van vier dagen opgestapeld erbovenop.

'Jongens! Hierkomen! We hebben een situatie gaande en we gaan dat gezellig oplossen!!' Riep ik olijk tegen de Man en Zonen, en deelde theedoeken uit.

'Wat gezellig.' Zei de lieve Zoon2.
'JEZUS wat belachelijk!' Schreeuwde Zoon1
'He getver, het lijkt wel kamperen!' Mopperde de Man.
En ik keek vergenoegd in het rond, deelde steeds droge theedoeken uit en ruimde mijn handgewassen servies in de kastjes.

Een half uur en maar liefst negen theedoeken later, was niemand meer in een goed humeur, was wel de afwas gedaan, waren er ongeveer twee hersenpannen ingeslagen en was er één nieuwe afwasmachine besteld.

De volgende morgen werd ik wakker, gaf de poes eten en zette de koffiemachine aan.
Die een raar geluid maakte, in een plas water stond en een half kopje koffie maakte.
Dat van die plas water had ik al eens eerder opgemerkt, misschien zelfs wel al een paar weken, maar dat was steeds best snel opgelost met wat keukenpapier en het had tot nu toe niet in de weg gestaan van mijn zeer geliefde koffie in de ochtend, het liefst voordat de rest van het gezin wakker wordt, of opstaat.
Nu had ik er direct last van, want gare lauwe koffie en dat halve kopje bovendien.

NONDENJU! Dacht ik, en zat direct op de Nespresso site, want ik besloot dit niet af te wachten, tot ik de Zonen zelf bonen moest laten plukken of iets dergelijks, met alle gevolgen van dien.

En zo waren er in twee dagen, twee essentiële dingen stuk.

'Haha' zei mijn moeder. 'De meeste dingen gebeuren in drieën.' Heel opbeurend.

De volgende dag zaten we in de kou. Letterlijk, het was dertien graden binnen.
'Wat is het hier raar koud.' Zei mijn Zuske.
'Jaja' dacht ik. 'Jij met je vaatwasser en je koffiemachine in je huis', niet zo zeuren.

In de middag was het echter nog steeds dertien graden en moesten wij de treurige conclusie trekken dat de verwarming stuk was. Dit nadat wij eerst het protocol volgden van ontluchten, bijvullen en anderszins technische zaken alvorens je een huisbaas kunt bellen.

Een hoop gedoe volgde, met verwarmingsmeneren over de vloer, en buren die kacheltjes brachten en heel veel vesten en truien. Het bleek opeens een hele toestand om de wasmachine of de waterkoker aan te zetten, met al die kacheltjes in huis, want de stoppen sloegen steeds door. En we kregen misschien wel een nieuwe ketel, maar ja, het was vrijdagmiddag, dus even wachten hoor, tot maandag. Wij laten ons niet zomaar uit het veld slaan natuurlijk, dus ik stak veel kaarsjes aan, legde een extra dekentje op bed en wij droegen gezellig warme sokken.

Toen kon de Man zich bijkans niet meer bewegen. Een zere rug. Een heel zere rug, wat eigenlijk ook al een hele tijd aan de gang was, maar zoals dat gaat, negeer je soms wat dingen, omdat er andere dingen aan de hand zijn. Zoals werk, en Zonen en de kotsende poes en de Corona en dinges.

Maar het viel niet meer te ontkennen en wij besloten een heel volwassen beslissing te nemen en dan eindelijk maar eens een nieuw matras uit te zoeken, vanwege verregaande rugpijn van de Man en trouwens ook van mij, zei ik scheeflopend.

Een grondig marktonderzoek volgde, wij deden online testen en lazen referenties en de Man kocht ons een nieuw, duur, maar fraai nieuw matras. Helemaal ingevuld met alle maten en ons gewicht en nog meer wiskundigheid.

Ondertussen werd de nieuwe vaatwasser bezorgd en geïnstalleerd en met een blij gemoed vulde ik het splinternieuwe ding met onze vuilige vaat.
Drie kwartier later stond de bijkeuken blank en was nog net niet de slaapkamer van Zoon2 ondergelopen. Stuk.

Er volgde een telefoongesprek met de verkoper, die het allemaal héél vervelend vond en hij zou de volgende dag eens komen kijken.

De volgende dag, terwijl wij de ijspegels uit onze ogen wreven, werd de nieuwe koffie machine bezorgd. Een fijn lichtpunt in deze koude dagen.
Niet lang daarna werd de nieuwe vaatwasser weer weggehaald en stapelde zich wederom de afwas op, waar de Zonen met lede ogen naar keken en de theedoeken van de waslijn plukten. Ze konden niet in de droger, want dan zouden de stoppen weer doorslaan.

De dag dáárna werd de nieuwe vaatwasser bezorgd en ik begon weer een beetje hoop te krijgen voor de toekomst, terwijl ik ondertussen een afspraak maakte met de dierenarts, omdat Poes toch wel heel ziekjes leek.

Gisteren werd ons nieuwe matras bezorgd én de nieuwe ketel werd geïnstalleerd. Een mooie dag!

Wij pakten het matras uit, terwijl de mannen bezig waren en met emmertjes en slangen in de weer waren. Ik gaf ze groene limonade, want dat helpt altijd wel, en ondertussen sleepten we het oude matras van het bed en maakten een complete chaos van de slaapkamer. Maar, met een goed doel. Hopsa, werd het nieuwe matras op bed gelegd.
Ik zag het eigenlijk meteen.
De Man zag het ook.

Verkeerde maat.

Ik keek er niet eens van op zeg. De Man ging koortsachtig in de weer met een meetlint, en ik twijfelde tussen een inzinking of onbeheerst lachen. Ik koos voor het tweede.
En ondertussen werd het bloedheet in huis, want opeens deed alles het weer en ik had in de tijden van kou, alle radiatoren wijd open gezet.

Een van ons moest weer aan het echte werk, dus ik zette mij achter de laptop en begon een zoektocht naar een nieuw bed. Want dat had ik meteen bedacht. Echt niet dat we het nieuwe, reeds uitgepakte, matras gingen terug sturen. Dan maar een ander bed, in de maat van het matras, in plaats van andersom. Ik appte Vriendin2 erover, die er hard om moest lachen. Ik appte Zuske, die er hard om moest lachen en ik stuurde her en der wat mailtjes naar Marktplaatsverkopers. Bijna kocht ik voor veel te veel geld een bed en lattenbodems van een online winkel, gewoon omdat ik er helemaal klaar mee was, totdat ik zag dat de bezorgdatum pas 23 januari was. Net op tijd redde ik ons van een totaal faillisement en had uiteindelijk een geanimeerd gesprek met een meneer die voor een luttel bedrag zijn bijna nieuwe bed én lattenbodems aan mij wilde verkopen en hij wilde het nog brengen ook, naar Het Dorp.

