donderdag 24 oktober 2013

Goed voor elkaar. En Buurmeisje1.

Nou, ik had het goed voor elkaar deze week hoor. Ik was ook wat afwezig, maar dat kwam door alle leutigheid die mij zo allemaal overkwam en al.
Allereerst kreeg Vriendin2 precies een week geleden haar baby. Eindelijk. Kind3, Dochter1. Ik was in de buurvrouwesque situatie dat ik vanaf het allereerste begin op de hoogte was en mijzelf dus de ganse dag kon gaan zitten opvreten van empathische spanning. Zo ben ik he. En toen dan eindelijk 's avonds laat het verlossende woord kwam, was ik zeer blijde, ja, zeer blijde. Zo blij voor Vriendin2 dat alles heel goed was gegaan, dat er een mooi nieuw gezond vers babietje in haar leven was gekomen en ook wel dat zij lekker van de zwangerschap af was. Want een meisje is het goed zat, na 41 weken dikte. En och, de volgende dag mocht ik meteen kijken en waarlijk, ik kon wel janken. Een babymeisje, met lieve zachte haartjes en een snoezig gezichtje en o zo kleine handjes.
Ja, ik hou heul erg van nieuwe baby'tjes. Heul erg. Wil voor geen goud ooit nog in mijne leven zelf het op een baren slaan, neen, dat wil ik niet. Maar ik ontmoet heel graag de baarsels van mijn Vriendinnen.
Welnu, de ganse week was ik dus de Stalker Buurvrouw. Had een heuse band met de kraamverzorgster, at een aanzienlijke hoeveelheid beschuiten en ik mocht het kindeke steeds fijn vasthouden.
Want dat is het gekke he. Van mijn eigen baby's werd ik vrij nerveus; van huilen, van beweginkjes, van de piepkleine beentjes die in de broekjes moesten worden gepropt, van het voeden en het kotsen en elk geluidje waarvan je niet weet wat het is, en van het slapen, omdat ik dan dacht dat ze het loodje hadden gelegd omdat er opeens géén geluid was. Vermoeiende aangelegenheid vond ik het kortom, baby's.
Maar de baby van een ánder. Naah, kom maar op hoor. Ik wiegel en ik troost en vind geeneen geluidje eng of gek en ik kijk met belangstelling naar poep en braaksel hoor. Geeeen probleem.
Met natuurlijk als bijkomend voordeel dat ik het babypoppedijnekind aan het eind van het bezoek in de armen des moeders kan leggen en daarna zelf een fles wijn of wat kan opentrekken om vervolgens een nacht te gaan slapen. Of niet, net waar ik zin in heb. Ja, daar hou ik wel van.

Desalniettemin schrok Echtgenoot wel een weinig deze dagen, van mijn betrokkenheid bij Vriendin2 en haar Dochter1. Ik zag heus wel dat hij wat schrikachtig werd, bij al mijn verhalen over de snoezigheid van onze nieuwe buurtgenote. Ook mijn moeder zag zichzelf alweer voor de derde keer oma worden, dat merkte ik wel, vooral omdat ze dat zei.
HAHA zei ik. Neen.

Verder hadden wij vorige week hier thuis een Borrel. Van de school van Zoon1. Met de ouders van de kinderen uit de klas van het kind. Jaha, want ik ben klassenmoedert, en de belangrijkste taak hiervan is, mijns inziens, de Ouderborrel. Komaan, zeiden Echtgenoot en ik een tijdje geleden. Dat doen we gewoon hier thuis! WANT DAT IS LEUK!!
En ik stuurde aldus een mailtje rond, en was de vorige week als een maniak bezig met het eindelijk schoonmaken van diverse hoeken hier in huis die al tijden geen daglicht hadden gezien, vanwege omdat er nogal veel stof op lag. En ik kocht me de hele week ongans aan eten, aan hapjes, aan wijn, bier, wijn, bier en nog wel wat wijn.
Zuske kwam ons helpen met de inschenking van de versnaperingen en het uitdelen van ook alweer versnaperingen. En ik stak nogal wat kaarsjes aan, kleedde mij om in een soort van normale outfit, voor de gelegenheid, en deed Zoon1+2 uit logeren bij Opa en Oma.

En dat viel alles meeeeeede. Ja, je weet het niet hier in Het Dorp, immers. Er was maar een klein beetje dronkenschap, er kotste niemand en er werd geconverseerd, gerookt en gelukkig erg veel gedronken. Kortom precies zoals ik het graag zie.
En dat in een gezelschap dat Echtgenoot en ik eigenlijk nauwelijks kenden, tot voor kort. Alleen maar van het schoolplein en Facebook, feitelijk. Sommige mensen bleken leuker dan ik dacht. Sommigen waren nog veel leuker dan ik dacht. Sommigen hadden een beetje gekke schoenen aan, maar daar kan ik mee leven. En ik heb eigenlijk geeneen The North Face jas gezien. Ook al omdat die waarschijnlijk in de gang hingen. Maar ik vond het toch geruststellend.

