woensdag 23 december 2015

Morgen zien we wel weer verder. De metafoor.

Tien minuten geleden braakte Zoon2 mijn bed onder. Het is heel zielig dat hij ziek is, zo vlak voor alle kerstjolijt, aan de andere kant had ik het zien aankomen, en eenmaal alles eruit gegooid en daarna goed slapen, maakt meestal een goed verschil. De rest zien we morgen wel weer.

Het lijkt bijna een metafoor voor afgelopen jaar. Dit godvergeten jaar. Nondenju, wat een klote onprettig jaar.

Met de Vriendinnen kan ik er nog wel om lachen soms. Dat we dan bolderend bedenken wat er eigenlijk nog méér mis kan gaan in mijn leev'n. De conclusie was een vrolijke dakloosheid, een opwekkende zoutzuur-aanval of gewoon een gezellig faillisement. Ja, wat betreft de financien, de liefde en de algehele staat van zijn hield het allemaal wat te wensen over zeg maar.

En dat komt, nog steeds, door kleine en grote dingen, ineens binnenzeilen.
En dan heb ik het alleen nog maar over de Scheiding. Ja hoor, dat is al meer dan een jaar duidelijk, en de Echtgenoot en ik zijn beiden doorgegaan. Er was het nieuwe Paleis voor mij. Er was de Verkering1 voor hem, er waren de bezoekjes aan de Advocaten, het lezen, mailen, overleggen, en uiteindelijk tekenen. Het ECHTE tekenen komt begin 2016. Dan pas kan ik de man niet meer de Echtgenoot noemen. Ik zal het nog missen zeg. Dus Er was de Gemeente die niet meewerkte, er waren verjaardagen en feestdagen.

Vorige week was ik even in mijn oude huis. En zag op de mat een kerstkaart liggen. Gericht aan de man en zijn Verkering. Ik herkende het handschrift, want 12 jaar lang waren de beste wensen ook voor mij geweest. Nu niet meer, maar wel aan een ander. Je licht je hielen en alles is anders. En dat is wel logisch, maar niet zo leuk. Ik was er hele middag van slag van. En mopperde zo in mezelf dat ik dit jaar dus écht geen feestelijke kaarten ga sturen, puh. Dat soort dingen.

Sinterklaasavond. Gewoon als gezin, zoals het altijd was. Alleen ging ik op het laatst, met mijn tasje vol cadeaus in mijn eentje naar huis, en zwaaide ik nog even achterom naar de man en de Zonen. Want die sliepen nu eenmaal die avond niet bij mij.

Er is het logistieke gedoe, van elke 2-3 dagen een tasje met knuffels en onmisbaar speelgoed van het ene huis naar het andere.
Het is mijn douche, die Zoon2 niet leuk vindt. Er is mijn grote bed, waar steeds maar geen vier mensen in liggen.

En het went wel hoor. Ik kan inmiddels voor 3 personen koken. Ik heb minder was. En ik hoef veel minder bedden te verschonen! Nah! Huishoudelijk pleizer! Ik vind het soms heel erg zwaar in mijn eentje met de jongens, maar ik vind het soms ook heel lekker alleen thuis, als ze er niet zijn. En soms vind ik het heel fijn dat ik, in mijn eentje, zonder ruzie, alles bepaal. Maar soms ben ik zo alleen, in mijn eentje. Maar dan zijn er vaak wel de Vriendinnen. En ik had Tinder, en anderszins gezelligheid. Hoewel dat eigenlijk nauwelijks werkte. Je moet er kláár voor zijn he. Uche.

Dan was ook nog een ander verhaal. De afgelopen zomer vooral, die een hel was. En de afgelopen maanden waarop het niet ophield.

Deze zomer gaat de boeken in als de Zomer Uit De Hel. En dat had te maken met het smerige Paleis waar ik introk, en met dat ik dat diep in mijn hart niet wilde. Maar moest. En niet anders kon, ondanks hart. Het goede was, dat er uit diverse hoeken liefde kwam. Vriendschap en hulp. En leuke berichten en ook veel vermakelijke avonden.
Echter. Was er al die tijd een zwarte rand omheen. De rand die al zo grijs was door het verlies van mijn oude leven. Die werd nog even aangedikt door een bepaald persoon. De persoon waarvan ik een tijd dacht dat ik ervan hield. En hij van mij ook heus. Het leek even leuk he, zo in de dagen na de huiselijke ellende.
Maar mijn hemel, wat heb ik me vergist. En bijna iedereen zag het al, zeiden ze. Maar ze wisten niet eens alles, wat ik wel wist.
Kun je nagaan.

Ik zag het ook. Maar ik was zwak, dom en wellicht een soort wanhopig op zoek naar liefde, aandacht en leuke dingen. Want er waren heus leuke dingen. Die echter totaal in het niet zijn gevallen. Tot de dag van vandaag houdt het niet op. Dacht ik duidelijk te zijn geweest. Was het nog niet over. Dacht ik nog duidelijker te zijn, ging het door. Was ik ervan overtuigd er goed aan te doen om een beetje contact te houden... was dat achteraf puur op angst gebaseerd. En kwam ik tot de lichtende conclusie dat het ECHT over was, was daar politie voor nodig. Kapotte telefoons, jaloezie, leugens. Geweld. Bedreigingen.
En dan weer bloemen. Cadeaus. Gevolgd door zogenaamde hulp. Opgevolgd door nog meer bedreigingen en de verspreiding van leugens. Nare filmpjes, het proberen mijn Vriendinnen te beinvloeden, uitschelden over de telefoon, dagelijks 25 nachtelijke telefoontjes en het voortdurend bekijken van mijn social media en de mensen waar ik mee omga.

Het leek soms over, maar dat was het nooit.
En ik neem het mezelf zeer kwalijk. Want ik ben niet iemand die dit overkomt, en hierna wil ik het er eigenlijk nooit meer over hebben, ook al kan dat eigenlijk niet. In het zwartste jaar van mijn leven, maakte hij het nog erger, en ik liet het gebeuren. Kennelijk.
Naast de handtekening komende maand, is ook dit afgesloten wat mij betreft. Het moet over zijn, en ik hoop van harte dat dat kan.

En voor iedereen die dit ook maar een beetje herkent, doe er wat mee. Het is een eenmalig verhaal, dat me wijzer heeft gemaakt en helaas lichtelijk achterdochtig. Maar gelukkig zijn er altijd de Zonen, de Vriendinnen, de Familie, De Schipper, de lieve mensen op school, De Buren en andere oude- en nieuwe mensen, die laten zien dat het gaat om plezier, geluk, een roze muur, kommetjes wijn, heel blond haar, kinderen en een nieuwe start. En dat één zo'n narcistische idioot NOOIT meer mijn leven zal beinvloeden.

En zo gaat dat dus. Je ziet het aankomen, je gooit t eruit, daarna gaat t meestal veel beter. En morgen zien we weer verder.