En zo stonden wij gisterenavond een bed in elkaar te zetten, ons oude bed naar de kamer van Zoon1 te slepen, zijn oude bed uit elkaar te halen en lagen wij uitgeput op ons nieuwe matras. Vanmorgen werd ik om zes uur wakker. Zonder rugpijn.

Maar met een zwaar gemoed.
Want tussen alles door was Poes zo ziek geworden dat ik met de dierendokter had overlegd, dat ik haar vandaag zou laten inslapen.

Naast alles, ging dus ook Poes stuk. En ook al had ik haar pas drie maanden, in tegenstelling tot al het andere, wat ik al jaren in mijn slordige bezit had, was ik daar het meest van onder de indruk.

Inmiddels is alles weer hersteld en in orde, behalve Poes. Gezien de dingen die de laatste weken gebeurd zijn, is haar misschien een erger lot bespaard gebleven, zo probeerde ik nog een beetje lollig te doen tegen Zoon2. Maar er viel niet om te lachen.
En ik faalde in het stoer zijn.

Alles komt in drieën, bij ons kwam het in zessen.
Dan neem ik nu een dubbel aantal kommetjes wijn.

vrijdag 18 december 2020

Voorlezen van asielkatten en een klimbos

Het was een sombere maandag, van de week, weersgewijs, en ik zat zo'n beetje mijn bestaan te overdenken. Daar heb ik veel tijd voor tegenwoordig, vanwege mijn werkeloze bestaan. Het bevalt me vooralsnog helemaal niet slecht trouwens. Daar vinden ongetwijfeld mensen wat van, maar ik ervaar het niet-werken tot nu toe elke dag als een vrije dag. Zo eentje waar je je op verheugd als je steeds heel veel hebt gewerkt. Ik las laatst: De avond voor een vrije dag, is nog fijner dan de dag zelf. En dat klopt.

Evenzogoed dacht ik dat het misschien aardig was om wat núttigs te gaan doen met al mijn tijd. Op een gegeven moment zijn de bedden wel verschoond en de vaatwasser is uitgeruimd en het aanrecht schoon en begint de Man zich te ergeren aan het feit dat ik alles opruim. Ook de dingen die hij net even op tafel legde om een minuut later weer te gebruiken. Oh, dat lag alweer in de kast. WAAR HET HOORT. Ja, ik ben een nette huisgenoot.

(Behalve wanneer het gaat om mijn nagellak bijvoorbeeld. Die liggen in alle kleuren denkbaar, overal door het huis.)

Ik appte met mijn Zuske en deelde mee dat ik dacht aan vrijwilligerswerk. Wat dachten wij ervan als ik eens fijn bij de Voedselbank ging werken, bijvoorbeeld? Ik zag me al helemaal zeg. Gul zou ik alles uitdelen, vriendelijk zou ik lachen, een schouder zou ik aabieden, bij ongetwijfeld veel leed, en ik dacht aan alle lieve kindjes die ik zou ontmoeten, die ik dan bij wijze van verrassing een bellenblaas of zo zou geven. Wie houdt er niet van bellenblaas?

Na wat onderzoek bleek dat alle voedselbanken in mijn omgeving, omkomen in de vrijwilligers. Er zijn kennelijk heel veel mensen die veel eerder dan ik, het goede in zichzelf wilden beproeven. Ik ben altijd al een laatbloeier geweest. Maar wat nu?

Zuske was, in tegenstelling tot mijzelve, hard aan het werk, maar vond toch tijd om mij wat websites te sturen die op zoek waren naar mensen voor een grote diversiteit aan weldoenigheid. Zo kon ik kaarten gaan sturen naar eenzame mensen, al dan niet asielzoekers of mensen boven de tachtig jaar. Een eenvoudige taak, leek het mij en Zuske. Ik zag mij zélfs al zelf kaarten maken, met uitgeknipte mandjes bloemen, en egeltjes in een bakje met wol, en glitter natuurlijk. Een bijkans andere persoonlijkheid leek ik bijna, zo erg leefde ik me in zeg. Het bleek een kwestie van een mailtje te zijn, om adressen te verkrijgen van landgenoten die zouden opfleuren van een ansicht van een wildvreemde. Gretig stuurde ik mijn contactgegevens aan een voor mij eveneens wildvreemde meneer Hans, waar sommige mensen dan ook weer wat van zouden kunnen vinden, maar ik was geheel in de ban van de compassie mijnerzijds, dus ik wuifde alles weg wat ergens in mijn achterhoofd aan de alarmbel rinkelde. Ik was blij dat Zoon1 hier niet bij was. De kritische secretaris van mijn levenswandel.

Eenmaal op zo'n site is er moeilijk mee stoppen. Er bleek een oude dame te zijn, die graag wat aanspraak had, iemand die met haar een kopje koffie ging drinken en soms eens nieuwe schoenen kopen. In de app conversatie die daarna volgde, hadden Zuske en ik haar reeds in drie grappen bestempeld tot een lieve suikertante die niet alleen voor zichzelf nieuwe schoenen kocht. Ook had ze een lief babyhondje die ik in huis zou moeten nemen, mocht zij tragisch komen te overlijden, én stond ik in haar testament, omdat ik haar laatste maanden zo mooi had laten zijn. Geen familie had zij. Stond in de advertentie. HEEL hard lachten wij om onze grappen. Zo hard, dat ik misschien een beetje de online les van de Man verstoorde, die aan onze tafel probeerde om wat studenten deugdelijk Engels bij te brengen. Vervolgens bedachten Zuske en ik dat ik de Man toch wel te vriend moest houden, om voor de hand liggende redenen, (ik hou erg van hem) maar ook omdat hij, als het zou regenen, mij naar de oude dame zou moeten brengen. Het geeft immers geen pas om met natte haren haar vintage bontjas aan te nemen. Bovendien zou hij het babyhondje moeten uitlaten 's avonds, als het ook alweer regende.

Kortom, ik was er maar druk mee. Er was ook een advertentie van een jonge vrouw van 31, waar ik oprecht een beetje verdrietig van werd. Ze zocht vriendinnen, of in elk geval iemand om af en toe eens mee te wandelen, en als het écht klikte, mee naar een klimbos te gaan. Een klimbos? Als ik toch érgens verdrietig van word... dan is het dat wel. Ik zie me al gaan zeg. Het is beter voor iedereen dat zij en ik geen vriendinnen worden. Desalniettemin hoop ik dat ze iemand vindt. Oprecht.

Er was ook een bericht, op een vergelijkbare site, die zoeken mensen om asielkatten voor te lezen. Nou ben ik op zich enorm fan van katten, van asielkatten al helemaal, zo heerlijk zielig en alles, maar voorlezen? Ik zag mezelf al met een boek van Dikkie Dik op de vloer zitten, met een kring van plukkerige ongelukkige poeskes om me heen, die met tranende oogjes luisteren naar 's lands dikste dommige rode poes' verhalen.