Nou en toen we soort van bekomen waren en ik de jongens en Hond1 weer thuis had, Zoon1 zei: 'zeg, wat is het hier een bende, dat komt zeker door jullie feestje?' was het alweer tijd voor nog meer logeerpartijen, Zoon1+2 gingen ieder apart nog logeren ook, wat ons een raar gebroken gezin opleverde, gedurende een aantal dagen. Raar rustig, maar ook wel heel lekker zeg. Nu zijn we weer compleet en gaan we morgen naar Hellendoorn. Yeah. Pretpark!

De avonden gebruiken we voor het drinken van wijn en bier, want als je dat toch overvloedig in huis hebt, wat zou je het dan laten staan, immers.

In de ochtenden liggen we nogal lang in bed.

dinsdag 8 oktober 2013

De zomerse dag in de herfst.

Mijn Vriendin2 staat op het punt van baren. Is nogal zwanger. Is er zat van. Wil haar baby.
En ik met haar. Ik ben er zó mee bezig, en met mij de Vriendinnen natuurlijk allemaal, dat ik 's nachts droom dat ik een kind krijg. Net als vroeger, toen ik nog geen baby had maar die wel wilde. Elke dag kijk ik over mijn balkonneke of er niet toevallig een auto van de verloskundige voor de deur staat en als ik niks hoor sla ik aan het whatsappen. Ik ben verder heus niet irritant, ik leef heel erg mee ja.
'Kind, eet maar lekker ananas' zeg ik overbodig.
'Hier, een paar blikjes bitter lemon' bemoei ik me ermee.
'Slaap jij wel goed op je linkerzij?' Vraag ik ten overvloede.
'Liefke, hoe vooooeeeeel je je vandaag?' Doe ik maniakaal.

Maar alla. Dat heb je met zwangere vriendinnen. En ik heb er tegenwoordig nogal wat, het is gewoonweg ongelooflijk. Ik word bijna oma bijkans, en de rest slaat aan het vermenigvuldigen.
En dat vind ik toch zalig, want doe mij maar baby's hoor. Van anderen ja.

Maar zo was ik dus nogal hysterisch de hele tijd, en nu nog eigenlijk, dus zondag dachten Echtgenoot en de Zonen dat ik er maar eens uit moest. Naar het strand, zouden we gaan. Zoon2 sleepte een hele tas vol autootjes mee, om onduidelijke redenen, Hond1 was al bij voorbaat in nogal uitbundige stemming want hij mocht mee de auto in, en Zoon1 had er geen zin in. Maar dat is wel met wat meer zaken tegenwoordig met het kind.

Eerst reden wij een rondje Dorp en Stad, want ik had hier en daar wat af te leveren, tot maar een klein beetje ongenoegen van Echtgenoot, die zich de boel maar liet welgevallen en wij kwamen uiteindelijk op het strand aan, waar het idioot druk was.
Maar het was dan ook een heel zomerse dag in deze herfst.

Echtgenoot vleide zich op het zand. Ik vleide me op Echtgenoot en wij stuurden de Zonen weg om te gaan spelen.

Ik lag daar lekker. Allaaa, wat lag ik lekker.

En toen de Zonen begonnen te meieren deelde ik pakjes drinken uit. En koekjes. En toen ze daarna niet ophielden vertelde ik Echtgenoot dat het toch zo leuk was als hij met de jongens en de hond eens lekker in de branding zou gaan hatselen.
En ik legde mij op de jassen van mijn mannen en deed mijn oogskes dicht. Maar eerst maakte ik wat foto's.

Zoon2 die nogal geniet van zijn bestaan aan de Bloemendaelsche kust.



Hond1.

De mooie grote Zoon1 die toch wel genoot. Ook al wilde hij niets van een broek of trui uitdoen.


Zoon2. Die hier in de verte al de lange rij voor de ijswinkel ziet.

En hier ziet u mij, terwijl ik Echtgenoot als kussen gebruik. Wat hij heus niet heel erg vond. Al zei hij van wel.



En we zijn nu een paar minuten verder, en nee, Vriendin2 heeft nog steeds niet gebaard. Ik ga maar gauw een wijntje inschenken en mijn baarmoeder tot stilte manen.

maandag 30 september 2013

De bijna-laatste keren en de kleine arm.

Nou het was zover zeg. Het ging de afgelopen week opvallend over Laatste Keren.
Zoon1 zou gaan afzwemmen voor zijn B-diploma en Zoon2 ging voor de laatste afspraak naar mijn vrienden van het consultatiebureau.

Beiden goed voor wat gejuich van mijn kant, jawel. Voor zeker een jaar ben ik af van de wekelijkse zwemles en ik hoef nóóit meer naar dat verdullemse consultatiebureau.

Op Zoon1 kon ik rekenen. Met zijn gelukssteen van oma in zijn zak, mijn volledige vertrouwen in zijn oortjes geprent en patatten in het vooruitzicht, zwom het kind fluks door het gat onder water en deed alle andere zwemproeven als een volleerd vis. B-diploma in the pocket en iedereen opgelucht en blij.

