zondag 23 oktober 2016

Waar ik ook ben, tapsgewijs en liefdesgewijs.

Sinds het hele akkefietje rondom de scouting en alles, lijkt het wel of ik andere gesprekken voer. Buiten dat er wildvreemden mij op Facebook aanspreken, heb ik de laatste tijd sowieso nogal wat aanspraak gaande.
Dit heeft wellicht ook te maken met dat ik in andere omgevingen en bij andere mensen verkeer, tegenwoordig. Dit heeft ook van alles te maken met dat ik aan het solliciteren ben. Dan kom je nog eens ergens he.

Zo was ik bijvoorbeeld in in een dorp hier vrij dichtbij, maar toch hier ver vandaan. Het was namelijk niet te bereiken zeg. Ik ging potdikke met een trein en een bus, en daarna zou ik een stukske lopen. En zo kwam het dat ik een ongelooflijk end langs een of andere verlaten dijk liep te lopen, en geen idee had waar ik was. Uiteindelijk kwam het goed hoor, omdat ik werd opgehaald door een van de aardigste mensen ooit, die mij naar zijn vrouw bracht, met wie ik zou werken, die ook al zo aardig was. En ik werkte achter de bar. Want dat doe ik. En ik had het naar mijn zin en ik deed mijn best en ik dacht waarlijk hier een baan te pakken te hebben. Maar toen bleek bij nadere inspectie van het openbaar vervoer, dat ik daar helemaal niet kan werken, omdat ik dan nooit meer thuiskom na een avond aan de arbeid. En op zich wil ik wel naar huis, uiteindelijk.

En zo was ik een ervaring rijker. Het werk was namelijk in een sportcomplex, en wie mij maar een beetje kent, die lacht zich een slag in rondte, want sport en ik in één zin....dat hoor je niet vaak. Maar toch was het leuk, en vooral om alle aardige mensen. Maar ja, heen en weer kunnen is op zich wel essentieel voor een leuke woon-werkverhouding.

Wat iets makkelijker gaat, is mijn werk in Amsterdam, in een kroeg op de Wallen, waar ik achter de bar sta en belachelijk veel plezier in heb. En ook daar is de communicatie soms wat anders dan anders. Gedurende de avond zie ik diverse personen, gezelschappen en anderszins samengestelde groepjes, veranderen van de vrijdagmiddagborrel in een nacht vol plezier, drank, gelal, soms ruzie, veel geleuter, enige treurnis, geregeld wat dronken liefde en dan ook af en toe wat anders.

Er was gisteren een groepje uit een dorp in de Betuwe. Drie ontroerend jonge jongens die bier dronken, op zoek naar mooie meisjes en dronkenschap. Nog te jong om te weten dat die twee meestal geen goede combinatie zijn. Eentje had dezelfde naam als Zoon2, waardoor ik met hem natuurlijk een enorme band had, zo dacht hij. Ik gaf hem een gratis bier, omdat hij nou eenmaal een prachtige naam had, ontzettend schattig was en ook omdat zijn bier half was opgedronken door de gare kerel naast hem aan de bar.

De kerel die ik eerder al had gezien en die mij toen maar niks vond, niet goed genoeg om hem te bedienen, neen, dat moest gebeuren door mijn collega.
'Whatever' dacht ik, en vond hem eveneens niet aardig.

Maar, zo bleek, deze week vond hij mij opeens wel heel aardig. Wat hij liet blijken door op ranzige en bovendien zeer onaantrekkelijke wijze steeds zijn tong te laten zien. Was ik niet bijster van onder de indruk. Natuurlijk schonk ik hem wat hij wilde, en zag hem na slechts vier drankjes afglijden tot een nog akeliger versie van zichzelf. Een niet begerenswaardig iemand. Nadat hij al een uur droog stond, omdat hij mij steeds wilde betalen met drie muntjes van twintig cent en een treinkaartje, verliet hij het pand, wat gewaardeerd werd door iedereen in het algemeen, en mij in het bijzonder. Dit natuurlijk niet nadat hij even had gevraagd of ik wellicht meewilde, en dat hij de een of andere schunnige handeling bij mij kon doen, of andersom.

Ook in het etablissement aanwezig, was een groep van een man of vijf, uit Amsterdam, de grote stad, zelf. Ik denk dat het makelaars waren. Makelaars op een vrijdaguitje, waarvan eentje zijn vriend uit de bouw had meegenomen, (want heel brede schouders) en eentje zijn neefje die nog maar net 20 was en nodig eens op de Wallen moest zijn. Denk ik, hoor. Het neefje had moeite met het tempo waarin bier werd besteld, de breedgeschouderde was cool en eigenlijk de aardigste en de drie anderen dronken of het een lieve lust was en vonden het nodig om mij te ondervragen over mijn leev'n.
Net toen ik klaar was met vertellen dat ik in het dagelijks leven aan professioneel bloemschikken doe en zeven bloedjes van kinderen heb van vier vaders, kwam mijn vader binnen.

VADER! Riep ik. En tapte rap een bier zeg.

Nou, dat was me daar een evenement. 'DE VADER VAN KRISTEL IS ER!' En de man werd Pa genoemd door iedereen en kreeg bier of het zo uit de tap vloeide zeg.
Oh.
Hij schrok een beetje, dat zag ik wel. Maar dat kan hij best hebben. Net als ik. We komen uit een goed nest he, zal ik maar zeggen. We schrikken niet snel en zien nogal gauw de grap van de dingen des levens in. Dus mijne vader hield zich goed stand in de bieromgeven omgeving.

Voorts moest ik opeens weer allemaal vragen van een van de makelaars beantwoorden.
'Wat was toch eigenlijk de zin van het leven?' Zo wilde de man weten.
'Waar heb je het over?' Deed ik heel ik-heb-het-allemaal-al-gehoord.

Nou, hij had geen idee. 'We lopen toch tegen de veertig' vond hij.
Vond ik helemaal niet.

Hij had geen idee wat hij moest, en had hij doel in leven?
'Heb je kinderen?' Vroeg ik dan maar, interesse veinzend.

Nou, en toen ging hij los.
Nondenju wat ging hij los. Ik hoefde nog net niet de bevallingsvideo te zien, maar het scheelde weinig. Ook was hij per direct emotioneel, wat misschien iets te maken had met zijn alcohol inname, maar het was niet minder schattig hoor. De man wilde stante pede terug naar moeder de vrouw en baby het kind en hij zag mij als zijn redder en zijn goeroe en zelden had hij zo'n goed gesprek gevoerd zeg.
Nou, daar ben ik voor hoor, zei ik natuurlijk heel medelevend. En of hij misschien even de schrikbarende rekening wilde betalen?

Een fooi van heb ik jou daar.

Mijn vaderke zat inmiddels op een droogje, maar moest ook weer de trein halen. Dus niks aan de hand, vader-dochter-gewijs.

En zo lag ik vanmorgen om een uur of half zeven in mijn bed. Goed gewerkt. Redelijk verdiend. En toen ik wakker werd ging ik Zoon1+2 halen, want die sliepen een nachtje bij omaen opa.