In de app-gesprekken die daarna volgden, moesten Zuske en ik ZO HARD lachen, dat ik niet alleen de geloofwaardigheid van de Man als Docent Aan De Hogeschool bijkans eigenhandig om zeep hielp, maar ook bijdroeg aan een geluidswal tussen De Stad waar Zuske woont en Het Dorp waar ik woon. Ik weet bijna zeker dat er een petitie van deur tot deur is gegaan om iets dergelijks te realiseren.

Vooralsnog ben ik in afwachting van mail. Met adressen van eenzame bejaarden, treurende alleenstaanden of mensen uit den vreemde die het leuk vinden om met mij te wandelen en stroopwafels te kopen of zo. Ik ben serieus reuze benieuwd. Tot die tijd zou ik het heel prima vinden om toch iets voor die voedselbank te doen, ik vind dat een pracht van een goed doel. Nu woon ik toevallig in de rijkste gemeente van Nederland (in een van de vier kleinste huisjes van die hele gemeente), dus hier is doorgaans niet heel veel armoede te bekennen, maar misschien vind ik er nog wat op. Tot die tijd lees ik onze adoptiepoes dan maar voor. Ze braakt bijna elke nacht over ons meubilair, misschien houdt ze niet van Dikkie Dik.

maandag 14 december 2020

Heel erg stomme dingen

Er zijn zo vreselijk veel stomme dingen. Ik schreef er al eens eerder over, maar dat is jaren geleden, in een tijd dat ik natuurlijk ook dingen stom vond, maar weer ándere dingen. Ongetwijfeld zaten daar zaken bij waar ik nog steeds overheen wil braken, maar sommige aangelegenheden vind ik misschien nu minder erg, of zelfs acceptabel. Ik kan ze nu even niet noemen, maar dat komt omdat ik in alle staten ben.

De Man zei zelfs: 'Ja, schrijf er maar over.' Hij zag waarschijnlijk al voor zich hoe ik de ganse avond schuimbekkend zou gaan oreren over mijn ongerief, en hij wilde gewoon lekker 'Ik Vertrek' kijken. Waar ik het helemaal mee eens ben, maar soms neemt de toorn en verbolgenheid het van mij over en word ik woedend en misschien een beetje onredelijk, als ik het over bepaalde dingen heb, waar ik op dat moment bepaald mindere sympathie voor heb.

Ik heb dat vaak.

Het kan gaan over iemand met een heel vervelend kapsel. Daar kan ik werkelijk boos om worden, vanachter mijn laptop. Dat fledderige haar, wat dan zo sliertig en dun naast iemands gezicht hangt. Doe daar wat aan! Dat brul ik dan snerpend door de woonkamer, waar de Man dan van schrikt en mij daarna geruststellend over de rug aait. Het is een goed man.

Mensen die veinzen een ziekte te hebben waar ik niet in geloof. Dat klinkt niet aardig, maar geloof mij, het is erger voor mij dan voor die mensen. Zij zwelgen namelijk prettig in hun verzinsel, ik moet het allemaal aanzien in een televisie programma wat ik ook al liever niet zou zien.

Ik kan in woede ontsteken om mensen die heden ten dagen geen mondkapje wensen te dragen, omdat ze dat onzin vinden. Werkelijk, ook al vind je dat, omdat er essentiele hersencellen ontbreken in je te kleine brein, dan doe je het gewoon alsnog, omdat dat nou eenmaal nu moet. En het is geen enkele moeite. De wegwerpdingesen kosten geen drol, je kunt ze zelf maken, je kunt ze overal kopen voor nog geen vijf euro, en dan zit er nog een printje op ook. Ikzelf heb er eentje die ik in Duitsland heb gekocht afgelopen zomer. hij is zwart met bloemetjes. Wat kan mij het nou toch werkelijk schelen om er eentje op te doen in de supermarkt? Wat heb je er nu echt voor last van? Mijn bril beslaat een beetje, maar ik heb daardoor een excuus gevonden om mijn lenzen weer wat vaker in te doen, en een ander make-upje te proberen. Win-Win lijkt me dan toch.

Razernij maakt van mij meester, als ik denk aan mensen die 'kids' zeggen. Volwassenen die 'gaaf' zeggen, mensen in een elektrisch karretje die eigenlijk gewoon kunnen lopen, een avocado die niet rijp is, alle keren dat ik het programma Steenrijk Straatarm kijk. (Waarom zien de arme mensen er ook altijd arm uit? Ik ben een tijdje arm geweest, maar had niet ineens fledderhaar hoor). Mensen die metalen vlinders aan hun schutting hangen. Mensen die niet 'goedemorgen' zeggen als ze door mijn tuin lopen terwijl ik op één meter afstand met mijn kopje koffie zit. Mensen die een KerstKabouter kopen, in een woonboulevardwinkel. Zo eentje met een gezicht zonder ogen, omdat daar een olijke kerstmuts overheen hangt.

Gek genoeg word ik vaak niet boos om dingen waar andere mensen boos over worden. Mijn Zoon1 die gruwelijke dingen tegen mij zegt, omdat hij dat grappig vindt. Ik kus zijn vlassige bovenlip en bak nog maar eens een ei voor het kind. Zoon2 die zijn bureaulaatjes vol heeft met snoep, maar hier de kastjes leegtrekt op zoek naar een koekje. Die aai ik over zijn heerlijke onbevlasde snuitje. Mensen die voordringen in de rij, die laat ik gewoon. Ik heb meestal geen haast.

Een contradictie is: ik erger me wild aan de buurvrouw die, letterlijk, ongeveer negen keer per week een pakje laat bezorgen, maar nooit thuis is. Maar, ik heb grote sympathie voor de Turkse pakjesbezorger die ze allemaal bij mij aflevert, omdat er nooit iemand thuis is op andere adressen. (Ik neem elke week een groot aatal pakketten aan van andere mensen.) Hoewel deze meneer inmiddels weet dat hij bij mij een sigaret kan bietsen voor op zijn route, hij zeer slecht Nederlands spreekt en inmiddels niet eens meer zoekt naar huisnummers, maar alles hier op het tuinbankje kiept, heeft hij mij voor zich gewonnen en is er van irritatie, aan beide zijden, geen sprake.

Vanavond echter, was van mijn doorgaans vriendelijke aard, niks over. Begon de avond nog met wat jolige berichten in de familie app-groep, heel rap was ik van humeur gewisseld.

Die mensen. Die buiten het raam van het Torentje stonden te schreeuwen, terwijl Mark Rutte ons de tragische lockdown boodschap gaf.... Was ik al teleurgesteld omdat de Man niet naar de kapper kan, aanstaande zaterdag (hij is een kapsel-man), omdat de Zonen wederom fulltime thuis gaan zijn (in de zomer hadden we nog de buurmeisjes en de trampoline, nu in de regen zie ik het somber in met de activiteiten buitenshuis), kunnen Zuske en ik niet onze Gourmet-Karaoke-Kerstplannen doorzetten en ook al is het allemaal nog niet zo erg, in het grote oog der dingen, jammer is het wel weer allemaal. Maar ja, voor een goed doel he.

