dinsdag 23 april 2013

De week van het Afscheid en dat ik niet huil

Zo dat is mij daar weer een week zeg. Het is de week van Het Afscheid. En ook de Drukdoenerij van mij. En het is pas dinsdag he, nog een paar dagen en ik zal nog slechts in staat zijn tot wijn drinken. Nu scheelt het dat vrijdagavond mijn ouders een Feestke geven, waar ik genood ben tot natuurlijk verhoging van de feestvreugde, maar ook om wijn in te schenken bij de gasten, hapjes te serveren en alles. Ja, mijn moeder weet wel waar dochters goed voor zijn. Gelukkig zijn Zuske en ik zeer, maar dan ook zeer, bedreven in het ontkurken van flessen en glazen volschenken. Wij zijn goed opgevoed.

Ik heb een oppas geregeld, ik heb voor Echtgenoot al bedacht wat hij aan zal doen, alleraardigst van mij, die man werkt al zo hard immers, en ik ben nog niet uit over in welk kleedje ik mij zal hullen dus dat zal nog wel wat toestand geven, schat ik zo in.

Maar voor die tijd is er eerst nog de laatste werkweek van mijzelve. En, de laatste kinderopvangdag van Zoon2.
Beiden op een andere manier raar en een beetje verdrietig en jammer maar het geeft ook ergens enorme rust en straks vrijheid op een beetje gekke, maar ook welkome manier. Ja, heel poëtisch.

Vandaag nam ik alvast afscheid van de lieve Collega N, die mij een fles Chardonnay gaf zeg. Als ik de jongen niet al in mijn hart had gesloten, dan nu wel. Ook zei ik gedag tegen Collega C, die mij sinds de hele lijst-van-de-muur-val-affaire nog altijd een beetje schichtig aankijkt hoor. Maar zij had vandaag een zeer goed idee, iets met ijs verkopen en ik met een hoedje, en daar hou ik van, zulke ideeën, dus ik zal haar ook niet rap vergeten.
Morgen zal ik meneer H gedag zoenen, die daar vast enórm niet op zit te wachten, maar ik duld geen weerwoord, natuurlijk. En vrijdag zoen ik met Collega M1, M2, én M3. 'Ne mooie dag, zoenesque gezien.

En eerst nog donderdag. De laatste dag op de opvang van Zoon2. Ik brul nu al, zeg. Ach, het kind heeft het daar zo leuk. En ik vind de juffies zo lief. En ik ga ze vertellen dat ik ons testament heb aangepast en bij elk wissewasje en griepje van mij of Echtgenoot, geef ik de volledige voogdij aan de juffies aldaar en weet ik dat ik in stille rust kan zieltogen, in de wetenschap van uitstekende verzorging en opvoeding van Zoon2. Denk dat ik Zoon1 ook meteen maar inschrijf. Kan hij een beetje koffieschenken ofzo daar, hij is al 7, immers.
(Zoon1 die vandaag thuiskwam met het opwekkende bericht dat hij alle boeken van elk niveau in de hele school uit heeft. Oh.)

Morgen zal ik mij een slag in de rondte gaan fietsen. Natuurlijk al omdat ik eerst Haarlem zal doorkruisen om bij mijn moeder koffie te drinken. De dag beginnen met een rustmoment, daar zie ik heil in. Daarna zal ik boodschappen moeten doen om het gezin des avonds iets van diner te kunnen voorzetten. Ik zal Het Dorp weer ingaan teneinde fiks in te slaan in het kader van de traktatie van Zoon2 de volgende dag en die ergens op de dag ook nog in elkaar maken, waarna ik met beide Zoons naar de bibliotheek zal gaan, om daar ons wekelijkse rondje te doen en de mevrouwen van de bieb de stuipen op het lijf te jagen.
Daarna ga ik de cadeaus van de juffies inpakken, bijzonder mooie cadeaus gemaakt door mijn moeder, en dan ben ik waarschijnlijk vergeten om roze koeken voor de rest van alle juffies te kopen zodat ik Echtgenoot paniekerig nog richting Albert Heijn stuur, net na het diner, terwijl ik me klaarmaak voor de verjaardag van Vriendin1, die zondag 32, 34, ergens in de dertig is geworden. Ergens daartussen moét ik tijd vinden om mijn nagels te lakken.

Donderdagmiddag, als ik Zoon2 voor de laatste keer zal gaan halen, zal ik alle leidsters zoenen, net doen of ik niet moet huilen en die avond patat eten, bij wijze van troost en opwekking.

En vrijdag op mijn werk begint het opruimen van mijn bakje, het proberen niet op het laatste moment de koffiemachine, de printer en diverse dure voorwerpen te slopen en zal ik tegen drie uur weer proberen niet te huilen, en mijn moeder een bericht sturen of ze in godesnaam wel genoeg wijn en makreelsalade heeft.