En toen ik ze weer had, met een hoofd vol watten natuurlijk, want veel te weinig slaap, toen wist ik het ja. De makelaar man had gewoon gelijk. De kinderen zijn het wel. Want wat is het anders.

Oh wat kan ik lachen. En oh wat heb ik een lol. Maar wat het echt kan zijn. Dat heb ik niet. Maar wat het echt is, dat zijn de jongens. Hoewel de communicatie daarmee vooral uit 'nee' bestaat. Kussen en knuffelen doen ze altijd. Zonder enige bijbedoeling, ook al is de tap gesloten. Omdat ze mij superlief vinden. Waar ik ook ben.

maandag 17 oktober 2016

Want paardenmeisjes, daar hou ik dus helemaal niet van.

Nou nou, wat een toestand. Het was natuurlijk allemaal reuze leuk, het stukske in de krant, mijn stukske hier, over dat ik niet perse van de Scouting mijn nieuwe hobby wil maken, en alle reacties die daarop kwamen. Bijna alle reacties dan.
Er waren mensen die zeiden dat ze het leuk vonden. Er waren mensen die tóch heel erg wilden laten weten hoe fijn hun scoutingclub is, en er waren mensen die ergens in het midden stonden van die twee.

Er waren er ook een paar die het nodig vonden om mij persoonlijk aan te vallen.
Met een persoon in het bijzonder.

Die dacht een mening over mij te kunnen hebben op basis van mijn haarkleur. En over de manier waarop ik mijn wijntje wens te consumeren. En wenste te willen vermelden dat zij mij iemand zonder eigen identiteit vond, die met De Massa schijnt mee te lopen.

Ik schrok er waarlijk een beetje van. Natuurlijk lachte ik eerst heel hard hoor, want het was gewoonweg bespottelijk. Maar daarna ging ik er nog eens over nadenken. Een wildvreemd iemand gaat dus na een stukje dat ik schreef, op mijn facebook kijken. Foto's van mij bekijken, lelijke dingen over mij opschrijven en vindt dan ook nog dat ze heel goed bezig is. Toen er vervolgens mensen gingen reageren op haar, vond zij die 'bekrompen'.

Natuurlijk keek ik ook even op haar pagina. En zag een meisje. Vrouw. Die haar eigen naam afkort. Daar hou ik dus al niet zo van. Verder zag ik iemand die zich opmaakt, niet gehinderd door enig gevoel van kleur of het juiste gebruik van een oogpotlood. Ook houdt ze erg van dieren, want ik zie paarden, vogels en honden. Dus ik denk dat het zo'n type is die Meer Van Dieren Dan Van Mensen Houdt. Wat meteen ook duidelijk maakt waarom ze niet zo heel goed is in communicatie, gezien haar reacties op mijn tijdlijn. Met een paard praat je doorgaans toch anders dan met de volwassen homo sapiens, immers. Ze woont hier een eind vandaan, wat heel prettig is wat mij betreft. Want ik zou haar niet graag in levende lijve tegenkomen. Alleen al omdat je met zo'n persoon nooit weet of ze misschien een bijl bij zich draagt.

Maar, het verschil hier is, dat ik niet op haar tijdlijn allemaal lelijke dingen ga schrijven. Omdat ik haar namelijk niet ken. Ik wil haar ook niet leren kennen. En ik heb zéker een mening over hoe ik denk hoe ze is. Als persoon. Maar ik ga dat niet lopen spuien. Omdat ik namelijk ook best nog wel andere dingen te doen heb. Belangrijker zaken. De was, bijvoorbeeld. En ik weet nog helemaal niet wat ik morgen ga eten. En prioriteiten he.

Maar ik bleef me verbazen. Niet alleen over voornoemde juffrouw. Maar vooral over het feit dat zo vreselijk veel mensen de moeite nemen om, als ze iets lezen waar ze het niet mee eens zijn, dan op facebook op te gaan zoeken wie al die muiterij geschreven heeft en dan enorm te gaan reageren. Achter hun laptop, zie ik dan zo voor me. Kopje koffie erbij, mijn naam intypen en dan gaan lallen over een onderwerp, tegen iemand die ze niet kennen. Ik krijg de neiging om te gaan schrijven over diverse andere hobby's, sporten, liefhebberijen en verzamelingen. Kijken wat er gebeurt. Of zal het specifiek iets van de scouting zijn?

Aan de andere kant dacht ik juist na over het hele social media, en wat een achterlijke aangelegenheid het is, dat je niet als zomaar iemand een klein meninkje kan hebben, zonder dat dan allemaal mensen daar weer wat van vinden.

Vroeger denk ik, werd er hooguit een brief geschreven door een of ander zuur iemand, die het niet gepast vond dat er in de krant iets stond over een onderwerp. Die brief werd dan gepubliceerd en daar werd dan een beetje over gegrinnikt of er kwam een tegenbericht op, of er werd misschien een gesprek over gevoerd zo her en der. Nee, nu niet hoor. Nu heb je met één druk op de knop je reactie geplaatst, weet de halve wereld wat jij er van vindt en kun je lelijk doen tegen wie je maar wilt.

En ik schreef mijn stukje niet om lelijk te doen he. Ik ventileerde mijn mening over iets. En dat deed ik niet om iemand te kwetsen. Waarom zou ik? Maar de jongedame die het nodig vond om op mij te reageren, deed dat wel. Expres.

Misschien moet zij maar eens fijn knopen gaan leggen in haar Wifi kabeltjes thuis. Een nieuw scouting dasje in elkaar knutselen van de knopjes op haar toetsenbord en lekker gaan paardrijden in plaats van wildvreemde mensen beledigen.

En trouwens. Paardenmeisjes. Daar hou ik dus helemaal niet van he.

donderdag 13 oktober 2016

Ik hou er gewoon niet van. De Scouting.

Nou, dacht ik zo op een avond, zeer kort geleden: laat ik eens een stukske schrijven voor de Metro. Dat krantje bij de trein. Want ik ergerde me lichtelijk over wat voetbalaangelegenheden in het algemeen, en in Het Dorp hier, in het bijzonder.
In dat stukje, maakte ik een piepkleine opmerking, meer dan een bijzin was het niet, over de Scouting. Een grapje. Een inside joke die ik met de ExEchtgenoot altijd maak, als het gaat over de activiteiten rondom de Zonen. Verder ging het er niet over. En ik was ook van plan het daar enorm bij te laten, aangezien ik nou eenmaal doorgaans andere onderwerpen wens te bespreken..

Nu moest ik de ochtend van de publicatie in de krant, toevallig met de trein op weg naar een sollicitatie. In mijn keurige outfit, voor mijn doen dan, pakte ik fluks het krantje uit de bak om daar eens fijn opzichtig in te gaan zitten lezen. Maakte een selfie met de krant, grinnikte om mijn eigen stukje, want dat doe ik nou eenmaal, en opende daarna eens Facebook en consorten op mijn telefoon.