Zoon2 was een iets ander verhaal. Natuurlijk. Had ik kunnen weten.
Omdat er een vaccinatie gegeven zou worden, dacht ik van te voren zo eens na hoe ik dat zou aanpakken. Vertellen van te voren of juist niet. Ik besloot tot het eerste. Mijn moeder heeft vroeger Polio gehad en dientengevolge een 'kleine arm'. Bij mijn Zuske, bij mij, bij onze vriendinnen, werkte het vroeger heel goed dat er verteld werd dat prikjes nodig waren om niet ziek te worden en om vooral niet ook een kleine gekke arm te krijgen.
Bij Zoon1 werkte dat ook prima.
Zoon2 echter zag een kleine arm wel zitten. Net als oma.
'Kijk mamma!' Riep hij verheugd vanaf achterop de fiets. En liet een klein wapperend armpje aan mij zien. 'Ik heb al een kleine arm!' En besloot dat hij geen prikje meer nodig had.

Oei, dacht ik dus. Dat wordt nog wat.
En toog woensdagochtend naar het consultatiebureau, dat heel handig naast de school van Zoon1 zit. Wij moesten een kwartier van te voren aanwezig zijn, maar daar let ik al lang niet meer op, dus vijf minuten voor aanvang van onze afspraak kwamen wij aangezet en toen moest ik nog naar binnen zien te komen. Dat gaf een kleine oploop voor de deur, omdat diverse kinderen zich ermee gingen bemoeien en ik stond er maar zo'n beetje naar te kijken want weet inmiddels dat dwingen niet zoveel zin heeft, dat ik beter stilletjes kan hopen dat hij opeens tóch meewerkt, en anders pak ik hem gewoon onder mijn arm.
Natuurlijk werd het het laatste. Met veel lawaai kwamen we dus binnen en pas toen Zoon2 een pratende theepot ontwaarde kalmeerde hij een weinig.
Ik hatselde zijn schoentjes van zijn voetjes, maar verder wenste hij zeker niet uitgekleed te worden.
Wilde niet op de weegschaal.
Wilde niet gemeten worden.
Ging pas mee de spreekkamer in toen hem een Diego-kleurplaat werd beloofd en wilde daarna ook niet meewerken met de diverse testjes.
Nee, hij kan niet springen.
Nee hij wilde geen rondje tekenen.
Nee, hij was niet in het bezit van een navel.
En hij is een meisje. Nee echt, hij had geen piemel zo verzekerde hij de nerveuze dokter.
Vanzelfsprekend wilde hij ook niet meewerken met de ogentest. Hoe de dokter ook haar best deed met verhalen over piraten en afgeplakte ogen.
Ondertussen zat ik er maar een beetje bij en maakte me gans niet druk.
En omdat het allemaal niet opschoot, besloot de dokter mij dan maar wat vragen te stellen.

'Hoe is het om de moeder van dit jongetje te zijn?' Vroeg ze, terwijl ik aan haar wel zag dat zij niet met mij wilde ruilen.
'Enig, hij is om op te vreten' gaf ik eerlijk antwoord.

'Is hij sinds het laatste bezoek ziek geweest?'
'Ja, vast wel, hij heeft altijd wat' deed ik heel nonchalant.

'Hoe zou u hem omschrijven, in een paar woorden?'
'Eh. Sociaal, grappig en heel knuffelig' was ik verliefd op mijn kind.

Terwijl het onderwerp van gesprek de dokter ongevraagd vertelde hij heel erg goed is in kleuren en vooral ook binnen de lijntjes en dat hij DOL is op ijs.

Toen kwam het moment van de vaccinatie. De dokter keek mij aan en zei dat het wel écht nodig was dat hij die kreeg. Ja natuurlijk, bevestigde ik. Dan moest ik hem goed vasthouden, wilde ik dat wel? Ja hoor, zei ik. En ik waarschuwde haar nog wel even dat hij echt enorm zou gaan schreeuwen. Nu, dat was niet erg. Dan kende zij de driftbuien van Zoon2 nog niet, dacht ik, maar alla.

Ik hield hem tegen me aan, zij pakte de spullen en Zoon2, ook niet op achterhoofd gevallen, had direct door welk onheil er aan zat te komen. 'Neen, dat wil ik niet' zei hij. En daarmee was voor hem de kous af.
Maar dokter en ik dachten daar anders over en terwijl ik iets deed met houdgrepen en dwang, jaste zij de prik in zijn arm.
Binnen een paar seconden was het voorbij, ik liet hem los en hij brulde als een wildeman, rende de deur uit, door de gang, terwijl de gehele wachtkamer met afgrijzen naar hem keek.

Nu, dank hoor, zei ik vrindelijk tegen de mevrouw. En liep zo'n beetje achter Zoon aan, die ik vond in de gang van de klas van Zoon1. Brullend zat hij op de grond en was nogal boos over alles.
Ik liet hem maar een beetje en na een tijdje stond hij op en liep terug naar de wachtkamer.
Ik achter hem aan.

Met een nogal wilde blik in zijn ogen pakte hij de pratende theepot, liep naar de receptiemevrouw en eiste op hoge toon de dokter te spreken.
'Wat wil je dan doen, manneke?' Deed zij vriendelijk.
'Ik ben teruggekomen om de dokter te slaan' was Zoon2 beslist.

HAHAHAHAHHAHAHAHAHAHAHAHHAHAHAHAHAHAHA bolderde ik van het lachen.

Wat misschien pedagogisch gezien niet geheel juist was, maar ik kon het niet helpen.