Zaterdag blijf ik in bed.

dinsdag 16 april 2013

de iPad en de vroegopstaande Vader

'Kiiiiind' belde mijn moeder mij op.
Ik: Ha moeder. What's up?
M: Nou, vanmorgen stond je vader zomaar op zeg. Uit zijn bed. Zonder dat ik hem twaalf keer hoefde te roepen.
Ik: Waarlijk?
M: Jaha. En weet je waarom dat was?
Ik: Vertel!
M: Hij. Ging. Naar. De Stad. En Kocht. Voor Mij. Een... Een....
Ik: WAT WAT WAT?
M: Een iPad! Een echte!
Ik: Eeecht? Wat een goed cadeau!
M: Ja he!
Ik: Echt hee, het is een brave vader zeg. Hoe coool moeder, en, is het leuk?
M: Nouu, dat weet ik niet. Hij doet het niet.
Ik: Hoezo niet?
M: We zijn er twee uur mee bezig geweest zeg. Ik werd gek. En toen moest ik van je vader naar de Applestore.
Ik: Ja, en dat deed je toen?
M: Nee hallo, eerst moest de hond uit. Dat arme beest zat al te wachten.
Ik: Oh ja. En toen?
M: En toen ging ik naar de Applestore en ik zei tegen die mensen, hij doet het niet. En toen moest ik allerhande ingewikkelds aanhoren en ik snapte er niks van, hahaha.
Ik: En, wa..
M: Ik zei: Jongen, regel jij nu even dat dat ding werkt want ik snap er niks van. En toen moest ik alle wachtwoorden zeggen maar die was ik dus alweer vergeten.
Ik: Oh en toe..
M: Nou en toen keek die jongen zo en toen zei ik: Heeeee, heb jij niet op de basisschool bij mijn dochters gezeten? En dat was zo! Ha, en toen zei ik, welnu, regel jij even dat voor mij?
Ik: WIE WAS HET?
M: Ja weet ik niet. Maar toen moest ik weer naar huis en mijn wachtwoorden en inlogdingesen weten en dan kon ik op internet wel even alles regelen, maar ik zei, neeeee,ik kom terug bij jou hoor, dat kun jij dan wel even allemaal instellen, nu ken ik je, hahhaa. En toen keek die jongen wel een beetje angstig hoor maar ik mocht terugkomen.
Ik: Ach, vriendelijk, en wa...
M: Toen kwam ik thuis en toen was je vader verongelijkt, dat het ding het nog niet deed en wilde het bijkans alweer weggooien, maar ik zei, hállo, we zijn begin zestig hoor, we weten al heul veul van internet en computers en alles en het is heus niet raar dat we niet meteen weten hoe de iPad werkt toch. Maar toen had ik er geen zin meer in hoor, we waren er al uuuuuren mee bezig en ik moest nog boodschappen doooooeeen en met de hoooond weeeeg.
Ik: Ah ja. Kom morgen anders koffiedrinken, dan kijkt Echtgenoot er wel even naar.
M: Ja, dat dacht ik ook al. Prima idee.
Ik: Okeeee, tot morgen!
M: Ja goed, maar nu kijk ik er niet meer naar hoor, gék worden we ervan.
Ik: Ja snap ik. Nou doewieiiee.

De volgende dag stonden mijne ouderkers op de stoep met de fabulous nieuwe iPad in een fancy nieuwe hoes en alles en toen boog Echtgenoot er zich zo eens over. Nu, dat bleek allemaal zo makkelijk nog niet. Met name omdat ze tesaam allerhande nieuwe inlognamen en wachtwoorden bedacht hadden maar hadden verzuimd die deugdelijk ergens op te schrijven. Daarom werd er voor van alles wat nieuws aangevraagd, wat mijn moeder tot waanzin bracht, maar, wel heel praktisch opschreef allemaal. Na een lange tijd van gebogen hoofden over het nieuwe speeltje van mijn vader en Echtgenoot, terwijl Zoon1+2 zich aan de situatie aanpasten en op de beschikbare telefoons spelletjes speelden, dronken mijn moeder en ik maar koffie en spraken over toch de wonderbaarlijke techniek van tegenwoordig. Ook hadden wij een zeer intelligente en verhelderende uiteenzetting over de app die Pou heet en waar wij ons allen zeer mee vermaken. Omdat wij er nogal om moesten lachen en dat Echtgenoot en Vader nogal stoorde, deelde ik maar nog wat koekjes uit en was het eind van het liedje dat de iPad nog immer weinig teken van leven vertoonde en het advies van Echtgenoot was dan ook om toch nog maar een bezoekje aan hun vrind van de Applestore te brengen. Waar dan, jawel, toch heus, een creditcardnummer aan te pas zou moeten komen. Dit tot grote ontevredenheid van dn Ouders, die dat liever niet doen.

En dus kreeg ik daags na het bezoek wederom een telefoontje, met de verheugende mededeling dat de iPad het licht had gezien en zij dus nu in het bezit waren van een deugdelijk staaltje hippigheid. Gelukkig heb ik niet alleen Echtgenoot, maar ook Zoon2, die zijn oma altijd nog in tijden van nood wat ingewikkelde snufjes kan uitleggen. Want ook al verstuurde ik pas op mijn 18e mijn eerste mailtje, het kind is 3 en weet zich reeds uitstekend te redden op dat gebied. Zoon1 nog iets meer, maar dat gaat ieders pet te boven.