En dan gaan er mensen dus vanavond uit huis. Met een pan en een pollepel, met fluitjes, met trommels, helemaal met de fiets, of de auto of de tram en de bus, om naar Het Binnenhof te gaan en daar dan te gaan staan schreeuwen. Heb je nou wérkelijk niks anders te doen? Ben je zó treurig dat dat je uitje is? Je kiest ervoor om dat te doen, in plaats van thuis een kommetje wijn in te schenken, of desnoods muntthee? En lekker warm en droog naar de televisie te kijken, of met je vrienden te kletsen, of je akelige reptiel-huisdier te voeren, of je diamond-painting hobby uit te oefenen, of een stick te draaien of een lijntje te leggen, wat dan ook. Maar om buiten in de miezerregen te gaan staan fulmineren over zaken waar je geen idee over hebt... Mijn god. Dat is zo dom, daar kan je nauwelijks boos over worden. Dat is gewoon zielig. En heel erg stom.

dinsdag 8 december 2020

Piepschuim, de kerstboom en de stofzuiger

Na Sinterklaas, wat dit jaar een ontspannen avond was geworden, met mooie suprises, grappige gedichten en voor de Zoons nieuwe mutsen en handschoenen, zoals dat hoort, dronken de Man, het Zuske en ik nog een paar kommetjes wijn en besloten dat het toch fijn is dat de kinderen ouder worden. Om voor de hand liggende redenen, maar ook omdat het de feestdagen een stúk makkelijker maakt allemaal, zonder de stress, oververmoeidheid, hysterie en geloofswaanzin.

Ook bespraken wij de nazorg van een feestelijke avond. Het hele huis van Zuske lag vol met piepschuim, aangezien zij had getracht met een aardappelschilmesje een hond te beeldhouwen, van een groot stuk schuim dat ooit om een televisie zat. Nadat het geheel steeds minder op een hond was gaan lijken, besloot ze er een kerstbal van te maken, met zestien rollen zilverfolie. Die lukte uiteindelijk zeer goed. Er zat zelfs een balhaak aan. En mijn hele huis onder de zilveren snippers na het uitpakken door mijn vader. Als je ziet hoe die man een pinda pelt, en wat er dan tot grote treurnis van mijn moeder op de grond ligt..kun je je een voorstelling maken van hoe een levensgrote ontmantelde kerstbal eruit ziet. Maar het was een groot succes geweest.

Wij zelf verzamelden al een paar maanden karton in de bijkeuken, 'alvast voor de surprises, dat is handig'. Uiteindelijk gebruikte de Man vooral hout, deed ik iets met een computerscherm van de kringloopwinkel en moesten we voor Zoon1 en 2 alsnog naar de kantoorboekhandel voor allerhande karton en kon ik ze inderdaad voorzien van een deel van een oude doos, maar niet in verhouding tot wat we opgespaard hadden.

Aangezien we inmiddels niet meer bij de vaatwasser konden en al helemaal niet meer bij de droger en de stofzuiger, zonder dat er de hele tijd schoenendozen en verontrustend veel pizzaverpakkingen door de lucht vlogen, besloot de Man dat er opgeruimd ging worden. Vlijtig ging hij aan de slag met een mes, veel tape en was er veel gesnij, gevouw en bij elkaar geplak. Het is maar goed dat hij zulke dingen doet, want nu staat alles keurig in een vierkante stapel om naar de vullisbelt milieustraat te worden gebracht. Als ik het had gedaan, had ik vloekend alles in elkaar gestampt en waren er hoogstwaarschijnlijk meer dingen stuk gegaan dan alleen wat verpakkingen.

Voorts reden wij dit weekend naar een tuincentrum voor een kerstboom. Normaal ben ik niet zo snel met een boom, in het kader van gedoe en zooi en een ambivalent gevoel over kerst in het algemeen. Maar dit jaar is het anders, want ik had mij nieuwe kerstballen aangeschaft. Uit de boedelscheiding met Echtgenoot1 heb ik een paar jaar geleden van de afdeling Versieringen nagenoeg niks meegenomen, dus toen de eerste kerst alleen zich aandiende en ik droef vaststelde dat ik zélfs niks had om mijn bloedjes een mooie kerstboom te geven, (In die tijd was er weinig nodig om mijzelf tobberig ter aarde te doen storten.) kwam mijn moeder aanzetten met een doos vol kerstballen in elke kleur denkbaar, die zij, zoals ze opgetogen meedeelde, op een rommelmarkt had gevonden. Of aan de kant van de weg, dat kan ook.

Sindsdien tuig ik jaarlijks mijn boom op met die afdanksels van iemand anders. Wat heus niet erg is, en ik vond het ook wel wat fijn desolaats hebben en bovendien goed voor het milieu en duurzaam en alles. Die betamelijke houding liet ik compleet los, toen ik een paar weken geleden een grote nieuwe doos tegenkwam, vol met glanzende gouden ballen, en sommigen met glitters en met mooie lintjes eraan. Ha! Ik zou mijzelf eens even mooi nieuwe kerstversiering cadeau doen. Dat had ik namelijk verdiend, en nodig bovendien. En dus had ik opeens ook haast om daags na Sinterklaas een boom in huis te halen. De Man bestuurde de auto, had een mening over een boom, koos uiteindelijk voor degene die ik mooi vond en zeulde het ding omslachtig naar de achterbak, waarnaast ik kweelde dat hij toch zo stérk is en toen bleek dat we misschien een iets te kleine auto hebben voor een vrij grote dennenboom, kon ik ook al niet echt helpen want ik had steeds scherpe naalden in mijn vingers. Doet zeer hoor. Het is een goed man. We kwamen heelhuids thuis en inmiddels staat het ding prachtig. Met een combinatie van de nieuwe gouden versiering en de oude meuk.

Ik moest er wel het huis een beetje voor verbouwen, want zo groot is het hier niet, en er is eigenlijk maar één plek waar hij kon staan, en daar stonden al dingen. Maar het is prachtig nu, en heel sfeervol. Poes1 heeft zich er vooralsnog verre van gehouden en dat is maar goed ook. Hoewel ik nu wel weer bij de stofzuiger kan.

dinsdag 1 december 2020

Wij hebben een poes tegenwoordig

Wij hebben een poes tegenwoordig. Ze is wit, veertien jaar en heet Josefien. Zoon1 noemt haar Jacobien, waar ik geheel tegen mijn zin in, elke keer weer om moet lachen.

Ze is eigenlijk van de goede vrind van mijn Zuske, maar hij is op een wereldreis en kon haar niet meenemen. Het schijnt dat dat nogal een gedoe is, als je bijvoorbeeld van Egypte naar Costa Rica gaat. Ik weet dat soort dingen niet, want ik kom doorgaans niet veel verder dan Nunspeet.