Kom schat, de dokter is nu met een ander kindje bezig, zei ik. En thuis mag je Dora kijken en krijg je wat lekkers.
En zo vertrokken wij weer naar huis. En nu moet ik potdorie toch nog een keer terug, om Zoon de ogentest te laten doen.

Maar ik heb wel gelachen, kortom. En er zal geen sprake zijn van kleine armpjes. Dat is toch fijn.









donderdag 26 september 2013

Broccoli en het slagveld dat het diner is.

Och het is mij hier toch een toestand mensen, elke dag weer. Het diner.
Echtgenoot is een prettig iemand om voor te koken. De werkende mensch heeft trek als hij thuiskomt en is over het algemeen in zijn nopjes met wat ik op tafel zet. Soms moet ik het allemaal nog maken. Soms lig ik op apegapen op bank en verzoek hem vrindelijk de honneurs waar te nemen en soms sta ik gezellig met mijn wijn en sigaretske op het balkon en verzoek hem ook om de pannen ter hand te nemen. Maar meestal echt, zorg ik voor ons avond'lijk maal. Zo ben ik dan ook wel weer.

Natuurlijk meestal reuze gezond met groenten en alles, want sinds ik een jaar of dertien geleden uit huis ging waardeer ik groenten meer dan alle jaren daarvoor. Thuis bij mijne moeder was ik altijd van de 'gaaadver, ANDIJVIE?' of 'ALWEEER aardappels?' En meer van zulke opbeurende teksten die je wel eens zegt, als kind.
En 'Jeeeejjj nasi!' Als het een feestelijke dag was. En al helemaal 'EINDELIJK spaghetti' als ik jarig was.
Ik was zo'n kind dat spaghetti koos, op haar verjaardag. Omdat dat een bijkans verboden maal was, bij ons thuis. En omdat mijn vader er niet van hield. Houdt, denk ik.

Ik hield niet van broccoli en dat was geaccepteerd. Ik hoefde dat niet te eten. Dat werd door ouders en Zuske gegeten als ik er een keer niet was. Bepaald een sympathieke oplossing van mijn moeder eigenlijk.
Iedereen lust wel iets niet, dat is normaal. Dat hoeft dan ook niet.
Dat ik ook enorm ging kokhalzen van paksoi ik heb nu braaksel in mijn mond en van gekookte andijvie, dat was gewoon pech, want mijn revoltantie betrof al broccoli, immers. (Revoltantie is geen goed Nederlands. Maar wel mooi, zeg nu zelf.)

Ik besloot bij Zoon1+2 dezelfde regel te hanteren. Je kunt één ding niet lusten, en dat is prima. Dat hoef je dan ook niet.
Bij beide jongens bleek dat vrij rap champignons te zijn. Dat snap ik helemaal niet, want ik hou érg van champignons, maar alla. Ik ken gek genoeg echt meerdere mensen die daar op willen spugen. Ik ken ook een aantal mensen Vriendin2+T maar ik noem geen namen die geen kaas lusten. Hoe is dat mogelijk? Maar dat terzijde.

Natuurlijk maak ik gewoon diverse maaltijden die vergeven zijn van de champignons, zo aardig als mijn moeder ben ik blijkbaar niet, maar die mogen ze er dan uitvissen. Zonder dat ik woedend word.

Zoon2 is vrij dankbaar om voor te koken. Zegt standaard: 'Maar dát ziet er lekker uit!' En roert er vervolgens zo'n beetje in, maar eet over het algemeen goed en als we macaroni koken doe ik dat voor zeven personen omdat hij vier keer opschept.

Zoon1 echter. Is werkelijk verschrikkelijk, als het om eten gaat. Eet eigenlijk alleen goed als het gewoon gebakken aardappeltjes, snijbonen en een vleesje is. De rest gaat met moeite. En langzaam. En tergend. En tot op het bot ergerlijk. En ja het is mijn lieve kind ja, maar ik wil hem soms waarlijk met de spatel op het hippe kapsel slaan en hem als een gans voeren. Dat doéoé ik niet, heus. Maar ik moet me inhouden.

'Dat lust ik niet' zegt hij bij aanvang van elk diner.
'Zeur niet, dat weet je helemaal niet' doe ik dan.
'Blerk, wat is het' vraagt hij met gezicht vol afschuw.
'Gewoon, lekker' doe ik dan heel irritant.

En dan volgt een ritueel waar iedereen zich aan ergert, inclusief Hond1 en Cavia2, maar waar ik toch aan vasthoud, omdat ook ik gewoon principes heb.

'Twéé bestekken in je hand'. 'Niét je hand onder je hoofd'. 'Ik zie een lege vork. Doe die vol.' 'Jaaa, nu iiiin je mond. Kauwen. Slikken. En meteen weer een hap maken.' 'NU'. 'Zoon1, eten. Nu. Volgende hap. Mét je mes en vork'. 'Jongen, als je nu gaat braken, dan heb je écht een probleem.'
En dit dan zeg maar keer vier.

Ik vind gewoon, je moet netjes eten. Thuis en bij anderen. Misschien is het er bij mij ingehamerd door mijn ouders, maar ik ben er blij mee weet je. Weet hoe bestek werkt. Weet dat je zegt dat eten lekker is. Vind eten ook eigenlijk altijd lekker. Omdat ik het heb leren eten. Zelfs broccoli.

