In mij zit geen spelletjes-gen. Ik kan best een potje Triviant aangaan, als het zo uitkomt, waarna ik na een paar wijn heel hard verkeerde antwoorden in de rondte brul, ook vermaak ik me zo eens in zoveel tijd met Pictionary, waar ik, na een paar wijn, werkelijk bijzonder kunstig uit de hoek kom, al zeg ik het zelf, en met Zoon1 speel ik nogal vaak Mikado en Gansenbord, waar ik, zonder wijn, heus wel plezier mee heb, totdat hij woedend wordt omdat hij dreigt niet te winnen.
Verder..mwoah, ben ik er niet zo van. Dit heeft met name te maken met mijn complete desinteresse in of ik wel of niet win.
Het interesseert me serieus niet. Ik laat dan ook met liefde Zoon1+2 winnen, tot groot verongelijk van Echtgenoot, die vindt dat dat niet eerlijk is. Ik vind het eerder niet eerlijk om wél te winnen, door het met de spelregels wat minder nauw te nemen, dan expres te verliezen.
Mijne zuske lijkt meer op Zoon1, die graag wél wint, en zij zijn dan ook beduchte tegenstanders. Vroeger al, toen Zuske en ik klein waren en bij onze ouders thuis spelletjes speelden, was zij helegaar niet van zins om iemand anders te laten winnen dan zijzelf. Nu interesseerde het me toen ook al niet, maar dat is natuurlijk irritant, als win-lievende tegenstander. Ook is het irritant, als zij verloor, en ik daarom erg moest lachen. Of als ik verloor en daar ook om moest lachen.
Mijn moeder speelt vaak met de Zonen een spel, waar zij, als zij wint, de armen ten hemel heft en als een ware kampioen aan het juichen slaat. Zo doe ik het ook, bij per ongeluk winnen. Een echte winnaar lacht minzaam en weet zich de betere speler. De verliezer dient treurig en teleurgesteld zijn ongelijk te bekennen. Niet te lachen. Zoon1 vindt de manier van zijn oma en zijn moeder niet leuk. Toch maakt het niet dat hij minder wil spelen.
Mijn vader speelt vaak met Zoon2, waar Zoon2 óók nogal gebrand is op winnen, maar zijn opa is meer als zijn oudste dochter (ik) en is daarom voor het kind een prima tegenstander. Snapt u het nog?
Omdat wij deugdelijke ouders zijn, hebben wij hier thuis aldus een enorme kast vol spellen waar wij best veel gebruik van maken.
Sinds ik Zoon1 ooit eens had wijsgemaakt dat ik de MikadoMeester ben, waarvoor ik vele bekers had gewonnen, was hij er nogal van om dat veel met mij te spelen. De spelregels bedacht hij zelf, waardoor hij binnen een paar weken de zelfbenoemde nieuwe MikadoMeester was, wat ik me oogluikend liet welgevallen. 'Bewoog het?' vroeg het kind na ieder stokje dat hij wegtrok. Hoewel ik zelfs de bekers thee op tafel moest behoeden van omvallen, zei ik steeds lieflijk dat er nee, heus niks had bewogen. Ik geloof wel dat hij het op een gegeven moment doorhad, maar de wens om de Meester te worden was groter dan zijn wens om zich aan de regels te houden.
Op zich bijzonder voor een kind dat zich verder aan werkelijk elke regel houdt die er bestaat. Hij is nogal van de reglementen en dringende aanwijzingen, net als mijn Zuske overigens ook weer.
Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik zonder Zuske en Zoon1 nogal eens in de problemen zou komen, regelsgewijs. Maar dat is weer een ander verhaal.
Nu is het geval, dat wij sinds kort een heuse Tablet in huis hebben. Tot groot plezier van Echtgenoot en de Zonen, die sinds de komst van het ding nergens anders meer oog voor hebben. Heus was het leuk voor de jongens om op een telefoon een spelletje te spelen of een filmpje te kijken, nu de 'tem-let' (Zoon2) er is, is dat de heilige graal. De jongens wisten binnen een paar uur haarfijn hoe de boel werkte, hoe er gedownload moest worden en wat er allemaal op te vinden was qua pleizier.
En als er iets is, wat ik nog minder heb dan het spelletjes-gen, is het wel het video-spelletjes-gen, of hoe die modernigheid tegenwoordig dan ook mag heten.
Vroeger speelden vriendinnen urenlang Mario en Tetris en raceautodingen. Ik kon het niet aanzien. En ik kán het ook niet. Ik word doodnerveus van dat gedoe met een joystick, pijltjes, en springen en rijden en rennen.
Een paar jaar geleden kochten wij een Wii en ook daar kan ik nauwelijks mee uit de voeten.
Maar nu wordt er hier in grote mate Temple Run gespeeld, door zowel Echtgenoot als Zoon1. Ik zou het een verslaving noemen, welhaast. Als ik Zoon1 niet tijdig met dreigementen van het spel haal, zit hij met hoogrode wangen en supergeconcentreerde oogjes te Temple Runnen of het een lieve lust is. Hij koopt munten, hij schaft nieuwe attributen aan en praat over bonusrondes of hij niet een paar weken geleden nog gewoon Mens Erger Je Niet speelde met een dobbelsteen.
Toen ik laatst even een blik op het ding wierp terwijl Echtgenoot, ook al met zo'n wazig blik, zat te spelen met iets, zag ik een afgrijselijk tafereel van een manneke in een autootje dat van een berg denderde, onderaan omver klapte en.. zijn nek brak. Met een geluid van een brekende nek en bloed en alles.
'Aarghhh' zei ik.
'Haha' deed Echtgenoot.
'Wat is dát. Dat mag Zoon1 dus echt NOOIT zien he' riep ik paniekerig.
'Pff. Hij heeft het zelf gedownload' deed Echtgenoot alsof dat maar normaal was.
Aldus spelen de mannen nu steeds het spelletje waarbij een arm jongmensch op gruwelijke wijze verongelukt, waarbij er dan nog onderscheid wordt gemaakt tussen een wel of niet brekende nek, waar al dan niet extra punten mee worden verdiend.
Ik ben het er niet mee eens.
Maar ik moet me niet aanstellen. Want het is een tékenfilm, volgens hun jongensmening. Het lijkt niet eens echt. Het is nép hoor, mamma. En hij is ook niet dóód, hij stapt gewoon weer in zijn kleine rode autootje. Hoor. Heus waar.
En ik sta aan de zijkant, te smeken met het Gansenbord spel in mijn armen wiegend, de Mikado in mijn haar gestoken en mezelf voortbewegend op het Twisterdoek.
vrijdag 22 maart 2013
donderdag 14 maart 2013
Het is niet niks, allemaal.
De laptop was een beetje zieltogende, dacht ik. Dus terwijl ik snikkend in een hoekje zat te wiegen, kon ik ook al niks schrijven en was het leed compleet, waardoor ik maar veel wijn ging drinken. Uit die fase kom ik nu net, zette de laptop toch maar weer aan en alles leek een boze droom geweest. Dus dat vier ik met een klein glaasje en een verhaal voor u over dat ik nieuwe schoenen kocht met de Zonen.
Want gedeelde smart is halve smart, immers.
'Oewaa', zei Zoon1 heel klaag'lijk. Toen hij zijn schoenen aantrok. Natuurlijk reageer ik normaal heel adequaat en vol interesse op álles wat een Zoon tegen mij zegt, maar het was tien voor acht in de ochtend en ik had een beetje haast, dus ik negeerde het eigenlijk gewoon.
De volgende dag weer hetzelfde zeg, 'oewaa' en 'auww'.
'Hm?' Deed ik zo'n beetje achteloos.
'Mijn schoenen doen pijn'
'Oh, je sok zit zeker scheef, dat doe je zo op school maar even goed' was ik heel oplossingsgericht.
Echter die middag toen het kind met bloedende voetjes strompelend door het huis trok, kon ik er niet langer omheen. Te kleine schoenen.
Haha.
Haha, heus geenheel erg bloedende voetjes.
Nu heeft hij ook nog een soort van 'nette' schoenen, die net zijn omdat ze nog vrij nieuw zijn, ook al zijn het gewoon gympen, maar die hebben veters. Om een paar redenen zijn het niet de favo schoenen voor zowel Zoon1 als mijzelve. De door het kind zelf te strikken veters, raken in de knoop, doen er letterlijk 15 minuten over om in de strik te geraken en als ik me er dan uiteindelijk over buig en er een degelijke dubbele knoop inleg, heeft hij met de gymlessen een probleem wat ik me kan voorstellen.