En nu zit mijn moeder dus de ganse dag youtube filmpjes te kijken en word ik gebeld door een bulderend iemand die ik dan herken als mijn mammie, die mij uitnodigt voor de koffie zodat ze mij weer wat hilarisch kan laten zien.
En mijn vader krabt zich reeds op het hoofd en denkt de volgende keer wel beter na voor hij vroegtijdig de sponde verlaat.

donderdag 11 april 2013

Blond Karma




Jaaa, dit zou u ook wel willen he. Zo'n heel bijzondere en ook originele haarkleur. Welnu, ik zal vertellen hoe u dat óók kunt krijgen.

Eerst verf je door de jaren heen je haar in diverse kleuren, knipt het her en der eens af, laat dat door de kapper doen of doet het gewoon zelf met een heuse kapperschaar van de Hema, of laat het uw moeder of zusje doen, of een willekeurige voorbijganger. Is het de kapper, vergeet dan te vertellen dat je haar het niet zo goed doet als het 'gesneden' wordt, omdat het er dan na een paar weken uitziet of je met de ganse onderkant in de oven hebt gehangen.
Vertel aan iedereen die het wel of niet wil horen, dat je het nooit meer blond wilt, want wát een gedoe, en nee, het is niet je kleur. Verander daarover een paar keer van mening. Ga daarna door een Rode Fase en verf het eerst knalrood en daarna een jaartje met onuitwisbare henna. Dan ben je dat zat, gooit er bruin overheen, laat er wat lichte plukken inzetten, verft het daarna weer een keer bruin en ontdek dan opeens dat je liefste wens, een pornoblond kapsel is. Ook al omdat de grijze uitgroei niet meer te negeren is, en met zwart en rood valt dat zo op.

Je koopt vijf pakken blondeermiddel en gaat aan de slag. Op zaterdagavond, met een wijntje erbij.

De volgende dag ben je oranje.
De dag daarna nog steeds en je gaat met een muts op naar buiten en stelt je verdekt op in een hoekje van het schoolplein van Zoon1.
Je blondeert nog zo wat en dan ben je geel. Met oranje stukken en witte plukken.
Je dankt de uitvinder van de muts op je blote knietjes.
Je blondeert nog zowat en moet ondertussen eigenlijk wel lachen om het hele voorval. Dit komt omdat je een positief iemand bent en je je verheugt op je vriendinnendag van aanstaande zondag en je het dus zonde vindt om op dat moment met een kaasschaaf in een hoekje te gaan zitten wiegen.

En dan zegt Zoon2 dat hij het Heel Erg Mooi vindt. Zoon1 dat hij Er Best Wel Aan Gewend Is. Echtgenoot meldt dat hij kleurenblind is en dus, heus, oprecht, niét kan zeggen of je nu voor lul loopt of dat het best geinig is. Zuske, VriendinT en Moeder vinden het best leuk, nadat ze van de grond zijn opgestaan na het bulderend lachen en het vriendinnetje van Zoon2 vertelt je ongevraagd dat ze 'geel' echt nog mooier vindt dan het oranje van de vorige keer. Vriendin1 vond blond al nooit een goed idee voor mij, wat makkelijk praten is voor iemand met beeldig blonde krullen, maar was desondanks opbeurend en een steun en toeverlaat per sms. Vriendin2+3 hebben het slechts nog op de 38 whatsapp-foto's gezien die ik door de dagen heen bij wijze van update rondstuurde maar stuurden olijke en opfleurende smiley's mijn kant op.

En daarom ging ik voor het eerst sinds 4 dagen zonder muts de straat op. Mensen keken. Mensen staarden. Maar het kan ook zijn dat ik me heb ingebeeld. Ik zag namelijk niet zo goed met striemende regen in mijn ogen.


Morgen zit ik met Zuske in het publiek bij De wereld draait door, dus mocht u nou nieuwsgierig zijn, stem dan even af op NL3 om 19.30. U kunt er waarschijnlijk niet omheen, ook al zou ik maar 1 seconde in beeld komen. Ik ben bepaald lichtgevend. Mijne zuske is die mooie met donker haar naast mij. We steken leuk bij elkaar af. En ja, wij zijn echt zuskes.

Dat het regent sinds ik blond ben, zoals ik constateerde, zie ik als een goed teken. Dat ik gisteren geen wijn in huis had, zie ik als een persoonlijke verkeerde inschatting van de boodschappen, wat ik niet wijt aan mijn blonde status. CollegaM vroeg aan mij: ' Schaam jij je nooit? ' waar ik heus hard om lachte. Waarna hij vroeg: 'Word jij ooit serieus genomen?' waarop ik natuurlijk geen antwoord had he, want eh. Ik weet niet. En hier in het brave en oh zo lieflijke Dorp, is de loopfiets van Zoon2 gestolen. Dit alles weiger ik te zien als blond bad karma.

donderdag 4 april 2013

Een hoop scherven en een pasen zonder boter lam

Zeg allee, wat is dat hier voor verwaarlozing allemaal. Niks nie heb ik meer geschreven sinds 22 maart. En dat terwijl ik zó veel leutige avonturen meemaakte zeg.