Zoon1 eet tegenwoordig eerste helft van diner op gang. Omdat wij het niet meer aankunnen, spiegisch, dat hij het hele gezellige avondetenmoment verpest door zijn gezeur. Bij de eerste negatieve opmerking over het hem aangeboden eten, kan hij vertrekken en zit dan luid loeiend op de gang. Ik vind dat pedagogisch ja.

Na een tijdje ga ik dan kijken of hij al wat gegeten heeft. Zo ja, dan mag hij weer binnenkomen en begin ik met bovenstaande monoloog.
Nu ben ik over een heel aantal opvoedkundige zaken niet zo heel moeilijk, maar over eten. Wel.
Hij zal me later dankbaar zijn heus. Als hij bij zijn schoonouders gaat eten. Als hij uitgenodigd wordt door heel belangrijke mensen omdat hij de knapste en slimste persoon ter aard' blijkt te zijn.

En nu ging ik vanavond broccoli maken. Had een heel idee over gekookte groenten, bloemkool ook nog, en dat in oven en alles en fancy, en ik zette Echtgenoot in om de boel even klein te snijden, toen ik opeens IETS zag. Een onwijs gore en smerige dinges in de groente. Iets wittigs wat me misselijkmakend veel deed denken aan een made. Of iets.

'RAAHHHHHHH Echtgenoot, wat is DAT?' Deed ik luidkeels.

Oh nee, dat was heus niks, vond hij. Bij nadere inspectie bleek er meer ranzigheid in de groente te huizen, dus ik was meteen nogal rigoreus en wenste dat niet meer te eten. 'Nee, dat eet ik dus niet meer.' Verklaarde ik stellig.
Echtgenoot vond dat alles maar wat overdreven maar ik ben nogal overtuigend dus de hele bende werd weggegooid en daarmee mijn idee voor het diner en ook mijn liefde voor broccoli. Na al die jaren en geschiedenis.

Ik had in vriezer nog loempia's en deed iets met vlees en rijst en vond mezelf nogal inventief.
Zoon1 lustte het niet. Zat op gang.
En ik heb dus nu broccoli als verboden groente.
Waar Zoon1 juist zo van houdt.

Het is gewoon een slagveld.



dinsdag 24 september 2013

Mijn vader is een hipster.

Mijn moeder vroeg zich gisteren op Facebook af wat een hipster nou eigenlijk is. Is het ondergoed? Is het een iemand?
Zij kreeg twee heel zoete antwoorden eerst, van twee dames die bevestigden dat het, inderdaad, ondergoed is. 'Met van die pijpjes'. Daarmee leek de kous af. Ik zag mijn moeder denken: 'Ah. Gelukkig. Ik dácht al zeg.'

Echter daarna kwam een antwoord van een man die wist dat het iets met een baardig iemand betrof. En mijn moeders verwarring begon weer op te spelen natuurlijk. En terecht. Toen kwam ik zelf met een antwoord, zoals een meisje dat netjes doet als je moeder wat vraagt, met een summiere uitleg op haar eigenlijk best ingewikkelde vraag, waarop ik het antwoord eigenlijk ook maar half weet.
Het is een soort onderbroek én een persoon die heul hip is en zogenaamd niet met de standaard mode meedoet maar die allerlei soorten mode aanheeft en dus wel met een soort mode meedoet. Schreef ik.

En het intrigeerde me. Het intrigeerde me laatst ook al, toen we op VriendinnenBorrelAvond op het onderwerp kwamen, waarop VriendinT een gedetailleerde beschrijving gaf van wat De Hipster zoal placht te dragen. Zij weet dat soort dingen altijd heel handig.
Ik vond er wat van, en googelde zo nog eens wat.
En kwam op een aantal sites waar eigenlijk opstaat, wat ik ook al schreef, maar dan wat uitgebreider en ook wat negatiever, eigenlijk.
Het is een 'stroming' en het is een 'way of life'. Zeggen de Hipsters.
Het is een 'pseudo-houding' en het zijn 'Aanstellers'. Zeggen alle andere mensen die er 'onderzoek' naar hebben gedaan.
Daar klinkt een stuk jaloezie in door, als je het mij vraagt. Of oprechte afschuw. De lijn is dun, daartussen.

Nadat ik nog wat verder las en plaatjes bekeek natuurlijk, kwam ik feitelijk tot niks nieuws.
Het Hipsterschap bereik je, wat ik ervan geleerd heb, niet zomaar. Je bént er eentje. Je kunt er wel eentje worden, maar alleen met de juiste instelling en het bezoeken van de juiste winkels, kroegen en het luisteren naar de juiste muziek. En dan niet omdat je een hipster wilt wórden, maar omdat je opeens het licht ziet en het vanuit het diepst van je hart ontdekt te zijn. Soort uit de kast komen, dunkt me.