Ze had een pleeggezin gevonden, maar daar waren katten waar ze ruzie mee maakte, dus moest ze daar weg. Nu is De Man hier in huis niet onwijs fan van katten. Dat weet ik omdat ik al een paar jaar elke paar maanden toespelingen maak op zulks een huisdier, maar hij was niet te vermurwen, hoeveel plaatjes van schattige baby poezen ik ook stuurde. Maar nu bleek dat Josefien niet bij haar pleegmoeder kon blijven en dat kwam mijn Zuske met een desolate blik vertellen, terwijl zij een paar biertjes koud legde voor De Man. Zij zou naar het asiel moeten. Op veertienjarige leeftijd. En ze is al zo mager. Ja, een bedroevend beeld.

De Man is een lieverd en had bovendien helegaar geen zin in eindeloos gezeur van mij (en Zoon2, de grootste dierenvriend hier in huis) dus ging akkoord met de adoptie van Josefien. Zoon2 en ik togen opgewekt naar de winkel voor vlees en brokjes en snoepjes en de moeder van de vrind kwam het poezenkind brengen. Verheugd kweelde ik tegen haar dat ze reuze welkom was en dat ze een fijne oude dag zou hebben hier in het bos, met als bijkomend voordeel voor iedereen, dat ze muisjes kon vangen.

Ze heeft zes dagen achter de bank gezeten.

Daarna kwam ze tevoorschijn en tot mijn grote plezier werd ze met de dag vriendelijker. Er was een kopje, er waren wat spingeluiden en soms liep ze, overdag, zelfs dwars door de kamer.

Wij lieten in de nacht de deur naar de slaapkamer open, want mocht ze eenzaam, alleen, ellendig of verdrietig zijn, dan zou ze op bed kunnen springen voor de broodnodige fysieke aanraking. Dit geheel tegen de wens in van de helft van mijn huishouden.

Na verloop van tijd ging ze daadwerkelijk eten, en hoé. Inmiddels zitten we op tweemaal daags een zalm-gerecht, van het duurste merk. Iets anders blieft ze niet. Dat weet ik, omdat dan het meurende prakje blijft staan, nadat ze er een paar keer aan gelikt heeft,en met een blik, die in het midden hangt tussen teleurgesteld en hooghartig, in de plantenpot gaat zitten, waardoor er de hele tijd overal aarde ligt.

Inmiddels krijgt zij de spijzen die haar voorkeur hebben, maar de plantenpot is kennelijk nog steeds favoriet.

Ik kreeg de verzekering dat zij een buitenpoes was. Ze houdt erg van buiten, wat goed uitkomt hier op het landgoed, en zou verder, zoals een bejaard dametje betaamt, lekker op een warm plekje liggen en blij zijn met wat aandacht en peuzelarij.

Nou. Ze houdt inderdaad van elke drie minuten van binnen naar buiten lopen en andersom. Ze houdt inderdaad van warme plekjes. Bijvoorbeeld op de laptop als je net iets aan het schrijven bent. Of zoals vorige week, toen De Man een online les gaf en ze op het toetsenbord liep en er dertig Hoge School studenten opeens een zwart scherm hadden.

Ze zou niet heel erg knuffelig zijn, maar daar zou ik wel even verandering in brengen. Ik pak haar de hele tijd op, want ik geloof erin dat dat gewoon gewenning is. Dat heb ik bij de Zonen ook gedaan vanaf dat ze baby zijn. En ik heb hártstikke knuffelkinderen. Als ik dat wil.

Van de week had ze de kattenbak heel vies gemaakt. Ik ging een beetje over mijn nek, dat doe ik nogal snel, dus daar kijkt niemand van op, maar ik had wel het ding even buiten gezet om even te luchten. Was ik vergeten.

En toen stond er iemand hier in huis met zijn sokken in de poep die opeens bij de bank op het kleed lag. Ik wil niet zeggen wie het was, maar hij was niet blij. Ik ging het opruimen. Want dat had ik beloofd. 'Ja, we krijgen een poes in huis, maar IK ZAL ALLES DOEN, ECHT, NEE ECHT! BELOOFD!!!' Tot dusver was dat goed gegaan.

Maar poep uit een hoogpolig tapijt halen..... Twee keukenpapiertjes verder hing ik brakend boven de gootsteen. En werd het werk mij uit handen genomen. Ik kon er heus niks aan doen.

De volgende dag ging ik grondig stofzuigen. Omdat ik gewoon best wel huishoudelijk ben. En ik het vermoeden had dat er vlooien in huis waren, ook dat. Ik kwam bij onze voordeur en het matje dat daar ligt, vanwege omdat vooral Zoon2 nogal eens voetbalt in een modderpoel en hij daar zijn voeten kan vegen. En ik zag iets onwijs goors. Poep. Wederom. Ik walgde, zei niks, braakte niet, en rolde het ding op en kiepte het naar buiten. Vervolgens vroeg ik Zoon1 of hij misschien zo vriendelijk wilde zijn om de vuilniszak en 'oh ja dat oude matje' even naar de container te brengen. Opgelost. Niemand hoefde dat te weten.

Bij de dierenwinkel in Het Dorp vroeg ik naar anti-vlooienspul, waar nog wat verwarring ontstond omtrent mijn doel. Wilde ik gif op mijn huisdier spuiten, of alleen in mijn huis? Nou, beiden niet perse, maar aangezien ik niet moordlustig ben, ging ik toch voor het huis-gif. Het bleek een heel ingewikkelde spuitbus te zijn, dus voordat ik het vermeende veiligheidskapje eraf had, had ik mezelf al duchtig bespoten en bijna om zeep geholpen, als ik de winkelmeneer zou geloven. Ik waste maar gewoon goed mijn handen, zoals tegenwoorig sowieso, en sprayde daarna royaal in het rond, waar ik de verdere huisgenoten maar karig van op de hoogte bracht. Geen paniek zaaien denk ik altijd maar.

De deur zette ik open, waardoor de hele middag ons huis op een vrieskast leek, en ik maar raaskalde over een koude herfst.

Maar verder gaat het Josefien goed. Ze schreeuwt luidkeels om haar ontbijt, wat nu de taak is van Zoon2, als hij hier is. Dat vond ik opvoedkundig en zelfzuchtig een goed besluit. Vanaf klokslag drie uur in de middag begint zij om haar diner te schetteren, wat ze, naar gelang mijn humeur, ongeveer om vier uur krijgt en de rest van de dag ligt zij in de plant, op de vensterbank of draalt zij rond haar etensbak, hopend op een late dis.