Allereerst waren Echtgenoot en ikzelve zes jaren getrouwd met malkander. Vorig jaar schreef ik nog over grootste toestanden, waar wij een weekendje weg planden vanwege het vijfjarig jubileum en Zoon1 zich daar een of andere heupontsteking opdeed waardoor de hele boel in het honderd liep. Kijk maar. En ook hier. Dit jaar waren wij van zins om gezónde Zonen bij opa en oma af te leveren om een ávondje weg te gaan tesaam. Natuurlijk dacht ik de avond van tevoren dat ik allerhande gehoest en wegkwijnende kinderen hoorde klagen in hun bedjes, maar dat bleek toch niet zo te zijn, maar toch was ik vijf minuten voor we ze wegbrachten nog niet overtuigd. Pas toen ze veilig en wel aan tafel zaten bij mijn ouders en wij wegreden, kon de jolijt aanvangen. Ik opende zo een fleske alcoholisch plezier en wij proostten op ons huwelijk. Ook kreeg ik nog een present, van dn Echtgenoot. Een beeldig armbandje, wat mij veel plezier deed. Aan hem overhandigde ik een heul hip shirt en zo waren wij in ons nopjes met verrassende cadeautjes en togen naar Amsterdam, om aldaar te eten en te drinken en te lachen bij Toomler. Dit al was een reuzensucces, en het was dan ook heus niet erg dat wij op de terugweg diverse openbaar vervoer aansluitingen misten en ik bevroren voeten opliep op tochtige perrons. Welneen, ik hing aan de arm bij Echtgenoot en beval hem mij te vertellen waarom ik toch zo leuk ben en al. Zo ben ik hoor.

Nadat wij fijn konden uitslapen, en de Zonen paasontbijt en paaseierenzoek activiteiten ondernamen bij opa en oma, volgde een genoeglijke dag waar ik op het allerlaatste moment ontdekte dat ik eigenlijk helemaal niet aan het feit Pasen had gedacht, in praktische zin, zodat ik wél croissantjes in huis had voor tweede paasdag, maar geen eieren, geen boter lam en geen paastafelkleed. Deerlijk teleurgesteld in mijzelf scharrelde ik wat chocolade eitjes op uit 2010 en probeerde Zoon1 ervan te overtuigen dat dat ook heus leuk was om te verstoppen voor zijn broertje. Namelijk dit jaar, zo bedacht Zoon1, zou híj de paashaas zijn bij ons thuis. Omdat ik dus het hele eier-schilderen, paas-ontbijt en roomboter gala aan mijn moeder had overgelaten, zelf nogal tekort schoot dit jaar zonder zelfs maar een deugdelijke paastak of een kuiken voor de ramen, schonk ik me een grote hoeveelheid wijn in en emmerde tegen Zuske en Echtgenoot zo wat over diverse onderwerpen tot een vrij onchristelijk tijdstip.

Waarin natuurlijk het onderwerp Tijd ook voorkwam. Elk jaar, mensen. Elk jaar schrijf ik u over de gesprekken die ik voer met Echtgenoot over de klok een uur terug, danwel vooruit. En we komen er niet uit.
En deze keer, afgelopen weekend, kwam mijn moeder heel olijk op ons af, toen wij Zoon1+2 brachten en zei:

'Zeg, die klok ook nog he, ik ga maar vroeg naar bed, haha.'
Ik: 'huh wat'
Echtgenoot:'Oh neee....'
Ik: 'de klok gaat een uur vooruit he moeder, dus de kinderen zijn later wakker, als het goed is'
Moeder:'Oh. Hm?'
Echtgenoot: 'Oh nee.... alsjeblieft niet weer'
Ik: 'Nee, begin jij vooral niet. Moeder, niet naar hem luisteren'
Moeder: 'Nou kind, gefeliciteerd met jullie harmonieuze huwelijk he'
Ik: 'Ja dank je. Anyway, de jongens worden dus later wakker'
Echtgenoot:' Ja we merken het pas maandag als ze weer vroeg opmoeten, dan hebben ze een uur korter geslapen'
Ik: 'Neeeheeeeee. Ze gaan toch op een gewoon tijdstip naar bed? Ze slapen gewoon normaal. Hopen we.'
Echtgenoot:'Jamaar zondag zijn ze minder moe, want dan is het vroeger'
Ik: 'WELNEEEEE, wat maakt dat nou uit. Na twee uur zijn ze het kwijt en hebben ze een gewone nacht. Zondag is alles weer normaal'
Echtgenoot:'Zucht en steun. Echt niet, dat wordt weer aanpassen. Jetlag. Toestand.'
Ik: 'OMG'
Moeder:' Wil iemand koffie? Thee? Wijn?'
Ik: 'Neenee, wij gaan samen liefdevol genieten van elkander'
Moeder: 'Hm. Succes schat.'
Vader:' Hahahahahaha'
Echtgenoot:'(...)'

Ja.