Dit alles natuurlijk altijd in de ochtend, om tien voor acht.
Dus er moesten nieuwe schoenen komen, voor dagelijks gebruik. Voor we naar de winkel konden liet ik hem dus maar op zijn sneeuwlaarzen door het leven gaan, wat eigenlijk wel uitkwam omdat hetgloeiendegloeiende weer sneeuwde.
Woensdagmiddag had ik uitgekozen als Schoenendag. Sinds we in Het Dorp wonen, hebben wij de keus uit drie soorten winkel-omgevingen. De ene is Het Dorp zelf. Waar alles nogal duur is, maar wel mooi en ook zeer dichtbij.
De ander is De Stad, wat goed te doen is maar best wel ver fietsen, zeker als het erg koud is en je ook nog sperzieboontjes moet schoonmaken of iets anders belangwekkends.
De laatste is de semi-stad. Een winkelcentrum redelijk in de buurt, bepaald minder uitgebreid dan De Stad maar wel prima. Er zit geen Hennes, maar verder kun je je er best redden.
Ik koos voor de laatste en nadat ik de jongens middels zeer opwekkende praatjes had overtuigd van het feit dat ze inderdaad méé moesten, zaten wij anderhalf uur na mijn eerste aansporing op de fiets.
Zoon1 mopperend dat we niet naar Het Dorp gingen en Zoon2 viel achterop de fiets in slaap waardoor ik griezelig half uit mijn fiets hangend, hem ondersteunende, de gladde wegen befietste.
Eenmaal aangekomen stoof Zoon2, slaapdronken, een kledingwinkel in waar hij de etalage ontmantelde. Dit tot matig plezier van de winkelmevrouw.
Toen stapten wij de eerste de beste schoenenwinkel in en terwijl ik zo'n beetje rondkeek, had Zoon1 inmiddels zijn eigen voeten opgemeten en Zoon2 kwam zeer verheugd met een knalroze paar schoentjes aanzetten en verkondigde de schoenenmissie voor geslaagd.
Zoon1 reageerde daar niet heel empathisch op, omdat we daar immers voor hém waren. Ik gaf hem gelijk, waar Zoon2 het helemaal niet mee eens was hoor.
Zo wisten al het personeel en toevallige voorbijgangers dat wij in het pand aanwezig waren en ik suste de boel zo'n beetje door Zoon2 de roze schoenen te laten passen en ondertussen met Zoon1 serieus op zoek te gaan voor zíjn nieuwe schoeisel. Vrijwel direct vonden wij werkelijk leuke gympen mét klitteband en ze pasten ook nog, vond ik. De winkelmevrouw kwam er maar zo eens bijstaan, waarschijnlijk gewaarschuwd door haar buurvrouw en voelde heel professioneel aan de tenen van het kind. Neen, er moest een maat kleiner komen vond ze. Nu, dat vond Zoon1 ook en ik liet hem dan ook maar over aan de mevrouw om eens poolshoogte te gaan nemen inzake Zoon2. Die ik voor de spiegel vond, met zijn rechtervoet in een linker roze schoen, een dansje doende, voor een publiek van twee kleine meisjes.
Nadat Zoon1 met zijn schoenen door de winkel had gerend en tevreden was, had ik Zoon2 zover dat hij afscheid nam van de knalroze schoenen, wat ik alleen maar bereikte door hem ándere schoenen te beloven, want eigenlijk, dacht ik, had hij ook maar één paar schoenen in het bezit, naast regenlaarsjes.
Zo heeft hij nu zwart-met-knalgroene gympjes die hij zelfs in bed niet wenst uit te doen en Zoon1 is zeer blij met zijn mooie schoenen-zonder-veters.
En ik ben natuurlijk weer compleet uitgeput thuisgekomen, gisterenmiddag. Want tijdens het afrekenen gooide Zoon2 nog een hele stapel dozen om, was Zoon1 zo blij met zijn schoenen dat hij iets minder op het verkeer lette en bedacht ik me eenmaal thuis dat ik nog boodschappen moest doen waardoor ik de hele boel wéér op de fiets moest hijsen, nadat ik promotiepraatjes aangaande de Albert Heijn had gedaan tegen de jongens die eindelijk op de bank zaten.
Het is niet niks, zo'n woensdagmiddag.
Want gedeelde smart is halve smart, immers.
'Oewaa', zei Zoon1 heel klaag'lijk. Toen hij zijn schoenen aantrok. Natuurlijk reageer ik normaal heel adequaat en vol interesse op álles wat een Zoon tegen mij zegt, maar het was tien voor acht in de ochtend en ik had een beetje haast, dus ik negeerde het eigenlijk gewoon.
De volgende dag weer hetzelfde zeg, 'oewaa' en 'auww'.
'Hm?' Deed ik zo'n beetje achteloos.
'Mijn schoenen doen pijn'
'Oh, je sok zit zeker scheef, dat doe je zo op school maar even goed' was ik heel oplossingsgericht.
Echter die middag toen het kind met bloedende voetjes strompelend door het huis trok, kon ik er niet langer omheen. Te kleine schoenen.
Haha.
Haha, heus geen
Nu heeft hij ook nog een soort van 'nette' schoenen, die net zijn omdat ze nog vrij nieuw zijn, ook al zijn het gewoon gympen, maar die hebben veters. Om een paar redenen zijn het niet de favo schoenen voor zowel Zoon1 als mijzelve. De door het kind zelf te strikken veters, raken in de knoop, doen er letterlijk 15 minuten over om in de strik te geraken en als ik me er dan uiteindelijk over buig en er een degelijke dubbele knoop inleg, heeft hij met de gymlessen een probleem wat ik me kan voorstellen.
Dit alles natuurlijk altijd in de ochtend, om tien voor acht.
Dus er moesten nieuwe schoenen komen, voor dagelijks gebruik. Voor we naar de winkel konden liet ik hem dus maar op zijn sneeuwlaarzen door het leven gaan, wat eigenlijk wel uitkwam omdat het
Woensdagmiddag had ik uitgekozen als Schoenendag. Sinds we in Het Dorp wonen, hebben wij de keus uit drie soorten winkel-omgevingen. De ene is Het Dorp zelf. Waar alles nogal duur is, maar wel mooi en ook zeer dichtbij.
De ander is De Stad, wat goed te doen is maar best wel ver fietsen, zeker als het erg koud is en je ook nog sperzieboontjes moet schoonmaken of iets anders belangwekkends.
De laatste is de semi-stad. Een winkelcentrum redelijk in de buurt, bepaald minder uitgebreid dan De Stad maar wel prima. Er zit geen Hennes, maar verder kun je je er best redden.
Ik koos voor de laatste en nadat ik de jongens middels zeer opwekkende praatjes had overtuigd van het feit dat ze inderdaad méé moesten, zaten wij anderhalf uur na mijn eerste aansporing op de fiets.
Zoon1 mopperend dat we niet naar Het Dorp gingen en Zoon2 viel achterop de fiets in slaap waardoor ik griezelig half uit mijn fiets hangend, hem ondersteunende, de gladde wegen befietste.
Eenmaal aangekomen stoof Zoon2, slaapdronken, een kledingwinkel in waar hij de etalage ontmantelde. Dit tot matig plezier van de winkelmevrouw.
Toen stapten wij de eerste de beste schoenenwinkel in en terwijl ik zo'n beetje rondkeek, had Zoon1 inmiddels zijn eigen voeten opgemeten en Zoon2 kwam zeer verheugd met een knalroze paar schoentjes aanzetten en verkondigde de schoenenmissie voor geslaagd.
Zoon1 reageerde daar niet heel empathisch op, omdat we daar immers voor hém waren. Ik gaf hem gelijk, waar Zoon2 het helemaal niet mee eens was hoor.
Zo wisten al het personeel en toevallige voorbijgangers dat wij in het pand aanwezig waren en ik suste de boel zo'n beetje door Zoon2 de roze schoenen te laten passen en ondertussen met Zoon1 serieus op zoek te gaan voor zíjn nieuwe schoeisel. Vrijwel direct vonden wij werkelijk leuke gympen mét klitteband en ze pasten ook nog, vond ik. De winkelmevrouw kwam er maar zo eens bijstaan, waarschijnlijk gewaarschuwd door haar buurvrouw en voelde heel professioneel aan de tenen van het kind. Neen, er moest een maat kleiner komen vond ze. Nu, dat vond Zoon1 ook en ik liet hem dan ook maar over aan de mevrouw om eens poolshoogte te gaan nemen inzake Zoon2. Die ik voor de spiegel vond, met zijn rechtervoet in een linker roze schoen, een dansje doende, voor een publiek van twee kleine meisjes.