Het geeft zoveel plezier he, een huisdier. Van de week was ze drie uur niet in huis. Ik maakte me grote zorgen. En daarna kwam ze gewoon aangewandeld en riep om eten. Wat dat betreft is het gewoon Zoon1, maar dan wat kleiner en met heel scherpe nageltjes.

zaterdag 28 november 2020

Van de volwassen fietser zonder baan

Het zijn zorgelijke tijden. Niet alleen maar omdat er een pandemie is, of omdat René le Blanc blijkt te bestaan, maar vooral ook omdat Zoon1 ineens weer jarig was en dat was allemaal niet eenvoudig hoor, om dat te regelen. Het kind werd vijftien en dat is best wel veel, als je bijna vijftien bent. Ook als je zijn moeder bent trouwens. Hij is een kop groter dan ik, draagt schoenen in twee maten meer dan zijn vader en soms doucht hij uit zichzelf of doet aardig tegen zijn broertje. Natuurlijk konden we geen groot feest aanrichten, dus we verdeelden de taart dit keer maar tussen twee huizen, wat ik ook wel weer een dingetje vond, maar het was gelukkig de schuld van Covid en niet een of ander ex-echtelijk drama. Want daar doen we hier niet aan hoor. Het kind kreeg een felbegeerd spel waarmee hij dood en verderf zaait op zijn kamer. Soms hoor ik hem zo hard schelden dat ik oprecht denk dat er bloed aan de muren zit, maar het blijkt evenwel elke keer slechts enthousiasme over het neerschieten van zijn vrinden te zijn. Een hele opluchting. Verder zit ik zonder werk sinds deze maand. Mijn jaar voor de klas is ten einde, ik heb er een hoop van geleerd en erg leuke mensen ontmoet, maar dat is inmiddels inherent aan mijn carriere tot dusver. Ik doe van alles nieuws, doe van alles wat ik altijd al deed, leer wat nieuwe dingen af -en aan, gooi mijn bulderende lach de gangen door en na verloop van tijd is het weer zaak om wat nieuws te vinden. Volgens het UWV heb ik reeds eenentwintig jaar werkervaring. Daar schrok ik een beetje van. En stuurde daar een foto van naar mijn Zuske, die mij heel meelevend terug appte dat ik, inderdaad, oud aan het worden ben. Ik vond dat reden om een nieuwe nagellak te kopen en eens goed na te denken over mijn werkzame bestaan. Het eerste is goed gelukt, aangezien ik nu pastel-blauw gelakt door het leven ga. Het tweede is een onvergangelijk gegeven vrees ik. Zo inloggen op een overheids-pagina die kennelijk alles van je weten, is heel confronterend. Het liet zien wat ik al jaren probeer te negeren. Namelijk mijn vrij verontrustende streven tot een deugdelijk ambacht. Van Adviseur bij een bank ging ik naar Intercedente,ging ik naar Secretaresse, daarna kreeg ik mijn nageslacht, werkte jarenlang in een functie op Personeelszaken, kreeg nog wat broedsel en deed een periode van alles, van Pedagogisch Medewerker tot Receptioniste, soms een tijdje niks, en daarna voor de klas. En dan heb ik het nog niet over de periode dat ik misschien wel betaald kreeg om achter de bar te werken in Amsterdam, maar dat dat nergens vermeld staat. En daarna dat het wel vermeld werd en ik leerde om bloemen en hartjes in de cappuccino van de dames hier in Het Dorp te maken. Dat ik dat,daar in elk geval, nooit meer wil doen, is een heel mooi streven in elk geval. Ik ga nog liever bij de scouting. Verder sta ik voor een hoop open. En dan is Sinterklaas ook nog in het land. Dit jaar voor het eerst met surprises met de familie. Zoon2 regelde de lootjes, omdat hij dit jaar voor het eerst ECHT niet meer gelooft en dat mocht beloond worden. Hij weet wie iedereen heeft en ook al weet iedereen wel al ongeveer wie iedereen heeft, Zoon1 heeft zelfs een schema opgesteld in zijn telefoon, diezelfde iedereen houdt Zoon2 in de waan natuurlijk. Gewoon blijven liegen mensen, de basis van het decemberfeest mag nooit helemaal verloren gaan. Met mijn Zuske had ik het over het hele surprise-maken. Ik weet al weken wat ik wil maken, maar heb er nog niks aan gedaan, gewoon om zelf nog even lekker in de stress te schieten in de laatste dagen. Ook al heb ik dus alle tijd van de wereld tegenwoordig. Wij hadden een geanimeerd gesprek over papier mache en aanverwante zaken en ons gebrek aan papieren kranten. Wél hebben wij een online abonnement op de Volkskrant, dus we zagen ons al met een USB stick naar de copy shop gaan om een paar maanden kranten uit te printen, om daarmee, met behulp van behangerslijm, een fraai bouwsel te creeëren. Dat idee lieten we varen, om voor de hand liggende redenen, en verder konden we er niet over praten, want geheim en alles. Verder schafte ik mij een fiets aan. Online kwam ik een aanbieding tegen, dat de korting meer was dan de waarde minus de som van de delen en plus een meerwaarde van een percentage, zoiets, en ik zag iets met roze, en dan heb je me al snel. Ik liet De Man nog even meekijken, voor ik opeens een kinderfiets met drie wielen zonder stuur aangeklikt had, maar ik had zelfs de frame hoogte goed, dus ik vond mezelf al een hele rijwiel deskundige. Als het goed is wordt hij vandaag of morgen bezorgd en ik zie mij al blijmoedig het leven doorfietsen. (Mijn huidige fiets is een roestig barrel waarmee ik weliswaar mijn bestemming bereik, maar waarmee het wachten is op een akelig ongeluk, veroorzaakt door rampzalige oxidatie.) Toen mijn moeder gisteren kwam thee drinken, vertelde ik dan ook over mijn nieuwe aankoop, en toen zij weer huiswaarts keerde, zei ik: 'Vertel Vader even over mijn nieuwe fiets aankoop. Want, goed he, wat een volwassen aankoop!' Moeder: ..... Ik: 'Toch? Een nieuwe fiets! In plaats van allemaal truitjes of nagellak of zo.' Moeder: '.... Je bent 41.' Ik: ' Hm..??' Zoon2: 'Echt niet, ze is 40! ' Ik: 'Ja klopt, favoriete Zoon.' Moeder:' Neen, je bent 41. Wil je nou dat ik trots ben omdat je een keer iets volwassens doet?' Zoon2: 'Ben je 41? ' Ik: 'Eh. Ja?' Ik: (tegen Zoon2)'Ik ben 38 ' Zoon2: 'Echt niet' Moeder:' Nou kind, ik ben blij dat je jezelf serieus neemt.' Toen zat er niks anders op dan een kommetje wijn te nemen. Dat is namelijk mijn talent. Een bijzonder goed ontwikkelde eigenschap. Kijken of daar ook banen in zijn. '

zaterdag 21 maart 2020

Jongens, gaat het niet?