Nou en dat was dus allemaal wel prima en zoals dat gaat bij ons thuis. En zondagavond gooide ik een van mijn mooie champagneglazen aan de barrels. Het glas waar ik mee geproost had op onze trouwdag. Het glas dat we gekregen hadden, zes jaar geleden. Kristal en beeldig. Ik zag dat als een teken van het grote geluk dat ons te wachten staat. Want als het om bijgeloof gaat, geloof ik graag in mijn eigen straatje natuurlijk.

Echter ging ik dinsdag weer aan het werk en daar rolde ik heel bevallig met mijn bureaustoel in de rondte, waar ik bij ongeluk tegen een enorme ingelijste poster botste. Niks aan het handje. Tot ik een paar uur later even in de keuken stond en een hoop geraas en gerinkel hoorde. Slaakte een ijselijke gil, waardoor collega C zowat in haar thee stikte en wij ontdekten dat de grote lijst aan stukken lag. Op mijn werkplek. Dat was dus een bijna-dood-ervaring, terwijl ik er nét niet bij was. Ik vind dat getuigen van geluk. En van grote beloftes, gezien wederom de hoeveelheid scherven en alles.
En vandaag op mijn werk sloopte ik bijna een grote schuifdeur, klapte van de trap, viel met mijn gezicht op een trede en scheurde per ongeluk een beetje papier aan stukken. Ik weet niet wat ik daar allemaal van moet denken, behalve dat er wat schort aan mijn motoriek, wellicht. Of ik heb natuurlijk enórme last van mijn uur minder slaap, zogenaamd. Dat zal Echtgenoot deugd doen. Alles voor een goed huwelijk, immers.

vrijdag 22 maart 2013

Het spelletjes-gen en Temple Run

In mij zit geen spelletjes-gen. Ik kan best een potje Triviant aangaan, als het zo uitkomt, waarna ik na een paar wijn heel hard verkeerde antwoorden in de rondte brul, ook vermaak ik me zo eens in zoveel tijd met Pictionary, waar ik, na een paar wijn, werkelijk bijzonder kunstig uit de hoek kom, al zeg ik het zelf, en met Zoon1 speel ik nogal vaak Mikado en Gansenbord, waar ik, zonder wijn, heus wel plezier mee heb, totdat hij woedend wordt omdat hij dreigt niet te winnen.

Verder..mwoah, ben ik er niet zo van. Dit heeft met name te maken met mijn complete desinteresse in of ik wel of niet win.
Het interesseert me serieus niet. Ik laat dan ook met liefde Zoon1+2 winnen, tot groot verongelijk van Echtgenoot, die vindt dat dat niet eerlijk is. Ik vind het eerder niet eerlijk om wél te winnen, door het met de spelregels wat minder nauw te nemen, dan expres te verliezen.

Mijne zuske lijkt meer op Zoon1, die graag wél wint, en zij zijn dan ook beduchte tegenstanders. Vroeger al, toen Zuske en ik klein waren en bij onze ouders thuis spelletjes speelden, was zij helegaar niet van zins om iemand anders te laten winnen dan zijzelf. Nu interesseerde het me toen ook al niet, maar dat is natuurlijk irritant, als win-lievende tegenstander. Ook is het irritant, als zij verloor, en ik daarom erg moest lachen. Of als ik verloor en daar ook om moest lachen.

Mijn moeder speelt vaak met de Zonen een spel, waar zij, als zij wint, de armen ten hemel heft en als een ware kampioen aan het juichen slaat. Zo doe ik het ook, bij per ongeluk winnen. Een echte winnaar lacht minzaam en weet zich de betere speler. De verliezer dient treurig en teleurgesteld zijn ongelijk te bekennen. Niet te lachen. Zoon1 vindt de manier van zijn oma en zijn moeder niet leuk. Toch maakt het niet dat hij minder wil spelen.
Mijn vader speelt vaak met Zoon2, waar Zoon2 óók nogal gebrand is op winnen, maar zijn opa is meer als zijn oudste dochter (ik) en is daarom voor het kind een prima tegenstander. Snapt u het nog?
Omdat wij deugdelijke ouders zijn, hebben wij hier thuis aldus een enorme kast vol spellen waar wij best veel gebruik van maken.
Sinds ik Zoon1 ooit eens had wijsgemaakt dat ik de MikadoMeester ben, waarvoor ik vele bekers had gewonnen, was hij er nogal van om dat veel met mij te spelen. De spelregels bedacht hij zelf, waardoor hij binnen een paar weken de zelfbenoemde nieuwe MikadoMeester was, wat ik me oogluikend liet welgevallen. 'Bewoog het?' vroeg het kind na ieder stokje dat hij wegtrok. Hoewel ik zelfs de bekers thee op tafel moest behoeden van omvallen, zei ik steeds lieflijk dat er nee, heus niks had bewogen. Ik geloof wel dat hij het op een gegeven moment doorhad, maar de wens om de Meester te worden was groter dan zijn wens om zich aan de regels te houden.
Op zich bijzonder voor een kind dat zich verder aan werkelijk elke regel houdt die er bestaat. Hij is nogal van de reglementen en dringende aanwijzingen, net als mijn Zuske overigens ook weer.
Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik zonder Zuske en Zoon1 nogal eens in de problemen zou komen, regelsgewijs. Maar dat is weer een ander verhaal.