Nadat Zoon1 met zijn schoenen door de winkel had gerend en tevreden was, had ik Zoon2 zover dat hij afscheid nam van de knalroze schoenen, wat ik alleen maar bereikte door hem ándere schoenen te beloven, want eigenlijk, dacht ik, had hij ook maar één paar schoenen in het bezit, naast regenlaarsjes.
Zo heeft hij nu zwart-met-knalgroene gympjes die hij zelfs in bed niet wenst uit te doen en Zoon1 is zeer blij met zijn mooie schoenen-zonder-veters.
En ik ben natuurlijk weer compleet uitgeput thuisgekomen, gisterenmiddag. Want tijdens het afrekenen gooide Zoon2 nog een hele stapel dozen om, was Zoon1 zo blij met zijn schoenen dat hij iets minder op het verkeer lette en bedacht ik me eenmaal thuis dat ik nog boodschappen moest doen waardoor ik de hele boel wéér op de fiets moest hijsen, nadat ik promotiepraatjes aangaande de Albert Heijn had gedaan tegen de jongens die eindelijk op de bank zaten.
Het is niet niks, zo'n woensdagmiddag.
maandag 4 maart 2013
Complete verwarring op weg naar het zwembad.
Vanmiddag kwam Zoon1 uit school met het verhaal dat hij die middag cathechese had gehad. Godsdienstonderwijs, dus. Het kind was zelf nogal te spreken over dat hij dat woord helemaal goed uitsprak, en ik wilde weten wat er dan zoal aan hem onderwezen was.
Nu, zo sprak hij olijk. 'Dat als je stout bent en bijvoorbeeld mensen pest of dingen steelt, dat je dan in de hel komt'. 'WAT?' Sputterde ik terwijl ik een vervaarlijke slinger met mijn fiets maakte.
En zo kwamen wij, op weg naar zwemles, tot een waarlijk heel gesprek over zulks. Over de hemel en de hel en waarom wel en waarom niet en hoe dan en alles.
Nu weet ik zelf eigenlijk niks van godsdienst, behalve dat ik er een mening op nahoud in de richting van Kanniet en Bestaatniet en Isonzin, maar daar doe ik heus iets genuanceerder over tegen de Zonen.
Toen Zoon1 een jaar of twee was en wij, gedreven door de scholen-waanzin in de grote stad, hem gingen inschrijven op de Openbare Basisschool in de buurt, was dat met name omdat ik zeker wist dat het een leuke school was, omdat ik er zelf op had gezeten. Dat het een Openbare school was, was te danken aan mijne ouders die daar ook een mening over hadden, destijds en nog steeds. Ik vond dat prima en vond het voor Zoon dus ook prima. Omdat we twee jaar later gingen verhuizen naar Het Dorp en de zoon dus op een andere school moest gaan, kwamen we bij de school waar hij nu op zit, 'ne Katholieke, omdat deze 3 minuten van ons huis staat. Er zijn in Het Dorp in verhouding raar veel scholen en de anderen waren óók prima geweest, maar simpelweg veel minder dichtbij. Na een prettig en vriendelijk gesprek schreven wij hem dus in, nadat ik wel had vernomen dat het niet perse nodig was om zeer gelovig te zijn, als ouders, om het kind een prettige schooltijd te garanderen. Daarbij vond ik het eigenlijk wel aardig, een beetje godsdienstles, waarden, normen, algemene ontwikkeling, lalala. Dat er met Pasen en Kerst diverse kerkelijke toestanden zijn te bezoeken, ah well. Doen wij gewoon niet.
En omdat er in de weekbrief zo nu en dan melding wordt gemaakt van kinderkes die iets in een witte jurk hebben gedaan in de kerk, worden we herinnerd aan het Katholieke van de school, verder merk ik er niks van en dacht er dus ook eigenlijk nooit aan.
Tot vandaag.
'Hmm ja. En wat zei de juf dan precies?' Vroeg ik heel kalm en al.
'Nou, dat je in de hel komt he, maar dat je ook in de hemel kunt komen' zei het kind.
Ik: 'Maar, zei de juf dat je in de hel komt als je stout bent???' Vroeg ik dringend.
Z1:' Nja. Maar niet dat zíj dat denkt, maar dat sómmige mensen dat denken'
Ik: 'Ah. Ja. Gelukkig maar. Maar ik denk dat niet hoor liefje'
Z1: 'Neeee, dat weet ik wel. Ik ook niet. Het is toch allemaal niet waar en ik geloof het niet.' Sprak de ongelovige.
Ik: 'Maar er staan ook best wel goede dingen hoor, in de bijbel. Niet alleen maar over de hel en zo.' Deed ik alsof ik heel wat verstand heb van deze dingen.
Z1: 'Maar bestáát de hemel dan wel eigenlijk? En wat maakt het uit of je daar heen gaat als je toch dood bent?'
Ik: 'euh...'
Z1: 'Want als je dood bent en je ligt onder de grond, hoe kán je dan nog ergens heen? En daarbij, hoe druk is het daar dan wel niet?'
Ik: 'Ja nee, mensen die dat geloven, die denken niet dat je met je lichaam naar de hemel gaat, maar met je ziel. Ziel is moeilijk uit te leggen liefje, het geeft niet als je dat niet snapt'.
Z1: 'je bedoelt je geest?'
Ik: 'Eh. Ja.'
Z2: 'Weet je, als ik dood ben ga ik naar het pretpark ' Deed Zoon2 van achter op de fiets een duit in het zakje.
Ik: 'Ach liefje, jij gaat toch niet dood mijn hartelapje'.
Z1: 'HAHA echt wel, iedereen gaat dood'
Z2: ' Jeeeuh! '
Ik: 'Eh..'
Z1: ' Als je in de hemel bent, ben je dan ook jarig? '
Ik: 'Nou dat geloof ik niet, je blijft de leeftijd die je was toen je doodging denk ik '
Z1: 'Oh. Lekker saai.'
Ik: 'Ik denk dat mensen die daarin geloven, het vooral ook heel fijn vinden dat ze daar dan mensen terugzien die al eerder dood gingen, die ze al lang niet gezien hebben, zoals pappa met zijn mamma bijvoorbeeld, of ik met mijn oma '.
Z1: 'Maar jullie gelóven er toch niet in?'
Ik: 'Nee. Dat is zo. Wel jammer dus misschien.'
Z1: 'Maar we zullen het nooit weten'
Ik: 'Nee, pas als we dood zijn. En dan kunnen we het niemand meer vertellen'
Z1: 'Ja precies.' Zaten we op 1 lijn.
Z2: 'Zeg, is het al zomer? Krijg ik ijs?' Orakelde Zoon2.
Z1: 'Ja en als we dan toch naar de hel gaan, is het misschien niet zo erg want we zijn toch dood' Ging zoon nog even verder.
Ik: 'Ja maar voor de zekerheid kunnen we proberen dat te vermijden, misschien' zei ik pedagogisch en onschuldig.
Z1: ' Hmmm. Ja. Wat eten we vanavond?' En hij fietste hard weg naar het zwembad.
Mij in complete verwarring achterlatend.
Nu, zo sprak hij olijk. 'Dat als je stout bent en bijvoorbeeld mensen pest of dingen steelt, dat je dan in de hel komt'. 'WAT?' Sputterde ik terwijl ik een vervaarlijke slinger met mijn fiets maakte.
En zo kwamen wij, op weg naar zwemles, tot een waarlijk heel gesprek over zulks. Over de hemel en de hel en waarom wel en waarom niet en hoe dan en alles.
Nu weet ik zelf eigenlijk niks van godsdienst, behalve dat ik er een mening op nahoud in de richting van Kanniet en Bestaatniet en Isonzin, maar daar doe ik heus iets genuanceerder over tegen de Zonen.
Toen Zoon1 een jaar of twee was en wij, gedreven door de scholen-waanzin in de grote stad, hem gingen inschrijven op de Openbare Basisschool in de buurt, was dat met name omdat ik zeker wist dat het een leuke school was, omdat ik er zelf op had gezeten. Dat het een Openbare school was, was te danken aan mijne ouders die daar ook een mening over hadden, destijds en nog steeds. Ik vond dat prima en vond het voor Zoon dus ook prima. Omdat we twee jaar later gingen verhuizen naar Het Dorp en de zoon dus op een andere school moest gaan, kwamen we bij de school waar hij nu op zit, 'ne Katholieke, omdat deze 3 minuten van ons huis staat. Er zijn in Het Dorp in verhouding raar veel scholen en de anderen waren óók prima geweest, maar simpelweg veel minder dichtbij. Na een prettig en vriendelijk gesprek schreven wij hem dus in, nadat ik wel had vernomen dat het niet perse nodig was om zeer gelovig te zijn, als ouders, om het kind een prettige schooltijd te garanderen. Daarbij vond ik het eigenlijk wel aardig, een beetje godsdienstles, waarden, normen, algemene ontwikkeling, lalala. Dat er met Pasen en Kerst diverse kerkelijke toestanden zijn te bezoeken, ah well. Doen wij gewoon niet.