Waaaat??? Ontzettend veel reacties waren mij reeds ten deel gevallen. Ik was oprecht heel erg verbaasd. Ja natuurlijk appte mijn moeder dat ze een stuk of 38 exemplaren in huis had gehaald. De Vriendinnen vonden het allemaal reuze leuk voor mij, Zuske vertelde het op haar werk en mijn vader vond het ook reuze grappig allemaal. Maar dan de rest...Allemaal wildvreemde mensen hadden gereageerd. Nondenju, half Nederland viel over me heen. Mijn arme Facebookpagina ontplofte bijkans, van alle Scoutinglievende medemensen die het nodig vonden om hun mening te verkondigen over mijn zinnetje. En kennelijk mijn karakter, mijn kinderen, hun sport en mijn deerniswekkende bestaan in het algemeen, in hun ogen.

Ik begon alles te lezen, maar het ging maar door. Vader1 van school belde mij, en wij lachten zo ongeveer 10 minuten achter elkaar, voor er een woord kon worden gezegd. Hij had het ook allemaal gelezen. En op geheel eigen wijze gereageerd. Net als De Schipper, die een klein beetje een fout grapje maakte, waar ik enorm om moest lachen, maar heel erg veel mensen niet hoor.

Lichtelijk fledderig van alle consternatie en gelach, kwam ik bij de sollicitatie aan, waar ik natuurlijk een binnenkomer van jewelste had.
'Vertel eens wat over jezelf?'
FLATS, zo de krant op tafel natuurlijk. (Baan in the pocket)

Maar het begon de spuigaten uit te lopen zeg. Ik had kennelijk een groot deel van de mensheid onbewust beledigd. Althans, zo ervaren zij dat. Ik moest nodig maar eens op bezoek komen bij een Scouting hier of daar. Kon ik mijn kinderen of mezelf nog wel in de ogen kijken? En wat is er eigenlijk zo knap aan voetbal, wat Zoon1+2 doen? Dat kan elke halve gare idioot immers. Ook niet erg vriendelijk als je het mij vraagt Nee, dan spijkerpoepen, ganzenbord en stratego.

Feitelijk werd ik, zo heb ik inmiddels na gedegen onderzoek geleerd, vergeleken met De Blauwe Vogels. (Een aftakking van Scouting Nederland, voor mensen met een beperking).

Nadat ik nog zo wat verder googelde, leerde ik, dat de officiele slogan van Scouting Nederland, luidt: Laat je uitdagen!

Dat betekent wellicht in de praktijk, dat er vuur moet worden gemaakt in een regenachtig bos, dat er een wc moet worden gebouwd op de heide, als alle welpjes aan de diarree geraken door zelfgemaakte soep van gevonden besjes en dat je moet zorgen dat je blouse en je sjaaltje en je kniekousen en je insignes (verkregen na het redden van een boom van de ondergang, of de reanimatie van een eekhoorn, zo stel ik me voor) allemaal recht zitten.

Ook leven ze via een leuk letter-stappenplan; waarvan een aantal positieve kernwoorden mij opvielen.
Samen, Plezier en Verbinding. Trots en Creativiteit.

Nu zijn al die 100.000 jeugdleden ongetwijfeld veelal schattige kindertjes, en hun akela's doen hun best, maar Samen zorgen ze er op deze manier voor, dat het Plezier er voor mij nu alweer af is, dat ze zich Verbinden in hun complete afkeer van enige kritiek, hoe ongemeend ook, en dat hun Trots iets te ver gaat, aangezien ze Creativiteit in elk geval compleet schijnen te willen mijden. Creativiteit in het schrijven van iemand, in elk geval.

Maar, er waren meer woorden. Niet getreurd.
Code en Traditie, Wet en Belofte. Outdoor, Uitdaging en Teamgevoel.

Ze beleven hun plezier volgens een Code, die kennelijk zegt dat alles wat anders is, heeeel verkeerd is. Namelijk Traditie is, dat je keihard opstaat voor je eigen waarden, niet gehinderd door enige flexibiliteit of empathie voor andersdenkenden. De Wetten waar ze zich aan houden, zo vernam ik, zijn doorgaans positief en mooi geformuleerd. (Ik zeg wat ik voel, gruwel van vals gezwets, bereik eerlijk mijn doel, zonder dat ik iemand kwets.) Ze leven ze alleen niet allemaal keurig na he, zoals het heurt. Ja, zeggen wat je voelt. Dat mag kennelijk alleen als brave Bever. Niet als stukjesschrijver. Outdoor zijn ze, dat moeten ze lekker zelf weten, mijn jongens op het voetbalveld ook. En ik sta netjes aan de lijn hoor, ik haal alleen soms een kopje koffie. Als dat mag? Ze Dagen elkander Uit, wat goed is voor het Teamgevoel, en ze dagen ook anderen uit, die geenszins deel willen uitmaken van hun team, maar dat lappen ze vrolijk aan hun degelijke laars, zo krijg ik de indruk.

En ook al kreeg ik soort van vriendelijke uitnodigingen om eens kennis te maken met de plaatselijke scouting, en waren er ook mensen die heel erg leuk reageerden, ook al weet ik dat ze zelf Kabouters, Welpen, Dwergen of andere knaagdieren hebben, ik heb mijn mening niet veranderd. Ik vind heus niet dat je 'niks kunt' als je bij de Scouting gaat. Natuurlijk is het ook een prima actitiveit voor kinderen, doet niks onder voor welke andere hobby dan ook. Maar ik vind het niks. Ik vind het niet leuk. En ik blijf er gerust grappen over maken. Maar dat doe ik ook over mensen die munt thee drinken. En over mijn eigen Zuske die een jas kocht, waar ik het niet mee eens was. En dat Vriendin2 zes sporten per week beoefent en daarna een kommetje wijn bij mij komt drinken om bij te komen. Maar ik hou wel van ze. Ik hou alleen niet van de Scouting.

donderdag 6 oktober 2016

Van de antwoorden op mijn Tinderbericht. En Zoon2 die het beste met me voor heeft.

Zoon2 kwam kort geleden naar mij toe, met een plaatje van een hond met een sloot babietjes aan haar buik.
'Kijk mamma, deze hond is net getrouwd!' Zo orakelde het kind.

Ik vond het aandoenlijk, dus ik knikte instemmend en samen bedachten we hoe schattig baby hondjes zijn. En dat was weer dat.

Vanmorgen stond ik onder de douche, en dezelfde Zoon kwam binnen om zijn tandjes te poetsen, en stond mij zo eens uitgebreid te bekijken.
Waarom ik een touwtje uit mijn piemel had? Wilde hij weten.
Nu was het half acht op een koude donderdagochtend, ik had nog geen koffie op en Zoon1 was nog niet eens uit bed, maar toch vond ik het kennelijk een goed moment om eens even uit te leggen hoe dat zo ongeveer zat met zaadjes, eitjes en alles. Ik geloof dat hij het wel zo ongeveer begreep, ook al was hij daarna heel rap alweer geïnteresseerd in welk broodbeleg ik van plan was op zijn ontbijt te doen, en niet in de vrouwelijke ovulatie.