Vanmiddag hebben wij Zoon2 naar zijn vader gebracht. Eigenlijk wilde het kind gisteren al gaan, na een minder verkwikkelijk gesprek met mij, zijn liefhebbende moeder.
Ik wilde namelijk graag dat hij het Jeugdjournaal keek, leek me goed, en in deze tijden, zelfs misschien wel verplicht. Maar daar dacht hij heel anders over hoor. En dus was ik meteen 'gemeen' en 'altijd boos'. Daar was ik het niet mee eens, en ondanks dat er bij ons thuis zelden boosheid en zulks is, werd de sfeer toch allengs wat minder. Dat had misschien ook wel iets te maken met het feit dat we allemaal al de hele week thuiszaten, net als u allen.

Eigenlijk ging het best goed. Vorig weekend was de Man in Duitsland bij Zoon3, en hij kwam maar net aan op tijd thuis op zondag. Met de allerlaatste vlucht. Vanaf een leeg vliegveld Neurenberg, (spookachtige foto's vielen ons ter deel), kon hij nog net ons Dorp bereiken. En vanaf maandag zaten wij dus allemaal thuis. De Hogeschool van de Man was sowieso dicht, ik heb een vervelend kuchje ontwikkeld in de week daarvoor, maar opeens was dat dus reden om thuis te blijven en de scholen van de jongens waren dus dicht.

Op maandag was het allemaal nog wel grappig, onwennig, extra-weekend-achtig en spannend een beetje. Zoon1 en ik gingen naar de Supermarkt, we ergerden ons ongelooflijk aan idioot volle karren en de mensen die graaiden, we zeiden dat ook hardop, zo zijn wij, en schaften onszelf gewoon wat normale dingen aan. De jongens kregen van school uit wat mail, ik kreeg wat apps in de klassen apps, en in de sport apps. En in het online onderwijs systeem wat berichten. En van werk wat mails. En de man kreeg heel veel mail en apps en telefoontjes en we dachten allemaal aan opa en oma en de andere opa en oma, en de andere opa en oma, en opa, en heel veel aan mijn Zuske, aan de andere kant van de wereld.

Op dinsdag kon ik nog niet echt wat doen voor mijn werk, vanuit huis, in tegenstelling tot mijn mannelijke huisgenoten, dus ik sloeg aan de voorjaarsschoonmaak. Zo noem ik het dan maar.
En als je opeens thuis bent, zonder dat je echt ziek bent, of vrij hebt genomen om een reden... dan heb je dus ineens ongelooflijk veel tijd. Want de invulling op deze manier, duurde voor mij tot ver in de donderdag. Op wat werkmail na, en een heel professioneel Online Overleg, met de laptop en de camera aan en alles, had ik heel veel tijd.

Blijkt dat ons huisje helemaal niet geschikt is voor alle schone handdoeken. Past niet. Normaal is nooit is álles schoon! Nu opeens wel. Blijkt ook dat onze kledingkasten niet gemaakt zijn voor alle schone kleding van iedereen. Normaal gesproken ligt een deel in de was, hangt een deel op de lijn, ligt een deel in de droger en ligt een groot deel in de wasmand-met-schone-was. Nu ineens is alles schoon, droog, EN opgevouwen. Waar laten mensen dat?

Natuurlijk is dat geen probleem, in het grote geheel der dingen. Een grote stapel schone handdoeken staat misschien niet helemáál in verhouding met een gruwelijk dodelijk virus dat de hele wereld kapot maakt. Heus niet. Maar in ons Boshuisje, zat ik even met de handen in het haar. Mag u best weten.

Verder was het natuurlijk super genieten he, thuis met alle mannen hier. (…)

Zoon2 zit lekker in groep6 van het dorpsschooltje. En ik heb ze allemaal hoog zitten daar, maar het had me niks verbaasd, als alles niet perse meteen online zou zijn of zo. Niks was minder waar. Meteen begin van de week zat het kind achter mijn laptop met zijn meester en de rest van de klas in een groepsgesprek, waren er pakketjes in de school met lesstof en, tot zijn grote verdriet, waren er diverse berichten aan de ouders, was zijn leesboek ingepakt en werd zelfs door ons, zijn stomme ouders, zijn password achterhaald.

Zoon1 daarentegen. Zit op Het Stedelijk Gymnasium. Hij heeft de afgelopen week alleen nog maar wat vage berichten gekregen, tot, notabene, zijn eigen ergernis. Elk moment verwachten wij nu een bode te paard, die het landgoed op komt, met een perkamentrol, met daarop dat de Koning heeft besloten dat hij paragraaf 3.1 van zijn Latijn tekstboek moet maken. Of zo.
Desalniettemin is hij goed aan het werk. Voor zover je van een Puber kunt verwachten in een verplichte thuissituatie. Hij maakt een hoop grappen, is bijzonder veel aanwezig, eet nog meer dan normaal, groeit opeens waar je bij staat en loopt de hele week in dezelfde trui en slonsbroek.

Ik daarentegen, trek elke twee dagen een schóne slonsbroek aan.

Ook experimenteer ik met mijn huid. Hoe goed is het, om een week helemaal geen make up op te doen? (Leuk was dat ook, toen bleek dat de online vergadering mét camera was).

En met mijn haar. Wat doet het met je kapsel als je er NIKS mee doet? (Het doet niet veel voor je. Kan ik eventueel elke beauty vlogger nu als tip geven)

En als je op dag 5 tegen je Zonen zegt dat je gaat hardlopen, omdat je jezelf ineens heel dik vindt. En ze lachen HEEL hard daarom. Hoe reageer je daar dan op?
(Niet. Ze hebben groot gelijk)

Als blijkt dat andere mensen jouw merk wijn in grote getale hebben gekocht. Hoe ga je daar mee om?

- Fase 1 : Ontkenning. (Je denkt 'whatever, moeilijke tijden' en je koopt een ander merk)
- Fase 2 : Woede. (Blijkt godvergeten gore wijn te zijn, veel te zoet. Maar hele doos in bezit)
- Fase 5 (3) : Aanvaarding. (Blijkt best te doen na paar kommetjes)
- Fase 3 (4) : Onderhandelen. (Stuurt Man naar andere naburige supermarkten voor goede flessen wijn)
- Fase 5 : Pleizier. Heeft goede wijn in huis. Nothing on the hand.

Ach en ja, hoe ging verder de week. Vriendin2 kwam twee keer langs voor een kommetje wijn. We zaten buiten, anderhalve meter van elkaar af. We kusten elkaar niet.
Mijn ouders zitten thuis en komen alleen buiten voor de hond.
Mijn schoonouders zitten thuis en voeren de vogeltjes.

Mijn ex-schoonvader zit in zijn eentje in een verzorgingshuis. En is blind. En, eerlijk is eerlijk, wij hebben nooit een geweldige band gehad samen, maar toch denk ik aan hem t meest. In deze tijden.

Ik denk aan twee heel goede vriendinnen die deze zomer gaan trouwen. Of niet, misschien.

Ik denk aan Vriendin2 bij de politie.

Ik denk aan alle mensen die ik ken die in de zorg werken.

Ik denk aan mijn vrienden en vriendinnen die ZZP-er zijn.