En omdat er in de weekbrief zo nu en dan melding wordt gemaakt van kinderkes die iets in een witte jurk hebben gedaan in de kerk, worden we herinnerd aan het Katholieke van de school, verder merk ik er niks van en dacht er dus ook eigenlijk nooit aan.
Tot vandaag.
'Hmm ja. En wat zei de juf dan precies?' Vroeg ik heel kalm en al.
'Nou, dat je in de hel komt he, maar dat je ook in de hemel kunt komen' zei het kind.
Ik: 'Maar, zei de juf dat je in de hel komt als je stout bent???' Vroeg ik dringend.
Z1:' Nja. Maar niet dat zíj dat denkt, maar dat sómmige mensen dat denken'
Ik: 'Ah. Ja. Gelukkig maar. Maar ik denk dat niet hoor liefje'
Z1: 'Neeee, dat weet ik wel. Ik ook niet. Het is toch allemaal niet waar en ik geloof het niet.' Sprak de ongelovige.
Ik: 'Maar er staan ook best wel goede dingen hoor, in de bijbel. Niet alleen maar over de hel en zo.' Deed ik alsof ik heel wat verstand heb van deze dingen.
Z1: 'Maar bestáát de hemel dan wel eigenlijk? En wat maakt het uit of je daar heen gaat als je toch dood bent?'
Ik: 'euh...'
Z1: 'Want als je dood bent en je ligt onder de grond, hoe kán je dan nog ergens heen? En daarbij, hoe druk is het daar dan wel niet?'
Ik: 'Ja nee, mensen die dat geloven, die denken niet dat je met je lichaam naar de hemel gaat, maar met je ziel. Ziel is moeilijk uit te leggen liefje, het geeft niet als je dat niet snapt'.
Z1: 'je bedoelt je geest?'
Ik: 'Eh. Ja.'
Z2: 'Weet je, als ik dood ben ga ik naar het pretpark ' Deed Zoon2 van achter op de fiets een duit in het zakje.
Ik: 'Ach liefje, jij gaat toch niet dood mijn hartelapje'.
Z1: 'HAHA echt wel, iedereen gaat dood'
Z2: ' Jeeeuh! '
Ik: 'Eh..'
Z1: ' Als je in de hemel bent, ben je dan ook jarig? '
Ik: 'Nou dat geloof ik niet, je blijft de leeftijd die je was toen je doodging denk ik '
Z1: 'Oh. Lekker saai.'
Ik: 'Ik denk dat mensen die daarin geloven, het vooral ook heel fijn vinden dat ze daar dan mensen terugzien die al eerder dood gingen, die ze al lang niet gezien hebben, zoals pappa met zijn mamma bijvoorbeeld, of ik met mijn oma '.
Z1: 'Maar jullie gelóven er toch niet in?'
Ik: 'Nee. Dat is zo. Wel jammer dus misschien.'
Z1: 'Maar we zullen het nooit weten'
Ik: 'Nee, pas als we dood zijn. En dan kunnen we het niemand meer vertellen'
Z1: 'Ja precies.' Zaten we op 1 lijn.
Z2: 'Zeg, is het al zomer? Krijg ik ijs?' Orakelde Zoon2.
Z1: 'Ja en als we dan toch naar de hel gaan, is het misschien niet zo erg want we zijn toch dood' Ging zoon nog even verder.
Ik: 'Ja maar voor de zekerheid kunnen we proberen dat te vermijden, misschien' zei ik pedagogisch en onschuldig.
Z1: ' Hmmm. Ja. Wat eten we vanavond?' En hij fietste hard weg naar het zwembad.
Mij in complete verwarring achterlatend.
maandag 25 februari 2013
De week van de afscheidsperikelen.
Vandaag hadden de leraren van de school van Zoon1 Studiedag, waardoor het kind nog een extra dag vakantie had.
Het goede nieuws hieromtrent is, is dat ik het dit keer niét vergeten was! In tegenstelling tot zeg maar elke andere keer. Hoera voor mij, dunkt me.
Dus het afscheid van de zalige vakantieweek kon nog eventjes een dagje wachten. Verder moest ik vandaag wel afscheid nemen van demoedervanMees en hare kindjes. DemoedervanMees is mijn zwembadbuddy. En dat is belangrijk hoor. Als je elke week al een heel aantal maanden in een bloedhete kleedkamer moet wachten tot het tijd is om het laatste restje les te bekijken, terwijl je zwetend en met hysterische kleinere broertjes in een veel te klein en warm hokje zit, met je billen op de loeiende verwarming. Wij kletsten en lachten en deelden koek en snoep in het rond, maakten grappen over de kwartaalgelden en betalen-zonder-bonnetje, zwemmen door Het Gat en nog meer zwembadjargon.
Maar nu gaat haar kind deze week afzwemmen en zit ik dus komende maanden gans alleen en zonder buddy in de kleedkamer. Ja, bepaald treurig. Het ergste is nog dat Zoon2 dikke vrienden is geworden met Mees, de Zoon3 van demoedervanMees. Mees en Zoon2 zijn samen heel lief en ondeugend en hebben inmiddels een vriendschap opgebouwd door het delen van koekjes, het samen spelen op de iPad en het verbouwen van de kleedkamer.
Ik denk wel dat ik de komende tijd veel lolly's uit mijn tas moet toveren om zijn leed te verzachten. Maar, ook nam Zoon1 vandaag afscheid van zijn laatste kurkjes en kan dus nu Echt Zwemmen. Nu nog even dat gat door en ook wij kunnen ons eindelijk verheugen op een heus zwemdiploma. Hoera voor Zoon1 dus, en, Zwembadvriendin1, ik zal je missen.
Verder stuurde ik een zeer tragisch mailtje. Namelijk naar de fabulous opvang van Zoon2, die ik ging opzeggen omdat hij over een paar maanden naar de peuterspeelzaal zal gaan, en ik meer thuis zal zijn en dus de opvang opgezegd moet worden. Een goede reden. Een deugdelijk besluit.
Maar ach, mijn hart. Mijn arme moederhart en mijn arme eigen hart.
En heus het is het beste. In precies diezelfde tijd gaan drie van zijn meest geliefde speelvriendinnetjes óók de vriendengroep verlaten en ook dat zou dus zielig voor hem zijn. En hij is inmiddels zindelijk, grotendeels. En hij zou anders een half jaartje later afscheid nemen vanwege omdat hij dan vier wordt. En hij verheugt zich inmiddels echt enorm op De Kleine School waar óók een paar vriendjes op zitten en ik denk steeds maar, ach, het kindeke weet over een paar maanden niet eens meer wat het ook weer wás, de creche.Dat hij nu nog haarfijn van dag tot dag weet hoe onze zomervakantie eruit zag, dat vergeet ik dan maar weer. En weet ik nog, hoe Zoon1 het zat was, die laatste paar maanden op de creche, toen hij de oudste was van zijn groepje, drie jaar geleden.
Dus het is goed. Een volgende stap. Van ledikant naar groot bed, van luier naar onderbroek en van creche naar school. Alles in een paar maanden tijd.
Daar hoor je dus nooit wat van he, voor je een kind krijgt. Dit soort afscheidsperikelen.
Maaaar, ook kregen wij het heugelijke nieuws van de makelaar, dat er zowaar een kijker komt, donderdag, voor Huis1! Ha! En omdat we toch al zo goed bezig zijn, neem ik in mijn hoofd vast afscheid van het huis. Dat lijkt me een logische redenering, in deze tijden. Daar proost ik dus nu op, en neem afscheid van mijn volle wijnglas. Daaag.
Het goede nieuws hieromtrent is, is dat ik het dit keer niét vergeten was! In tegenstelling tot zeg maar elke andere keer. Hoera voor mij, dunkt me.