Wie daar wel interesse in hadden, zo bleek, waren mijn Tindermatches, na mijn hilarische ouderwetse bericht van de vorige keer.

Man, wat kreeg ik een reacties. Deze varieerden behoorlijk. Ik moest me er toe zetten om het allemaal te lezen, want ik was er eigenlijk nogal klaar mee, maar ik was ook erg nieuwsgierig natuurlijk.

Er waren een aantal heren die op dezelfde toon een bericht stuurden. Dat ze inderdaad een dienstbode hadden, een hoed en een stal vol peerden en zeer genegen waren mij te ontmoeten, maar allicht pas na een gedegen schriftelijke kennismaking. Zulks.
Vond ik leuk.
Als hun eigen profiel ook meer was geweest dan een een foto waarop ze een berg vissen vasthouden, de mededeling dat ze niet van kinderen houden en natuurlijk het kiekje waarop de bruid eraf is geknipt, maar je nog net een tipje van haar sluier ziet, en een halve hand op zijn schouder. Lieflijk.

Dan waren er de mannen die daadwerkelijk dachten dat ik weduwe was.
´Och, wat naar zeg. Gecondoleerd.´ Kreeg ik in mijn inbox.
En de echt humorlozen zetten daar nog bij, dat ze verbaasd waren over het feit dat ik stelde snel weer te willen hertrouwen, maar dat ze daar niet perse onwelwillend tegenover stonden. In deze berichten stonden zorgelijk veel spelfouten.

Het grootste deel bestond echter uit mededelingen van meer ranzige aard. Ja hoor, ze wisten wel een discrete plek om elkaar te ontmoeten. Een parkeerplaats bijvoorbeeld. Of wat dacht ik van morgenavond een wijntje bij hem thuis? En had hij al gezegd dat hij net een nieuw bed had? Oeh, die blonde haren van mij, nou daar wist hij wel raad mee. Hield ik misschien van een trio?
Dit alles niet gehinderd door enige communicatie verder.

Een tweede plaats qua hoeveelheid, hadden de berichten van mannen die dachten dat ze met een simpel 'hoi' meteen doorgingen als Man Van Het Jaar. Had ik namelijk niet binnen een paar uur gereageerd, was ik een arrogante trut. Of anderszins geformuleerde benamingen, niet van de vriendelijke soort.

Op twee heren heb ik gereageerd. Maar daarna op hun antwoord weer niet. Dat is ook niet perse aardig, maar ik had er simpelweg gewoon echt geen zin in. Eentje daarvan woonde 370 kilometer hiervandaan. De enige die oprecht leuk leek op foto's en in tekst. Maar ja, hallo. Ook geen zin in.

Mijn idee van iemand ontmoeten, gewoon in de kroeg het echt blijft vooralsnog dus bestaan. We zien wel.

Al denkt Zoon2 ook daar alweer anders over. Hij slaapt altijd gezellig bij mij in bed, en gisteren zei hij: 'We kunnen mijn bed wel wegdoen, ik slaap toch altijd bij jou.'
'Nououou lieve Zoon, maar als mamma nou een keer weer iemand ontmoet die bij mij blijft slapen, dan ga jij gewoon in je eigen bedje, dat hebben we afgesproken, dat weet je.' Zo vertelde ik, en ik kuste hem nog maar een keer.

'Na ja, dat gebeurt toch niet, jij gaat toch zeker nooit meer trouwen.' Keek hij mij stralend aan.
'Jij wilt toch geen baby meer.' Voegde hij nog toe. En nestelde zich in mijn sponde.

En toen nam ik maar een kommetje wijn.

woensdag 28 september 2016

Van toen de tekst van twee eeuwen geleden een Tinder hit was.

In de supermarkt beneden mij hangt een kaartje, waarop het einde der tijden wordt aangekondigd. Vrij ongezellige mededeling, als je het mij vraagt. Ik kijk vaak op die kaartjes, want dat vind ik leuk. Heerlijk ouderwets, worden er fietsen aangeboden, eikenhouten buffetkasten en jaargangen van tijdschriften. Dit alles voor luttele bedragen. Er wordt huishoudelijke hulp gevraagd of je toegeworpen en er hangen pamfletten waarop wordt bericht over yoga-lessen, boekenclubs en anderszins verlichtende hobby's.

Dit alles staat boven de ook al zo fijn ouderwetse kopieermachine, waar je voor tien cent een kopietje kunt maken. Ik hou ervan, zulke dingen van ver voordat alles via internet werd geregeld. Wie koopt er nog een fiets via een kaartje, in plaats van via Marktplaats of sowieso online. Wie maakt er nog een kopie, als je al je papieren zaken kunt inscannen, en wie meldt zich nog aan voor een sportclub via een pamflet.

Dit zette mij aan het denken, terwijl ik nog maar eens las in een van mijn oude meisjesboeken, die ik spaar. Al sinds ik mij kan herinneren houd ik van ouderwetsigheid. Van oude boeken, vol met mooie oude woorden. Van spullen uit een deel van de vorige eeuw toen ik nog niet eens geboren was. Van romantiek en bloemen en deuren die worden opengehouden. En natuurlijk van een aperitiefje om klokslag vijf uur in de middag, zoals het heurt.

Want, ook al lees ik graag over zulke dingen, kijk ik vergenoegd naar oude plaatjes en richt ik mijn huis is met dingen die nu Vintage heten, maar die ik altijd al leuk vind, ook toen het nog gewoon oude rommel was, ik ga natuurlijk ook met mijn tijd mee.

Heel erg van deze tijd ben ik gescheiden, wat ik een stuk minder hip vind dan het volgens de statistieken is. Ik kan mezelf single mom noemen met een supermilfy foto met veertien filters eroverheen van mezelf op Instagram en ik leef, als de Zonen bij hun vader zijn, als iemand die ik ooit was, een jaar of 13 geleden. Vrijgezel die leeft op pizza of toevallig overgebleven macaroni en met een hang naar sociale contacten, kroegbezoeken en de voortdurende neiging om iets aan mijn huis te doen. Zal ik nog een muur paars verven? Zal ik hier en daar wat spijkers in de wand slaan en daar dingen aan ophangen? Zal ik de bank weer eens ergens anders neerzetten?
Of zal ik mijn kapsel weer eens drastisch veranderen?

Het is maar goed dat ik de andere helft van de tijd gewoon de Zonen bij me heb, sperziebonen klaarmaak, ontbijt en lunch verzorg en spelletjes doe aan de keukentafel. Ook bepaald ouderwets eigenlijk. Inclusief alle vriendjes van Zoon2 die ik de ganse week mijn huis binnensleep en koekjes en limonade doe toekomen.