Nu is het geval, dat wij sinds kort een heuse Tablet in huis hebben. Tot groot plezier van Echtgenoot en de Zonen, die sinds de komst van het ding nergens anders meer oog voor hebben. Heus was het leuk voor de jongens om op een telefoon een spelletje te spelen of een filmpje te kijken, nu de 'tem-let' (Zoon2) er is, is dat de heilige graal. De jongens wisten binnen een paar uur haarfijn hoe de boel werkte, hoe er gedownload moest worden en wat er allemaal op te vinden was qua pleizier.

En als er iets is, wat ik nog minder heb dan het spelletjes-gen, is het wel het video-spelletjes-gen, of hoe die modernigheid tegenwoordig dan ook mag heten.
Vroeger speelden vriendinnen urenlang Mario en Tetris en raceautodingen. Ik kon het niet aanzien. En ik kán het ook niet. Ik word doodnerveus van dat gedoe met een joystick, pijltjes, en springen en rijden en rennen.
Een paar jaar geleden kochten wij een Wii en ook daar kan ik nauwelijks mee uit de voeten.
Maar nu wordt er hier in grote mate Temple Run gespeeld, door zowel Echtgenoot als Zoon1. Ik zou het een verslaving noemen, welhaast. Als ik Zoon1 niet tijdig met dreigementen van het spel haal, zit hij met hoogrode wangen en supergeconcentreerde oogjes te Temple Runnen of het een lieve lust is. Hij koopt munten, hij schaft nieuwe attributen aan en praat over bonusrondes of hij niet een paar weken geleden nog gewoon Mens Erger Je Niet speelde met een dobbelsteen.

Toen ik laatst even een blik op het ding wierp terwijl Echtgenoot, ook al met zo'n wazig blik, zat te spelen met iets, zag ik een afgrijselijk tafereel van een manneke in een autootje dat van een berg denderde, onderaan omver klapte en.. zijn nek brak. Met een geluid van een brekende nek en bloed en alles.

'Aarghhh' zei ik.
'Haha' deed Echtgenoot.
'Wat is dát. Dat mag Zoon1 dus echt NOOIT zien he' riep ik paniekerig.
'Pff. Hij heeft het zelf gedownload' deed Echtgenoot alsof dat maar normaal was.

Aldus spelen de mannen nu steeds het spelletje waarbij een arm jongmensch op gruwelijke wijze verongelukt, waarbij er dan nog onderscheid wordt gemaakt tussen een wel of niet brekende nek, waar al dan niet extra punten mee worden verdiend.
Ik ben het er niet mee eens.
Maar ik moet me niet aanstellen. Want het is een tékenfilm, volgens hun jongensmening. Het lijkt niet eens echt. Het is nép hoor, mamma. En hij is ook niet dóód, hij stapt gewoon weer in zijn kleine rode autootje. Hoor. Heus waar.

En ik sta aan de zijkant, te smeken met het Gansenbord spel in mijn armen wiegend, de Mikado in mijn haar gestoken en mezelf voortbewegend op het Twisterdoek.



donderdag 14 maart 2013

Het is niet niks, allemaal.

De laptop was een beetje zieltogende, dacht ik. Dus terwijl ik snikkend in een hoekje zat te wiegen, kon ik ook al niks schrijven en was het leed compleet, waardoor ik maar veel wijn ging drinken. Uit die fase kom ik nu net, zette de laptop toch maar weer aan en alles leek een boze droom geweest. Dus dat vier ik met een klein glaasje en een verhaal voor u over dat ik nieuwe schoenen kocht met de Zonen.
Want gedeelde smart is halve smart, immers.

'Oewaa', zei Zoon1 heel klaag'lijk. Toen hij zijn schoenen aantrok. Natuurlijk reageer ik normaal heel adequaat en vol interesse op álles wat een Zoon tegen mij zegt, maar het was tien voor acht in de ochtend en ik had een beetje haast, dus ik negeerde het eigenlijk gewoon.
De volgende dag weer hetzelfde zeg, 'oewaa' en 'auww'.
'Hm?' Deed ik zo'n beetje achteloos.
'Mijn schoenen doen pijn'
'Oh, je sok zit zeker scheef, dat doe je zo op school maar even goed' was ik heel oplossingsgericht.

Echter die middag toen het kind met bloedende voetjes strompelend door het huis trok, kon ik er niet langer omheen. Te kleine schoenen.
Haha.
Haha, heus geen heel erg bloedende voetjes.

Nu heeft hij ook nog een soort van 'nette' schoenen, die net zijn omdat ze nog vrij nieuw zijn, ook al zijn het gewoon gympen, maar die hebben veters. Om een paar redenen zijn het niet de favo schoenen voor zowel Zoon1 als mijzelve. De door het kind zelf te strikken veters, raken in de knoop, doen er letterlijk 15 minuten over om in de strik te geraken en als ik me er dan uiteindelijk over buig en er een degelijke dubbele knoop inleg, heeft hij met de gymlessen een probleem wat ik me kan voorstellen.
Dit alles natuurlijk altijd in de ochtend, om tien voor acht.
Dus er moesten nieuwe schoenen komen, voor dagelijks gebruik. Voor we naar de winkel konden liet ik hem dus maar op zijn sneeuwlaarzen door het leven gaan, wat eigenlijk wel uitkwam omdat het gloeiendegloeiende weer sneeuwde.