Aan mijn lieve ex-collega's die een (nul)uren contract hebben in de horeca.... En waarvan ik niet weet of er wel goed voor ze gezorgd wordt.

Ik denk aan mijn favoriete Horeca mensen, die zo getroffen worden door dit.

Ik besef wat een geluk wij hebben hier in ons onderwijs gezin. We kunnen thuis werken. We krijgen salaris.

En Zoon2 is nu bij zijn vader. En morgen Zoon1 ook. En Zoon3 is in Duitsland.

Dus we zijn straks een week lang alleen, de Man en ik. In een normaal leven, zou dat wel even lekker zijn. Het enige voordeel van gescheiden zijn. Zeg ik altijd. Hahaha. Hahahahahah. Even met zijn tweeën.
Nu is dat anders hoor. Nu is dat, komen ze volgende week nog terug? Zien we Zoon3 nog ergens binnenkort?
Komen Zoon1+2 volgende week gewoon weer vol bombarie binnen?
En hoe zit het met mijn Zuske?

Maar ook, hoe zit het met mijn handdoeken?
En mijn gezicht tegen dat van Zoon2. Want dat helpt altijd.

En, om poëtisch te eindigen. GA GODVERDOMME NIET MET ELKAAR NAAR BUITEN EN NAAR DE MARKT EN NAAR DE SPEELTUIN EN NAAR WAT DAN OOK. GAAT HET NIET???!!













donderdag 12 maart 2020

Marktplaats, Corona en wc papier

Nadat het verlies van onze trouwe, saaie, maar niettemin aanminnige hamster een beetje op de achtergrond verdween, begon Zoon2 te denken aan zijn inkomsten. De een z'n dood, is de ander z'n brood, is een beetje zijn instelling nu lijkt het. Hoewel ik denk dat hij nog nooit van die uitdrukking gehoord heeft, was hij ineens erg bezig met de verkoop van de kooi van zijn verloren vrind.
Nadat het voormalige hamsterhuis al een paar weken werkeloos in zijn slaapkamer stond, (compleet met rottend half appeltje en zulks erin), vond ik het in elk geval tijd worden dat hij dat schoonmaakte, en, in zijn geval, klaar voor de verkoop.

Even dacht ik nog dat het zeer harteloos van mij was, dat hij dat allemaal zelf moest doen. Iets met kinderhart en verdriet en zo. Dus ik besloot het voorzichtig te brengen, en als ik dan enige vorm van verdriet of neerslachtigheid zou zien, zou ik natuurlijk, heel moederlijk, die taak van hem overnemen. En doorschuiven naar De Man.

Niks van dat al hoor. Natuurlijk werd het een paar dagen uitgesteld, maar vanmiddag was het toch zover. De kooi werd naar de huiskamer gesleept, er werd glassex en keukenrol aangedragen en er werd gepoetst of het een lieve lust was. Geen traan werd gelaten, er werd een beetje binnensmonds gebraakt over het vergane appeltje, maar na een klein half uurtje stond er een kooi te shinen en werd ik verzocht de boel op Marktplaats te zetten. Of veertig euro dan een beetje leuk bedrag was? Vroeg het kind.
Na een klein warenonderzoek en wat verhalen uit de krochten van mijn levenservaring, kwamen we op het mooie bedrag van maximaal vijf euro.
Nou, daar kwamen de tranen dan toch hoor.

Uiteindelijk besloot ik de rouwende zoon dan maar wat tegemoet te komen, en beloofde dat ik het geboden bedrag zou verdubbelen, voor zijn spaarrekening. Of dat nou lief van mij is, of ronduit waardeloos qua opvoeding, daar ben ik nog niet helemaal over uit, maar hij was in elk geval blij. Ik heb wel een maximum van vijftien euro bedacht met hem. Dus hij hoopt nu op een rustige veertien euro, zodat ik dat nog dupliceer.
Nee, het is allemaal niet eenvoudig, het ouderlijk bestaan.

Ondertussen was Zoon1 al de hele week ziek. Braakte alles uit wat hij niet gegeten had, zag er witjes uit en, zeer verontrustend, had geen trek in eten.
Zoon1 is 14 jaar, en zijn leven draait grotendeels om eten. Waar is eten, wat is er voor soort eten, is er genoeg eten, wat gaan we vanavond eten, is er nog meer eten, waarom is bepaald soort eten er niet, waarom is er niet meer, waarom is er te weinig, kan er gehaald worden en, de grote vraag:'Waarom bestaat leven niet uit frikandel broodjes'.

Maar niks van dat al deze week. Er werd nauwelijks wat gegeten. Er werd wat thee gedronken, er ging wat yoghurt in, maar kwam er ook keihard weer uit. De jongen zag er witjes uit, lag in bed, zoals gewoonlijk, maar sliep dan ook, in plaats van alleen maar Netflix en aanverwante zaken te kijken. Ik wilde hem temperaturen, maar daar is hij te groot voor. Ik voelde aan zijn voorhoofd, ik mocht hem knuffelen, hij appte me droevige berichten over zijn gesteldheid en in zijn kamer was het helemaal geen grote bende.
Ja, dan maakt een moeder zich toch zorgen.

Vervolgens gaat De Man morgen met het vliegtuig naar Zoon3 in Duitsland. Of hij er komt, is al een eerste. Er mankeert hem niks, maar als hij zich per abuis verslikt en moet hoesten bij de douane, dan gaat hij helegaar niet weg, want moet in quarantaine op Schiphol. Redt hij het tot Neurenberg, is het maar de vraag of hij zondag ons land weer in mag, aangezien er een gruwelijke Corona Ellende in Duitsland is. Alles goed dit he, voor de psyche van mij.

Aangaande de Corona, zat ik vanmiddag voor de televee met de Zonen, om de persconferentie te bekijken van de heer Rutte. Gaan de scholen dicht?? Dat was natuurlijk de grote vraag. In een Onderwijs-gezin zoals het onze, een zeer interessante kwestie. Dat het niet zo blijkt te zijn, vooralsnog, stemde de Zonen zeer teleur. Ik zou haast zeggen, nog meer dan de dood van onze hamster, en het virusje dat Zoon1 heeft.

Toen ik vanmiddag naar de supermarkt ging, was al het wc papier bijna uitverkocht, het enige dat er nog was, was een of ander Eco-merk, voor veel meer geld dan normaal. Die hebben wij nu dus. Mocht het allemaal volledig uit de klauwen lopen, hebben wij in elk geval drie-laags-eco-papier. Verder niks, trouwens. Ik zit aan mijn laatste kommetjes wijn vanavond, aan een voorraad potten en blikken heb ik nog nooit gedaan, er liggen drie pizza's in de vriezer en misschien nog een brood.

Maar, ik kan altijd nog de voetbalschoenen van Zoon2 op Marktplaats verruilen voor een pan soep of zo. Alle sport is toch afgelast voor de komende maand. Kijken hoe hij dat vindt.