Dus het afscheid van de zalige vakantieweek kon nog eventjes een dagje wachten. Verder moest ik vandaag wel afscheid nemen van demoedervanMees en hare kindjes. DemoedervanMees is mijn zwembadbuddy. En dat is belangrijk hoor. Als je elke week al een heel aantal maanden in een bloedhete kleedkamer moet wachten tot het tijd is om het laatste restje les te bekijken, terwijl je zwetend en met hysterische kleinere broertjes in een veel te klein en warm hokje zit, met je billen op de loeiende verwarming. Wij kletsten en lachten en deelden koek en snoep in het rond, maakten grappen over de kwartaalgelden en betalen-zonder-bonnetje, zwemmen door Het Gat en nog meer zwembadjargon.
Maar nu gaat haar kind deze week afzwemmen en zit ik dus komende maanden gans alleen en zonder buddy in de kleedkamer. Ja, bepaald treurig. Het ergste is nog dat Zoon2 dikke vrienden is geworden met Mees, de Zoon3 van demoedervanMees. Mees en Zoon2 zijn samen heel lief en ondeugend en hebben inmiddels een vriendschap opgebouwd door het delen van koekjes, het samen spelen op de iPad en het verbouwen van de kleedkamer.
Ik denk wel dat ik de komende tijd veel lolly's uit mijn tas moet toveren om zijn leed te verzachten. Maar, ook nam Zoon1 vandaag afscheid van zijn laatste kurkjes en kan dus nu Echt Zwemmen. Nu nog even dat gat door en ook wij kunnen ons eindelijk verheugen op een heus zwemdiploma. Hoera voor Zoon1 dus, en, Zwembadvriendin1, ik zal je missen.
Verder stuurde ik een zeer tragisch mailtje. Namelijk naar de fabulous opvang van Zoon2, die ik ging opzeggen omdat hij over een paar maanden naar de peuterspeelzaal zal gaan, en ik meer thuis zal zijn en dus de opvang opgezegd moet worden. Een goede reden. Een deugdelijk besluit.
Maar ach, mijn hart. Mijn arme moederhart en mijn arme eigen hart.
En heus het is het beste. In precies diezelfde tijd gaan drie van zijn meest geliefde speelvriendinnetjes óók de vriendengroep verlaten en ook dat zou dus zielig voor hem zijn. En hij is inmiddels zindelijk, grotendeels. En hij zou anders een half jaartje later afscheid nemen vanwege omdat hij dan vier wordt. En hij verheugt zich inmiddels echt enorm op De Kleine School waar óók een paar vriendjes op zitten en ik denk steeds maar, ach, het kindeke weet over een paar maanden niet eens meer wat het ook weer wás, de creche.
Dus het is goed. Een volgende stap. Van ledikant naar groot bed, van luier naar onderbroek en van creche naar school. Alles in een paar maanden tijd.
Daar hoor je dus nooit wat van he, voor je een kind krijgt. Dit soort afscheidsperikelen.
Maaaar, ook kregen wij het heugelijke nieuws van de makelaar, dat er zowaar een kijker komt, donderdag, voor Huis1! Ha! En omdat we toch al zo goed bezig zijn, neem ik in mijn hoofd vast afscheid van het huis. Dat lijkt me een logische redenering, in deze tijden. Daar proost ik dus nu op, en neem afscheid van mijn volle wijnglas. Daaag.
vrijdag 22 februari 2013
Project Poep en Plas
Zo, zei de lieve juffie van de opvang van Zoon2 aan het begin van deze week. 'We kunnen wel gaan proberen om Zoon2 eens een dag zonder luier te laten lopen.'
'Oh. Ja. Goed idee zeg.' Deed ik heel meewerkend en opvoedkundig en al.
Nu zijn wij thuis al wel een tijdje bezig met het idee om eventueel op een later te noemen tijdstip de luier af te schaffen hoor, het is niet dat ik álles maar overlaat aan de opvang. Niet álles. Maar een van de grote voordelen is dat ze het kind zindelijk maken. Dat deden ze bij Zoon1 en ik had dan ook goede hoop op Zoon2. En ja, daar kwam dus van de week het verlossende woord.
Het kind had het gesprekje aangehoord en zodra hij het woord 'onderbroek' opving, was er geen houden meer aan. Hij kreeg een onderbroek aan? Zo veronderstelde hij. Nu, daar wilde hij wel het fijne van weten, en dus scharrelde ik alle te klein geworden onderbroekjes van Zoon1 uit mijn enorm overzichtelijke linnenkast op (kuch) en daar begonnen wij aan Project Poep en Plas.
'Let erop, als je moet plassen, dan heb je dus géén luiertje aan he' zo drukte ik hem op het hart. 'Ja mammie, ik ga op de wc' zei hij trouwhartig, terwijl er zich een plasje rond zijn sokjes vormde.
Nadat schoon setje kleren nummer 2 aan was, begon onze dag die verder compleet in het teken van de wc zou staan.
En het ging goed. Waarlijk wel goed. 2 ongelukjes en 46 wc bezoekjes. Elke 3 minuten riep Zoon2: IK MOET POEPEN!!! En dan sprongen Echtgenoot en ik op, renden samen met het kind naar de wc, alwaar zich al na twee keer een heus ritueel voltrok.
Ik trok het broekje en onderbroekje naar benee.
Zoon ging op het opstapje staan. En sprak de woorden: 'Wie wil mij op de wc zetten?' daarop staken E en ik onze vinger op. Het viel mij steeds ten deel om de kleine billetjes op de wc te tillen waarna wij allen vol spanning wachtten op wat zou komen.
En ja, elke keer een piepklein plasje.
Waarna er met veel omhaal enorme lappen wc papier van de rol werden getrokken, wij applaudiserend en juichend en high-fivend in de rondte sprongen en het plasje gedag-zwaaiend werd er doorgetrokken waarna we weer voor de volgende paar minuten ieder ons weegs konden gaan.
Om half elf in de ochtend was ik uitgeput zeg.
Ook had ik een zere keel van het luidruchtige gejuich dat ik steeds liet horen. 'JA! OOOH WAT BEN JIJ EEN GROTE JONGEN!!!' En ook: 'NEEE, HEB JIJ EEN ONDERBROEKJE AAN??!!? JAA, NATÚÚRLIJK WIL IK DAT ZIEN!' Waarop hij trots zijn broek liet zakken om De Onderbroek aan mijn verbaasde ogen te laten zien. Hij belde oma, hij stuurde whatsappjes rond en ik zette alles op Facebook.
Het was bijzonder ontroerend allemaal, dat snapt u zeker wel. En ook een serieuze zaak. Echtgenoot en ik bespraken diverse technieken omtrent het Project. Nee, we moeten hem niet dwingen. We mogen nóóit boos worden om een ongelukje en hij moet er pleziér in houden, anders is het meteen een verloren zaak.
Maar dan was er nog de kwestie Poep. De Plas was inmiddels een soort van onder controle, maar numbertwo was nog niet aan de orde geweest. Dat vond het kind ook 'een beetje eng' zo liet hij weten. WELNEEEEEE dat is niet eng, deed ik maniakaal. Dat is LEUK! Argwanend bekeek hij mij, vanonder zijn abnormaal lange wimpertjes, en liet een scheetje.
En toen. Eind van de middag stond ik net op het punt om weg te gaan naar een etentje, in de make up en met een frisch kleurtje nagellak op, en toen meldde het kind weer de aankomst van zijn poep. Hooo, liet ik mijn mascara vallen, riep Echtgenoot ter plaatse en wij stonden vol verwachting weer gezamenlijk naast de pot. Daarop het kind, met een zeer geconcentreerde blik in de oogjes. En ja. Hij poepte. Op de wc.
Hij was nog nooit zo trots geweest. Terwijl hij met een ongelooflijk verheugd snoetje nog op de wc zat, in afwachting van nog meer, becomplimenteerde ik hem uitzinnig en stuurde Echtgenoot op pad voor Het Cadeau.
Dat was namelijk het geval. We hadden Zoon2 al enige tijd geleden gevraagd, wat hij nou graag als beloning zou krijgen, mocht hij in de verre of nabije toekomst wellicht eens op de wc terecht komen. Nu, daar was hij duidelijk in. Een elektrieke tandenborstel moest het worden. Net als zijn broer die heeft, waar hij altijd met afgunst naar kijkt. Welnu, dit was dus het moment. Dus terwijl ik bijna te laat was voor mijn afspraak, Echtgenoot helegaar geen zin had om nog de deur uit te gaan, zat ons kind op de wc, en verwachte, geheel terecht, zijn cadeau. En dus toog E naar het dorp om tot aanschaf van een tandenborstel over te gaan.
De dankbaarheid was groot en ik maakte foto's van een meer dan blij jongetje.
Nu zijn we een paar dagen verder en het is allemaal heel dynamisch bij ons thuis. Er zitten een stuk of veertien natte onderbroekjes in de was, maar er wordt met verve tandengepoetst. Ook wat waard.