Ik was daar zo eens over aan het nadenken, en dat voedde ik met, jawel, een online zoektocht naar fijne ouderwetse teksten. Daar kalmeer ik van.
En zo kwam ik op een pagina met contactadvertenties, uit 1887, en de jaren daaromheen.

Wat een zaligheid.
Uren heb ik me vermaakt zeg. Ik stuurde her en der wat screenshots, maar kreeg zelden de reactie die ik hoopte te krijgen. Namelijk, dat dit toch wel het allerleukste was wat zeg maar in 2016 ooit naar iemand gestuurd was. Er waren er eigenlijk maar twee die gepast reageerden. Eentje daarvan was De Schipper. Maar die reageert doorgaans sowieso wel gepast. Op zijn manier.

Het punt was uiteindelijk, dat ik bedacht, dat ik eigenlijk zo'n soort advertentie eens zou moeten gebruiken op het medium Tinder. Tinder, wat ik eigenlijk alweer een tijdje had afgezworen, wegens verregaande irritatie van mijn kant. Ja, ik zat erop, kletste zo her en der eens wat, had een date of wat, een relatie, en was weer vrijgezel. Moest daar van bijkomen, zocht afleiding en logde me weer in, wat heel erg makkelijk gaat. Ik had een paar redelijk gelukte foto's, een gevat tekstje daaronder en ik swipete mij zowat een duim uit de kom. Meestal naar links, wat betekent dat ik de man in kwestie stom vond. Zo af en toe naar rechts, wat interesse betekent. Interesse, gebaseerd op een foto, niet gehinderd door enige kennis van karakter, uitstraling of gevoel voor humor.

Dat resulteerde dan meestal in een MATCH, waarna een gesprek kon plaatsvinden.
Gesprekken, waarvan ik nog wel eens droom, op een niet goede manier.
Gesprekken waarvan ik de neiging kreeg om met een vork in mijn oog te prikken. Om te braken op mijn telefoon. Om mijn moeder te bellen en te vragen waarom ik eigenlijk leef?

Soms, heel soms was het lollig. Bleek iemand grappig, slim en niet gespeend van enige zelfspot. Totdat het, nadat ik net dacht dat het zowaar leuk was, bleek dat deze persoon bleek te wonen in een of ander kerkelijk dorp ver weg in Gelderland. Maar toevallig net in de trein vanuit zijn tante in Amsterdam zat, toen hij ook Tinder had opgestart, zodat het leek of hij vlakbij was.
Ik doe niet aan lange afstand. Wat een gedoe.

Kortom, ik was er goed zat van. Tot mijn lumineuze idee van de contactadvertentie.

En ik voegde daad bij woord.

Maakte een nieuw profiel aan, geïnspireerd op een contactadvertentie uit de krant van de jaren ,80, twee eeuwen geleden.
Ik voegde een vrij neutrale foto van mezelf toe.

En zie hier:

Kristel 37

Weduwe met twee zonen zoekt kennismaking met fatsoenlijke, gefortuneerde heer, in de leeftijd 30-50 jaar om een huwelijk aan te gaan. Liefst in bezit van hoed en dienstbode. Eventuele kinderen zullen worden aanvaard als zij zich kunnen gedragen en stil in de omgang zijn. Slaapkamers zullen apart zijn tijdens het huwelijk, met desgewenst intimiteit op afgesproken tijdstip. Gaerne reactie en na wederzijds goedvinden een ontmoeting op een discrete plaats.



En. Nou. Wat ik toen meemaakte. Ik zette de boel online en besloot iedereen leuk te vinden. Ik veegde dus geeneen keer naar links, ook niet de mannen met een vis, of een tijger of gewoon een domme uitdrukking op hun gezicht.
En of het nou leuk is of niet, ik had de ene na de andere match. Om nou te zeggen dat ik gecharmeerd was...neen.
Maar het was werkelijk ontzettend interessant en meer dan waar ik op hoopte.

Na 1 avond was ik kapot, van al het lezen, typen en bijkomen van de schok. Nog nooit had ik zoveel reacties gehad. En nog nooit zo uiteenlopend.

Ik kan voorzichtig concluderen dat de tekst van twee eeuwen geleden beter werkt dan die van tegenwoordig. En het einde der tijden lijkt verder weg dan ooit. Ik kan nog lang vooruit. De volgende keer zal ik vertellen wat er allemaal nog meer gebeurde.

maandag 12 september 2016

Levensweg. Het rad van fortuin.

Ach ja, en toen was het leven weer normaal. Zo leek het even.
De jongens kwamen bruin, stralend en gezond terug uit Frankrijk, ik hield ze vast tot ze plat waren en moest ze vrijwel direct weer loslaten.
Want ja, er is een schema gaande he. Het schema van wanneer waar de kinderen zijn, en alles. En het kwam net zo uit, dat ze na de vakantie met hun vader, ook de week daarna eigenlijk weer daar waren. Natuurlijk ging ik langs, plette ze nog een beetje meer, dronk wijntjes met de Voormalige Echtgenoot en zijn Verkering1 en vlak voor de school weer begon kwamen ze bij mij. En daar gingen ze. Groep 8 en groep 3, grote jongens.

In de weken daarvoor had ik me gedragen zoals ik me gedroeg voor ik nageslacht had. Dat hield zo'n beetje in, dat ik pizza at, kommetjes bier dronk en heel erg op zoek was naar werk. Als je eenmaal moeder bent, is het gek leven, zonder kinderen. Ze zijn er wel, maar ze zijn er niet. Ze belden me zo ongeveer elke 3 dagen, waarin we praatten over hun avonturen in Frankrijk, waarin ik hoorde over glaasjes Chablis, over lunch op een terras, over zeilen op het meer en over dansen in de avond bij het animatie team. Ze gingen laat naar bed en sliepen uit, werden onwijs bruin en misten hun moeder heus wel ja.
Ik werd ook bruin op mijn terraske. Ik dronk de wijn uit de aanbieding en ik zag het Zuske en Vriendin2 met grote regelmaat.
Zo her en der zat ik maar weer eens op Tinder, in het kader van de vrijgezelesque status, en verbaasde me keer op keer over een hele hoop dingen van de Nederlandse man in het algemeen, en die online in het bijzonder. Besloot alleen nog maar mensen in Het Echt te ontmoeten. Als dat zo uitkomt. Of gewoon maar even niet. Of ik zie wel.

Ondertussen werk ik in een kroegje in Amsterdam, waar ik me ongelooflijk vermaak. Mocht ik nou een klein zelfverzekerdheidscomplexje gaande hebben, dan is dat op vrijdagavond in elk geval niet aan de orde hoor. Allemachtig. Achter de bar staan en mensen bier doen toekomen, dat is kennelijk het equivalent voor een zorgvuldig ingevuld profiel op een datingsite. Alleen boeit het niemand wat mijn lievelingsdier is, wat mijn lijfspreuk is, of ik al dan niet in ben voor weekendjes weg naar een stad ergens in het land, of ik misschien wel een folterkelder in mijn huis heb en waar het Naburige Dorp ligt, dat maakt al helemaal niet uit. Je bent blond en je tapt bier. Hatseflats, ik had potdikke al zeven keer verloofd kunnen zijn. Verfrissend, is wat ik het noem. Je doet aardig, en dat is het. En waarlijk, daar gaat het feitelijk ook wel om. Natuurlijk zeg ik dat ook altijd tegen de jongens, mocht het onderwerp een keer ter sprake komen.