Een Hipster luistert naar bandjes die niemand kent maar die binnenkort heel bekend zullen zijn. Dat is overigens best een knappe gave, vind ik. Nooit zullen ze toegeven dat ze soms heel hard meezingen met René Froger. Dolly Parton daarentegen is juist weer heel Hipsteresque. Schijnt. Moet je ook maar net weten.
Zij kopen hun kleding bij tweedehandswinkels, wat overigens ook een ander groot deel van de wereld doet, maar dat ziet de Hipster liever niet zo. Zij zijn anders en aparter en, vooral, hipper. Maar zogenaamd niet op de H&M-manier. Want dat kan natuurlijk niet, want daar loopt iederéén in. Dat hun voorkomen rechtstreeks uit de etalage van de H&M-Divided afdeling komt, daar kijken ze niet naar kennelijk, door hun grote bril.
Het uniform van de Hipster bestaat uit een skinnybroek (net als de rest van, wederom, de wereld) en 'een shirt'. Woeh, gewaagd?

Het gekke is, dat de officiële Hipster, dat niet van zichzelf zegt. Neen, want ze willen geen etiket op zich krijgen. Nu schijnt niemand dat te willen, hoor ik wel eens, maar de Hipster al helemaal niet, want stel dat ze vergeleken worden met anderen.
Echter kijkt men op Instagram, dan staan daar nogal veel foto's van mensen op die zichzelf hashtaggen als #hipster. Verwarrend, kortom. Zijn ze het dan wel of niet?

En het is allemaal nog veel lastiger. Als rechtgeaarde Hipster vind je bepaalde dingen afschuwelijk, maar andere dingen juist weer wél heel cool. En daar is geen pijl op te trekken. Want het bruine café, zoals ik er bijvoorbeeld graag kom, dat kan dus echt niet. Tenzij er natuurlijk een obscuur nieuw bandje in speelt dat je moét zien.
Muntthee drinken, u weet wel, water met grote groene takken erin, dat is wel ok, en dat vind ik bijvoorbeeld bijzonder storend en heel erg 2012, maar de hipster vindt dat dus opeens wel weer heel erg goed. Bier is goed, rode wijn ook, maar witte weer niet. Nu, u snapt al wat ik daar van vind.
Een ouderwetse stoffen tas, zoals men die vroeger altijd al gebruikte kan juist wel. Ik zeg hoezee voor alle basisschoolkinderen die daar hun gymspullen in bewaren. Ik heb er eentje met snorren. En dat kan dus echt niet. Waren het brillen geweest, dan weer wel.
Televisie kijken is voor Zara-lievend gepeupel. Vegetarisch eten is voor de Hipster.
Hoewel ik heel zeker weet dat er vele hipstermeisjes zijn die op maandagavond met een blik knakworsten in de knuistjes naar Greys Anatomy kijken. Echt wel.

Het lijkt me zo lastig. Je wilt wanhopig nergens bijhoren, maar ondertussen hoor je bij de zo ongeveer meest makkelijk aan te wijzen doelgroep die er is.
De mannen hebben baarden en langig haar, of juist half kort. Dragen mutsen. En brillen. En Allstars. Alsof die niet gewoon al 30 jaar in de mode zijn.
De meisjes kijken door hun pony wat wazig de wereld in en staan op elke foto met afhangende ranke schouderkes alsof ze net niet hun nieuwe geruite mouwloze blouseje hebben aangedaan, maar de hele middag met hun kind op de schouders in de indoor speeltuin in de ballenbak hebben gerend.
Dat doet een Hipster dus nooit he. En daar kan ik dan wel weer inkomen. Of nee, misschien juist weer wel? Ik ben confuus.

Het haar bovenop het hoofd in een knot, dat weet iedereen, is heul hipsterwaardig. Maar eigenlijk al niet meer omdat iedereen dat nu doet. Stel je voor het dilemma van de Hipster in de ochtend. Knot of niet? Jamaar de buurvrouw had het ook. En die draagt een Esprit-jas, wat écht niet kan. Of kan het vandaag juist wel? HELP!

Volgens mij was je vroeger gewoon punker, alto, kak, hippie, en weetikwat. Heel duidelijk en heel aanwijsbaar en met een handige lijst van te dragen kledingstukken. En dan hoorde je bij zo'n groep. Dat vond je leuk. Met z'n allen dat zijn.
De Hipster is liever alleen. Hoort niet graag ergens bij. Maar toch tref je ze in groepen aan.

En zo kwam mijn moeder op Facebook tot de conclusie, dat mijn vader een Hipster is.
Dit maakte zij op uit een aantal harde feiten:
De baard;
De geheel eigen manier van kleden, zonder met de mode van de dag mee te gaan;
Om dan soms opeens heel hip uit de hoek te komen;
Trekt zich niks aan van anderen, in elk geval nooit hardop, maar in zijn hart ook niet;
En hoort dan opeens toch bij een bepaalde groep.

Och. Wat moest ik lachen. Serieus, urenlang. Hoewel het niet eens grappig bedoeld was. En toen ik zeg maar weer bij adem kwam, dacht ik er over na. En ja, ik ben het ermee eens. Mijn vader is een Hipster. Yaaay vader!