'Oh. Ja. Goed idee zeg.' Deed ik heel meewerkend en opvoedkundig en al.
Nu zijn wij thuis al wel een tijdje bezig met het idee om eventueel op een later te noemen tijdstip de luier af te schaffen hoor, het is niet dat ik álles maar overlaat aan de opvang. Niet álles. Maar een van de grote voordelen is dat ze het kind zindelijk maken. Dat deden ze bij Zoon1 en ik had dan ook goede hoop op Zoon2. En ja, daar kwam dus van de week het verlossende woord.
Het kind had het gesprekje aangehoord en zodra hij het woord 'onderbroek' opving, was er geen houden meer aan. Hij kreeg een onderbroek aan? Zo veronderstelde hij. Nu, daar wilde hij wel het fijne van weten, en dus scharrelde ik alle te klein geworden onderbroekjes van Zoon1 uit mijn enorm overzichtelijke linnenkast op (kuch) en daar begonnen wij aan Project Poep en Plas.
'Let erop, als je moet plassen, dan heb je dus géén luiertje aan he' zo drukte ik hem op het hart. 'Ja mammie, ik ga op de wc' zei hij trouwhartig, terwijl er zich een plasje rond zijn sokjes vormde.
Nadat schoon setje kleren nummer 2 aan was, begon onze dag die verder compleet in het teken van de wc zou staan.
En het ging goed. Waarlijk wel goed. 2 ongelukjes en 46 wc bezoekjes. Elke 3 minuten riep Zoon2: IK MOET POEPEN!!! En dan sprongen Echtgenoot en ik op, renden samen met het kind naar de wc, alwaar zich al na twee keer een heus ritueel voltrok.
Ik trok het broekje en onderbroekje naar benee.
Zoon ging op het opstapje staan. En sprak de woorden: 'Wie wil mij op de wc zetten?' daarop staken E en ik onze vinger op. Het viel mij steeds ten deel om de kleine billetjes op de wc te tillen waarna wij allen vol spanning wachtten op wat zou komen.
En ja, elke keer een piepklein plasje.
Waarna er met veel omhaal enorme lappen wc papier van de rol werden getrokken, wij applaudiserend en juichend en high-fivend in de rondte sprongen en het plasje gedag-zwaaiend werd er doorgetrokken waarna we weer voor de volgende paar minuten ieder ons weegs konden gaan.
Om half elf in de ochtend was ik uitgeput zeg.
Ook had ik een zere keel van het luidruchtige gejuich dat ik steeds liet horen. 'JA! OOOH WAT BEN JIJ EEN GROTE JONGEN!!!' En ook: 'NEEE, HEB JIJ EEN ONDERBROEKJE AAN??!!? JAA, NATÚÚRLIJK WIL IK DAT ZIEN!' Waarop hij trots zijn broek liet zakken om De Onderbroek aan mijn verbaasde ogen te laten zien. Hij belde oma, hij stuurde whatsappjes rond en ik zette alles op Facebook.
Het was bijzonder ontroerend allemaal, dat snapt u zeker wel. En ook een serieuze zaak. Echtgenoot en ik bespraken diverse technieken omtrent het Project. Nee, we moeten hem niet dwingen. We mogen nóóit boos worden om een ongelukje en hij moet er pleziér in houden, anders is het meteen een verloren zaak.
Maar dan was er nog de kwestie Poep. De Plas was inmiddels een soort van onder controle, maar numbertwo was nog niet aan de orde geweest. Dat vond het kind ook 'een beetje eng' zo liet hij weten. WELNEEEEEE dat is niet eng, deed ik maniakaal. Dat is LEUK! Argwanend bekeek hij mij, vanonder zijn abnormaal lange wimpertjes, en liet een scheetje.
En toen. Eind van de middag stond ik net op het punt om weg te gaan naar een etentje, in de make up en met een frisch kleurtje nagellak op, en toen meldde het kind weer de aankomst van zijn poep. Hooo, liet ik mijn mascara vallen, riep Echtgenoot ter plaatse en wij stonden vol verwachting weer gezamenlijk naast de pot. Daarop het kind, met een zeer geconcentreerde blik in de oogjes. En ja. Hij poepte. Op de wc.
Hij was nog nooit zo trots geweest. Terwijl hij met een ongelooflijk verheugd snoetje nog op de wc zat, in afwachting van nog meer, becomplimenteerde ik hem uitzinnig en stuurde Echtgenoot op pad voor Het Cadeau.
Dat was namelijk het geval. We hadden Zoon2 al enige tijd geleden gevraagd, wat hij nou graag als beloning zou krijgen, mocht hij in de verre of nabije toekomst wellicht eens op de wc terecht komen. Nu, daar was hij duidelijk in. Een elektrieke tandenborstel moest het worden. Net als zijn broer die heeft, waar hij altijd met afgunst naar kijkt. Welnu, dit was dus het moment. Dus terwijl ik bijna te laat was voor mijn afspraak, Echtgenoot helegaar geen zin had om nog de deur uit te gaan, zat ons kind op de wc, en verwachte, geheel terecht, zijn cadeau. En dus toog E naar het dorp om tot aanschaf van een tandenborstel over te gaan.
De dankbaarheid was groot en ik maakte foto's van een meer dan blij jongetje.
Nu zijn we een paar dagen verder en het is allemaal heel dynamisch bij ons thuis. Er zitten een stuk of veertien natte onderbroekjes in de was, maar er wordt met verve tandengepoetst. Ook wat waard.
maandag 18 februari 2013
Over TLC en stiekem meisjes baren.
Tegenwoordig kijk ik vaak naar TLC, de zender voor vrrrrouwen, met een diversiteit aan fijne programma's. Favoriet is, natuurlijk, i didn't know i was pregnant over dames die opeens, zomaar, aan het baren slaan en vantevoren NIETS in de gaten hadden.
Zalige tv natuurlijk, want: HOE KAN DAT?
Ja, zeggen ze dan. Ik werd wel een beetje vadsig, maar ja, ik vrat me ook ongans aan hamburgers en al, dus ja. En ze zijn ook allemaal gewoon negen maanden lang ongesteld, of soms niet, maar dat vonden ze dan ook verder niet zo gek. Verder voelden ze niet het trippeltrappel van kleine voetjes in dn buik, hadden verder ook nergens last van en pas als er een half kind uit hen hangt, krijgen ze een beetje het idee dat er wellicht iets aan de hand is.
Jaaa. Ik vind dat raar. Toch heb ik het een keer meegemaakt, jaren geleden in mijn toenmalige baan, kregen wij op de ochtend van 1 april een telefoontje, dat medewerkster dinges, niet kon komen werken, want had namelijk net een kind gekregen. Haha, zeiden wij. 1 april en alles. Maar nee, het was echt zo. Medewerkster had zomaar, een kind gekregen. Een week of twee later kwam zij met het bewijs ons kantoor binnenwandelen, een klein babymeisje. Nou jaaa, hoe kaaaan daaat nououuouo? Riepen wij allen. Nu, zij was ook aan de dikke kant geworden, de laatste maanden, maar ze was al niet een tenger type en had veel stress gehad, dus tja. Ze was ook niet ongesteld geworden maar weet dat aan de stress, ook. Pas toen ze op een middag zulke enorme buik- en rugpijn had gekregen dat ze niet langer op de ladder kon staan, waarop zij net haar nieuwe huis aan het schilderen was, was ze naar de arts getogen die haar de schrikbarende mededeling had gedaan dat ze op het punt stond haar nageslacht te werpen.
Zulke dingen gebeuren dus kennelijk. Volgens TLC overigens heel erg vaak, want dagelijks, al maandenlang, kun je de verhalen bekijken.
Van de week zag ik een ander fijn program, over vrouwen met een sloot zonen die perse een dochter wilden, en daar gerust een keer of 7 zwanger voor wilden zijn, om steeds maar te hopen op een meisje. Terwijl ze steeds maar zonen baarden, raakten ze in een diepe depressie en vergeleken zichzelf met mensen die helegaar geen kind kunnen krijgen. Nu, dat vind ik ook raar. En ik denk dat dat helemaal niet hetzelfde is bovendien. Maar die vrouwen gingen aan de slag met injecties en enge medische toestanden in het buitenland, om voor elkaar te krijgen dat er een aantal chemisch gemaakte embryo's van het vrouwelijk geslacht werden gemaakt. Ook dat mislukte de helft van de tijd en ondertussen liep hun relatie stuk, konden ze niet meer werken, hadden ze geen plezier van hun schare zonen en zaten ze in een constante pms-periode door alle hormonen. Gezellige boel ja, maar fijne televisie verder wel.