Woensdagmiddag had ik uitgekozen als Schoenendag. Sinds we in Het Dorp wonen, hebben wij de keus uit drie soorten winkel-omgevingen. De ene is Het Dorp zelf. Waar alles nogal duur is, maar wel mooi en ook zeer dichtbij.
De ander is De Stad, wat goed te doen is maar best wel ver fietsen, zeker als het erg koud is en je ook nog sperzieboontjes moet schoonmaken of iets anders belangwekkends.
De laatste is de semi-stad. Een winkelcentrum redelijk in de buurt, bepaald minder uitgebreid dan De Stad maar wel prima. Er zit geen Hennes, maar verder kun je je er best redden.

Ik koos voor de laatste en nadat ik de jongens middels zeer opwekkende praatjes had overtuigd van het feit dat ze inderdaad méé moesten, zaten wij anderhalf uur na mijn eerste aansporing op de fiets.
Zoon1 mopperend dat we niet naar Het Dorp gingen en Zoon2 viel achterop de fiets in slaap waardoor ik griezelig half uit mijn fiets hangend, hem ondersteunende, de gladde wegen befietste.

Eenmaal aangekomen stoof Zoon2, slaapdronken, een kledingwinkel in waar hij de etalage ontmantelde. Dit tot matig plezier van de winkelmevrouw.
Toen stapten wij de eerste de beste schoenenwinkel in en terwijl ik zo'n beetje rondkeek, had Zoon1 inmiddels zijn eigen voeten opgemeten en Zoon2 kwam zeer verheugd met een knalroze paar schoentjes aanzetten en verkondigde de schoenenmissie voor geslaagd.
Zoon1 reageerde daar niet heel empathisch op, omdat we daar immers voor hém waren. Ik gaf hem gelijk, waar Zoon2 het helemaal niet mee eens was hoor.
Zo wisten al het personeel en toevallige voorbijgangers dat wij in het pand aanwezig waren en ik suste de boel zo'n beetje door Zoon2 de roze schoenen te laten passen en ondertussen met Zoon1 serieus op zoek te gaan voor zíjn nieuwe schoeisel. Vrijwel direct vonden wij werkelijk leuke gympen mét klitteband en ze pasten ook nog, vond ik. De winkelmevrouw kwam er maar zo eens bijstaan, waarschijnlijk gewaarschuwd door haar buurvrouw en voelde heel professioneel aan de tenen van het kind. Neen, er moest een maat kleiner komen vond ze. Nu, dat vond Zoon1 ook en ik liet hem dan ook maar over aan de mevrouw om eens poolshoogte te gaan nemen inzake Zoon2. Die ik voor de spiegel vond, met zijn rechtervoet in een linker roze schoen, een dansje doende, voor een publiek van twee kleine meisjes.
Nadat Zoon1 met zijn schoenen door de winkel had gerend en tevreden was, had ik Zoon2 zover dat hij afscheid nam van de knalroze schoenen, wat ik alleen maar bereikte door hem ándere schoenen te beloven, want eigenlijk, dacht ik, had hij ook maar één paar schoenen in het bezit, naast regenlaarsjes.
Zo heeft hij nu zwart-met-knalgroene gympjes die hij zelfs in bed niet wenst uit te doen en Zoon1 is zeer blij met zijn mooie schoenen-zonder-veters.

En ik ben natuurlijk weer compleet uitgeput thuisgekomen, gisterenmiddag. Want tijdens het afrekenen gooide Zoon2 nog een hele stapel dozen om, was Zoon1 zo blij met zijn schoenen dat hij iets minder op het verkeer lette en bedacht ik me eenmaal thuis dat ik nog boodschappen moest doen waardoor ik de hele boel wéér op de fiets moest hijsen, nadat ik promotiepraatjes aangaande de Albert Heijn had gedaan tegen de jongens die eindelijk op de bank zaten.

Het is niet niks, zo'n woensdagmiddag.



maandag 4 maart 2013

Complete verwarring op weg naar het zwembad.

Vanmiddag kwam Zoon1 uit school met het verhaal dat hij die middag cathechese had gehad. Godsdienstonderwijs, dus. Het kind was zelf nogal te spreken over dat hij dat woord helemaal goed uitsprak, en ik wilde weten wat er dan zoal aan hem onderwezen was.
Nu, zo sprak hij olijk. 'Dat als je stout bent en bijvoorbeeld mensen pest of dingen steelt, dat je dan in de hel komt'. 'WAT?' Sputterde ik terwijl ik een vervaarlijke slinger met mijn fiets maakte.

En zo kwamen wij, op weg naar zwemles, tot een waarlijk heel gesprek over zulks. Over de hemel en de hel en waarom wel en waarom niet en hoe dan en alles.