Nee maar kijk. Mijne pappa:


En kijk nog eensch aan. Dit is 33 jaar geleden. Mén, wat een trendsettert.










maandag 23 september 2013

Maandagmorgen gewoon

Zoon2 meldde vanmorgen vanuit zijn sponde dat hij vandaag niet naar de kleine school zou gaan. Hij moet daar namelijk altijd zoveel 'opruimen' vindt hij. En daar heeft hij geen zin aan.
Aankleden wilde hij wel, want een nieuwe broek, eten ging ook nog wel, gooide traditioneel zijn beker drinken om en toen het tijd was om naar buiten te vertrekken, bedacht hij zich weer dat hij niet ging.
Ik haalde hem over door hem te vertellen dat zijn Vriend1 toch ook zou gaan en dat het heus niet leuk was om hem alleen te laten.
Nou, vooruit dan maar, hij wilde dan eventueel wel mee naar buiten op de fiets, mét de rugzak om, maar daarna zou hij gewoon weer met mij mee naar huis gaan hoor.
'Ja hoor, we zien wel he' deed ik vaagjes.
Eenmaal bij school bleef hij bij zijn punt en hield jas en tas gewoon bij zich.
'Kom nououu' deed Vriend1.
'Neeheeeee' zeurde Zoon2.

Vriendin2 (Moeder van Vriend1 en met Kind3 in buik) grinnikte zo'n beetje en vroeg zich af hoe ik dat eens ging oplossen.
'Ja nou, je gaat dus maar gewoon naar binnen hee' wist ik niks beters te verzinnen.

En net toen ik me opmaakte voor drama en toestand, zuchtte Zoon2 heel overdreven en trok met rollende ogen zijn jasje uit.
'Vooruit dan maar' gaf hij toe.

Kijk, dat viel weer alles mee, zo voor de maandagmorgen, vond ik.

En op ons gemakje liepen Vriendin2 en ik terug naar huis, en hadden het zo over beschuit met muisjes, gordijnen voor de babykamer en meer belangwekkende zaken inzake de nogal vergevorderde zwangerschap van Vriendin2.

Ook hadden wij het over het weekend en wat we zo gedaan hadden en alles en dat we geen zin hadden om boodschappen te doen. Heel uitstekende onderwerpen zo op de vroege ochtend, kortom. Ook lachten wij nogal om mijn ontstoken oog, dat ik opeens sinds gisteren heb en daarom vandaag met bril loop in plaats van lenzen. Vorige week donderdag kwam ik des ochtends aanzetten met een gruwelijke kater, vanwege een feestje de avond ervoor, en omdat ik toen met zonnebril liep en er feitelijk niet uitzag, dachten mensen dat ik ontstoken ogen had. 'Haha nee hoor' zei ik toen zwakjes en misselijk terwijl ik me eigenlijk vooral moest concentreren om rechtdoor te lopen en niet om te vallen. 'Gewoon een beetje slecht geslapen'.
'HAHAHAHAHAHA' brulde Vriendin2 toen. En nu was ik fris en alles en had ik potdorie wel een ontstoken oog.
Het kan toch raar lopen.

Maar het goede nieuws is, dat ik gisteren een fabulous nieuw kettinkje kocht, voor het fijne bedrag van 5 euro. En ik ben daar blijijijij mee. Werkelijk. Kijk!



dinsdag 17 september 2013

Het B-diploma en krentenbollen en alles.

Ergens in 2012 schreef ik er over, de zwemles van Zoon1. Dat hij er eindelijk op zat en alles.
En sindsdien zaten wij elke maandagmiddag te zweten in het kleine kleedkamertje, stonden we 3 minuten te juichen en te zwaaien aan de rand van het zwembad en daarna óf in de zon buiten, of als het regende, weer zwetend in de kleedkamer. Ja, mooie tijden.
Toen het kind zijn A-diploma haalde, was ik natuurlijk in mijn nopjes. Ook al omdat hij nu niet meer zou verdrinken, ja, maar ook best wel omdat ik het einde van de zwemles al bedacht. Maar neen, heden ten dagen en in al deez' moderne tijden, gaat het kind van tegenwoordig minstens ook voor het B-diploma. Nou. Dat was vroeger wel anders hoor. Ik was potdorie blij met mijn opstiksel van het A-tje voor op mijn badpak, wat ze nu niet eens meer krijgen, en die B, ach die B, die was voor waarlijk sportieve kinders.

Maar nee nu niet hoor, de kranten schrijven er veel onzin over, alle kinderen uit de klas gaan voor minstens vier diploma's en toen Zoon1 er ook nog eens achter kwam dat hij voor zijn piloten-toekomst het B-diploma moet hebben.... gingen we er maar voor. Ik vind persoonlijk, zwemmen is zwemmen, en zwemmen is nietverdrinken. Meer heb je niet nodig dunkt me. Maar wie ben ik.

Dus zitten we tegenwoordig op de woensdagmiddag in het bloedhete gebeuren hier in Het Dorp en alles leek voorspoedig te gaan. Ja hoor, binnen drie maanden is het meestal wel goed hoor, dan halen ze het wel, hoorde ik heel olijk van andere moeders en toevallige voorbijgangers. Dus ik rijd elke week met zakken krentenbollen en pakjes drinken direct uit school met de jongens daarheen en ik ving positieve berichten op van Zoon en van de akelig sportieve en wijdbeens-staande juffen. 'Ha Zoon, dat doe jij goed zeg, nog een paar weken en hoplaaaa, dan zijn we er voor een paar jaar vanaf!' Deed ik nogal jolig. Voor mijn doen, als het over sport gaat.