Ik heb dat probleem gelukkig helemaal niet. Ik heb dan wel twee zonen, maar wens helemaal geen meisje, ook al omdat Zoon2 eigenlijk aan alle eigenschappen van een meisje voldoet. Hij behangt zich met kettingen, haarbanden en wil staartjes in zijn haar. Wil elke week een ander kleurtje op zijn nagels en van de week vroeg hij op hoge toon, terwijl hij mijn sieradenbakje doorzocht, waar zíjn oorbellen eigenlijk waren. Als er ergens uit te kiezen valt, gaat zijn voorkeur uit naar het roze. Hij stift zijn lipjes met de grootste zorg. En hij sjouwt zijn pop Isabel overal mee naar toe. Ik vind dat zalig en ik lach me gek om hem.
Natuurlijk is hij verder een enorme jongen, met een grote trots op het feit dat hij een piemel heeft. Hij vindt het bijzonder zielig voor mij dat ik dat niet heb en heeft het er vaak en graag over. Gisteren vroeg hij zich af wat er toch ónder zijn piemel hangt. Nu, liefje, dat is je zakje, vertrouwde ik hem toe. Met balletjes erin.
Ach, dat vond hij interessant.
Balletjes? Kan ik daarmee rollen? Vroeg hij ademloos. En zag zichzelf natuurlijk in het bezit van een handig speeltje in tijden van verveling.
HAHAHHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAA brulde ik. Róllen. Róllen! HAHAHAHAHAHA.
Nu, dat vond hij maar matig grappig, liet hij merken. Diep gekwetst keerde hij mij de rug toe en wenste geen vorm van communicatie meer met mij te voeren.
Toen ik hem even later vroeg om zijn jas aan te doen, teneinde boodschappen te kunnen gaan halen met mij, liet hij weten:
'Nee mamma, dát had je eerder moeten bedenken'.
En daarna:
'En dan ga ik nu bij oma logeren. En jij mag niet mee'.
'Pech voor je mamma.'
En een half uur later:
'Ik ben boos op jou en het is nog niet goed.'
Wat ik dan toch weer bijzonder vrouwelijk vond, eigenlijk.
Misschien heb ik toch stiekem een meisje ter wereld gebracht, zonder dat ik het doorhad. Even TLC bellen voor een reconstructie filmpje.
Zalige tv natuurlijk, want: HOE KAN DAT?
Ja, zeggen ze dan. Ik werd wel een beetje vadsig, maar ja, ik vrat me ook ongans aan hamburgers en al, dus ja. En ze zijn ook allemaal gewoon negen maanden lang ongesteld, of soms niet, maar dat vonden ze dan ook verder niet zo gek. Verder voelden ze niet het trippeltrappel van kleine voetjes in dn buik, hadden verder ook nergens last van en pas als er een half kind uit hen hangt, krijgen ze een beetje het idee dat er wellicht iets aan de hand is.
Jaaa. Ik vind dat raar. Toch heb ik het een keer meegemaakt, jaren geleden in mijn toenmalige baan, kregen wij op de ochtend van 1 april een telefoontje, dat medewerkster dinges, niet kon komen werken, want had namelijk net een kind gekregen. Haha, zeiden wij. 1 april en alles. Maar nee, het was echt zo. Medewerkster had zomaar, een kind gekregen. Een week of twee later kwam zij met het bewijs ons kantoor binnenwandelen, een klein babymeisje. Nou jaaa, hoe kaaaan daaat nououuouo? Riepen wij allen. Nu, zij was ook aan de dikke kant geworden, de laatste maanden, maar ze was al niet een tenger type en had veel stress gehad, dus tja. Ze was ook niet ongesteld geworden maar weet dat aan de stress, ook. Pas toen ze op een middag zulke enorme buik- en rugpijn had gekregen dat ze niet langer op de ladder kon staan, waarop zij net haar nieuwe huis aan het schilderen was, was ze naar de arts getogen die haar de schrikbarende mededeling had gedaan dat ze op het punt stond haar nageslacht te werpen.
Zulke dingen gebeuren dus kennelijk. Volgens TLC overigens heel erg vaak, want dagelijks, al maandenlang, kun je de verhalen bekijken.
Van de week zag ik een ander fijn program, over vrouwen met een sloot zonen die perse een dochter wilden, en daar gerust een keer of 7 zwanger voor wilden zijn, om steeds maar te hopen op een meisje. Terwijl ze steeds maar zonen baarden, raakten ze in een diepe depressie en vergeleken zichzelf met mensen die helegaar geen kind kunnen krijgen. Nu, dat vind ik ook raar. En ik denk dat dat helemaal niet hetzelfde is bovendien. Maar die vrouwen gingen aan de slag met injecties en enge medische toestanden in het buitenland, om voor elkaar te krijgen dat er een aantal chemisch gemaakte embryo's van het vrouwelijk geslacht werden gemaakt. Ook dat mislukte de helft van de tijd en ondertussen liep hun relatie stuk, konden ze niet meer werken, hadden ze geen plezier van hun schare zonen en zaten ze in een constante pms-periode door alle hormonen. Gezellige boel ja, maar fijne televisie verder wel.
Ik heb dat probleem gelukkig helemaal niet. Ik heb dan wel twee zonen, maar wens helemaal geen meisje, ook al omdat Zoon2 eigenlijk aan alle eigenschappen van een meisje voldoet. Hij behangt zich met kettingen, haarbanden en wil staartjes in zijn haar. Wil elke week een ander kleurtje op zijn nagels en van de week vroeg hij op hoge toon, terwijl hij mijn sieradenbakje doorzocht, waar zíjn oorbellen eigenlijk waren. Als er ergens uit te kiezen valt, gaat zijn voorkeur uit naar het roze. Hij stift zijn lipjes met de grootste zorg. En hij sjouwt zijn pop Isabel overal mee naar toe. Ik vind dat zalig en ik lach me gek om hem.
Natuurlijk is hij verder een enorme jongen, met een grote trots op het feit dat hij een piemel heeft. Hij vindt het bijzonder zielig voor mij dat ik dat niet heb en heeft het er vaak en graag over. Gisteren vroeg hij zich af wat er toch ónder zijn piemel hangt. Nu, liefje, dat is je zakje, vertrouwde ik hem toe. Met balletjes erin.
Ach, dat vond hij interessant.
Balletjes? Kan ik daarmee rollen? Vroeg hij ademloos. En zag zichzelf natuurlijk in het bezit van een handig speeltje in tijden van verveling.
HAHAHHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAA brulde ik. Róllen. Róllen! HAHAHAHAHAHA.
Nu, dat vond hij maar matig grappig, liet hij merken. Diep gekwetst keerde hij mij de rug toe en wenste geen vorm van communicatie meer met mij te voeren.
Toen ik hem even later vroeg om zijn jas aan te doen, teneinde boodschappen te kunnen gaan halen met mij, liet hij weten:
'Nee mamma, dát had je eerder moeten bedenken'.
En daarna:
'En dan ga ik nu bij oma logeren. En jij mag niet mee'.
'Pech voor je mamma.'
En een half uur later:
'Ik ben boos op jou en het is nog niet goed.'
Wat ik dan toch weer bijzonder vrouwelijk vond, eigenlijk.
Misschien heb ik toch stiekem een meisje ter wereld gebracht, zonder dat ik het doorhad. Even TLC bellen voor een reconstructie filmpje.
maandag 11 februari 2013
Dat geeft toch te denken.
Welja, dat is mij daar wat met die Paus en al. Persoonlijk vind ik het maar een sujet dat mij maar matig kan bekoren, maar dat geldt denk ik voor elke paus wel, gezien mijn niet bepaald gelovige aard, maar deze maakt het toch wel al te bont, vind ik.
Wat een halve gare, zou ik zeggen. Met zijn uitspraken over homo's, abortus, euthanasie. Dat loopt daar in een jurk met zijn rode schoenkes en heeft zo belachelijk veel macht en volgers, dat hij toch waarlijk wel wat beter zou kunnen nadenken voor je dingen de wereld in roept, waarvan je weet dat mensen dat dan geloven en willen aanhangen, alleen maar omdat je potdorie 'Plaatsbekleder van Jezus Christus op Aarde' wordt genoemd.