Totdat we Levensweg gingen spelen. Een aloud gezelschapsspel dat Zoon1 een keer van Sinterklaas heeft gekregen. Afgelopen vrijdag kon ik ook werken, maar de jongens waren hier, en ik vroeg aldus mijn Zuske om te komen oppassen en logeren, zodat ik de hele nacht kon werken. De Zonen blij, want bij het Zuske is het feest, met chips, spelletjes en ze gedragen zich dan ook enorm goed, zo heb ik vernomen.

Ik sloop zaterdag om 05.00 des morgens het huis in, en werd wakker om 11.00, toen Tante1 al met de Zonen naar voetbal was geweest en alles. Ik kan er aan wennen hoor, trouwens.

Na de koffie, besloten wij heel knus een spelletje te doen nog, met ons vieren.
Levensweg.

Maar! Nou! Ik heb werkelijk gebolderd van het lachen, maar ook een beetje gebraakt, stiekem in mijn mond. En soms wilde ik mijn ogen uitsteken en mijn oren afsnijden. Wat een spel.

Iedere speler rijdt in een autootje. (Ik had de roze. Natuurlijk) En dan rijd je door het leven. Met behulp van niet een dobbelsteen, maar een soort rad van fortuin. En daar heb je het al.
Alles draait om geld, in het spel. Je moet op een gegeven moment kiezen voor een weg, die bepaalt welke carrière je zal hebben. Het lot bepaalt. Je kunt kiezen uit twee beroepen, en je kiest aan de hand van je salaris. Zo koos ik voor Piloot, in plaats van Mode Ontwerper. Want ja, het laatste verdiende aanzienlijk minder. Waarop Zoon1 nog gnuivend zei dat hij wel had verwacht dat ik toch voor het minder verdienende beroep had gekozen. (Het is een snugger kind).

Vervolgens rijd je verder in je auto en dan komt het moment dat je kunt kiezen voor een levenspartner. Dat kost mij een lieve duit, ongelooflijk. (Zoals Zoon1 zei: Ik neem een vrouw. Ook al is het een rib uit mijn lijf)

Wij kwamen toen op een knusse discussie, met ons vieren, of je ook kinderen kunt krijgen als je als jongen met een jongen trouwt, bijvoorbeeld.

JA! JA NATUURLIJK! Riepen Zuske en ik om het hardst. Pedagogisch en ruimdenkend als wij zijn.
Om de boel te illustreren koos ik bij mijn beurt voor een vrouw, als lieftallige echtgenote.

Zo reed ik verder, in mijn roze auto, met twee roze poppetjes voorin. En de Zonen met hun vrouwen, en Zuske met hare man.
Je kunt onderweg een huis kopen, wat alleen maar handig is als je meer kinderen wilt dan in je auto passen.

´Mijn kinderen kunnen prima in een auto leven´ Vond Zoon2.
´
Die kinderen kun je alleen krijgen, als je toevallig het rad van fortuin zo draait, dat je op dat vakje terecht komt. En het is geluk hebben hoor, die kinderen, want aan het eind van het spel krijg je een smak geld per kind. Bij wijze van beloning.

Maar als je dus zo draait, dat je de Kinderstraat voorbij rijdt, dan ben je aan het eind wellicht failliet, heb je een huis waar je niks aan hebt en een echtgenoot die alleen maar geld heeft gekost.

Mocht je trouwens eerder in het spel besloten hebben om geen man of vrouw aan je zijde te KOPEN, dan kun je die kinderen sowieso wel vergeten. Ook al kom je drie keer op het Tweelingvakje terecht.

Al met al, een weinig reëel spel. Vooral ook omdat Zoon1 ergens op het bord een plaatje van een sloot ontwaarde en besloot zijn vrouw daarin te kiepen. Wat Zoon2 serieus opnam en bijna ook zijn eega in het diepe gooide, zo vanuit zijn groene auto.

Er zijn ook kaartjes die zeggen dat je zojuist een zwembad hebt gebouwd, en dat kost je dan heel veel geld. Geen eigen mening of zwemdiploma vereist. Heb je het kaartje dat zegt dat je zojuist een feest hebt gegeven, in je beroep van Hartchirurg, dan krijg je van elke speler die minder draait op het rad van fortuin, een tonnetje of wat. Het is de belastingdienst en de overheid op het niveau van 2-4 spelers.

En dat is dan de Levensweg. Mijn leven heeft de kinderen weer. Zoekt werk en staat achter de bar. En moet de jongens eens te meer uitleggen dat niet alles te koop is. Hoewel ze allebei nieuwe gymschoenen nodig hebben. Even het rad van fortuin draaien.




zondag 7 augustus 2016

De kwetsuurvakantie en Zoek je koeling!

Er was dus laatst die keer, dat ik op vakantie zou gaan. Maar ik ging niet. Ik appte Vriendin2 die met diverse flessen wijn de halve nacht aan mijn keukentafel kwam zitten. De volgende morgen schrok mijn buurvrouw zich een ongeluk, omdat ik opeens op mijn terrasske zat met een koffie, in plaats van op een Grieks terras, met ouzo. Zoals de bedoeling was.

Toen mijn moeder belde om te vragen of ik veilig en wel in het hotel was aangekomen, brulde ik eerst even hard, maar klaarde daarna een weinig op, omdat ze mij uitnodigde in Nunspeet. Mijn ouders bezitten sinds kort een vakantiehuis aldaar en zij vond het goed voor mij om eens even gezellig te komen logeren. Aangezien ik zeg maar ook nogal tijd over had ineens, maakte ik de reis daarheen en had een knus samenzijn. Ik knapte er danig van op zeg. Nunspeet! Dat is dus duidelijk the place to be, zo vond ik. En ik besloot om met de Zonen en Zuske daar ook eens fijn een paar dagen heen te gaan, de week daarna. Dat was afgelopen woensdag.

De Zonen hadden er zin in, ik pakte de koffers in, smeerde broodjes, beloofde de hysterische Hond1 dat hij ook mee mocht, besefte me even dat ik voor het eerst alleen met de jongens op vakantie zou gaan, voelde me enorm zelfstandige alleenstaande moeder en alles, beloofde de jongens een grote hoeveelheid ijsjes, en stapte in de trein. Met Zoon1+2, Hond1, drie koffers, twee tassen, mijn fiets en een voetbal. Gaf de jongens ieder hun eigen taak. Zoon1 had de verantwoording over zijn eigen koffer en Hond1. Zoon2 moest zorgen voor zijn eigen koffer, zijn voetbal en beiden moesten beloven mij niet kwijt te raken en in dezélfde trein te stappen als ik deed. Ik had ondertussen mijn fiets, mijn koffer en wat tassen. In Haarlem ontmoetten wij Zuske, die daar instapte en wij hadden vervolgens een rustieke en geanimeerde reis naar Amsterdam.