Nu weet ik zelf eigenlijk niks van godsdienst, behalve dat ik er een mening op nahoud in de richting van Kanniet en Bestaatniet en Isonzin, maar daar doe ik heus iets genuanceerder over tegen de Zonen.

Toen Zoon1 een jaar of twee was en wij, gedreven door de scholen-waanzin in de grote stad, hem gingen inschrijven op de Openbare Basisschool in de buurt, was dat met name omdat ik zeker wist dat het een leuke school was, omdat ik er zelf op had gezeten. Dat het een Openbare school was, was te danken aan mijne ouders die daar ook een mening over hadden, destijds en nog steeds. Ik vond dat prima en vond het voor Zoon dus ook prima. Omdat we twee jaar later gingen verhuizen naar Het Dorp en de zoon dus op een andere school moest gaan, kwamen we bij de school waar hij nu op zit, 'ne Katholieke, omdat deze 3 minuten van ons huis staat. Er zijn in Het Dorp in verhouding raar veel scholen en de anderen waren óók prima geweest, maar simpelweg veel minder dichtbij. Na een prettig en vriendelijk gesprek schreven wij hem dus in, nadat ik wel had vernomen dat het niet perse nodig was om zeer gelovig te zijn, als ouders, om het kind een prettige schooltijd te garanderen. Daarbij vond ik het eigenlijk wel aardig, een beetje godsdienstles, waarden, normen, algemene ontwikkeling, lalala. Dat er met Pasen en Kerst diverse kerkelijke toestanden zijn te bezoeken, ah well. Doen wij gewoon niet.
En omdat er in de weekbrief zo nu en dan melding wordt gemaakt van kinderkes die iets in een witte jurk hebben gedaan in de kerk, worden we herinnerd aan het Katholieke van de school, verder merk ik er niks van en dacht er dus ook eigenlijk nooit aan.
Tot vandaag.

'Hmm ja. En wat zei de juf dan precies?' Vroeg ik heel kalm en al.
'Nou, dat je in de hel komt he, maar dat je ook in de hemel kunt komen' zei het kind.

Ik: 'Maar, zei de juf dat je in de hel komt als je stout bent???' Vroeg ik dringend.
Z1:' Nja. Maar niet dat zíj dat denkt, maar dat sómmige mensen dat denken'
Ik: 'Ah. Ja. Gelukkig maar. Maar ik denk dat niet hoor liefje'
Z1: 'Neeee, dat weet ik wel. Ik ook niet. Het is toch allemaal niet waar en ik geloof het niet.' Sprak de ongelovige.
Ik: 'Maar er staan ook best wel goede dingen hoor, in de bijbel. Niet alleen maar over de hel en zo.' Deed ik alsof ik heel wat verstand heb van deze dingen.
Z1: 'Maar bestáát de hemel dan wel eigenlijk? En wat maakt het uit of je daar heen gaat als je toch dood bent?'
Ik: 'euh...'
Z1: 'Want als je dood bent en je ligt onder de grond, hoe kán je dan nog ergens heen? En daarbij, hoe druk is het daar dan wel niet?'
Ik: 'Ja nee, mensen die dat geloven, die denken niet dat je met je lichaam naar de hemel gaat, maar met je ziel. Ziel is moeilijk uit te leggen liefje, het geeft niet als je dat niet snapt'.
Z1: 'je bedoelt je geest?'
Ik: 'Eh. Ja.'
Z2: 'Weet je, als ik dood ben ga ik naar het pretpark ' Deed Zoon2 van achter op de fiets een duit in het zakje.
Ik: 'Ach liefje, jij gaat toch niet dood mijn hartelapje'.
Z1: 'HAHA echt wel, iedereen gaat dood'
Z2: ' Jeeeuh! '
Ik: 'Eh..'
Z1: ' Als je in de hemel bent, ben je dan ook jarig? '
Ik: 'Nou dat geloof ik niet, je blijft de leeftijd die je was toen je doodging denk ik '
Z1: 'Oh. Lekker saai.'
Ik: 'Ik denk dat mensen die daarin geloven, het vooral ook heel fijn vinden dat ze daar dan mensen terugzien die al eerder dood gingen, die ze al lang niet gezien hebben, zoals pappa met zijn mamma bijvoorbeeld, of ik met mijn oma '.
Z1: 'Maar jullie gelóven er toch niet in?'
Ik: 'Nee. Dat is zo. Wel jammer dus misschien.'
Z1: 'Maar we zullen het nooit weten'
Ik: 'Nee, pas als we dood zijn. En dan kunnen we het niemand meer vertellen'
Z1: 'Ja precies.' Zaten we op 1 lijn.
Z2: 'Zeg, is het al zomer? Krijg ik ijs?' Orakelde Zoon2.
Z1: 'Ja en als we dan toch naar de hel gaan, is het misschien niet zo erg want we zijn toch dood' Ging zoon nog even verder.
Ik: 'Ja maar voor de zekerheid kunnen we proberen dat te vermijden, misschien' zei ik pedagogisch en onschuldig.
Z1: ' Hmmm. Ja. Wat eten we vanavond?' En hij fietste hard weg naar het zwembad.

Mij in complete verwarring achterlatend.