En het gíng ook goed. Tot twee weken geleden.

'Ik wiiiiiil niet meeeeeer' kwam Zoon1 des avonds uit zijn bedstede zetten.
'Ah joh, nog even, je doet het hartstikke goed! En nu naar bed.' Voedde ik op.

Hetzelfde vorige week, op de fiets.

'Ik ga naar huis. Ik ga niet.' Mopperde de jongen.
'Jamaar ik heb krentenbollen en alles' haalde ik hem over. 'Komaan, we zijn er bijna. Je kan het juist zo goed!!' Ook nog.
En ik kleedde het arme kind midden op een bloedhete dag om in een zwembroek, lange broek, lang shirt en dichte schoenen, terwijl ik zelf in een hemdje en op slippers zowat overleed daar.

En toen kwam de juf aan het eind van de les naar me toe. Ja, Zoon1 kán het wel, maar hij is wat betreft het onderwaterzwemmen die hele zes meter nét te langzaam en dan komt hij niet door het gat heen.
Oh. Zei ik.
Dus, zo bleek, als hij het komende woensdag (morgen) ook niet kan, mag hij niet afzwemmen volgende week.
En zo stuurde ik Echtgenoot en Zoon1 dit weekend naar het zwembad om te oefenen. Maar nee, we leggen verder geen druk op hem of zo hoor, zo overlegden E en ik. Heus niet. Maar het zou toch wel HEUL fijn zijn als hij het nu gewoon even kan zeg maar.

En gisteren ging ik mijn bloedje nog even stiekem kussen terwijl hij sliep, maar hij bleek wakker te zijn, en in tranen. Want wil niet meer zwemmen.
Aiiiii. Dacht ik.
En hing een werkelijk heel goed verhaal op, over dat iedereen bepaalde dingen heeft waar hij heel goed in is en niet zoveel moeite voor hoeft te doen, maar dat sommige dingen wat moeilijker zijn, en als je maar je best doet, dan lukt het waarlijk wel. En als het dan toch niet lukt, ook al niet erg. Dan is iedereen ook trots. En houden we van je. En krijg je heus ook wel een cadeautje, voor alle moeite. Probéér het nou. Je kán het. Ik heb alle vertrouwen in je. En ik weet dat je je best doet. Echt. En, schatje, je bent eraan begonnen, dan moet je het toch afmaken. Niet zomaar afhaken. Al heeft je moeder dat al vaak wel gedaan.EN WEET JE WEL WAT DIE ZWEMLES HIER KOST HEE.
Neen, neen, hij zag het toch niet zitten. Dikke tranen.
'Jamaar liefje, het is nog maar twee keer. Dan is het over. Hoeven we nooit meer. En je vond het toch leuk ook?'
Ja, hij vond het eerst wel leuk. Maar nu niet meer.

En ik weet wel waarom. Het kind zit alles nogal mee, tot nu toe in zijn leven. Doet het nogal goed op school, zelfs soms best wel beter dan de rest. Heeft een goede vriend, een aantal ook heel leuke vriendjes. Een zeer goed kapsel. Nogal leuke familie. Een lollig broertje. Geen zorgen. Hoeft niet voor veel dingen moeite te doen.
Maar faalt nu met het zwemmen.

En, heel eerlijk. Ik zou ook willen opgeven. Heb serieus overdacht om hem mee te geven, dat als je ergens zo ongelukkig van wordt, dat je het dan niet moet doen. Hang dat principe zelf nogal aan.
Maar Echtgenoot kwam met andere principes aanzetten, waar ik me eigenlijk ook best wel in kon vinden, bij nader inzien. Van doorzetten, van niet opgeven, van accepteren dat je niet in alles heel goed kunt zijn en moeite moet doen soms, meer dan een ander ook wel eens.
Lastige kwestie.
Vooral omdat hij vanavond weer vrij ongelukkig in zijn bed lag. En ik kuste tranen weg en wapperde zo met mijn handen van 'aaaah kiiiind, komt goooooeeeeed en echt waaaaaar en nog eeeeeven' en wist het verder eigenlijk ook niet meer zo goed.
Natuurlijk gaat hij morgen zwemmen.
Hoeft zeker niet zijn C-diploma te halen als hij dat niet wil, en ik vind het te waarderen dat hij dat niet wil omdat hij dat gewoon niet nodig acht, ook al heeft zijn hele klas honderd diploma's en kunnen diepzeeduiken en duiken met een gewicht aan hun voeten en weet ik wat ze allemaal leren.

Ben er alleen nog niet over uit, dat als hij inderdaad dit kwartaal zijn B niet haalt....moet hij dan nog een kwartaal. Of laten we het erbij en gaat hij lekker verder met schaken en eventueel een andere sport die hij wel leuk vindt. Ik sleep met liefde nog een paar maanden door de sneeuw en regen met krentenbollen en Zoon2rond natuurlijk. Zo ben ik heus. Maar wat doen we.
Eerst maar eens hopen dat hij morgen door dat verdullemse gat zwemt. En dan volgende week weer natuurlijk.
Ik proost er maar op, daar geloof ik toevallig in. Hopelijk ook de juffen met de enge badpakken en de slippers en de omgeknoopte handdoeken die wijdbeens sportief staan te zijn. Brr.