Och, als wij toen wisten wat wij nu weten.
Dan was ik niet met fiets en al de roltrap op gegaan. Want dat deed ik.
Ik ging in een lift naar beneden, met fiets, koffer, tassen en Zoon2 met zijn koffer. Dat ging redelijk goed. Eenmaal beneden moesten we weer naar boven, en ik was in de veronderstelling dat Zuske en Zoon1 alvast boven waren. Ik vond geen lift. En in mijn feestelijke vakantiestemming, en gevoed door mijn idee van grootse zelfstandigheid, besloot ik niet mijn Zuske te roepen, of amechtig in de rondte te gaan staren, welneen! Ik liep fluks naar de roltrap, zei tegen Zoon2 dat hij even moest wachten tot ik boven was, en daarna zelf op de roltrap mocht, en of hij in gódsnaam wilde proberen niet te vallen.
Hop, slingerde ik mijn koffer in mijn mandje, reed met een heus heel soepel gebaar de hele boel de roltrap op en stapte er achteraan.
En toen, ohh, en toen.
Vrijwel onmiddellijk kapseisde de fiets, ik viel achterover, kletterde in rap tempo door naar achteren, fiets bovenop mij en ik zag geen andere optie dan het op een schreeuwen te zetten.
HELP! HEEEEELP! Deed ik heel meisjesachtig, terwijl ik met benen in nek, rok tot onder mijn kin en met mijn fiets op mijn gezicht ergens in het midden van de trap lag, die heel olijk door rolde, zoals het een roltrap betaamt.

Ergens op dat moment, terwijl ik in blinde paniek en met aanzienlijke pijn daar lag, zette iemand de trap op stop met een noodknop. Trok een persoon de fiets weg en tilde die naar boven, was er een mevrouw die mij van achteren had opgepakt en mij op nogal duidelijke toon vertelde dat ik NIET MOCHT OPSTAAN, want anders zou ik haar ook de afgrond in storten, en hoorde ik onderaan de trap Zoon2 huilen, die natuurlijk had gezien hoe zijn moeder zich bijkans de dood in had gegooid.

Eenmaal boven zag ik mij omringd door het voltallige spoorwegpolitie team, ongeveer driehonderd mensen die stonden te kijken en had ik overal pijntjes. Zoon2 werd naar mij toegebracht door een vrindelijk iemand, en een mevrouw van de NS vroeg wie ze kon bellen voor mij. Ik ken alleen het nummer van Zuske uit mijn hoofd, wat goed uitkwam, want die had ik precies nodig. Zij kwam vervolgens, samen met Zoon1 en Hond1 aangelopen, zich onbewust van het gruwelijke ongeval dat ik zojuist had veroorzaakt meegemaakt. Hogelijk verbaasd dat ze gebeld werd door een NS medewerkert, dat haar zuster ergens op een (verkeerd) perron stond en of ze even wilde komen.

'Waaar was je? Wat doe je?' Wilde ze gaarne weten.
Ik vertelde aldus mijn horror-trap-verhaal, waarop zij werkelijk enorm moest lachen.
'WAAROM GA JE MET JE FIETS OP DE ROLTRAP? BEN JE GEK?' Deed zij daarna niet echt bezorgd, maar volledig terecht.

'Ja, ik weet niet, ghe' Was ik schaapachtig, en we besloten de verschrikte kinderen maar snoep te geven, onszelf een sigaret en ik hinkelde zo'n beetje met mijn geschaafde benen naar een bankje.
Mijn zuske keek mij onderwijl hoofdschuddend aan, blééf maar lachen, waarop er voor mij ook niks anders opzat dan maar hard te grinniken om het geheel. Het kan ook zijn dat ik in een soort shock verkeerde, hoor.

Evenwel zaten wij daarna dan toch in de goede trein, ik deelde broodjes uit, en het leek allemaal redelijk weer op orde te zijn allemaal. Behalve natuurlijk mijn ego, mijn benen en Zoon1 die met zijn ogen rolde en iets mompelde wat heel erg klonk als: Echt hee, mijn moeder weer.

In de trein daarna was het heel druk, maar fiets stond, wij stonden en Zoon2 wilde ineens, van alle weeromstuit wellicht, weten wie eigenlijk de wereld had gemaakt? Dat was zeker een heel knap iemand? Die was zeker nu dood? Net als mamma net bijna?
Voordat ik middenin een volle trein mijn mening over de evolutie uit de doeken moest gaan doen aan een zes-jarige, besloot ik maar pakjes drinken uit te delen.

Maar toen! Waren we in Nunspeet, op het pittoreske station aldaar. De gehuurde fiets kwam uiteindelijk, na een knusse drie kwartier wachten, en de fiets van ons Moeder werd gevonden in de stalling. Tassen werden opgebonden, Hond1 moest plassen, en Zoon1 bleek niet op de oma-fiets te passen. Dus de boel werd omgebouwd, we maakten een olijke selfie en Zoon1 liet zijn fiets vallen. Zuske nam Hond1, werd bijna onder een vrachtwagen getrokken, Zoon2 moest nodig poepen en Zoon1 viel, terwijl we net stilstonden, met fiets en al om. Zuske en ik keken elkaar aan. Wat kan er in godesnaam nog meer mis gaan, voordat we in het huisje zijn? Niks! Dat is niet mogelijk!
Onderwijl leken al mijn kleine pijntjes zich te centreren in een enkel. Maar ik kon fietsen, dus alla.

We kwamen aan. We pakten alles uit, verdeelden de bedden, en ik ging maar eens zitten zeg. En vanaf dat moment begon mijn enkel te kloppen en te bonzen en heel erg pijn te doen. Ik kon niet meer staan, niet meer lopen en toen Hond1 per ongeluk met zijn staart tegen mijn been kwispelde, ging ik bijna omver van de pijn.
'Hmmm' deden wij. En googelden zo wat over verbrijzelingen, breuken en allerhande ellendigs dat een mens zo op kan lopen tijdens een roltrapfiasco.
'Zoek je koeling' zo leerden wij van een arts met een afschrikwekkend Rotterdams accent, op een youtube filmpje. Zoek je koeling! Dus flatsten wij blokjes ijs in een theedoek, en zetten mij met het been omhoog. De Zus ging boodschappen doen, de hond uitlaten en koken, en ik zat te kermen, terwijl ik natuurlijk enorm genoot van de rustige en groene omgeving. Ja zeg, mij krijg je niet zomaar uit de vakantiestemming.
Ook niet toen Zuske daarna uit het schuurtje een extra stoel haalde, en haar hoofd zo erg stootte dat ik even dacht dat we alsnog linea recta naar de eerste hulp moesten. Ook niet toen daarna Zoon2 het zonnescherm uit deed en de ijzeren staaf waarmee hij dat deed, bovenop mijn hoofd liet vallen.
Zuske legde een werkelijk heel professioneel verband om mijn enkel en maakte de Zonen wijs dat zij in de Eerste Wereldoorlog een verpleegster was geweest.
We schonken welverdiende wijn in, en besloten er maar eens een kort en wijnovergoten nachtje over te slapen.
De volgende dag besloot ik toch een arts op te zoeken, aangezien ik nogal niet lekker werd van de pijn. Na een uur wachten in een wachtkamer, waar een Nunspeets kind zo vaak hele stapels blokken liet vallen, dat je daar met een zwak hart beter niet kon zitten wachten, vanwege de schrik elke keer, troffen wij een vrindelijke dokter aan.