Die kerel is 85, kijkt bepaald wazig uit zijn ogen en het zou me niks verbazen als hij helegaar niks snapt van wat er nu werkelijk gaande is in de wereld, omdat hij stiekem alleen maar denkt aan de dag dat hij eindelijk met zijn pantoffels in een luie stoel kan gaan zitten, met een puzzel van 1000 stukjes en een beker warme melk in zijn knuistjes. Maar nu heeft hij er dan geen zin meer aan, en gooit het bijltje er bij neer. In tegenstelling tot zijn voorganger, leerde Wikipedia mij, die ook eventjes heeft overwogen om voor zijn dood uit zijn functie te stappen, maar hij vond dat 'lijden bij het leven hoort' en om die reden zat de ganse katholieke wereld met een paus die op apengapen lag, tot hij dan uiteindelijk maar het loodje legde. Wat dat betreft is meneer Benedictus dus wel iets moderner, met zijn besluit om zijn mijter aan de wilgen te hangen.
Jaaa. Ik vind er wat van.
Maar. Toen kreeg ik gisteren zo iets moois, namelijk het boek: 'voor 't jonge volkje' wat bol staat van de christelijkheden en gelovigheden en moraal en anderszins akeligs. Zalig hoor. Ik las Zoon1 een prachtig rijmpje voor, waar hij, godzijdank,mhhiihihihi enorm om moest lachen. En dat wil ik u toch niet onthouden.
Want naast alle onzin en akeligheid, geschreven, heel waarschijnlijk, door enorme Paus-aanhangers, is het prachtig en blijkt eruit dat het maar goed is dat we niet in 1880 leven, waar het vandaan komt. (Tijdens Paus Leo, de oudste paus in de geschiedenis, met 93 jaar) Het gaat over hoop, geloof en natuurlijk een lekkere portie ziekte, armoe en ellende. Precies zoals dn Paus het graag ziet, dunkt mij, gezien zijn vrolijke opvattingen.
Tadaa:
Hij was zo arm; hij was zo koud;
Hij was zo slecht gekleed;
Hij had geen eten in zijn lijf;
Hij droeg zo zwaar een leed
Zijn moeder was een weduwvrouw,
Die bitter armoe lee;
Haar man ging heen en keerde nooit;
Hij vond zijn graf in zee.
Vier kind'ren had onze arme vrouw;
Ze zwoegde dag en nacht,
maar och, de taak was veel te zwaar
Voor zwakke vrouwenkracht.
In 't einde viel zij afgesloofd
En krank op 't ziekbed neer;
Ze wou wel werken, altijd door,
Maar och, ze kon niet meer
Zo ging een dag, zo kwam een dag;
Maar uitkomst bracht er geen;
De lombard kreeg haar laatste goed,
Zo vlood een maand daar heen.
(...)
Geene uitkomst kwam. Maar in een nacht
Dacht Jan, haar oudste kind,
Een knaapje van pas zeven jaar,
Door moeder zeer bemind:
(...)
Als ik nu eens een briefje schreef
Aan onze lieve heer,
Wie weet, zond Hij dan niet terstond,
Een vriend'lijke engel neer!
Hij schreef een brief, een lange brief,
Aan Onze Lieve Heer,
Verteld werd alles, haarfijn en
In 't eind wist hij niets meer.
Het stuk papier werd dichtgedaan
't Adres ging er vlug op.
En voort ging het, vol van moed,
De straat op in galop.
(...)
Ach, wat een zaligheid he.
Nu, en toen.... kunt u zelf wel bedenken dat er natuurlijk niks van De Lieve Heer aan kwam zetten, maar wel een vrindelijke meneer van het postkantoor, dat het briefje las en mandenvol eten en lappen en kruiken vol wijn, schat ik zo in, naar de zielige mevrouw met haar vier kind'ren bracht.
De kleine Jan was verrukt zeg, en moeder ook allicht. Ik denk zelfs dat zij later met de meneer van bil is gedaan en er nog even een kinder of twaalf bijbaarde, zoals dat toen ging. En dat had heus niks met een god of iets te maken, maar meer het het feit dat er toen nog geen condooms en al bestonden, wat die verdullemse Paus dus 133 jaar later nog steeds een goed idee vond. Dat geeft toch te denken.
Wat een halve gare, zou ik zeggen. Met zijn uitspraken over homo's, abortus, euthanasie. Dat loopt daar in een jurk met zijn rode schoenkes en heeft zo belachelijk veel macht en volgers, dat hij toch waarlijk wel wat beter zou kunnen nadenken voor je dingen de wereld in roept, waarvan je weet dat mensen dat dan geloven en willen aanhangen, alleen maar omdat je potdorie 'Plaatsbekleder van Jezus Christus op Aarde' wordt genoemd.
Die kerel is 85, kijkt bepaald wazig uit zijn ogen en het zou me niks verbazen als hij helegaar niks snapt van wat er nu werkelijk gaande is in de wereld, omdat hij stiekem alleen maar denkt aan de dag dat hij eindelijk met zijn pantoffels in een luie stoel kan gaan zitten, met een puzzel van 1000 stukjes en een beker warme melk in zijn knuistjes. Maar nu heeft hij er dan geen zin meer aan, en gooit het bijltje er bij neer. In tegenstelling tot zijn voorganger, leerde Wikipedia mij, die ook eventjes heeft overwogen om voor zijn dood uit zijn functie te stappen, maar hij vond dat 'lijden bij het leven hoort' en om die reden zat de ganse katholieke wereld met een paus die op apengapen lag, tot hij dan uiteindelijk maar het loodje legde. Wat dat betreft is meneer Benedictus dus wel iets moderner, met zijn besluit om zijn mijter aan de wilgen te hangen.
Jaaa. Ik vind er wat van.
Maar. Toen kreeg ik gisteren zo iets moois, namelijk het boek: 'voor 't jonge volkje' wat bol staat van de christelijkheden en gelovigheden en moraal en anderszins akeligs. Zalig hoor. Ik las Zoon1 een prachtig rijmpje voor, waar hij, godzijdank,
Want naast alle onzin en akeligheid, geschreven, heel waarschijnlijk, door enorme Paus-aanhangers, is het prachtig en blijkt eruit dat het maar goed is dat we niet in 1880 leven, waar het vandaan komt. (Tijdens Paus Leo, de oudste paus in de geschiedenis, met 93 jaar) Het gaat over hoop, geloof en natuurlijk een lekkere portie ziekte, armoe en ellende. Precies zoals dn Paus het graag ziet, dunkt mij, gezien zijn vrolijke opvattingen.
Tadaa:
Hij was zo arm; hij was zo koud;
Hij was zo slecht gekleed;
Hij had geen eten in zijn lijf;
Hij droeg zo zwaar een leed
Zijn moeder was een weduwvrouw,
Die bitter armoe lee;
Haar man ging heen en keerde nooit;
Hij vond zijn graf in zee.
Vier kind'ren had onze arme vrouw;
Ze zwoegde dag en nacht,
maar och, de taak was veel te zwaar
Voor zwakke vrouwenkracht.
In 't einde viel zij afgesloofd
En krank op 't ziekbed neer;
Ze wou wel werken, altijd door,
Maar och, ze kon niet meer
Zo ging een dag, zo kwam een dag;
Maar uitkomst bracht er geen;
De lombard kreeg haar laatste goed,
Zo vlood een maand daar heen.
(...)
Geene uitkomst kwam. Maar in een nacht
Dacht Jan, haar oudste kind,
Een knaapje van pas zeven jaar,
Door moeder zeer bemind:
(...)
Als ik nu eens een briefje schreef
Aan onze lieve heer,
Wie weet, zond Hij dan niet terstond,
Een vriend'lijke engel neer!
Hij schreef een brief, een lange brief,
Aan Onze Lieve Heer,
Verteld werd alles, haarfijn en
In 't eind wist hij niets meer.
Het stuk papier werd dichtgedaan
't Adres ging er vlug op.
En voort ging het, vol van moed,
De straat op in galop.
(...)
Ach, wat een zaligheid he.
Nu, en toen.... kunt u zelf wel bedenken dat er natuurlijk niks van De Lieve Heer aan kwam zetten, maar wel een vrindelijke meneer van het postkantoor, dat het briefje las en mandenvol eten en lappen en kruiken vol wijn, schat ik zo in, naar de zielige mevrouw met haar vier kind'ren bracht.
De kleine Jan was verrukt zeg, en moeder ook allicht. Ik denk zelfs dat zij later met de meneer van bil is gedaan en er nog even een kinder of twaalf bijbaarde, zoals dat toen ging. En dat had heus niks met een god of iets te maken, maar meer het het feit dat er toen nog geen condooms en al bestonden, wat die verdullemse Paus dus 133 jaar later nog steeds een goed idee vond. Dat geeft toch te denken.
Abonneren op:
Posts (Atom)