Het bleek een stukkende enkelband te zijn. En wij kregen nog een heel verhaal, dat het zeg maar net zo is als met brandwonden. Hoe erger, hoe minder pijn, dus ik kon beter een compleet gebroken enkel hebben, in het kader van de pijn, in plaats van de banden, want dat is veel oppervlakkiger, maar veel pijnlijker. Ik zag de Zonen met afgrijzen luisteren, niet snappend waarom dit verhaal relevant was. Evenzogoed, legde hij een nieuw verband aan, moest ik rusten en vooral niet lopen of iets. Dus liepen wij daarna terug naar de fiets.

En, het was immers vakantie! Dus wij stuurden olijke ansichtkaarten, aten ijs en zaten op een terras en kochten ons een nieuwe voorraad wijn in.

Ook appten wij Vriendin2, dat het hier zo leuk was, en of ze ook een nachtje kwam?
En de volgende dag gingen we naar een zwemparadijs. Aangezien dat de enige activiteit was waaraan ik ook mee zou kunnen doen. Een heel goed plan. Behalve dan dat wij een hekel hebben aan zwemmen dan. Maar, hop in de bikini en de jongens waren verrukt natuurlijk, want kinderen houden altijd van zwemmen.

Ik overtrof mezelf door heel leuk mee te gaan op een paar dodelijke glijbanen, we lieten ons heel guitig meesleuren in een wildwaterbaan en we aten tosti's.
En net toen we van een buitengewoon harde glijbaan kwamen, met ons vieren tegelijk, ik het chloor uit mijn lenzen wrong en we hard lachten om het pleizier dat we hadden, keek ik naar Zuske en zag een bloedbad gaande. Bloedneus! Door al het water leek het natuurlijk nog erger dan het was, en wij keken dus allemaal radeloos om ons heen, en daar was een lieve badmevrouw die mijn bloedende zus meenam naar de EHBO.Terwijl ik achter haar aan hinkte met mijn enkel met zonder banden, keek ik opeens in het gezicht van Dochter1 en Zoon2 van Vriendin2. Hoera!!

Vriendin2 keek mij aan, keek naar mijn enkel en vroeg natuurlijk ook wat mij bezield had daar op de roltrap. En waar was Zus? Oh, die zit bloedend bij de EHBO, deed ik heel normaal, we waren inmiddels wat gewend natuurlijk. Eenmaal opgelapt bleek het kind weer ok en we zwommen nog wat, kochten extra wijn in verband met ons bezoek en toen we terug waren bij het huisje, ging Vriendin2 eens even fijn de tent opzetten, voor haar en haar nageslacht. Hups, daar lag het grondzeil, flats, daar lag de tent, de haringen lagen klaar en de slaapzakken zagen er zacht en warm uit.

'Oh jee' hoorde ik opeens.
'Wat is er kind, lukt het?' Deed ik nietsvermoedend.

De tentstokken vergeten.

Nou, daar moesten we even van gaan zitten.
Vriendin2 is een pragmatisch type en was al zo ongeveer de auto weer aan het inpakken, om huiswaarts te keren, maar ik, in vakantiestemming en inmiddels nogal oplossingsgericht bezig, bedacht een alternatief slaaparrangement. Dochter1 kon in de kast. Ik kon tussen de Zonen. Zoon2 van haar kon op de grond en zij en Zuske op de bank. Hoezee!

Blij van zin besloten we te gaan eten in het etablissement op het terrein en wij bestelden een grote hoeveelheid patat en kroketten, namen ons een biertje en daarna gingen we állemaal op het klimrek spelen. Behalve ik, want ik was al gewond genoeg, besloot ik. En ken mezelf. Klimreksgewijs.

HOP! Deed Vriendin2 in een onbewaakt ogenblik, en slingerde zichzelf uiterst charmant om een rek heen. HOP! Deed daarna ook Zuske en brak net niet bijna haar nek.
HOP! Deed mijn Zoon2 en mijn hart stond stil, maar hij landde veilig. Zoon1 heeft mijn genen en was dus veilig aan het voetballen.
Zoon2 van Vriendin2 wilde ook Hopsen, en dat leek heel aardig te lukken. Tot natuurlijk het fout ging.
KLABAM! En na een heel korte stilte, een gebrul waardoor alle naburige dorpen denk ik dachten dat er oorlog was uitgebroken. Bloed, overal bloed.

Aarghhh rende iedereen met het kind naar de restauratie om ijs. Er bleek een gat in zijn tong te zitten. Op een manier, waarover ik sindsdien nare dromen heb, serieus.
Nadat ik van mijn flauwte was bijgekomen, belde Vriendin2 de dokterspost, waarop bleek dat er niks aan te doen was en het wel zou over gaan. De kinderen kregen allemaal ijs van de campingbeheerdert en wij togen hinkend, bloedend en met bulten overal weer naar het huisje.

Eenmaal de kinderen te bedde, namen wij ons maar eens de vier liter wijn die we hadden gekocht ter hand, en besloten een vuurtje aan te leggen in de buitenkachel.

Nu was dat in de lijn der dingen een bijzonder slecht idee, hoor ik iedereen denken. Maar het ging goed. En wij vonden onszelf reuze gezellig, wij lachten onbedaarlijk en bespraken de dingen des levens zoals dat gaat, als je met vriendinnen op vakantie bent. Ik zocht nog een beetje mijn koeling, we maakten grappen over deze buitengewoon kwetsuurgevoelige vakantie en waren al met al danig in ons nopjes.

De volgende dag regende het, en omdat het hele huisje toch al een chaos van jewelste was, lieten we iedereen gebakken eieren eten, deelden we sap en snoepjes uit en keken een ongelooflijk slechte film op de tv, die zo bespottelijk was, dat erom lachen het enige was dat kon.

Uiteindelijk gingen we met buikpijn van het lachen aan het opruimen, nadat wij de kinderen de natte speeltuin in hadden gestuurd, kochten we nog maar eens een ijsje en zijn we huiswaarts gegaan.

Zelden zo'n grappige vakantie gehad. Kijk, het was niet Griekenland. En ik ben weer alleen. Maar wie is er alleen met een huisje in Nunspeet, Vriendinnen en Zonen en Dochters. Ik niet hoor.